vrijdag 21 april 2017

De vraagbaak en een broodtrommel

Ooit kocht ik wat oude 2e hands boeken die naast de koffietafel in een Remonstrantse kerk werden verkocht. De prijzen varieerden van 20 centen tot een euro of 3. Soms kocht ik boeken voor de kaft, of de titel, zonder het ooit te lezen. Ze verhuisden mee, ook naar Frankrijk om hier in dozen nog wat te staan.
We zijn beide gek op boeken, al voor we ervoor kozen de TV de deur uit te doen. De verzamelingen zijn samengevoegd en tijdens lange winteravonden vonden en vinden we nog altijd ongelezen werk. Jaren geleden zocht ik er alle groenboeken uit, alle boeken over voor mij boeiende spiritualiteit, religie, filosofie en bewaarde deze apart van alle anderen. Ook de kookboeken kregen een plankje in de kamer en daar bewaarde ik ook een verzamelwerkje dat ik nergens anders wist te plaatsen zonder het definitief uit het oog te verliezen. De 'Vraagbaak voor de vrouw'. Jaartal van uitgave ontbreekt. Het zal dan ook maar 1 uitgave kennen en is meer een encyclopedie voor de (huis)vrouw, vermoedelijk jaren 60.  Het stamt nog uit het postcode-loze tijdperk. Je kon de 12 deeltjes sparen middels de zegeltjes op de Sunil zeep. 3 Zegeltjes per deel die beginnen bij de A van Aanbranden en eindigen bij de Z van Zwezerik.


Zomaar een avond jaren geleden plukte ik het uit verveling uit de kast naast de schouw. Terwijl het vuur in de haard knettert spreid ik wat boekjes uit op tafel en sla er een open. Het lezen van de teksten klinken als het voorlezen van het polygoon journaal, zeker als je alle letters gearticuleerd rustig uitspreekt. Werkelijk alles dat een huisvrouw tegen zou kunnen komen in haar werkende leven, staat erin vermeld. Hilarisch om hardop voor te lezen. Over kamperen -voor de huisvrouw- tot aan elk mogelijke vlek te verwijderen uit textiel -door de huisvrouw-. Van inmaken tot bloedarmoede naar bouclé -betrekking hebbende op de huisvrouw- en terug naar adstringerend poeder -voor de huisvrouw-. 
Mijn oog valt op brood bij de B, deeltje 2. 

'Enkele wenken', leest het dik gedrukt, 'over het bewaren van brood. 1. Vers brood moet men bewaren op een droge koele plaats, in een afgesloten trommel. (Het bestaan van de broodtrommel verklaard?) 2. U zult uw kennissen graag laten zien, hoe schoon uw huis is, maar mogen zij ook in uw broodtrommel kijken? Of voelt u zich misschien een beetje schuldig bij het zien van die oude broodrestjes en kruimels in uw trommel? (Geen van twee lijkt me, en niet om die reden, we hadden er geen, de keuken al zo klein.) 3. In de broodtrommel moet u wèl ontbijtkoek bewaren, maar niet uw beschuit. (Even heel bot met een knipoog; we eten hier geen beschuit en ontbijtkoek eenmaal met een open verpakking houdt het net 2 dagen vol, dan is 't op.) 4. Leg bij warm weer het brood niet in de broodtrommel. (Er staat niet waar dan wel het brood te plaatsen bij warm weer.) 5. Oud brood lijkt weer op vers brood wanneer u het opwarmt in een niet te hete oven (van te voren korte tijd in een vochtige doek wikkelen). Oude sneetjes kunt u ook opstoven boven kokend water. De sneetjes zijn voor alle beesten behalve de katten. Oud brood eten we trouw op, of getoast, want ons brood is niet zomaar brood.

Ondanks mijn kritiek hebben we al die jaren met veel plezier en krampen van het lachen de deeltjes af en toe diagonaal doorgenomen. Het stukje over brood is voor ons dubbel leuk. Stukje 'Brood' is een ode en dringend verzoek toch terug te keren naar bruin brood in plaats van het steeds legere zoetere snellere wittebrood dat zacht is -als vissenvoer-. Laten wij nu het Franse brood ook vissenvoer vinden om er een broodmaaltijd van te genieten. We bakken het dus zelf in de grote oven, kennen de waarde van brood, over duizenden jaren heen is brood een soort van universeel en staat symbool voor in contact staan met de ander, betaal- ruilmiddel, verbroedering en leven. Na jaren eigen brood, het grootste deel van het jaar dus niet vers, maar uit de vriezer, blijkt na 2 maanden wat droger te worden. Logisch, niets aan te doen. (Vaker bakken is geen optie.) Sinds het stukje over die broodtrommel, zegt Marc het regelmatig; "We moeten eens een broodtrommel vinden."

Het blijft leuk en nog erg informatief ook. Zo wat voor jezelf proberen te zorgen in zo breed mogelijke zin doet je stuiten op hoe men het vroeger deed. Erg betrouwbaar en volledig is het niet (meer), google doet het beter. En omdat ik een hekel heb aan (internet)shoppen, kom ik zelden in steden, bij voorkeur niet in grote steden. Daar zie ik mijn weerzin terug tegen het leven om te consumeren, of iets dat erop lijkt. Veelal dingen die wij mensen niet nodig hebben. Zeer zeker niet bijdragen aan geluk of contact. Of dit nu contact met jezelf is of je omgeving. 
Onverwacht ga ik een dagje stadten met een vriendin. Eerste keer in meer dan 10 jaar. Of eerlijk gezegd, kan ik 'een dag de stad in met een vriendin' niet heugen. Zij bezorgt me een contact in de quad-business, ik maak haar verder wegwijs hier & daar. Samen weten we Emmaus te vinden, een soort kringloopwinkel, alleen om even rond te kijken. Ik ga er nooit weg zonder iets. Favoriet is de kleding, je hebt er ook net een appel en een ei voor in de super of de zomermarkt. 
Mijn oog valt op een eenvoudige houten broodtrommel... Verliefd, al is de keuken nog zo klein, een broodtrommel is wel zo fijn! Sunil Zeep.

woensdag 19 april 2017

Bijpraten

Soms gaan veranderingen tot op het bot, door het gaatje in plaats van tot het gaatje. Je leeft maar 1 keer en het gaat nog snel ook. In mijn geval is de input vaak te veel omvattend het ook diezelfde dag te verwerken. Al gaat het om de meest eenvoudige dagelijkse dingen.
We leden oponthoud in onze ontwikkeling. Van de Franse taal tot aan sociaal, persoonlijk en fysiek. Teren op oud vermogen, tegen jezelf aanlopen en dan weer even terug om vooruit te komen. Randgebeuren van het leven kreeg voorrang. Lieten we het nemen. Voor ons gevoel is er veel beslecht.
Zo is inmiddels een curator tot op het bot ontmoedigd en hebben wij de de poten om op te staan. Er groeit een soort van gras over oude Nederlandse bankzaken. Dit na volledige transparantie van mijn kant met tig documenten en een lange brief die eigenlijk zegt "dit of een grasmatje".


We zijn de periode van integreren nu wel voorbij. Bestempeld tot l'étrangers d'ici leven we ons leven naast het steeds meer verbonden raken met de natuur om ons heen, de lokale cultuur en wat hier als normaal wordt geacht. Dat valt niet altijd mee om uit je bubbel te stappen de wereld in. Die ik met belangstelling volg via internet, de TV zal ik altijd blijven schuwen.
Ons huisje boompje beestje heeft een dynamische vorm gekregen, uiteraard door haar organische aard. Alles is steen, hout, aarde, lucht, hitte en kou, water. We voegen ons op alle vlakken en creëren in de overgebleven vrije ruimte. Praktisch is dit op aards vlak; Een beetje uitkering, een beetje witte zelfstandige bedrijvigheid, een beetje ruilhandel, zo duurzaam mogelijk, een beetje donker gerommel in de marge. Mentaal is dat huis, tuin, dieren, het leven hier dat voor alles gaat en dat slokt tijd en toewijding. Vrije tijd voor jezelf is zeer spaarzaam. Niet erg, het is alles toch bijzonder en mooi en anders wel leerzaam, hoe pijnlijk ook.


Onderwijl is er hier veel hetzelfde gebleven en veel verzorgd. Nooit is iets hier echt af, maar sommige dingen beginnen erop te lijken. 
De moestuin is prachtig aan het worden, en jawel, nog niet klaar. Uitbreiding met een nieuwe kas die deels walipini* is. (*een deels ondergrondse kas) Een proefveldje voor nieuwe gewassen, om te kijken of het bestand is tegen de grond en het klimaat. Ik ga het mezelf niet al te moeilijk maken, maar wens wel variëteit. We leerden dat een walnoot in je moestuin niet zo'n best idee is, dus breiden we uit richting de andere kant dat aan zal sluiten met het terrein voor ezels en Varken.


Met ons ezeltuig gaat het uitstekend. Sarko de Grijze heeft nu een pakzadel en leert er mee werken. Nog wat technische hobbels te nemen met de maatvoering van het zadel en de adolescentie van Sarko. Ollie is nog het veulen dat toch aardig wat initiatief kan vertonen. Beste maatjes en zeker als het om het ontgroenen van een varken gaat.
Sinds een week hebben we Big, later als ie groot is heet ie Mister Big. Eén leek ons praktischer en is goedkoper, nog goedkoper. Hij heeft een bloemkooloor en leed een zonnesteek die eerste dag hier buiten. Schaafwondjes van ezeltanden tonen aan waarom hij voorlopig liever in het stro vertoeft. Wroeten leert ie later wel, gelijk heeft ie.
De kipjes hebben een ren. Gesloten. We zijn vorig jaar begonnen met het handmatig draaien van eieren in een kleine couveuse. Door gefokt als leghennen nu zijn broeden ze niet. Van alle gekregen bevruchte krielkip-eieren hebben we 1 krieltje over die.... niet broeds is. Oma Kaalnek, drie andere kipjes en Haan #9. Marters, buizerds, vossen, losgebroken jachthonden, slangen, ziektes en het hakbijltje deed vele vele hanen  en kippen sneuvelen. Haan #9 bleek de beste na het verliezen van zijn staart door een aanval van een vos. (Een heuse zoektocht in de regen met de hond in het donker bracht dit aan het licht.) Voor ons eigen kippenvlees zorgen blijkt te resulteren in het moeten hebben van een ren. Zo gingen we proletarisch shoppen voor gaas. Dat is een verhaal apart... De rust die de ren met 1 haan geeft is bijzonder. Geen gekraai, geen verliezen meer als we 's avonds nog steeds dwangmatig tellen of ze allemaal binnen zijn en we hoeven ze niet tig keer per dag uit de moestuin te jagen.
Katjes alles chill, hond gezond en zo rommelen we hier verder.


Soppen bij de familie Ravelac (echte naam bij mij bekend) en het grote huis van m'n vrienden gaat wekelijks tussen de bedrijven gewoon door. Groenklussen ook wel mondjesmaat. Ik wil zoveel mogelijk extern werk afbouwen om thuis meer tijd te hebben. Maar de facturen moeten ook betaald. Ik ben lenig en kan de spagaat wel aan. Van financiële shit word ik nog flexibeler dan ik al was. Lief renoveert, construeert, bedenkt, voert uit, doet altijd wat, stopt nooit. Kleine projecten, 3D projecten (it still pays off), grote projecten als de kas of de kippenren, er moet wat te doen zijn, te maken, te creëren. En alles is nog goed, praktisch, solid of gewoon prachtig mooi.


Ik krijg steeds meer rust in wie ik ben, ik neem de ruimte, de vrijheid. Leverde ook genoeg in afgelopen jaren, maar wat eenmaal van mij was, kan ik me toch ook weer toe-eigenen. Op ook mijn eigen verzoek en voor alle trouwe lezers die me al zo lang volgen, was dit 'even bijpraten'.

dinsdag 11 april 2017

Levensvreugde


Je hebt Droom, die soms hand in hand loopt met Fantasie 
Inspiratie kan gezelschap hebben van Intuïtie
Moed is onafscheidelijk van Doen 
Als Pure Intentie maar de basis is en Kans ook de kans krijgt
Verlangen en Passie zorgen voor de chemie 
Zo vormen ze allemaal samen een schitterende realiteit. 

Misschien nog zintuigen en een hart om het waar te nemen als het eenmaal zover is 


maandag 10 april 2017

Observaties


Sleutelbloem
Ze staan er om en om te wuiven in hun rozet van bladeren op de taluds die de wegen scheiden van de weilanden. Thuis zijn ze al uitgebloeid. De oogst van vorig jaar met nat weer geplukt, dus het drogen van de bloem die zo lekker is in pannenkoeken was verloren aan de schimmel. De wind is niet zo fris meer, de zon schijnt fel, het gevaarlijke aprilzonnetje. Er glipt een kleine slang weg die op een open plek in het gras lag wakker te worden. Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor het storen. Ik pluk maar een tiental meters sleutelbloem uit het gras met paardenbloemen. Mijn hand gaat ernaar geuren, of het is de tas die onder mijn neus bungelt, al snel vol genoeg, voldoende. Voor in de kruidenthee.


Bij & Brem
Nu de kippenren een feit is, is het pluimvee gedwongen zich te begeven op het oude terras boven achter de schuur en richting het oude zwembad. Marc heeft koste nog moeite gespaard achter de schuur een nette goot te maken voordat de dakplaten erop gingen. Die goot schoon maken van zand, tak, eikels en blad nis nooit makkelijk geweest. Echt loopruimte is er niet. Ik klem mezelf tussen rotswand en dakstenen en platen om tussen mijn benen door acrobatisch met veger en blik boodschappentassen te vullen met wat ik er aantref. De kippen graven en graven maar. Ook op die rotswand boven de schuur. Plok, tok, boink, pats. In no time ligt die goot vol met veel zand, erg veel steentjes -die pokken harder op de dakplaten- fiksere takken en het blad en de eikels lichting 2016. Dit keer 6 boodschappentassen vol die ik getrouw terug naar hun ren sjouw. Wel zo ver dat ze diezelfde lading niet weer naar benee kunnen harken. De rotshelling biedt ook ruimte aan mos, plantjes en premature eiken. En één bremstruikje dat dit jaar voor het eerst bloemen heeft. Niet voor ons dat struikje daar. Wel voor de kleine Bij die ik ontwaar tijdens een korte pauze van dit stoffige rotsklusje. Ik kijk hoe Bij van bloem tot bloem vliegt. Leer het verschil tussen 'al bezocht' en 'nog niet bezocht'. De laatste zijn maar voor de helft open, de half gekrulde meeldraden met hun oranje voetjes zijn nog niet zichtbaar. Bij weet hoe het moet. Gaat bovenop de onderste bloemlip zitten, trappelt met zijn achterste pootjes op de 2 nauw op elkaar aansluitende bloemblaadjes en  poeff de bloem springt open en de meeldraden flappen eruit met de oranje stoffige voetjes op de rug van Bij. Bij lijkt te bedanken voor hij verder vliegt.
Ik peuter ook met twee heel kleine stokjes op de bloembladeren... niks. Ook met mijn vingers krijg ik het enkel met voor de bloem grof geweld voor elkaar deze de meeldraden te laten tonen. Vernuftig is Bij.


Vinken
Ik weet dat ook vogeltjes in de lente op hol slaan. Ze sloven zich uit, houden poetsen-lokroep-poetsen-lokroep uren vol, aan 1 stuk op 1 en dezelfde tak. Vooral de koolmees laat zich zo zien. Hij keurde wel de nestkast af. Die hangt hier al jaren, hoog, veilig en beschut. Maar de vogeltjes hebben er geen zin in. Misschien omdat moeder natuur ook voorziet in zat andere mogelijkheden voor uitbreiding.
Onbezonnen als ze nu zijn, vallen er soms wat ten prooi aan onze katten. De vinken maken het erg bont. Die zijn zo strijdvaardig de beste dame te veroveren, dat ze elkaars territorium terroriseren wat vorige week bijna uitmondde in de aanvaring met een mens. Te zeggen, ikzelf. Ik zag ze net op tijd in mijn ooghoek, want al dat gekwetter in een zonnig ontwakend bos overstemt veel. Dook weg en die vinken leken mij niet eens te hebben opgemerkt. Met elkaar al vliegend op de vleugel. Sarko draait ook de oren en kijkt omhoog. (Niets ontgaat hem, Ollie, z'n maatje, is de dromer.


Vlinders
Onvoorstelbaar veel dit jaar al. Een enorme diversiteit. Ongestoord door de vele andere kleine vliegers dartelen ze ongemoeid van water, naar hout, naar bloem en warme steen. Ook met gemak tussen de in de lucht graaiende kattenklauwen door. Er sneuvelde wel een koningspage in de emmer met zeep en nog af te wassen cakevormen. Een rotklus. Terwijl we even buiten op het terras zitten zien we weer een koningspage op en later in die emmer vliegen. Een ingezeepte vlinder. Afspoelen of niet. Ik zet het gedoopte insect op de rand van een stenen bak. Daar hopen we dat hij schoon is opgedroogd zonder ernstige schade. De zeep is gewone groene zeep, we zullen het nooit weten. Er vliegen er gewoon te veel van rond.
Ook tijdens een rustmoment met boek en schrift met de voeten in de bergbeek, zie ik ze ruzie maken in vlucht, ik zie bijna wolkjes vleugelstof. Oranjetipje vs. Citroenvlinder.

https://www.afanja.nl/lichtlijnig/
Zweefvlieg
Ze zien er een beetje uit als wespen, prikbeesten dus. Maar het verschil is enorm groot en heel makkelijk te zien. Voornamelijk door het zweven, als helicoptertjes. Ze zonnen graag en zeker als er in de buurt ook water is, en wat te eten. Ze landen vaak op mensen. Vingers hebben hun voorkeur, overzichtelijk oppervlak, ready to take off. Maar als je ze laat gaan ze uitvoerig met hun zuigstampertjes je huid af. Zout, denk ik. En anders is het toch rommel voor m'n vingertop en iets te nassen voor de kleine zwever.

zondag 26 maart 2017

le guérisseur


Ik leg mijn handen in de zijne. Mijn werkhanden in handen die enkele vingers missen. De resterende hebben eelt, sommige geen nagel meer, wondjes en korte gescheurde nagels. Hij knijpt en wrijft zachtjes mijn handpalmen, muis van de duimen en zegt me hem aan te kijken. Ik zie zijn slechte vieze tanden, ongeschoren kin, een leegte door de spleetjes van zijn oogleden. Al snel zie ik dwars door hem heen, in mijn ooghoeken beschilderde dakstenen van dankbare cliënten en een foto van zijn vader met de koeien en een hond, een prachtig sepia portret. De telefoon is al 3 keer overgegaan, hij neemt niet op, is bezig met mij. Apart, alsof de wereld niet bestaat.
"Het is goed. Je zit vol ontstekingen, maar het is niets 'mechant'." Wat niets ergs betekent, geen bijna terminale status, adem maar rustig door. Hij blijft mijn handen koesteren, zoals geliefden dat doen tijdens een verdrietig woordeloos moment. Hij blijft zichzelf herhalen, "vol ontstekingen, je lever, niets ergs, sus sus, het is goed, je bent moe, ontstekingen", terwijl hij me aan blijft priemen. De wereld bestaat voor ons beiden niet meer. De telefoon blijft overgaan, hij verroert geen andere vin dan zijn handen onder de mijne. Ook ik ben me er niet meer bewust van terwijl ik het ding wel hoor rinkelen.
Zijn rechterhand blijft mijn linker koesteren en geruststellend wrijven terwijl zijn linkerhand, die enkel het topje van de duim mist, over het bureautje en beschreven bevlekte enveloppen reikt richting mijn borstkas terwijl hij nadrukkelijk om toestemming prevelt, "Puis-je?" Zoals de eerste keer stem ik glimlachend toe. Zo schaapachtig als ik het mezelf zie ontvangen, zo ik nu dan denk dat ik toch niet helemaal helder heb kunnen blijven. De tijd ging er ook te snel voor. En die telefoon rinkelt maar door.
Hij staat op en gebaart me hetzelfde te doen. Raakt cq wrijft met de rug van zijn hand over beide longen, zakt af naar mijn hart waar hij een borst ertussen voelt zitten. Weer houdt hij mijn linkerhand zacht en warm vast terwijl de ander exact de plekken in bil en rug raakt waar het zo zeer doet. En geloof me, ik zei bij binnenkomst enkel dat het prima gaat maar wat last van onverklaarbare pijntjes had. Heb. Niets verteld over waar, niet over dat ik bloed heb laten prikken, niks als vooraankondiging.
"Puis-je?", terwijl hij nog een keer langs de pijntjes gaat met die incomplete hand-die-eigenlijk-niks-doet. We gaan weer zitten en de telefoon gaat weer over en rinkelt uit. Ik moet opeens een paar keer diep zuchten en André kijkt me tevreden aan. Hij weegt mijn handen alsof het gewicht ervan in goudstukken betaald moet gaan worden. Mijn vingers waren koud bij binnenkomst, nu zijn het de zijne. Opeens is het klaar. Sta ik op, gaan de honden tijdens een glaasje siroop een robbertje vechten. (Altijd, die twee...)
Ik weet dat hij het geweldig vindt als ik eens spontaan met de ezeltjes en de hond aankom met een tasje lekkers van eigen makelij. Daar gaat de volgende keer een flesje pastis en een eigen gedroogde worst bij in. Ruilhandel met de buurman.

Het was op een dorpsfeestje in 2009 dat wij vaag iets oppikten over een dorpsgenoot die de genezer zou zijn. Zijn geslacht van genezers, zeer bekend en niet alleen in deze regio, zou eeuwen ver terug gaan. Vooral met huidproblemen zou je direct geholpen zijn en ook vee en huisdieren zou hij behandelen.
Onze taalbeheersing was nog bedroevend tegenover het redelijke van vandaag. Ik had dan ook een vaag beeld bij de man die op het desbetreffende feestje ook niet aanwezig was. Nadat we later dat jaar elkaar de hand schudde veranderde mijn beeld eigenlijk niet. Ik vond het een enge man die vriendelijk lacht met ogen die bijna dicht mee lachen en ook een slecht gebit, een ouder boertje die niet verschilt van de vele anderen waar je niet zo 1 2 3 hoogte van kan krijgen als jonge moderne vreemdeling. 

Tijdens dorpsbijeenkomsten spreekt hij zich uit in directe bewoordingen. Mengt zich niet in conflicten, maar blijft ook niet neutraal. Tegen als hij tegen is tijdens een stemming en in het kort waarom, blijft zijn tanden laten zien, letterlijk, en komt nooit terug op zijn beslissingen. Het is geen grote man, niet mager, niet dik, altijd vieze kleren aan, versleten schoenen, net met pensioen. Hij was koeienboer en heeft een zus -zonder 'de gave'-, geen kinderen. Zijn handen zijn altijd warm. Zijn erf is een verzameling stookhout, deels nog te kloven en te zagen. Stenen, platte, dikke, dakstenen, voor muren, daken en voor de heb. Net als tig molenstenen en andere misschien monumentale  vindsels. Een konijnenhok, voor de fok, maar hij kan geen dieren slachten, vertroetelt meestal uit gelubberde vrouwtjeskonijnen op leeftijd. Kipjes lopen los en Fannie de hond waakt. Binnen een oude traditionele woonkeuken met schouw waar een kachel in staat en blokken hout ernaast. Schapenblazen als decoratie aan de steunbalken en rechts naast de voordeur een kleine kamer met stoel en oud schoolbureautje. Zonder behandelruimte toch behandelkamer. En kantoor, dat voornamelijk bestaat uit brieven, vanuit heel Frankrijk, notities, schilderijtjes en bestofte vettige herinneringen die eruit zien als half verteerde prullaria.

Incidenteel en als één van de weinige locals komt hij bij ons aan. Meestal tijdens natte sombere winterdagen. Gewoon, even hallo zeggen. Misschien omdat hij onze dichtstbijzijnde buurman is. Een uur lopen, bijna 20 minuten met de auto. Hij is eigenlijk altijd thuis, net als Marc. Zijn telefoon gaat non stop over, hij neemt zelden op. Als ik ernaar vraag zegt hij dat dit mensen zijn die zijn hulp nodig hebben. Hij heeft er dus niet altijd zin in. Hij praat er nooit met iemand over, ook zus laat nooit iets los, zij heeft de gave niet. Het blijken enkel de mannen in die bloedlijn.

Twee jaar geleden had ik een enorme blokkade in mijn rug. De chiropractor kon niets meer voor me doen dan me na een uur met nog meer pijn en 45 euro lichter te laten gaan. Marc was mijn gekerm zat en bracht me zonder iets te zeggen naar André, parkeerde iets verderop de auto en ging wandelen. Ik moest plaats nemen op het oude gammele stoeltje voor het kleine bureau vol papieren, brieven, notities en een schrijfblok dat op leek, oud en vies. Die eerste keer liet ik me afleiden door zijn voorkomen. Na ruim een week was de blokkade weg, pijn weg en kon door met rennen en vliegen. Of hij het was of de fysieke marteling van de kraker zal ik nooit kunnen zeggen. Feit blijft dat hij tijdens een paar seconden zijn diagnose er zonder omhaal uit flapt. Ook deze 2e keer flapte hij eruit wat me scheelt, weet waar het zit en dat het niets ernstigs is. 

Ruim twee maanden loop ik met pijnklachten. Getriggerd door het laden en lossen van 3 aanhangers vochtig granietzand. Maar her en der kwamen er pijntjes bij. De stand staat op 6. Ik liet al bloed prikken, las me in als een heuse hypochonder en zette mijn mogelijkheden op een rijtje van het traject dat nodig is om het exact uit te zoeken via de reguliere weg. Meerdere wegen leiden naar genezing en ik neem de tijd om zelf te zoeken. Het gezicht van de huisarts bleef dan ook volledig blanco en het bloed zei alleen dat ik prima in orde ben. Toch ervaar ik de pijnen in mijn lijf als ernstig genoeg er wel naar te laten kijken. Voelen dus eerder, met een onbegrijpelijk vertrouwen in het geruststellende geprevel van een gepensioneerde boer uit een inteeltgebied.

Wat in het begin een enorme drempel leek, is nu de meest logische stap als ons of onze dieren iets scheelt. We weten zijn 'specialisme', zijn gave, is ook beperkt en ik ben geen van beide keren direct van mijn klachten af. Het zijn tenslotte geen huidklachten geweest. En toch heb ik duidelijkheid en kan ik er verder zelf mee aan de slag zonder dat slopende traject van onderzoeken en artsen die zeer zeker niet alles weten en kunnen 'zien'.

'Doe zoveel mogelijk lokaal' is mijn devies om in te burgeren. Net als de kruiden die om je heen groeien, die je juist dan nodig zou hebben, is mijn dichtstbijzijnde buurman guérisseur, sjamaan, genezer, healer. En betalen in natura is eerder standaard dan uitzondering. Ik tel mijn zegeningen.