woensdag 13 september 2017

je gedragen weten

De vrouw van de slager, zij blijkt toch echt de baas, stopt me bakjes met gerechten toe als ik bijna klaar ben met werk. De slager met zijn oorkondes voor de beste bloedworst, de beste paté en meer soortgelijke ingelijste getuigenissen van vakmanschap, bestiert een familiebedrijf en kan al lange tijd geen goede spoelkeukenmedewerker vinden. 
Eigenlijk had ik er nul aandacht of energie voor, dacht ik, om een vriend, die zich verveelde maar geen Frans spreekt, voor wat weken aan te bieden als hulp in zeer drukke tijden; augustus. Dat verliep goed en 1 credit bij de slager verdient. Doorgebeten en mezelf aangeboden en nu een tijdelijk een contract. 
Zomaar via via een werkadres erbij twee jaar geleden, dan bouw je iets op. Geen idee wie het waren, nu wel. Zij huurden een enorm huis, een mansion bijna, om er zeker van te zijn rustig vakantie te kunnen vieren in hun omgebouwde schuur er vlak achter. Parijzenaren, een leuk stel, die mannen. Ik hielp mee om hun feest op te zetten en maakte dat grote huis schoon en klaar voor vrienden en familie, alle hotels en kamers in de regio ook vol met gasten, een groots feest. Langzaam begin ik een beeld te vormen van hen, hun leefwereld en mijn rol hierin zo af en toe tijdens hun vakantie's en in m'n up tijdens tuinwerk rond de schuur. Ik en Marc mochten ook op het feest komen en zo gingen we samen in onze trouwkleding van 2006. 
Precies één week later barstte de bom in huize M&M en belande als key-keeper en house-sitter in hun schuur, wat een luxe vakantiehuisje is geworden. Te veel in hun privacy kreeg ik het huisje dat half af is naast hun huisje, wifi, chemisch toiletje, koelkast, verwarming, goed bed en privacy. Een vriendin leent me een oventje en een gasstel, water kan ik buiten tappen, een stortdouche kan ik binnen halen. Drukte tijdens augustus luwt en ook de mannen van de schuur gaan terug naar hun leven in Parijs. Ze laten het grote huis voor me achter, die mansion, om te wonen zolang ik nodig heb, met gesloten beurs tref ik de boel verlaten als ik terug kom van mijn eerste werkdag bij de slager. Sleutels uitgespreid op tafel, er is een stofzuiger doorgehaald en keuken is altijd als om door een ringetje te halen. Het grote huis is netjes bewoonbaar achtergelaten en kent absolute stilte. Wat een gift.
De mensen observeren, het leven gaat door, de wereld draait verder, het is Nieuws maar de schokgolf ontbreekt. Ik vervang Annette weer, zij runt een gite en appartementen. Augustus, volgeboekt, erg veel werk, vindt zij. Ze heeft gelijk. Ze zet reserveringen stop voor het appartement en regelt voor de eerste 3 weken een ander om de gite te runnen. Wind uit mijn zeilen, want ik vaar nogal hard. 
Mijn Franse vriendin is meestal nauwelijks bereikbaar tijdens augustus, maar fijntjes en ontspannen trekt ze me de weken door, legt me in de watten, geeft me de meest luxe lokale hapjes mee en helpt waar ze kan met kleine dingetjes, een tisane-moment om wat te babbelen en wat wijze woorden, want die is niet van gister. 
Een nieuwe vriendin hier neergestreken anderhalf jaar geleden. Stond op de stoep ergens maart dit jaar. Ik wenste me in het begin van het leven in Frankrijk een vriendin toe. Eén op een half uurtje rijden, niet te dicht bij, net te ver weg. Ze moest wel Nederlandse zijn, praat nou eenmaal makkelijker, en beetje van mijn leeftijd en graag ook de neus dezelfde kant uit. Dat is veeleisend, maar 9 jaar later is ze er wel.

Een nieuw leven in een oude jas waarvan de zakken zijn leeggehaald. Behoudend wat goed is, geen rommel erbij halend, geen modder nodig. Het maakt het me makkelijk en ik weet me gedragen door de omgeving.
Alles gaat vanzelf als ik vertrouwen heb in dat alles op mijn pad komt wat ik nodig heb, op het juiste moment. De ervaring leerde me hetzelfde, het schrapt verlangens, kijken naar wat er (nog) niet is. Ik houd het graag bevattelijk en alles is al goed.  Ik hoef niet alles alleen te doen, wel veel zelf. Gedragen worden zonder dat je erom vraagt kon toch wel eens helemaal bij jezelf liggen. Want zodra de eigen kracht weer groeit na rust, blijkt iedereen je als vanzelf weer voorzichtig los te laten.

wachten op het einde

Voor zover ze nog krachtig is beantwoord Simone mijn omhelzing. Ik op mijn hurken naast de logge senioren fauteuil, zij ligt achterover hellend, een dekentje over de benen, pluizige pantoffels eronderuit, bungelend boven de grond. 
Papi ligt na het middageten in foetus-houding op de kleine bank net voor de schouw. Die brandt al jaren niet meer, zelfs `s winters niet, wankele oude van dagen kunnen het vuur niet meer bijbenen of de baas blijven. Hij slaapt, half, soms niet, meestal wel en licht. Hij eet nog wel eens wat, geholpen door Simone die ook wel weet dat hij eerder gaat dan zij, stiekem hoopt ze van niet, wil ze die scheiding in het leven niet meemaken, want wat papi zich nog bewust is is twijfelachtig.
Hij stopte een paar jaar geleden met praten. Grommen en onverstaanbaar mompelen bleef over. Wat maanden geleden een bizarre opleving. Liep met enkel een stok van bed naar keuken en toilet en terug, een verhoogde interesse in iedereen die op bezoek kwam, in mij als huishoudelijke ondersteuner dus ook. Hoe het met de dieren is, ze bij name noemend voor zover ze namen hebben. Vrolijk, met open ogen, zijn stem luid, hij is een beetje doof, bewonder ik zijn lokale accent van het Patois, onverstaanbaar terwijl het normaliter juist goed te verstaan is, ik ben gewend aan de articulatie van de r, mits rollend als Rotterdams. 
Zijn vragen in het gezelschap van zijn 3 ongetrouwde kinderen die ook nog in de kleine boerenwoning huizen geneert me wat. Ik kan geen antwoord geven, als hij ze überhaupt kan horen zonder gehoorapparaatje, ik woon niet meer daar, zie de beestjes niet, vertrouw erop dat alles goed gaat daar middels een update af en toe. De zoons lachen, bewust van het ook voor hen niet altijd verstaanbare gebabbel en uitroepen die soms ook decennia terug gaan.
Ik kniel ook naast de canapé om papi zijn kussen te geven alsof hij bon ton is, blijf een minuutje plakken, zeg hem dat het met ezeltjes Ollie & Sarko alles goed is, de oogst uit de tuin weer een hoorn des overvloeds, de sangliers nog op het bospad af en toe. Of dit waar is, geen idee, maar tis zoals altijd, voor nu, voor papi.
Ik aai over zijn bol en zie of hoor eventjes niets anders dan hij en mij, mooi moment, want wie weet dat hij volgende week toch toegeeft. Zijn hart dan, de rest wil al lang niet meer, maar het blijft kloppen, geeft zuurstof, vraagt om water en wat voedsel en extra zorg. Hij gaat sinds een week niet graag meer naar bed na de lunch, daar is hij alleen in de schemer van de luiken en de glasgordijnen, alleen het super-deluxe-air-matras maakt geluid in verband met de pomp. Hoort ie toch niet, maar voelt het ding wel via het matras.


Vijf jaar geleden was dit de slaapkamer van hen beide, Simone & papi. Nog zelf de eieren rapen, de postbode tegemoet lopen, wat wieden en oogsten in de moestuin op het nabijgelegen erf, ommuurd, dat wel. Tussen de eenden door, de kalkoenen en kippen in hun ruime ren met als kippenhok de sécadou, een drooghuisje voor kastanjes. De tamme kastanjebomen die nog over zijn, zijn verwilderd en geven geen mooie `marrons` meer. De Limousin kalveren bekijken, zo vertrouwd met hem, toen ik eens meeliep bleken ze schuwer. Wat een prachtdieren zijn het!
Ik werk nu 5 jaar voor deze familie, waarvan de 3 van de 10 kinderen ongetrouwd zijn en dus thuis wonen. In het begin werd iedere beweging van mij gezien door Simone, wantrouwen, de minuten dat ik werkte bijna tellend, achteraf gezien bleek ze de minuten net zo snel vergeten als geteld. Maar dat wist ik toen niet. De ongetrouwde dochter heb ik jaren het IJskonijn genoemd. Geen doorkomen aan, zakelijk, afstandelijk, ook druk met studeren om het hogerop te zoeken in de verpleegkunde. Huishoudelijk is ze niet, de 2 broers zijn boers. Via het arbeidsbureau vinden ze me begin herfst 2012.
Leek met betrekking tot het huishoudelijk vocabulaire drong ik in de kern door van een traditioneel, arm -toch wel- boeren gezin met vader, moeder, twee zoons en één dochter, jongste bewoner tegen de vijftig. Het hangt tegen Franse rednecks aan, maar dat zou getuigen van gebrek aan respect voor een stuk `oer` van het Franse volk. Uiterlijke schijn bedriegt.
Veel gezinsdrama mee mogen beleven hielp mee een bijzondere band te scheppen met deze familie, ik kon de hand schudden van de overige 7 uitgevlogen kinderen. Ik bleef structureel de maandagmiddag komen, kocht een klein schriftje met ringband voor de overdracht met IJskonijn en mij over het werk. Elke week hetzelfde, een verandering alleen toen papi terug uit een lang verblijf in het ziekenhuis, op een zeer schoon gemaakte kamer terecht kwam in een speciaal bed voor intensieve zorg. Simone verhuisde naar de achterkamer, de drogende ham verdrijvend naar een gesloten schuurtje. Net als fruit en andere voorraden, even passen en meten.
Mijn routine veranderd, ik ruil al jaren een half uur werk in voor hooi & stro voor de beestjes, maar de `ziekenhuiskamer` erbij en wat mentale zorg, want ook Simone krijgt een lichte toeval en zorgt voor extra aandacht.

Dus knuffel ik haar, waar de `kinderen` bij zijn, fluister haar hetzelfde toe als ik hardop zou doen. Zij ziet iets tegemoet zoals ik ook voor het eerst zal meemaken. Zo dicht-op kwam de dood voor mij nog nooit. Het gebeurt hier, nog niet nu, afwachtend, net als zij. Serieus maar ontspannen doe ik mijn werk, voor de zoveelste keer sinds vijf jaren.

Eén van de drie families waar ik werk, die eigen worden op de een of andere manier. Te koesteren in een leven op mezelf, een verlies verzachtend, troostend als wat familie ook kan zijn. 


dinsdag 8 augustus 2017

naar je hart luisteren


Geen vertrouwd licht te zien nu de klappen en lange flitsen de regenslag vergezelt. Aardedonker alsof de regio ten grave is gedragen, mag verdrinken in het hemelwater dat koelt en koelt, het was warm als het voorgeborchte van een plaatselijk inferno.
Ik ben de oceaan met een onderstroom en logge brede golven zonder koppen. De maan trekt aan me sinds ik natuurlijke duisternis heb leren kennen met de hoorbare stilte. Ja, stilte heeft een eigen geluid. Het is anders dan het ruisen van je bloed, anders dan de pomp van de houtgestookte CV thuis. Het lukt me steeds vaker gedachten uit te zetten, om het geluid van de stilte te kunnen horen. Het is een zwart geluid dat stilstaat en leeg is, alsof het er niet is, het is er wel.
Ooit had ik het nog nodig de maan te zien voor ik erkennen kon dat ze vol was, en dacht ik haar sterker te ervaren met soms aureolen die bewegen als een nevel om de aarde. Nu is het de trekkende kracht die me wat dagen van te voren waarschuwt anders met die energie om te gaan. Een paar dagen maar, dat gekriebel, een extra zenuw, dat reptielenbrein wellicht die behoefte aan slaap doet afnemen, natuurlijke cocaïne, verliefd zijn zonder geliefde, een bestemming voor de liefde voor het leven. Hoogdravend bijna en veronachtzaamd door mens en meteo.
De maan moet steeds selectiever zijn en zij die haar kunnen ervaren lijken een bonus aan kracht te krijgen. ‘Ja zij, die haar durven aanzien.’

Moe van alles gingen mijn ogen voor het duister dicht voor een uur of vijf. Ik moet een plas en ga de regen in, onder het raam, spoelt wel weg met zuiver hemelwater zoals ook de slaap door diezelfde nattigheid van me afspoelt. Terug in bed zie ik de herinnering aan de dubbele draagbalken met purschuim ertussen, de strakke eiken parketdelen, een spinnenweb en de slapende vlieg. Gedachten gaan ook mee op de onderstromen van mijn oceaan, de maan trekt er wat boven het oppervlak uit. Een golfje op de stroom zonder puberaal te zijn brengt me bij m’n ezeltjes… En deze ene blijft net zo lang hangen tot ik besef dat er geen moeilijke emoties mee gepaard gaan. Ik dus best kan luisteren naar dit signaal zonder er lang bij stil te staan.
Ik kleed me aan, prop mijn sinds maanden ongesokte voeten in laarsjes die ik de dag ervoor uit de container van de gemeente viste. Mijn maat, waarom niet? Er zit nog heus profiel op. Trek over mijn vest een regenjas aan en start de auto die ik zonder lichten het terrein af weet te krijgen, ik wil niemand storen die in eigen dromen gevangen is of naar het weergeweld ligt te luisteren.
Dat astrologen over deze volle maan spreken als een ommekeer voor sommigen, transformatie die een nieuwe era inluidt. Het klopt als een bus, toch ga ik liever voorbij aan zulke uitgediepte zaken die men probeert met woorden over te brengen.
Ik wil mijn hoefjes graag zien, ze zijn er, ik heb een auto, ben wakker, kan gaan en naar mijn hart luisteren, vrij. De dertig minuten op de stille natte weg leg ik rustig af, gladde banden en geschrokken wild zullen mij niet in de berm doen belanden. Het is niet vreemd het bospad af te rijden, omlaag, wat omhoog, verder de kloof in langs bekende bomen die ik groet en raak met een gedachtenstraal.
Geen hond bij het hek, die blijkt in de natte plens op de deursteen te liggen van zijn slaapkamer. Te bang om op een houten open vloer te slapen in haar eigen villa, de schuurdeur dicht, waar ze anders in een hoekje kan kruipen met de isolerende aarde onder zich. Ik ken dat, gevoel van geaard willen zijn. Daarom zit ik graag op rots en steen, hout of gras, liefst niet gemaaid zodat ik een stengels plat kan duwen als een bedje.

Alleen de regen en in de verte de bliksemschichten, ik heb geen maan en heb het kleine lampje nodig dat ik meebracht. Ik ben geen dievegge, toch sluip ik, maak geen herrie met het openen van het hek naar ezelterrein. Loop het pad af, speur met het lampje naar de hoeven en anders de reflectie in de ogen van een van de katten. Niets, dan gedrup en krekels die in holtes de dag afwachten. Het is een uur of half vier.
In de stal maak ik alleen het varken wakker. Big is te slaperig om meer te zeggen dan een zacht ‘knor’, ik aai hem over de neus, ook hij weet dat het goed is. Ik kan niet zien of hij gegroeid is, maar hij ziet er verder goed uit. Check. Van de ezels geen spoor. ‘Miauw’ hoor ik zachtjes op de zolder van de kleine stal. Sjakie, de stalkater, wil weten wie er is, wat er gaande is, raar, zo midden in de nacht. Ik laat van me horen en onwennig en verbaasd laat hij z’n koppie zien tussen de platen en zakken die op de balken rusten en zo een hide-out zijn voor hem en de muizen.
Ik knuffel hem als hij op het bovenluik zit, als vanouds. Ik wil hem in het donker naar beneden dragen en struikel over het schrikdraad. De pen ervan prikt in m’n bil en een steen probeert zich te laten versmelten met mijn schouder. Door de punt ervan mislukt dit, Sjakie rent meters verder om daar klaaglijk te miauwen, sorry pluis. Het licht liet ik branden in de stal, het regent niet meer, de krekels zetten een tandje bij, ik loop terug om het kunstlicht te doven zo de maan juist wat gaten vindt me bij te lichten.
Ik blijf ze roepen, de slimme jongens die ik wat weken geleden in de steek liet. Zolang was ik bij ze dat ik me niet alleen hun moeder voel, maar zij zich aan mij hechtte als inmiddels volwassen kinderen. Je kroost in de steek laten is hoogverraad, mijn zonde schoon gewassen door lijfsbehoud, het is overal op de wereld oorlog, dan gebeurt dat en nog zonder eindoordeel, het conflict nog niet beslecht, Niemandsland.

De hond laat niet van zich horen, het onweer hangt nog in de lucht. Ze ruikt en voelt het op vele kilometers afstand, ik laat haar en ben blij dat ze niet aanslaat. Het zou hem kunnen alarmeren en ik ben hier enkel voor de beestjes, ze riepen me. Misschien alleen om me te laten horen, wat het zien en voelen overbodig maakt, dieren zijn basis, geen opsmuk.
Boven bij het huis roep ik de namen van de andere katten, zie of hoor er geen een, loop door naar het terras waar de deur openstaat, het onderluik gesloten is en twee gele ogen oplichten door het lampje. Sooty, de ooit zo schuwe poes, nu een parmantige dame die eerder panter is dan gewoon zwarte poes. Volle maan, ze is volledig nat van de regen, deert haar niet terwijl ze ook onwennig luistert naar mijn stem die haar naam herhaalt. Ze weet het weer, ik ben het, die ze een tijdje heeft gemist.
Het regent weer als ze me naar het overdekte zwembad volgt waar ik even met haar praten kan. ‘Het is al goed’ lijkt ze spinnend te zeggen terwijl ze me kopjes geeft en rond het pakzadel kronkelt dat op het droogbed voor kastanjes ligt. Mijn bed roept me al terug, geen ezels, een varken en twee katten, voor nu is het genoeg. Mijn adem zakt rustig terug als ik de afstand met het woonhuis vergroot, fijn om even op het terrein te zijn, voldoende, genoeg voor nu. Ik ben rustig, kalm, tevreden, het hart is gehoord.
Een toetje bij de auto die ik op het bospad liet staan; troostkater DQ, die geen seconde twijfelt aan wie ik ben en me begroet met een ongekend lange miauw die zoveel wil zeggen als ‘ik heb je gemist, laat me er even voor je zijn voor je weer weggaat’.
Ik doe het portier open en DQ staat al met opgeheven kronkelstaart op de zitting. Ik kruip erbij, laat de deur open en hem begaan. Na een paar minuten nestelt hij zich tevreden op schoot en kunnen we even praten. Ik leg hem uit, hij luistert en spint, duwt kop tegen mijn kin met de snorharen ver vooruit. De maan laat zich zien in volle glorie, beschijnt de auto, mij, de kop van de troostkat die zonder geluid te maken praten kan. Met moeite komt het over dat het nou eenmaal even zo moet, dat het gemis wederzijds is, dat er een ommekeer heeft plaats gevonden. Dat deze andere rust en basis ook goed is, anders, enkel dat. Te accepteren, geen andere optie. Hij kan, accepteren van wat is. Ik heb er nog moeite mee, ik kwam langs omdat ik dacht dat de ezels me riepen. Misschien alleen om me het gevoel te geven dat er niets verloren is. Dat de liefde, het vertrouwen en het nu het enige is dat er nu toe doet. Dat datgene dat ik achterliet blijft bestaan, ook tijdens zwarte nachten, eeuwig beschenen door de maan. Dat het een juist moment was mijn bed even te laten rusten en te luisteren naar mijn hart.

De terugrit leek de aanvang van een tocht naar Nederland, ik vertrok dan ook zo vroeg, de wegen leeg, de luiken dicht, geen tegenliggers. Weer doe ik de koplampen zo snel mogelijk uit als ik het terrein op rijd. Er waren geen herinneringen, geen emoties, er was wat er is.
Ik laat mijn ogen moe worden door middel van wat bladzijden uit een briljant debuut en slaap mijn tweede nacht van 5 uur.

maandag 17 juli 2017

De Gebroeders Garagist & Maman


Zo'n achteraf garage die er al wat generaties zit in een bocht met 2 oude pompen en een aftands hangend bordje met 'ouvert' of 'fermé' aan de hoge lantaarnpaal. Het bedrijf zit ook echt in zo'n eenvoudig pand van platen, dat vies is, enkel glas heeft en een wat verlopen sombere kale showroom waar de paar nieuwe auto's te koop de show ook echt moeten stelen,ondanks dat het gewone auto's zijn in plaats van de chicste van het merk. Het merk dat op het pand staat, ze doen namelijk niet aan onderscheid van merken. Het zal wellicht om de soms opwindende kalenders met vrouwelijk bloot schoon gaan die ze toegezonden krijgen van het voermerk. 

De drie broers zijn allemaal blijven steken in het familiebedrijf. Alle drie getrouwd en kinderen, vader al wat decennia wijlen en moeder van 89 in het vissenkommetje achter de kassa c.q. receptie. Ze is pienter en heeft geen zin om in haar schattige oude huisje in het bos bij een riviertje naast haar geraniums te gaan zitten, in d'r up. Niks voor haar. Ze leert ons kennen, onthoudt onze namen en krijgt af en toe hulp bij het geven van wisselgeld, die blijft lastig, in euros.

Serge zie je bijna niet, werkt benee, de spuiterij, het plaatwerk. Ook dit pand staat op een helling en heeft een beneden en een boven, net als ons huis. Serge is er altijd, woont zo ongeveer daar, weet niet beter. Zoals Marc dat ook zoveel jaren deed, er amper bij nadenken, alleen doen. Serge probeerde voor zijn zoon middels een fotoprintje met summiere info een huisje te verkopen of te verhuren voor zijn zoon. We hebben een handje kunnen helpen, ik ken inmiddels zoveel mensen met interesse in klein, fijn, rustig en groen wonen, wederom een brug geslagen. Al zie ik het zelf meer als een ontwerp dat constructietijd, -ruimte en investeringen moet krijgen. Het bruggen bouwen blijkt hier normaal te zijn na inburgering en waardevolle ruilhandel met de garage. 
De oudste van de drie, Jean-Jacque, doet de verkoop, lijkt de baas want moet iets aan hebben zonder vlekken erop en schone nagels. De royale snor, daaronder vaak een brede lach of verborgen door een gespeelde zorgelijke blik, goed gebekt ook. Handig, als verkoper. Is me 'ma belle' gaan noemen. Uitgelegd door m'n vriendin hier wil dit zeggen dat ik erbij hoor en hij me erg graag ziet. Gelukkig is dit geheel wederzijds.


De man op het midden is Phillipe. Wandelende stresseur kan niet anders dan altijd de telefoon opnemen, in tegenstelling tot de andere extreme; de guérisseur. Tot aan hartklachten aan toe en handen die nooit meer een vleeskleur krijgen, ze hangen te vaak in ergens onder achter vettige auto onderdelen. Landrover Defenders zijn hem net even te specifiek eigenwijs, we lopen de deur met de onze plat, ze rollen niet meer van de band, hij kan niet zo goed met internet overweg (onderdelen ... ?) en binnenrijdende klanten gaan voor en dure 2e huis bezitters komen ook hier vertoeven om hun dikke glimmende bak bij de gebroeders te brengen. Zoals vroeger al, ze zitten er nog, maman gedag zeggen, praatje pot. En jawel hoor, Phillipe rent alweer door. .... En vergeet onze Def of die rotklus; op internet zoeken naar onderdelen. Hij moet het doen, de chef werkplaats, maar geen feeling voor. Wel voor de auto's die ff snel kunnen, de telefoontjes. Hij baalt na al die jaren van ons, wij van hem, maar het is hier dus absoluut niets persoonlijks. 
Een zeer bevrijdend verschijnsel van het ons kent ons op het Franse platteland. Uiteraard kennen we iets van elkaars prive scores, en passant, veel via de wandelgangen, dat scheelt in het accepteren wie iedereen is, als onveranderbaar, een stukje van de kleine gemeenschap in een enorm groot ontvolkt gebied.  Een verbondenheid die ik niet (her)ken vanuit mijn vaderland.


 Showroom, kantoortjes, halletje met iets dat je ooit een toilet kon noemen. Je kunt er wel een plas doen, maar je houdt het liever op. Ik durf in die ruimte namelijk echt niets aan te raken terwijl ik nou ook weer niet zo schoon ben. Wachten op je auto doe je daar staand, drentelend, werkplaats in, en uit, rondje, rokertje, rondje in het park langs het riviertje, nog een rondje. Daar staan tenminste bankjes. Marc wil leren en zien, dus wil meehelpen. Soms mag hij al, 'laat hem maar' zullen ze denken. 


Laatst ging ik wat liters tanken, nooit veel, ze zijn duur in verband met een geringe opslagcapaciteit en de afstanden over kronkelweggetjes wat bevoorrading duur maakt. We komen even minder in een grote stad om goedkoop de tank vol te gooien, dan maar vaker even maman gedag zeggen en voor wat tientjes diesel kopen. De laatste weken, of nee, maanden al?, zie ik Jean-Jacque achter de ruiten van de vissenkom alias receptie zitten. Leuke babbel, serieus geneuzel en het weer of een nieuwtje ten spijt, ik mis haar wel.
Want laten we eerlijk zijn, negenentachtig jaar, al zo lang alleen, elke dag, 6 dagen per week op kantoor. Ik zou het toch al eerder los gelaten hebben allemaal. 
Heel voorzichtig informeer ik naar haar, ik kon mijn oren niet geloven en mijn lachen niet bedwingen. 
Die is bij haar nieuw vriend ingetrokken, in de stad, een uur verder rijden de Cantal in. 

maman's vissenkom

maandag 10 juli 2017

Beestjes

In een bos wonen beestjes. Hele grote en vele kleine. Uiteraard 's zomers wat meer van die kleintjes en 's winters gelukkig een kriebelluwe periode om de eerste vlinder met blijdschap te begroeten en hopen dat de cicades niet de acacia naast het huis uitzoeken om te bivakkeren.
Ik ben altijd gek geweest op alle soorten dieren, ook die kleintjes. Op de mug en de wesp na voerde ik vele gesprekken met de 6-potigen als kleine meid in de gezamenlijke kruidentuin van het biologische moestuinencomplex waar ik mijn vader vaak vergezelde als hij de groenten ging oogsten. Mijn broer verzamelde insecten die hij met zorgvuldigheid op spelde in een verdiepte lijst met een glasplaat ervoor. Ik had er liever een babbeltje mee en fluisterde de beestjes waarschijnlijk toe dat ik later ook voor hen bloemen zou zaaien als ik ook zo'n tuin als papa had. Dan konden we verder kletsen, want pap z'n fietstassen waren vol en we moesten op huis aan.



Als kind wilde ik graag in een heksenhuisje in het bos wonen. Geen idee wat dat inhield, wel het plaatje van afgelegen, klem tussen de bomen met vogels en hertjes en muizen en vlinders en bijen. Ik denk dat het mijn moeder was of de realiteit zelf dat dat iets onwerkelijks zou blijven tot het onbevattelijke de realiteit werd die ik persoonlijk nog steeds niet bevatten kan. 
Terwijl ik schrijf, staan beide zware deuren tegenover elkaar open. Een malse zomerbui laat het bedwelmd ruiken, een zomerparfum dat niet in een flesje te vatten valt. Een flesje gecreëerd in Grasse. De kleine mugjes vallen pas op als ze steken, ze laten zich rustig pletten tussen huid en eelt op mijn vinger. De glimwormpjes gloeien fel groen op in de holtes en spleten van de stenen muurtjes rond het huis, soms flikkeren ze. De mannetjes kunnen wel vliegen, ze zijn zo talrijk dat ik het aan kan zien dat ze zich doodop vliegen naar het kunstlicht boven ons bureau. 
Dan woon ik toch 35 jaar later in een heksenhuisje klem tussen de bomen, met klaterend water, een dak niet van peperkoek maar van zware natuurstenen en beestjes die het aantal in dat kruidentuintje van toen overdreven overtreffen.
Uiteraard ook een keur aan minder prettige insecten. Niet enkel de mug of de wesp. 
De paar die me op volgorde van gruwelijk/eng/vies/vervelend naar net-te-doen opvallen; met stip op 1 de teek. Op 1 omdat het een parasiet is, ze er heel vies uitzien, ze gemene verdedigingstrucs hebben (wondjes, ziektes en allergische reacties) en het hele jaar door voor gruw zorgen, het altijd alert zijn. Op 2 alle steekvliegen. Waaronder dazen, (enorme paarden)horzels en de ergste de prikvlieg. Ziet eruit als een gewone vlieg. Geen huis- of strontvlieg, geen bromvlieg, maar een gewone vlieg, die steken kan. Fel en venijnig met een pijnlijk bultje nadien. Zijn we na jaren gewend aan de gewone vliegen die we vaak wel laten lopen op hoofd, arm en been, maar komen deze suckers de bocht om. Het verschil tussen steekvliegje en gewone vlieg is niet te zien. Op 3 de oogstmijt. God dank maar 1 periode per jaar; tijdens de oogst. Een enkeling die zich in het seizoen vergist, maar dat is te overzien. Vanaf eind augustus tot een eindje in oktober legt de oogstmijt zijn eitjes net onder de huid van zoogdieren en spuit een stofje in de huid om een tunneltje open te houden voor de larve die uit de huid moet kunnen komen om tot oogstmijt te transformeren. De stof om dat tunneltje open te houden jeukt verschrikkelijk bij mensen. Het is geen allergie of ziekte, het is een beet van de oogstmijt, ook een parasiet, gruw. Op 4 kom ik uit bij de muggen. 3 soorten die buggeren, de gewone, de kleine mugjes, wellicht die ondingen die ook in Ierland, Schotland en Scandinavie kunnen teisteren en de tijgermug. Ik sloeg er reeds 1 dood, dus weet dat ze hier zitten. Ik ben niet heel bang om er ziek van te worden, het is enkel een zorgelijke waarneming, "ook hier, gij tijgermug". Op 5 de dazen, horzels en andere soms zo stille sluipers die je tot bloedens toe prikken en zelfs je ezels te grazen nemen. Zoals die keer dat ik een groot nest verstoorde tijdens hun ontwaken middels de zachte zomerzon die later heerlijk fel zal zijn om het dennen-nectar op te sabbelen, dat is warm zoeter en zo vloeibaar, happy hour voor wespen, pure horror. Op 6, ik mag ze niet vergeten, de processierupsen die goed gedijen en in de enige den huizen op de oprit bij het ezelhek... Tja. Ik ben er alert op en iedere processie krijgt een behandeling gasbrander. Ik zeg er werk voor af, jaag de hoeven naar de stal. De kippen eten ze alleen als ze goed door gebakken zijn.
Later op 7 de gewone vliegen, omdat ze te talrijk zijn, overal en altijd. Ook de kleine vliegjes in het bos die afkomen op je transpiratie, al denk je niet te zweten, ze ruiken je toch. Doen niks, maar landen graag op lippen, oogrand, neus en in je oren. De nog kleinere mikken hun landing zo secuur dat ze direct op je ooglid landen, zoals we ze het bij de katten en hond ook zien doen.
(Insecten als hoornaars, wespen en zweefvliegen horen voor ons niet bij bovenstaand lijstje van de vervelende beestjes. Ze vormen simpelweg geen enkele bedreiging meer doordat we veel over ze weten.)


De eerste jaren hier, leek ik aanlokkelijk voor alle boven genoemde vervelende insecten, krabde mijn huid open, had maanden bulten, jeuk en rode vlekken. Ook stevige allergische reacties die ik met zalf en pillen van de apotheek dacht te kunnen bezweren. Niet dus, bleek weer wat jaren later.
De pracht en praal van de enorme biodiversiteit in dit gebied, het stuk bos waar we leven en in de tuinen die we hier hebben vorm gegeven naar vrij inzicht, doet die enge en vieze beestjes teniet. We tolereren ze, vinden ze gevaarlijk of voor ons volkomen functieloos en soms ook destructief. Voor de natuur, de tuin, in de voedselketen zijn ze onmisbaar. We onderkennen dat het 1 geheel is, onze keuze er intrinsiek onderdeel vanuit te maken. De verbondenheid met ook echt alle beestjes wordt steeds completer. 
Ook de last die we van de teken en dazen en muggen hebben wordt minder. De ergernis blijft, zeker die steekvliegjes, die laten zich niet doodslaan. Maar ach, ze doen maar, het deert niet zo meer.


Dit jaar is het jaar van de bloemen. Zelfs verwaarloosde bomen en struiken, alles bloeide en bloeit dit jaar uitbundig en lang. Ideaal voor mijn natuurapotheek maar ook voor de insecten, de beestjes.
Het begint natuurlijk vroeg met een bij op verkenningstocht tijdens een nog frisse maar zonnige februarimiddag. Of een citroenvlinder die een erg genoeglijk en warme overwinteringsspleet in de muur gevonden heeft. In het bos bloeit altijd wel iets, het hele jaar door. Longkruid, het stinkend nieskruid, wilg en hazelaar en andere subtiele bloeiers. Na lentebuien en wat zon in mei komt de eerste invasie vliegen. Wat in het bos leeft, leeft ook in ons huis en bijgebouwen. Ook de motten, liever noem ik ze nachtvlinders. Hun keur is verbazingwekkend. Misschien omdat ik buiten veel voor koolwitje aanzie, en zwart-witte vlinders als zwart-witte vlinders. Het is alles te divers om erop te studeren en te determineren, te vliegensvlug ze te fotograferen. Ik mis kennis, tijd en materiaal.
Bewonderen en genieten, me rijk weten ze allemaal te willen zien is me ook veel waard.


Uiteraard zien we de diversiteit ook veel terug in de moestuin. Een stuk bos op steil terrein dat we inventief gebruiken, in samenwerking met de aanwezige natuur, om ons te voorzien van groente, fruit, noten en kruiden. Niet alle beestjes zijn welkom voor de groenten, daarom een steeds meer uitgebalanceerd evenwicht met bloemen en kruiden. Dat juist ook weer mooie en andere insecten aantrekt, helpende pootjes waar we dankbaar voor zijn. Veel wilde bijen en andere bestuivende insecten. Veel vlinders, weinig rupsen tot op heden. De glimwormen blijven magisch, zeker als er een sluier mist op het terrein zweeft door de bui op warme aarde. Zilverwitte nachtvlinders landen op mijn arm terwijl ik foto's zoek van beestjes voor dit schrijven. Een mannetje glimworm, die niet glimmen kan, crasht letterlijk op zijn rug met gespreide vleugeltjes op m'n memo-blok. Krabbelt overeind en vliegt op voor de volgende crash elders. Een mugje druk ik dood zonder scrupules, een teek pluk ik uit kater Sjakie die zo op het bureau komt staan dat ik er goed bij kan, die is ook niet gek. 


De keur blijkt bijzonder. De soorten hommels, bijen, zweefvliegen, torren, kevers, vliegen, spinnen, rupsen, vlinders en die-met-heel-veel-pootjes is voor mij te veel. Dit geldt ook voor mijn ooit-inventarisatie in 2010. Met boeken en internet getracht alle soorten planten, bomen en bloemen, paddenstoelen, mossen en varens te benoemen. Geen doen, veel te veel. Laat staan insecten. Tot aan mieren en veenmollen toe, heel veel soorten. Sommige veelvraten en jagers zijn welkom en we hebben al veel ludieke verdedigingsmechanismes gezien. (zie; Sproeikever
Toch is het gezoem, getjilp, gefladder, de beweging en de kleuren en zelfs de reactie van insecten als je ze benadert nooit zonder effect. Ze zien en horen je, zijn ook mij gewaar. Want van elk insect zomaar een foto maken gaat zomaar niet. Hoe een mantis me observeert als ik probeer er foto's van te maken is opmerkelijk. Haast defensief keert het dier zich naar me toe, dit zonder werkelijk van pose te veranderen. Deze was verkleed als een graansoort, een aar tarwe en hing ondersteboven in de bloeiende koriander. Na een paar steken van veldwespen in 1 milliseconde en weken later een confrontatie bij een waterbak in de moestuin besloot ik het met hen op een akkoordje te gooien. Ik mag ook mijn gieters vullen voor de plantjes water te geven, wat hen weer van eten verschaft en ik zorg ervoor dat het water blijft stromen door voor de bron te zorgen en flexibel mee te gaan in de toenemende droogte en warmte van een veranderend klimaat door te letten op het watermanagement in dit kleine gedeelde biotoop. We delen, de behoefte en de zorg. 


De plakkende vliegenstrips blijven we gebruiken. De spinnen vangen niet alles weg. Ondanks sommige 8 potige waarvan je wel zou verwachten dat ze veel vette prooien vangen in een groot web. De kelderspinnen, zoals wij ze noemen, zijn enorm, met harige poten, een lijf in 3 stukken. Lopen razend vlug, we zijn elkaar gewaar, alles mee gezegd. Verder de ragfijne spinnen die je alleen kunt zien als ze al een paar centimeter groot zijn. Als van glas, maar het kleine eivormige lijf gaat toch opvallen. De kleintjes die in de muren wonen, op het ruwe graniet met het grove oude voegsel is spinnen rag onzichtbaar. Alles dat in het bos woont, woont hier ook binnen.
Daar moet je trouwens tegen kunnen, in elk seizoen wel een soort invasie. Midje winter heb ik steevast 1 mug in de slaapkamer die zo wijs is pas op jacht te gaan als ik al in het centrum van dromenland ben waar ik metaforisch me laaf in de vrije oase van rust met utopische voeding en het leven van de liefde. De paar weken erop zal ik het weten zo diep in dromen verzeild te zijn geraakt dat ik dat onding met vleugels niet heb opgemerkt. 

Met ons kunstlicht brengen we insecten natuurlijk ook in verwarring. We hebben witte doeken gespannen tussen de balken. Om het lichter te hebben in de woonkeuken c.q. salon en iets van isolatie. Met de lichten aan trekt dit nu, met ramen en deuren open, heel veel soorten insecten. Tot aan een soort juffers aan toe. Motten of nachtvlinders, rond spinnende vliegjes en ook kruipers zijn van de partij. Dat lokt gelukkig ook rovers zoals de vleermuis. Er woont een klein gezin onder het dak. Altijd bescheiden gebleven in aantal. Net als dat de hagedissen en slangen hun plek hebben & kennen. Daarom is 5 katten voor hier ook meer dan genoeg. (Getuige gelukkig ook het aantal en de diversiteit van vogels in het bos en rond het huis.
Als ik 's avonds laat nog achter de computer zit met 1 lamp aan, komt er regelmatig een een rondje of wat door de kamer vliegen. Zelfs achter de paal langs die het bureaublad ondersteunt en dus ook vlak voor mijn neus de bocht maakt. Ik buk niet, weet dat het dier z'n sonar heeft. Ik kan het soms zelfs horen, een fenomeen dat in je hoofd plaats heeft, je weet dat het van buiten komt. Via elk oor komt hetzelfde binnen, de trilling wordt gecentreerd in en door je hersenen waar genomen. Het is en blijft een rare gewaarwording ze te horen. Ik laat ze, het is leuk om de ruimte te delen met hele andere wezens en toch mijn eigen comfort zone te kunnen behouden.


woensdag 14 juni 2017

Lekker weer?

Vandaag wéér hitte dealen & verdrogende grond.
deze mist belooft de hitte van de dag
 We zijn eraan gewend; al die maatregelen om de warmte enigszins op afstand te houden en rekening te houden met een verdrogende aarde en dus een bron die steeds minder water geeft. 
Alle ramen, deuren en luiken dicht, 's middags niet naar buiten, op tijd beginnen met de tuin sproeien, kort, 5 minuten per vak, om dan 4 uur te wachten tot het reservoir weer vol is. Alle klusjes voor 11 uur of na 17:30, dan is de zon weg. 
Toch is het onmogelijk een normale hap lucht te genieten. Het is te dik en lijkt warmer als je longen zelf zijn. Ledematen voelen zwaar, bewegen moet een stukje trager, ademen bewust en als ik dan wel wat 'moet' doen, dan ook bewust die poriën maar open houden. Zweten lijkt een gave, niet iedereen kan dit. Irritant was het ooit; die druppels die letterlijk van het lijf vliegen bij de geringste inspanning. Maar het went alleen het omschakelen na winter en lente duurt een paar dagen.
Ook geleerd dat de locals hetzelfde doen. Net als dat je logischerwijs de weg niet op gaat -voor werk of boodschappen, al helemaal niet voor de lol-, als er sneeuw ligt. Als men dan zo nodig toch moet is zonnehoed of pet een soort verplichting en bedekkende kleding.

De moestuin doet het bijzonder goed tijdens deze hitte. Toch vraagt alles ook extra zorg en zeulen met gieters daar waar de sproeier niet kan komen is een tijdrovend klusje met de immer aanwezige zorg; die bron. Er blijken geen experts te bestaan, het systeem uniek en vermoedelijk toch een lekkage, scheur in het reservoir, een splitsing van de bron boven het reservoir of erger; de bron is stervende. (Door klimaatverandering?)

De hond eet amper en is ook tussen 11 en 18 uur niet echt actief te krijgen. De kippen zijn loom en blijven vrijwillig liever wat langer binnen. Sommigen hebben geen lust om het dagelijks ei te produceren. Katjes blijken het best te vinden en strekken zich voor pampus uit onder de auto of elders in de schaduw. Ook 's Avonds is de warmte nog aantrekkelijk. Dan wordt er lui gelegen op de nog warme stenen. 's Nachts is het poezige spul zeer actief, zat te doen, muizen te over en die indringers natuurlijk. Big lijkt het allemaal niet te deren. Gelukkig denkt hij dat hij een kleine ezel is, blijft bij hen in de buurt. Die schuilen in de koele vliegvrije stal tussen midi en 19 uur. De ezels laat ik 's ochtends soms vrij op de hellingen onder het huis. Daar kunnen ze mals groen eten tot ze knappen en hebben ze de vrijheid naar een stalletje terug te gaan. Op echt rotdagen, met temperaturen van 30+ in de schaduw en geen zuchtje wind, kun je de klok erop gelijk zetten dat ze binnen uit gaan buiken, waarbij varken Big eerst in de drinkbak gaat staan om het verhitte lijf te koelen.
Jaja, dieren hebben hun gewoonten op een verstandige manier. Hun natuurlijk habitat laat ons zien dat ook de mens zou moeten schuilen voor de zon, net zoals voor ander (nood)weer. We volgen hun goede voorbeeld.

Lekker weer is geen lekker weer. Weer is weer. Je kunt je ertegen weren.
hoeven hoeden op de vroege ochtend
want de rest van de dag is het te warm om hen aandacht en zorg te geven

zondag 11 juni 2017

indringers gesignaleerd

Drum
is heel graag bij ons in de buurt, beste bietser ooit, maar aanraken is echt taboe
Het werd weer laat met logees in huis, ik had dus nog niet zo lang geslapen toen kater Sjakie me wekte door zich met kracht uit mijn omhelzing te wurmen om op de vensterbank te springen en door het hor-loze raam te gluren. Ik hoor ver weg katten gekrijs. Ruzie met maar 2 mogelijkheden. Of poes Sooty is katertje Zen aan het sarren of is het een van de onze versus een wilde kat. Wellicht probeert dit dier toegang te krijgen tot de troep plus habitat en kattenbrok.  
Ik hoor hoe Castel richting het onmin loopt en begint met blaffen. Ze twijfelt en dat hoor ik voor het eerst. Meestal rent ze blaffend het bos in daar waar ze wild ruikt en hoort, waken doet ze 's nachts uitstekend. Nu voel ik me gedwongen iets aan te trekken en poolshoogte te gaan nemen. Met een koplampje op sta ik slaperig en met bonzend hart buiten. 
De temperatuur is overal hetzelfde, krekels als monotoon geluid, de uil die de onrust een stuk doorgeeft aan het bosvolk door te roepen, veel geritsel in de kippenren op de helling achter het zwembad en de hond die gefrustreerd voor het zwembad langs rent. Aan beide kanten is er een muur die te hoog voor haar is erop te springen. De kippenren is vossenproof, dus ook voor haar niet toegankelijk tijdens de nacht.
Dit alles beschenen door fel maanlicht.
Met het lampje zie ik een kat. Groter dan ons onaantastbare cypertje Drum, maar dan zonder witte sokjes. Ook voor deze wannabee-aanloper is de kippenren de eerste keer een gevang. Opgemerkt worden door alle bewakers, te weten 1 hond, 1 mens en minstens 4 katten, want Sjakie bleef doodleuk binnen in de vensterbank liggen,. Soort van lering ende vermeack. 
de kippenren
linksvoor het zwembad met doorlopende muur tussen 2 gebouwen
boven en achter is alles afgesloten met hoog gaas
Ik zal toch Castel de ren in moeten laten. Helemaal achterom de schuur lopen, helling beklimmen via een smal half dichtgegroeid paadje en daar het hek open doen ziet mijn slaperig onderlijf niet zitten. Dus doe ik het hekje op de muur open en til de hond erdoor. Ik klim er in kamerjas achteraan en spoor Castel aan de helling even uit te kammen. Nog 1 blaf en wat geritsel. Dan is het plots stil. Echt even helemaal stil. Dan komen de krekels terug en zie ik Zen op het dak van de Landrover. (Hij is een pacifist en pestpaal.) Ik twijfel hoe hard ik de hond terug zal roepen, ik riep haar al eens zachtjes maar het is en blijft even stil. Er liggen tenslotte vrienden en een echtgenoot te slapen, het is half 3 's nachts. Mijn 2e roep doet van alles ritselen in de ren, de trouwe viervoeter komt stilletjes en onzeker terug. Er volgt een hondensnoepje en een kroel, dan kan ik ook weer terug naar bed.

In het oude zwembad, waar we voorraden bewaren en de was drogen, vind ik ook al tijden de zakken keukenrestjes kapot en deels aangevreten. Restjes voor het varken, soms te veel om op 1 dag te geven. Ook de zak met brood ligt er steeds anders bij en er wordt flink geknoeid door de dief op 4 poten. Castel kan er niet in, dus zij is het niet. Zo heeft Marc laatst ook 2 keer een rode kat gezien op het bospad en op de oprit. Of het verwilderende katten zijn weten we niet, nieuw is het wel. 
Vossen, dassen, marters, reeën en wilde zwijnen zijn duidelijk en wij voor hen. Maar een kat die zich aangetrokken voelt door deze oase, zal een harde dobber hebben met het betreden van het territorium. Het bracht Castel ook in verwarring, hoorde uiteraard dat het gevecht niet 100% een interne aangelegenheid was, dat alarmeert. Maar een kat is geen vijand, ze heeft er 5 om zich heen, "dus moet ik nou blaffend wegjagen of weer gaan slapen?" 
Mij ging het vannacht om de kippenren. Daar wil ik geen vreemde katten in hebben, ook niet 's nachts als de kippen in hun gesloten nachthok zitten. Voor de rest is het aan onze katten. En daar hebben we alle vertrouwen in. Ook doordat ik vanmiddag, na het overkomen van een onderbroken nacht, geen schrammetje kon ontwaren bij de 4 die zich wel rond het gewoel bevonden en waarvan er één toch flink gevochten moet hebben. Ik kom namelijk niet snel mijn bed uit voor ruziende katten, dat is hier vaak snel beslecht en het gaat om niks. 
Ach ja, dat heb je in familie's.

Zen & Drum -hechte vrienden-