zaterdag 7 november 2009

Chataîgnes & Cidre

Het kleine feestje is om even samen te zijn als inwoners van het kasteeldorpje en het gehuchtje ernaast. We zijn eind vorige week uitgenodigd, ik heb telefonisch bevestigd en daarna nog 2 keer bij een ontmoeting op de markt bevestigd dat we komen. Eerst was de aanvangsttijd iets over vijven, daarna werd het tegen zessen. We rijden gewapend met eigengebakken koekjes (Heel gebruikelijk om als getrouwde vrouw zelf een bijdrage te leveren aan het feest. Vrijgezellen of weduwen nemen niets mee, grappig genoeg.), het woordenboek en koplampjes voor de thuiskomst naar boven. Het is al aan het schemeren en de dag sluit somberder dan die al was. Koud en nat, maar we hebben veel zin om iedereen weer te begroeten en ons frans te oefenen. Mei ons eerste dorpsfeest, augustus het 2e en nu, na 10 maanden hier wonen, een volgend. Een ontspannen inburgeringstest. Bij binnenkomst is alleen Dominique en het enige kind aanwezig. Ik vergeet steeds de naam van het leuke 12-jarige joch. Een fris koppie met sproetjes, smalle lippen op een brede lachende mond, sprankelende ogen en een open gemoed die je toegemoet treedt als een kinderlijke volwassene en graag geziene gast op alle bijeenkomsten. De knalgele papieren bordjes staan al klaar met een stukje zachte worst en een plak verse pate. De kastanjes liggen gepoft en al te wachten in de kelder. De cider komt later in een enorme jerrycan, troebel bruin met een smaak als appelsap. Alcohol zit er niet in, ze zou dan gepasteuriseerd moeten worden. Maar traditie-getrouw heet het cider, wordt het natuurlijk zelfgemaakt en zorgt het voor een herfstsfeer die écht is.
Rond zevenen komen de andere bewoners, iedereen kust elkaar gedag, al dan niet met een knuffel en de onvermijdelijke 'ca va?'-toevoeging. Voor iedereen zit zijn we weer een uurtje verder en wordt er al een stukje brood gesnoept. Het is een piepkleine gelegenheid, het oude schooltje en nu tijdens het hoogseizoen een winkeltje met drankjes en lokale producten. (Niks keuring of officieel erkent, ook gewoon de producten uit eigen tuin zonder etiket met ingredienten of houdbaarheidsdatum, het kan hier nog!) Als herinnering hangen er nog oude foto's van een klas uit 1920, van de bergrug voor de komst van de brug en toen de eerste oude stenen brug er nog was naar de overkant van toen nog de rivier. (Nu het lange stuwmeer) Er staan 2 kacheltjes, die vroeg in de avond al uitkunnen, 33 mensen op zo'n kleine ruimte, dicht op elkaar op de houten bankjes met een zitplank van maximaal 15 cm breed. Drie tafels in een U-vorm passen maar net, maar niemand heeft er een probleem mee zo dicht opeen te zitten, te lopen of schuifelen en men loopt wat af en aan. Alle hartige taarten (quiches), mijn koekjes, de worst en de enorme brie liggen uitgestald op een dressoir, waar 's zomers de winkelproducten op staan.
Het aperatiefje is onvermijdelijk, alleen de jeugd krijgt Oasis te drinken. De hapjes worden smakelijk genuttigd tot het laatste kruimeltje, de flesjes plaatselijke rode wijn, uiteraard zonder etiket, zijn zo leeg. Tijd voor de kastanjes. Zwart-geblakerde bolletjes storten ze op de bordjes, waarvan ik er enkele betekend heb met de punt van mijn vork. Tijdens het uit de kelder halen van de kastanjes, wordt mijn grapje al snel door iedereen gewaardeerd en veel doen er mee door het bordje van de persoon naast hen te voorzien van een leuk tekeningetje of een wens. De zwarte bolletjes geuren heerlijk, de smaak is noterig, de cider (ehm, meer appelsap) smaakt er heerlijk bij en spoelt de wat droge kastanjes lekker weg. Plastic glaasjes met meegebrachte bonbons gaan rond en leeg. Daarna hebben we allemaal zwarte roetvingers van het pellen, de vreugde groeit en de toetjes komen eindelijk op tafel; chocoladetaarten, perentaart (of coing-taart? zie het verschil niet goed en het is moeilijk te proeven) en mijn koekjes. Het blik (2 ladingen gebakken vanmiddag) gaat zo goed als leeg.
Het doet ons enorm goed iedereen weer te zien. Zelfs het handenschudden met Danielle, de dame bij wie we met ruzie vertrokken zijn omdat er niet te werken viel in haar gehuurde kantoortje, doet haar en mij erg goed. Ze vind het fijn dat we zonder rotgevoel bij elkaar kunnen zijn, haar glimlach en 'gewoon-doen' laat dat blijken. Het lucht mij ook enorm op.
Na een klein jaar merken we beiden hoe goed het gaat met onze inburgering, met het leren begrijpen van de taal, met de franse humor en de tradities. Als een feestje om zes uur start kom je op z'n vroegst na half zeven en niet met lege handen. Ooit voorgevallen leuke onderonsjes haal je desnoods 3 keer terug om er met steeds meer mensen om te kunnen lachen. Je wisselt complimentjes uit en laat je lach horen of hem zien. Je kijkt mensen aan, je raakt mensen aan en alles komt ook met dezelfde hartelijkheid retour. Het eerste feestje was erg moeilijk, we begrepen nagenoeg niets en de mensen naast ons hadden we zorgvuldig gekozen; ze spraken engels. Het 2e feest was erg groots, maar ook daar hadden we ons engels af en toe nog nodig. Aan het begin van deze avond, zodra Chris binnenkomt die zijn verkoude vrouw thuis heeft gelaten, maak ik met Marc de afspraak ook onderling alleen frans te spreken. Dit gaat verbazend goed. Ook met de van oorsprong schot, die naast me zit spreken we alleen frans. Ik leer van Jeanet veel nieuwe woordjes, en één ondeugend woord (poep) dat ze later vanaf het andere eind van de tafel aan me vraagt te herhalen. Door haar stemvolume houdt de helft van het gezelschap even in en kijkt naar haar en mij. Ik bedank haar in het frans voor het geleerde en herhaal het franse woord voor poep; chiasse. Iedereen schiet in een deuk en de mensen die wat vreemd opkijken wordt gelijk uitgelegd wat hier aan vooraf ging wat een 2e lachsalvo als gevolg heeft. Franse onderonsjes zijn dus smullen, zelfs als het gezelschap groter is als 30.
Voldaan, opgevrolijkt en met volle buiken vertrekken we rond half 10. Wel wat vroeg, maar het is goed te gaan op een nog hoogtepunt van dit feestje.
We weten dat we vanaf nu en na Felix' zijn bezoek van vanmorgen wat vaker bezoek krijgen. Iedereen ziet ons wel als blijvers die met de rest mee willen draaien. Mijn recepjes worden gevraagd en de al weggeven brouwsels van eigen land worden enorm gewaardeerd.
'Tot snel' groeten we en stappen de pikdonkere koude natte lucht in om via de wolken af te zakken naar huis. Geen poolcafé of dancing, maar dit is toch ook wat waard!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen