Posts tonen met het label sociaal netwerken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociaal netwerken. Alle posts tonen

woensdag 13 september 2017

je gedragen weten

De vrouw van de slager, zij blijkt toch echt de baas, stopt me bakjes met gerechten toe als ik bijna klaar ben met werk. De slager met zijn oorkondes voor de beste bloedworst, de beste paté en meer soortgelijke ingelijste getuigenissen van vakmanschap, bestiert een familiebedrijf en kan al lange tijd geen goede spoelkeukenmedewerker vinden. 
Eigenlijk had ik er nul aandacht of energie voor, dacht ik, om een vriend, die zich verveelde maar geen Frans spreekt, voor wat weken aan te bieden als hulp in zeer drukke tijden; augustus. Dat verliep goed en 1 credit bij de slager verdient. Doorgebeten en mezelf aangeboden en nu een tijdelijk een contract. 
Zomaar via via een werkadres erbij twee jaar geleden, dan bouw je iets op. Geen idee wie het waren, nu wel. Zij huurden een enorm huis, een mansion bijna, om er zeker van te zijn rustig vakantie te kunnen vieren in hun omgebouwde schuur er vlak achter. Parijzenaren, een leuk stel, die mannen. Ik hielp mee om hun feest op te zetten en maakte dat grote huis schoon en klaar voor vrienden en familie, alle hotels en kamers in de regio ook vol met gasten, een groots feest. Langzaam begin ik een beeld te vormen van hen, hun leefwereld en mijn rol hierin zo af en toe tijdens hun vakantie's en in m'n up tijdens tuinwerk rond de schuur. Ik en Marc mochten ook op het feest komen en zo gingen we samen in onze trouwkleding van 2006. 
Precies één week later barstte de bom in huize M&M en belande als key-keeper en house-sitter in hun schuur, wat een luxe vakantiehuisje is geworden. Te veel in hun privacy kreeg ik het huisje dat half af is naast hun huisje, wifi, chemisch toiletje, koelkast, verwarming, goed bed en privacy. Een vriendin leent me een oventje en een gasstel, water kan ik buiten tappen, een stortdouche kan ik binnen halen. Drukte tijdens augustus luwt en ook de mannen van de schuur gaan terug naar hun leven in Parijs. Ze laten het grote huis voor me achter, die mansion, om te wonen zolang ik nodig heb, met gesloten beurs tref ik de boel verlaten als ik terug kom van mijn eerste werkdag bij de slager. Sleutels uitgespreid op tafel, er is een stofzuiger doorgehaald en keuken is altijd als om door een ringetje te halen. Het grote huis is netjes bewoonbaar achtergelaten en kent absolute stilte. Wat een gift.
De mensen observeren, het leven gaat door, de wereld draait verder, het is Nieuws maar de schokgolf ontbreekt. Ik vervang Annette weer, zij runt een gite en appartementen. Augustus, volgeboekt, erg veel werk, vindt zij. Ze heeft gelijk. Ze zet reserveringen stop voor het appartement en regelt voor de eerste 3 weken een ander om de gite te runnen. Wind uit mijn zeilen, want ik vaar nogal hard. 
Mijn Franse vriendin is meestal nauwelijks bereikbaar tijdens augustus, maar fijntjes en ontspannen trekt ze me de weken door, legt me in de watten, geeft me de meest luxe lokale hapjes mee en helpt waar ze kan met kleine dingetjes, een tisane-moment om wat te babbelen en wat wijze woorden, want die is niet van gister. 
Een nieuwe vriendin hier neergestreken anderhalf jaar geleden. Stond op de stoep ergens maart dit jaar. Ik wenste me in het begin van het leven in Frankrijk een vriendin toe. Eén op een half uurtje rijden, niet te dicht bij, net te ver weg. Ze moest wel Nederlandse zijn, praat nou eenmaal makkelijker, en beetje van mijn leeftijd en graag ook de neus dezelfde kant uit. Dat is veeleisend, maar 9 jaar later is ze er wel.

Een nieuw leven in een oude jas waarvan de zakken zijn leeggehaald. Behoudend wat goed is, geen rommel erbij halend, geen modder nodig. Het maakt het me makkelijk en ik weet me gedragen door de omgeving.
Alles gaat vanzelf als ik vertrouwen heb in dat alles op mijn pad komt wat ik nodig heb, op het juiste moment. De ervaring leerde me hetzelfde, het schrapt verlangens, kijken naar wat er (nog) niet is. Ik houd het graag bevattelijk en alles is al goed.  Ik hoef niet alles alleen te doen, wel veel zelf. Gedragen worden zonder dat je erom vraagt kon toch wel eens helemaal bij jezelf liggen. Want zodra de eigen kracht weer groeit na rust, blijkt iedereen je als vanzelf weer voorzichtig los te laten.

wachten op het einde

Voor zover ze nog krachtig is beantwoord Simone mijn omhelzing. Ik op mijn hurken naast de logge senioren fauteuil, zij ligt achterover hellend, een dekentje over de benen, pluizige pantoffels eronderuit, bungelend boven de grond. 
Papi ligt na het middageten in foetus-houding op de kleine bank net voor de schouw. Die brandt al jaren niet meer, zelfs `s winters niet, wankele oude van dagen kunnen het vuur niet meer bijbenen of de baas blijven. Hij slaapt, half, soms niet, meestal wel en licht. Hij eet nog wel eens wat, geholpen door Simone die ook wel weet dat hij eerder gaat dan zij, stiekem hoopt ze van niet, wil ze die scheiding in het leven niet meemaken, want wat papi zich nog bewust is is twijfelachtig.
Hij stopte een paar jaar geleden met praten. Grommen en onverstaanbaar mompelen bleef over. Wat maanden geleden een bizarre opleving. Liep met enkel een stok van bed naar keuken en toilet en terug, een verhoogde interesse in iedereen die op bezoek kwam, in mij als huishoudelijke ondersteuner dus ook. Hoe het met de dieren is, ze bij name noemend voor zover ze namen hebben. Vrolijk, met open ogen, zijn stem luid, hij is een beetje doof, bewonder ik zijn lokale accent van het Patois, onverstaanbaar terwijl het normaliter juist goed te verstaan is, ik ben gewend aan de articulatie van de r, mits rollend als Rotterdams. 
Zijn vragen in het gezelschap van zijn 3 ongetrouwde kinderen die ook nog in de kleine boerenwoning huizen geneert me wat. Ik kan geen antwoord geven, als hij ze überhaupt kan horen zonder gehoorapparaatje, ik woon niet meer daar, zie de beestjes niet, vertrouw erop dat alles goed gaat daar middels een update af en toe. De zoons lachen, bewust van het ook voor hen niet altijd verstaanbare gebabbel en uitroepen die soms ook decennia terug gaan.
Ik kniel ook naast de canapé om papi zijn kussen te geven alsof hij bon ton is, blijf een minuutje plakken, zeg hem dat het met ezeltjes Ollie & Sarko alles goed is, de oogst uit de tuin weer een hoorn des overvloeds, de sangliers nog op het bospad af en toe. Of dit waar is, geen idee, maar tis zoals altijd, voor nu, voor papi.
Ik aai over zijn bol en zie of hoor eventjes niets anders dan hij en mij, mooi moment, want wie weet dat hij volgende week toch toegeeft. Zijn hart dan, de rest wil al lang niet meer, maar het blijft kloppen, geeft zuurstof, vraagt om water en wat voedsel en extra zorg. Hij gaat sinds een week niet graag meer naar bed na de lunch, daar is hij alleen in de schemer van de luiken en de glasgordijnen, alleen het super-deluxe-air-matras maakt geluid in verband met de pomp. Hoort ie toch niet, maar voelt het ding wel via het matras.


Vijf jaar geleden was dit de slaapkamer van hen beide, Simone & papi. Nog zelf de eieren rapen, de postbode tegemoet lopen, wat wieden en oogsten in de moestuin op het nabijgelegen erf, ommuurd, dat wel. Tussen de eenden door, de kalkoenen en kippen in hun ruime ren met als kippenhok de sécadou, een drooghuisje voor kastanjes. De tamme kastanjebomen die nog over zijn, zijn verwilderd en geven geen mooie `marrons` meer. De Limousin kalveren bekijken, zo vertrouwd met hem, toen ik eens meeliep bleken ze schuwer. Wat een prachtdieren zijn het!
Ik werk nu 5 jaar voor deze familie, waarvan de 3 van de 10 kinderen ongetrouwd zijn en dus thuis wonen. In het begin werd iedere beweging van mij gezien door Simone, wantrouwen, de minuten dat ik werkte bijna tellend, achteraf gezien bleek ze de minuten net zo snel vergeten als geteld. Maar dat wist ik toen niet. De ongetrouwde dochter heb ik jaren het IJskonijn genoemd. Geen doorkomen aan, zakelijk, afstandelijk, ook druk met studeren om het hogerop te zoeken in de verpleegkunde. Huishoudelijk is ze niet, de 2 broers zijn boers. Via het arbeidsbureau vinden ze me begin herfst 2012.
Leek met betrekking tot het huishoudelijk vocabulaire drong ik in de kern door van een traditioneel, arm -toch wel- boeren gezin met vader, moeder, twee zoons en één dochter, jongste bewoner tegen de vijftig. Het hangt tegen Franse rednecks aan, maar dat zou getuigen van gebrek aan respect voor een stuk `oer` van het Franse volk. Uiterlijke schijn bedriegt.
Veel gezinsdrama mee mogen beleven hielp mee een bijzondere band te scheppen met deze familie, ik kon de hand schudden van de overige 7 uitgevlogen kinderen. Ik bleef structureel de maandagmiddag komen, kocht een klein schriftje met ringband voor de overdracht met IJskonijn en mij over het werk. Elke week hetzelfde, een verandering alleen toen papi terug uit een lang verblijf in het ziekenhuis, op een zeer schoon gemaakte kamer terecht kwam in een speciaal bed voor intensieve zorg. Simone verhuisde naar de achterkamer, de drogende ham verdrijvend naar een gesloten schuurtje. Net als fruit en andere voorraden, even passen en meten.
Mijn routine veranderd, ik ruil al jaren een half uur werk in voor hooi & stro voor de beestjes, maar de `ziekenhuiskamer` erbij en wat mentale zorg, want ook Simone krijgt een lichte toeval en zorgt voor extra aandacht.

Dus knuffel ik haar, waar de `kinderen` bij zijn, fluister haar hetzelfde toe als ik hardop zou doen. Zij ziet iets tegemoet zoals ik ook voor het eerst zal meemaken. Zo dicht-op kwam de dood voor mij nog nooit. Het gebeurt hier, nog niet nu, afwachtend, net als zij. Serieus maar ontspannen doe ik mijn werk, voor de zoveelste keer sinds vijf jaren.

Eén van de drie families waar ik werk, die eigen worden op de een of andere manier. Te koesteren in een leven op mezelf, een verlies verzachtend, troostend als wat familie ook kan zijn. 


maandag 17 juli 2017

De Gebroeders Garagist & Maman


Zo'n achteraf garage die er al wat generaties zit in een bocht met 2 oude pompen en een aftands hangend bordje met 'ouvert' of 'fermé' aan de hoge lantaarnpaal. Het bedrijf zit ook echt in zo'n eenvoudig pand van platen, dat vies is, enkel glas heeft en een wat verlopen sombere kale showroom waar de paar nieuwe auto's te koop de show ook echt moeten stelen,ondanks dat het gewone auto's zijn in plaats van de chicste van het merk. Het merk dat op het pand staat, ze doen namelijk niet aan onderscheid van merken. Het zal wellicht om de soms opwindende kalenders met vrouwelijk bloot schoon gaan die ze toegezonden krijgen van het voermerk. 

De drie broers zijn allemaal blijven steken in het familiebedrijf. Alle drie getrouwd en kinderen, vader al wat decennia wijlen en moeder van 89 in het vissenkommetje achter de kassa c.q. receptie. Ze is pienter en heeft geen zin om in haar schattige oude huisje in het bos bij een riviertje naast haar geraniums te gaan zitten, in d'r up. Niks voor haar. Ze leert ons kennen, onthoudt onze namen en krijgt af en toe hulp bij het geven van wisselgeld, die blijft lastig, in euros.

Serge zie je bijna niet, werkt benee, de spuiterij, het plaatwerk. Ook dit pand staat op een helling en heeft een beneden en een boven, net als ons huis. Serge is er altijd, woont zo ongeveer daar, weet niet beter. Zoals Marc dat ook zoveel jaren deed, er amper bij nadenken, alleen doen. Serge probeerde voor zijn zoon middels een fotoprintje met summiere info een huisje te verkopen of te verhuren voor zijn zoon. We hebben een handje kunnen helpen, ik ken inmiddels zoveel mensen met interesse in klein, fijn, rustig en groen wonen, wederom een brug geslagen. Al zie ik het zelf meer als een ontwerp dat constructietijd, -ruimte en investeringen moet krijgen. Het bruggen bouwen blijkt hier normaal te zijn na inburgering en waardevolle ruilhandel met de garage. 
De oudste van de drie, Jean-Jacque, doet de verkoop, lijkt de baas want moet iets aan hebben zonder vlekken erop en schone nagels. De royale snor, daaronder vaak een brede lach of verborgen door een gespeelde zorgelijke blik, goed gebekt ook. Handig, als verkoper. Is me 'ma belle' gaan noemen. Uitgelegd door m'n vriendin hier wil dit zeggen dat ik erbij hoor en hij me erg graag ziet. Gelukkig is dit geheel wederzijds.


De man op het midden is Phillipe. Wandelende stresseur kan niet anders dan altijd de telefoon opnemen, in tegenstelling tot de andere extreme; de guérisseur. Tot aan hartklachten aan toe en handen die nooit meer een vleeskleur krijgen, ze hangen te vaak in ergens onder achter vettige auto onderdelen. Landrover Defenders zijn hem net even te specifiek eigenwijs, we lopen de deur met de onze plat, ze rollen niet meer van de band, hij kan niet zo goed met internet overweg (onderdelen ... ?) en binnenrijdende klanten gaan voor en dure 2e huis bezitters komen ook hier vertoeven om hun dikke glimmende bak bij de gebroeders te brengen. Zoals vroeger al, ze zitten er nog, maman gedag zeggen, praatje pot. En jawel hoor, Phillipe rent alweer door. .... En vergeet onze Def of die rotklus; op internet zoeken naar onderdelen. Hij moet het doen, de chef werkplaats, maar geen feeling voor. Wel voor de auto's die ff snel kunnen, de telefoontjes. Hij baalt na al die jaren van ons, wij van hem, maar het is hier dus absoluut niets persoonlijks. 
Een zeer bevrijdend verschijnsel van het ons kent ons op het Franse platteland. Uiteraard kennen we iets van elkaars prive scores, en passant, veel via de wandelgangen, dat scheelt in het accepteren wie iedereen is, als onveranderbaar, een stukje van de kleine gemeenschap in een enorm groot ontvolkt gebied.  Een verbondenheid die ik niet (her)ken vanuit mijn vaderland.


 Showroom, kantoortjes, halletje met iets dat je ooit een toilet kon noemen. Je kunt er wel een plas doen, maar je houdt het liever op. Ik durf in die ruimte namelijk echt niets aan te raken terwijl ik nou ook weer niet zo schoon ben. Wachten op je auto doe je daar staand, drentelend, werkplaats in, en uit, rondje, rokertje, rondje in het park langs het riviertje, nog een rondje. Daar staan tenminste bankjes. Marc wil leren en zien, dus wil meehelpen. Soms mag hij al, 'laat hem maar' zullen ze denken. 


Laatst ging ik wat liters tanken, nooit veel, ze zijn duur in verband met een geringe opslagcapaciteit en de afstanden over kronkelweggetjes wat bevoorrading duur maakt. We komen even minder in een grote stad om goedkoop de tank vol te gooien, dan maar vaker even maman gedag zeggen en voor wat tientjes diesel kopen. De laatste weken, of nee, maanden al?, zie ik Jean-Jacque achter de ruiten van de vissenkom alias receptie zitten. Leuke babbel, serieus geneuzel en het weer of een nieuwtje ten spijt, ik mis haar wel.
Want laten we eerlijk zijn, negenentachtig jaar, al zo lang alleen, elke dag, 6 dagen per week op kantoor. Ik zou het toch al eerder los gelaten hebben allemaal. 
Heel voorzichtig informeer ik naar haar, ik kon mijn oren niet geloven en mijn lachen niet bedwingen. 
Die is bij haar nieuw vriend ingetrokken, in de stad, een uur verder rijden de Cantal in. 

maman's vissenkom

woensdag 20 mei 2015

Tafelgasten en vreemde snuiters


Normaliter nodig je mensen uit om te komen tafelen. Of dat nu eten is wat de pot schaft of een diner met meerdere gangen. Je gaat naar de markt en zorgvuldig kies je mooie producten met een fijn wijntje erbij.
In huize M&M gaat dat anders.
Sociaal gezien trek ik de kar. Iets dat ik heb moeten en willen leren, want Marc is toch meer de kluizenaar. Houdt wel van mensen, maar selectief en anders dan men sociaal gewend is. Soi.
Ik zorg voor de warme hap, meestal a midi zodat de gegeten energie benut kan worden voor het werk de rest van de dag. Die houdt hier niet op om 1800 uur, de prikklok is ons onbekend. Ook het initiatief tot luchtig entertainment van een rondje terrein, meer en moestuin komt meestal uit mijn koker.
Inmiddels, na tijdelijke de-activering van mijn account, blijkt Facebook toch zijn waarde te hebben. Relatief veel mensen zijn via dit medium ons leven binnen gewandeld om niet meer te vertrekken, al zien we hen maar eens in het jaar of minder. Al moet ik er zelf op uit of wachten we geduldig, sociale contacten hebben we nodig. Gelukkig erkenning van Lief en acceptatie, al ging het menigmaal stroef of zelfs helemaal mis, ter plekke of achteraf.
Toch blijven mensen terug komen, al gingen ze hier weg met, wederzijds, een vieze smaak in de mond, niet goed afgerond of anderszins onvervuld.

Als een van de eerste meewerkende gast was daar Mark. Woonde in Nederland op een camping die 's winters sluit. Hij besloot met zijn gitaar te gaan reizen door Frankrijk, de kost en onderdak moest komen van de handen uit de mouwen.
Ongeacht wie of wat doken we ook in dat avontuur. Zonder diepgaande screening heetten we hem welkom en zagen wie hij toen was. Communicatie verliep stroef. Er zaten wat complottheorieen van vage derden in de weg en hoe breng je de essentie over als je je zekerheid enkel van het wereldwijde web plukt zonder eerst naar binnen te kijken. We faalden alle drie. Na een nacht met angst en beven wakker te liggen, waarbij we elkaar toefluisterden dat we bang waren voor deze gast. De gast die boven sliep waar de messen in de keukenla liggen, het jachtgeweer en de luchtbuks in een hoek staan en wij enkel kussens hadden. De liefde en compassie voor en met deze gast, een doler, bracht de omslag. We sliepen rustig, boden hem een goed ontbijt, brachten hem naar het dichtstbijzijnde stadje, hielpen hem een tentje te kopen en ander gerei om zijn tocht te voet voort te zetten. Gaven hem beide een dikke knuffel en wensten hem een behouden goede reis toe.
Vreemd was het wel, Een gast zo snel de deur uitwerken als reactie op een gedeeld gevoel. Maar het hart spreekt niet voor niets, alleen hoe ga je om met wat je hoort?
Mark is vorig jaar naar Frankrijk verhuisd met zijn lief en bouwt nu ook een zelfvoorzienend leven op. Via facebook onderhouden we contact. Over 'toen' hebben we geen woord hoeven reppen. Het was toen goed zoals het was. Er zijn geen verwijten gemaakt, onze onkunde, ons ongemak, zijn onmacht en 1 tegen 2. Het is fijn en leuk dat we elkaar weer tegen komen, we gaan hem en zijn vrouw zeker nog eens zien.

Eergisteren belde, bijna als vanouds, de Kluizenaar terwijl ik stond te koken. Groene curry met cocos, cashewnoten en enkele 'side-dishes' zal een Fransman vreemd zijn, maar de beste man komt echt voor mijn kookkunsten en enig sociaal contact. Zelden zetten wij hem aan een klusje, al dringt hij altijd aan in ruil voor mijn maaltijden.
Het blijft een wat vreemde man, vinden wij. We kunnen maar geen hoogte krijgen van de immer graatmagere persoon met baardje en deze lente langer haar, tot in zijn nek. Veel humor is hem niet gegeven, zeer complimenteus is hij wel.
Nog steeds weten we beiden niet waarom hij contact blijft zoeken. Er zal wel 'iets' zijn, met ons, de plek of die maaltijden. Voor alsnog tasten we in het duister. Na de maaltijd stel ik weer onwennig voor een wandeling naar het meer te maken. Even de ezels gedag zeggen en de bloemenpracht onderweg bewonderen.
Afgelopen half jaar hebben we Dominique aan zijn lot overgelaten, niet gereageerd op zijn emails, ook niet op de koffie geweest in zijn gehuurde huisje in de relatieve buurt. De afstanden zijn hier groot, dus in de buurt is tussen de 30 en 70 km rijden. Niet alleen om het feit dat de Kluizenaar niet echt een kluizenaar is, meer om het feit dat M&M genoeg hadden aan zichzelf en elkaar.
En toch stond hij op de stoep. Later knabbelend van zoete kroepoek, milde curry, komkommer en rabarbermoes. Het weerzien was warm, een wandeling naar het lege stuwmeer een rustig uitbuiken en de vrijheid hem naar huis te wijzen, er is werk te doen. Nooit makkelijk om gasten de deur te wijzen, maar vrienden kunnen het hebben. De volgende keer beloven we hem een klusje.

Na de week ervoor met een weekend in gezelschap van de Vlamingen en het begin van die week vrienden over de vloer voor een gedeelde broodbakdag, had Marc zijn sociale 'tax' wel gehad, in alle opzichten. (Een zonnesteek als gevolg van het maar doorgaan en gaan, korte nachten en veel emotie's, dat over-sociale gedoe is echt niet zijn 'ding'.)

Gisteren stond ik de allerlaatste hamlapjes van Jambon & Lardon te bakken. Wat aardappeltjes in de pan, pot gewekte boontjes. Simpel maaltje, comme l'habitude. Marc werkt aan een 3D project, muziek staat zachtjes aan, pais & vree noemen ze dat. Het is 9 graden koud en het regent.
De deurklopper wordt gebruikt. Dat is meestal fracteur Philippe, als het koud en regenachtig is, anders staat de deur open. Castel geeft ook geen kik, dus bekend volk?
Jack, van Jack & Alex, brengt ons onverwacht een bezoek.
Ergens is het schrikken, want ze vertrokken niet op een fijne manier herfst 2013. Workawayers of HelpX-ers over de vloer hebben is ons wel en niet goed bevallen. Na anderhalf jaar en vaak herinneringen aanhalen, zijn ons een paar mensen goed in herinnering gebleven. Vieze nasmaak of niet, ik sta te trillen op mijn keukengrondvesten nu hij met zijn helm plompverloren in de woonkeuken staat. Door de tocht op de motor in de regen is hij doorweekt. We hebben geen telefoonnummer of emailadres uitgewisseld, dus kon hij ons niet eerst vragen of hij welkom zou zijn.
Het jonge stel, hij een ex marinier uit Amerika, zij een piepjonge Britse, reisden rond op de motor van workaway-adres naar workaway-adres. Het vrijblijvende is ideaal, er wordt niet gewerkt op contract, pure ruilhandel van diensten op eigen verantwoordelijkheid.
Het ging ruim 2 weken uitmuntend. Veel gelachen, erg hard gewerkt, goed koppel, 4 extra gouden handen, ook een eenheid zoals wij.
Maar.... Het ging mis. Ze zonderden zich af, zopen werkelijk alle flessen op die ook maar ergens in huis te vinden waren. Zelfs de fles duur gekochte alcohol waarmee je likeurtjes maakt voor de notenwijn die diezelfde herfst gemaakt zou worden. Als 'troost' lieten ze er 1 slokje in zitten. Iedere dag werd er langer uitgeslapen, was het stel niet vooruit te branden en werd het fluisteren en smoezen in gezelschap voor hen normaal. Ze bleken zonder drank opeens heel anders, een kaartenhuis dat instortte met een voor ons onbekende reden.
Na het tafelen vind ik tijdens het opruimen die haast lege fles alcohol in de kast en zet de fles op de buitentafel met de vraag of dit nou echt nodig is. Op deze achterbakse wijze. Marc zal confrontaties nooit graag aangaan, maar woest smijt hij de fles naar beneden, in gruzelementen op het lager gelegen terras van natuursteen. De twee deinzen achteruit op de verweerde plastic stoelen, het werd stil aan tafel. Ze trekken zich terug in de gastenkamer.
Ik tracht 's avonds nog een gesprek met ze te hebben. Een zakflesje met drank op bed, de geur van hash hangt dwingend tegen het lage plafond, ze eten de laatste zak chips die we in huis hebben, gekocht als bijgerecht bij de pasta.
M&M weten er geen raad mee.
De dag erop is Marc onder het bamboebos in de weer. Ik werk boven in de moestuin als ik Jack hoor zeggen dat ze alles hebben opgeruimd en vertrekken. Ik groet hen vanaf een afstand met een opmerking die er niet om liegt, wens hen een behouden veilige reis op de motor toe en dat was dat. Ruim anderhalf jaar geleden, nooit meer wat gehoord.

En opeens staat hij daar weer,  nat, moe en verreisd met een plastic zakje met een doosje knabbels en een fles rose. 'My sweet revenge' lach ik hem later toe. Na het delen van de eenvoudige maaltijd is de rose grotendeels in mijn maag beland, ongegeneerd. Er kan over die periode gesproken worden. Hij haalt mijn laatste opmerking aan van toen. Mijn woorden hebben op zijn ziel gebrand, wat hem deed besluiten terug te komen, kleur te bekennen. Jack brandt dan ook los over hun strijd en moeilijkheden van afgelopen anderhalf jaar. Wij vertellen ons traject. We zijn anders, gegroeid en toch is het direct weer vertrouwd. Ook de stiltes voelen goed aan. Zijn vriendin werkt in Engeland, even beiden hun eigen weg en toch samen, verbonden via telefoon en internet.
Toch maar op facebook, dacht hij vorig jaar en zo belandde ik gister op hun vriendenlijst. Er is genoeg gedeeld, mooi & lelijk, leuk en tergend lastig.
En zo blijft Jack wat dagen bij ons, slaapt in hetzelfde bed op dezelfde kamer, werkt zich weer een slag in de rondte en hoor ik de mannen kletsen en lachen terwijl ze werken aan de bandenmuur en trappen in de moestuin.

Ik kan me gelukkig verplaatsen in hoe het is bij vreemden aan te schuiven of tafelgast te zijn, als vreemdeling, in een ander land met andere gebruiken. Vreemde snuiters dacht ik te kennen. Ik voelde me er zelf ook een, in Nederland vooral. Want ik kwam maar niet mee in die cultuur, in die maatschappij. En als vreemdeling in Frankrijk blijkt dat je best excentriek mag blijven en toch geaccepteerd kunt worden. Ook zonder al te veel moeite te doen.
Want wie gaat er nu met een halve kluizenaar halverwege een lang vergeten bospad in een half verruineerd cottage wonen om daar met niets iets te laten groeien en dit zonder vast omlijnd plan?
Zou ik nog eens aan durven kloppen van wie ik mij ooit op onprettige manier afwendde?
Deze vreemde snuiter weet bijna zeker van wel.

Ik houd wel van rare mensen. Ze zijn zo vreemd dat ze heel normaal aanvoelen. Menselijk bijna. Met als bevestigend compliment van mijn coach die liefdevol verklaarde 'van mijn drama te houden'.
Ach, altijd wat, met die onverwachte tafelgasten en vreemde snuiters.

donderdag 7 mei 2015

Een donderdag


Het was lang geleden dat ik de hele donderdag 'boven' bleef om markt -als in boodschappen en socialiseren- te combineren met het schoonmaken bij de familie Ravelac. 'A midi' moet ik wel eten en dat deed ik ruim een jaar iedere donderdag bij Nadine en JP aan de grote eettafel in de ruime salon met hoog plafond en grote ramen op het noorden. Dit keer keek ik ernaar uit, een gemis om niet als huisvriend aan te schuiven bij monsieur le docteur terwijl hun femme de menage haar werk afrond en nederig gedag zegt met 'a lundi monsieur le docteur' met het voor haar zo pieperige stemmetje. Een jaar voor haar pensioen heeft ze me haar werkadressen al min of meer beloofd. Schoonmaken bij de Fransen thuis vind ik een baan met voorrechten, heel bijzonder.
Het combineren van de boodschappen en het schoonmaken op 1 ochtend was niet te doen. Het werk afraffelen bij de Ravelacjes voelde niet goed, mijn loyaliteit speelde op en ik besloot het voortaan op vrijdagmiddag te plannen. Dan maar 2 keer per week die rit naar boven, de gorges uit, over het plateau met zijn glooiende velden omzoomd door droog gestapelde stenen muurtjes, houtwallen met essen en hier en daar een statige eik. In de verte uitzicht op het Cantal gebergte met het bekende silhouet..
Ook elke week als vanzelfsprekend aanschuiven voor de luxe van garnalen en vis bleek, tijdens de zomerse drukte van 2 grote families samen, een beetje te veel van het goede. Franse families zijn prive, ook voor goede vrienden, ik weet wanneer ik teveel ben. 
Vorige week viel 1 mei op een vrijdag, dag van de arbeid, een feestdag. Dus liet ik, met nog een zieke kop, die werkdag aan me voorbij gaan. Deze vrijdag is het weer een feestdag, bevrijdingsdag, de week ervoor was ik nog op vakantie. Om ze nu een 3 weken te laten zitten met het huishouden vind ik te ver gaan, dus dan maar alles op 1 dag, zo ik mezelf gerust uit durfde te nodigen voor een maaltijd met kwaliteit, een roker, een glaasje, een koffie, een lesje conversatie Frans en het nieuws op France2. 
Het ons-kent-ons gevoel is wederzijds, alles kan gezegd worden. Ik ken inmiddels de 2 families, met JP als spil, aardig goed. De familie-tragedies, met recht een prachtig scenario voor een topper van een Franse film! Het blijft een bijzondere gewaarwording; huisvriend zijn. Gegeven het feit dat er toch een flink cultuurverschil bestaat. (Wat juist bevestigt dat we allemaal gewoon mens zijn, universeel.) 
een 2e plaats voor een verzameling hoofddeksels
 Een pesthekel heb ik aan de zomergasten die ieder jaar vroeger hun opwachting maken. Geen parkeerplek op sjouwafstand tussen markt en auto. Meters maken, op en af de straatjes, iedereen, gemiddeld 65+, het ergerlijke gesjouw en het lange wachten bij de groentekraam. Je ziet van verre of het een zomergast of toerist is. De sjieke kleding, de hakjes van de madammen, het merk zonnebril, kuithoge sokken in sandalen en het ergste: de short. Waarom geen pet of hoed met een gewone broek? Niemand die behoefte heeft aan het zien van witte en knokige knieen die ook al langer dan 60 jaar dienst doen.
In de rij bij de groente zie ik in een flits Monique aan komen lopen. Een zomergaste voor wie ik een bomenklus deed. Haar man een gepensioneerd gerespecteerd journalist die veel voor Le Monde en Le Figaro schreef. Ze gaven me een flink voorschot voor het terug snoeien van hun 3 lindebomen. Een klus die ik nooit heb kunnen doen. Ik stuurde hem vorig jaar het voorschot terug met een kaartje erbij met tekst en uitleg. Ik schaamde me kapot. Maar wat niet kan, zal ook niet gebeuren. Mijn les geleerd me aan mijn bekende grenzen te houden, ik leef tenslotte maar 1 keer. Nooit geen reactie en ik werd gelijk genegeerd op de markt. Op onvrede volgt het eenvoudige vermijden, daar blijken de Fransen meesters in. 
Een jaar deed ik erover me er van te verzekeren dat ik vanuit het hart heb gehandeld met het terug betalen van het voorschot, tekst en uitleg en excuses als afsluiter. Ze nu weer een jaar te moeten ontwijken zou niet kloppen, maar de aandrang is groot. Ik laat Monique aansluiten in de rij en sta me te bedenken of ik met een schone lei begin. Excuses gedaan, recht gehandeld, en hoe nu verder? Ik hoor Pierre zijn stem, zo zacht en monter maar doorspekt van een wijsheid. Ik voel dat ze weten dat ik voor hen sta, dat hoogblonde haar zegt ook alles tegenover haar popachtige gitzwarte haardos. Ze laten het aan mij, wat me grip geeft over mijn leven hier in den vreemde.
Ik draai me om en lach, begroet hen als oude kennissen. Het wordt evenzo beantwoord met 3 kussen en een praatje over drie bekende musea in Amsterdam waar ze 1, 2 en 3 mei geweest zijn. Een bevestiging dat handelen vanuit mijn hart de enige manier is in het reine te blijven, en niet alleen met mezelf.
het kleine marktplein, 's winters erg leeg
's zomers is het over koppen lopen
De dame met haar groentekiemen voor ieders moestuin heeft het druk. Men staat in de rij voor kruiden, jonge koolplanten en sprietjes prei. Ook de aardbeienkraam gaat wel los vandaag. De kruidenmadame heeft tijd voor een hapje tussendoor terwijl de mensen langs de kramen schuiven. Kruiden en alternatieve spulletjes doen het hier nooit zo goed. Nicolas heeft weer jonge zachte geitenkaas, een delicatesse van een zelfvoorzienende kleine boer die erg goed samengaat met die aardbeien in mijn schaaltje aan de eettafel. 
Het tafelgesprek wordt als vanouds aangevangen, geleid en afgerond door Nadine. Ze is een spraakwaterval, gevalletje ADHD waar niemand zich aan stoort, het is Nadine. JP kijkt als een magistraat de tafel rond. Bijna blind weet hij feilloos je ogen te vinden en maakt contact alsof zijn kijkers nog 100% zijn. Hij kan me voelend weg zien dromen. Nadine's rappe Frans gaat aan me voorbij, zeker als haar moeder murmelend mee gaat klagen over het parkeergedrag van de buurman. Le Grand Rue is namelijk zo breed als een flinke camper die net zijn spiegels niet kapot rijdt aan de puien van de paar winkeltjes. Daar moet de buurman dan zijn auto parkeren tegen de ramen van het statige grote huis van de oud burgervader en dokter, gelegen tegenover le Marie.
De niksnut van een volwassen zoon van het geliefde maar markante stel, zij 55, hij 81, zit zijn radijsjes te schillen. Zo miezemeut de computer-nerd zonder levensdoel ook met sinaasappels en mandarijnen. De jongen wordt gedoogd, wil niks aan zijn problemen doen, wil niet werken, leeft op zijn kamer, voornamelijk 's nachts. Met moeite toont hij decorum Nadine te helpen met de tafel dekken en de maaltijden bereiden. Uit plichtsgevoel chauffeurt hij JP en laat zich beneden roepen door een grote schelp waaruit Nadine een toeterachtig geluid weet voort te brengen op de eerste trede van de enorme houten trappen die de 5 verdiepingen verbindt. Het souvenir ligt er altijd klaar voor op het tafelkastje, naast de hoeden en petten.. 
Het weerzien met Nadine's broer was ook warm afgelopen maandag. Met een zere knie even wezen buurten. Kop koffie, praatje met broer en zus, of ik zijn pelouse wil onderhouden dit seizoen? Betaling zal ruilhandel zijn, ik vind het best.
Haar broer zit weer op de bus in Parijs, Nadine neemt de planning over voor het onderhoud rond de oude molen en duwt me de sleutel in de hand van het huis. Op het sleutelbord mag ik de schuursleutel zoeken, om die kleine grasmaaier eruit te kunnen halen. Ach, vrienden, Franse vrienden, een andere heerlijkheid van wonen op het platteland.

de woonkeuken van familie Ravelac
Ik ben vroeg bij Ravelac. Het IJskonijn is werken in het bejaardentehuis. Ik begroet mevrouw door na 2 kussen op de zachte wangen naast haar op de canape te zakken. Leg als een aide soyante mijn hand op haar knie en vraag hoe het gaat na zo'n lange tijd haar niet gezien te hebben. Treurig wijst ze naar haar gezwachtelde benen. "Dat vocht hè, zo pijnlijk." brengt ze zuchtend uit. En het is nog zo koud buiten. "Uw man?" vraag ik uit beleefdheid. Ze gaat nog somberder kijken. "Die zegt niets meer, slijt zijn dagen in stilte. Het is zo ongezellig zo. Wat we altijd samen deden, elkaar helpen zo alle dag, dat kunnen we niet meer."
Ik boen de keukenvloer nadat ik de oude hond naar buiten begeleid. Hij kan amper meer lopen, zoals zijn baasjes, en heeft de pest aan de stofzuiger. Tijdens het altijd meditatieve strijken kijk ik naar de medicijn-tafel die speciaal voor de oude boer is neergezet. Verbanden, luiers, ontsmettingsmiddeltjes, dozen en dozen vol pillen en meer van dat soort zaken die hier blijkbaar bij de oude dag horen.
Meneer Ravelac laat zich niet zien die middag. Zijn siësta blijkbaar steeds verlengend, zijn late herfst laat hij in stilte voorbij glijden. Volgende week hoop ik nog eens samen naar zijn koeien te gaan kijken, de kalfjes te bewonderen terwijl de hond zwaar kwispelend -het kost hem moeite met de logge staart- mee hobbelt. Met de baas en dat mens met die auto, waar ie altijd een plas tegen 1 van de wielen moet doen.

Zo'n donderdag. Bijna sentiment. Zo hetzelfde, maar elke keer beleef ik ze anders. Ik heb ze gemist, die hele dagen weg met tussen de middag aan kunnen schuiven. Vorige week bestelde ik tegen half 11 in de ochtend een whiskey naast mijn koffie. Om dat snot in mijn hoofd wakker te schudden. Dominique schenkt altijd nogal ruim, wat ik natuurlijk nooit erg vind. Ik maakte geen praatjes en wipte alleen even binnen bij Nadine om restjes groenten te halen die ze voor onze varkens bewaren. Dat belooft een mooie gedroogde worst en wat andere lekkernijen.
Deze week ben ik te druk. Zesendertig eieren voor de ruim 20 cakes van volgende week. Groenten voor op meer dan 1 vierkante meter pizza. Verse gist bestellen bij de bakker. Ze rekent voor een pond 2€10, waarschijnlijk alleen omdat ik nog 4 broden koop en vooruit betaal. Komend weekend vrienden over de vloer, dus wat extra's voor 2 maaltijden a 4 personen en dan de praatjes met iedereen die me wil kennen. Vaak genoeg hebben we, als locals, niet altijd zin om iedereen te spreken. De meest geliefde kennissen gaan voor, vrienden trek je de kroeg in, thuis ga je eten en de rest zoekt het zelf maar uit... Als er een roddel te halen valt, dan promoveer je direct tot geliefde kennis.

U begrijpt; ik ben weer helemaal bij met het reilen en zeilen van de inwoners van het canton.

zondag 22 maart 2015

Franse Bijstand voor Dummies

Daar zaten we dan, om 9 uur in de ochtend, op van die aan elkaar geklonken stoelen die aan de vloer bevestigd zijn. In het lelijkste gebouw in het stadje, omdat men hier geen geld heeft om oude gebouwen in ere te herstellen en ze ook nog eens te laten voldoen aan de regels van brandveiligheid met diverse uitgangen en vluchtroutes, ooit bepaald in Parijs of zelfs nog verder weg; Brussel. Want ook de dependance van het arbeidsbureau is er gevestigd, jeugdzorg, het kinderdagverblijf, de dierenartsenpraktijk naast een klein hok bekleedt met bruin geverfd glasvezelbehang van het dikste soort om eens per week op afspraak de inwoners van het canton te helpen met allerhande uitkeringen.


Hoe meer mensen in een regio, hoe hoger de werkeloosheid, hoe meer mensen die niet aan de bak komen, hoe meer mensen hun hand op moeten houden. Geen pretje en ik heb me ervan weten te verschonen in Nederland.
In een regio die enkel verder leeg loopt dan dat de Aveyron al bekend staat, is de werkeloosheid zo ongeveer net zo groot. Schrijnende toestanden, want al eeuwen bedropen de kleine communes zichzelf wel. Dat noemt men nu heel hip 'zelfvoorzienend' en het klinkt goed, maar wederom vallen velen buiten de boot als er gesproken wordt over een bestaansminimum. Veel kan en mag niet meer en anders zijn er eenvoudigweg te weinig mensen die de juiste kwalificaties hebben, volgens de wetten en regels dan. 
(Er wonen bijvoorbeeld meer Aveyronnais in Parijs dan alle inwoners van dit grote departement bij elkaar.)
Toch blijkt het gezichtsverlies om gebruik te maken van de Franse bijstand. Het is sociaal nog wel één voor allen, allen voor één, maar financieel gaat die vlag niet meer op.
Nu zijn we toch al geaccepteerde vreemdelingen die ook nog eens op de grens van het canton ergens verstopt in een bos wonen, dus die schaamte gaat aan ons voorbij. Men wenst ons niets dan goeds en ook aan de hulp van de dependance van het arbeidsbureau zal het niet liggen.

Toch die zenuwen op de vroege ochtend in het halletje op die massa geproduceerde stoelen. De dame komt enkel op afspraak van een kantoor een uurtje rijden verderop, voor ons. Het afsprakenbureau zei 9 uur, maar er hangt een briefje dat de consulent vanaf half 10 zitting heeft. Dan eerst maar zenuwen afblazen op de markt. We vertonen ons er zelden samen, dus is men genegen om een praatje; Er speelt wat, anders vertonen M&M zich er niet. Dat moet uitgezocht worden...
Om half 10, geen consulente. Ik blijf zenuwachtig naar de tijd op mijn mobieltje kijken, doe nog maar eens een plas, Marc gaat er nog maar 1 roken buiten en bestudeert het vluchtplan in geval van nood dat pal naast de ingang hangt tegenover een vrolijk beplakte deur met raam van het gevulde kinderdagverblijf. Gevuld; drie volwassenen en 5 kinderen.
Aurelie komt om kwart voor 10 luid babbelend binnen met een knullerige stagiaire van, wat zal ik hem geven, 19 jaar. Het ventje kent zijn plek, maakt zich onzichtbaar. Wijs, wat weet hij nu van het leven om 2 buitenlanders te helpen het systeem binnen te halen. Ik ben opgelucht dat onze consulente een leuke jonge meid is. In geval van een 'zure tang' die ons wantrouwend aan zou horen en enkel de maren en verplichtingen zou benadrukken, was Lief na enkele momenten naar buiten gestoven om nooit meer ook maar één stap richting hulp van de overheid te zetten. Dan eet ie nog liever bonen uit pot en bekwaamt hij zich in de stroperij.
Aurelie was te laat en heeft maar 30 minuten per cliënt. Ze inventariseert onze informatie op sublieme wijze, vat op tijd samen en bekent dat ze niet goed op de hoogte is van RSA. Ze heeft weer een ander specialisme, maar kan ons wel als vaste consulente verder helpen zodat we niet zo ver hoeven rijden voor a-l-l-e afspraken om ten kantore te verschijnen.
Dat is nog eens een voordeel, 1 consulent die half-wijs in zo'n uithoek ons gaat helpen. Ander voordeel is dat Marc in dienst is geweest van de dakdekker en dat ik al ruim 2 jaar werk voor ADEL. (Een bureau dat personeel verschaft voor eenvoudig werk voor particulieren; schilder- of verhuisklussen, babysitten, eenvoudig tuinwerk, schoonmaken, gezelschap of boodschappen doen.) Het lijntje met de meiden van ADEL en Aurelie is net zo kort als de trap die beide kantoren verbindt.
Ze spelt ons de lijst uit met papieren die we nodig hebben. Daar zit ook de verplichte inschrijving bij als werkzoekende bij het Pole d'Emploi, te Rodez. "Dat wil Julie wel voor jullie regelen, de afspraak en voorlopige inschrijving. Dat scheelt weer een berg tijd voor jullie in Rodez."

Aurelie nam 3 kwartier om ons traject op te starten, een vervolgafspraak gemaakt. De inschrijving via internet als voorbereiding voor de officiële inschrijving in Rodez kost ook 3 kwartier, per persoon. Van rustig 'markten' kwam dus niets.
Volledig van alle energie voor die dag ontdaan gaan we naar huis na het haastig boodschappen doen. 
We zijn de rest van de middag stilletjes. Ik ben bang dat Marc z'n kont in de krib gooit nu hij de lange lijst met benodigde paperassen heeft om te laten beoordelen of we überhaupt ergens recht op hebben.
Loonbriefjes, 3 maanden bankafschriften van alle rekeningen die we hebben, belastingopgaven van 2 jaar, bedrijfspapieren van M&M Creations, kopieën van paspoorten en de carte vitale (Met misschien het drama-traject van het aanvragen van een kaart voor Marc die nu bijgeschreven staat op de mijne. Een carte vitale is de Franse Sociale Verzekeringspas.), contracten van werkgever(s), de toekomstige inschrijvingen als werkzoekende en nog wat papier, papier, papier.
U mag weten, Marc gooit het liefst alle post na lezen de schouw in. Opgeruimd staat netjes en wat heb je eraan? Ik weet dat dat not done is in dit land en ben zeer georganiseerd om problemen te vermijden. Ik heb de stress gezien van mijn vader die 2 keer per jaar een week moest gaan zitten om de post eens op te ruimen. Deze eigenschap komt me goed van pas.
Maar afgelopen donderdag deed ik niets. Een siësta mondde ook uit in het 30 minuten Donald Duck's lezen en verder bij de ezels zijn. Beetje babbelen met de jongens terwijl Marc een wandeling maakt met de hond. 


Nog even over het werkzoekende zijn.
Onze kansen op een baan zijn nihil. Dit niet omdat we niets kunnen of vreemdeling zijn, alhoewel dat laatste wel meespeelt, maar meer omdat de werkeloosheid in het canton erg hoog is. Part-time banen zouden wel kunnen. Die heb ik dus al en zeker meer van de zomer. Strijken en poetsen, misschien 'iets' in het toerisme. Maar ik ben de enige niet die dit kan en wil doen en ik sta onderop de lijst. Marc wil die tijd niet missen en kosten maken om elders het werk te doen dat hij thuis zou moeten doen. En dat weten de dames op de dependance. Alle begrip is reeds ontvangen en zo worden dus ook de voorlopige inschrijvingen als werkzoekende voor ons ingevuld. Onmogelijke beroepen, naar waarheid, die hier niet te krijgen zijn. Wil wel, kan niet. Op voorhand voel ik me niet gecriminaliseert als anderen bijdragen aan een paar honderd euro per maand, meer zal het niet worden.
We worden hier niet gezien als uitkeringstrekkers die niet willen. Maar erkennen wel dat we wat terug moeten doen. Meer poetsadressen in de buurt zijn altijd welkom. Voor Marc ziet het werk vinden er somber uit en dat stelt gerust. Zij handen zijn schuurpapier en niet meer schoon te boenen. 24/7 werkt hij, 's nachts noemt hij dat 'ver'werken. Gelijk heeft hij.
Toch voelt het voor hem als een gevang. Dat hele gestructureerde overgeregelde systeem van sociale 'zekerheid'. Zekerheid wordt met een bedrag per maand dichtgetimmerd, maar bevat nogal wat gaten.

Om de rompslomp compleet te maken moet ik me ook nog wentelen in hoe ik mijn rijbewijs verlengd en omgezet krijg naar een Frans rijbewijs. Ik heb het roze papiertje nooit nodig gehad afgelopen jaren en vergat dat het ding geldig was tot juni vorig jaar. Papieren uitdraaien van internet. De printer bij de dependance draait komende tijd overuren. Ik mag sinds een jaar niet meer betalen voor mijn printjes, één voor allen en allen voor één. De boel opsturen naar de prefectuur. De boel weer terug krijgen na een telefoontje van de prefectuur dat ik een 'avis medicale' nodig heb om te beoordelen of ik fysiek nog wel in staat ben auto te rijden. Deze medische keuring moet gebeuren bij een onafhankelijke huisarts en ik begrijp waarom. De mijne is goed en bevriend met JP, de man van mijn vriendin. Dus die vullen alles in zonder naar me te kijken, te luisteren of de test met de pollepel. Ook moet er bloed geprikt worden, dus afspraak maken met de verpleegkundige. Dan de factuur thuis krijgen en apart betalen, van het laboratorium dat mijn bloed onderzocht. Terug naar de arts om die test verklaard te krijgen. Mijn bloed blijkt op alle fronten keurig in orde. Dan een afspraak maken bij die arts die pas ergens in april de 'avis medicale' doet. Onderwijl rijd ik rond met een kopietje bestempeld en getekend door de secretaresse van de burgemeester. (Kunt u het nog volgen?) Daarna kan het dossier weer naar de prefectuur en dan is het afwachten...

Onderwijl de afspraken van Franse bijstand. Ergens die zure appel en is het het allemaal wel waard?

zondag 1 maart 2015

Verhoor op DoomsDay



Dat de dag zou komen wist ik wel. Niet dat m'n Lief exact deze dag uit zou zoeken. Rationeel gezien de enige dag, de laatste van de eerste maand dat er een rood stipje verschijnt op een lange lange lijst van hypotheek-eigenaren die aan het einde van de maand de hypotheek automatisch af laten schrijven. Wel betaald, voldaan, ook betaald, gewoon betaald, check, groene stip, check, groene stip, betaald, voldaan, vold... .... Rode stip + uitroepteken!? M&M, rode stip, niet voldaan.
Gelukkig is het zaterdag, maar dat hindert zo'n geautomatiseerd systeem niet waarnaar gekeken wordt vroeg op de maandagochtend door een gestropdaste medewerker die net een eerste bakkie pleur uit het DE-automaat heeft getrokken. In een sjieke keramieke mok met logo, dat dan weer wel.
Lang heeft Marc het kunnen rekken en redden. Huurder hier, inloop-motel daar, vertrouwend op dees en gene. En samen werkten we hard aan een herstel of nieuw begin. Maar...
Eén dag zou de eerste zijn. De laatste in 15 jaar a 12 maandelijkse termijnen. 28 Februari, doomsday, het gordijn sluit. 
Ik zag de dag al jaren aankomen. Gaf de tijd, vrienden, ja iedereen het voordeel van de twijfel. Ook mezelf en maatje Marc. Dat het ons zou lukken, dat het wel los zou lopen. Hoop doet leven. 
Ik had het dus niet in de gaten. Ik genoot van een beterende knie, liet de ezels al vroeg in de ochtend vrij op de piste. Sarko nam puberaal afscheid door te bokken, te briesen en schijnheilig richting de twee eiken te rennen met Ollie in zijn kielzog. Ik kookte krabbetjes uit om ze te marineren voor de nasi en sopte na de maaltijd de keuken.
Op verzoek ga ik de schuur in, zet helm met gehoorbescherming op, want tijdens het schoonmaken van de kettingzagen wordt ik horendol van de herrie van de compressor.
Marc al ontstemt omdat hij 2 lange wandelingen moest maken om de ezels terug te halen. Ze waren er dit keer echt vandoor, het voetpad op richting het kasteeldorpje. Op dat steile paadje kun je ze niet inhalen, met de auto terugdrijven alsof je een gemotoriseerde schaapherder bent en voor je het weet ben je 20 km aan de wandel. 
Terwijl ik de 2e ketting van de zagen aan het slijpen bent, voel ik weer ogen priemen. Die zeggen alles. Dat ik het niet goed doe. Al slijp ik scherper dan hij, toch niet volgens de boekjes. Na jaren kreeg ik daar mijn eigen handigheid in en Marc vindt het niet zo leuk om te doen. Laat hem maar zagen en kloven. Maar toch, die blik met vleugje angst, ik begreep het niet, ik was niet op de hoogte van de door hem zelf gecreëerde doomsday, nog niet.
Al weken, maanden, jaren houd ik het hoofd zo relativerend en koel mogelijk. Doe wat ik kan, borduur ik voort op het zijn van een zonnetje in huis, de optimist die weerom die pessimist nodig heeft om niet alle 'doom' van tafel te vegen. Het hoort er immers bij. 
Maar dat zonnige lijntje aan het einde van de winter is ook verzwakt. Verwoed en zo reëel mogelijk geef ik hem een weerwoord. Dan barst er een bommetje, stilletjes, enkel de bekende opgeheven vinger, van de achterkant getoond. Nog geen tijd genomen om me te verschonen (ongesteld), eerst die ketting scherp, dan de douche opzoeken. Boos is Marc weer een kilometer lopen in de miezer, de ezels weer thuis. Vooral Sarko is een puber en los van dat; Die maakt misbruik van zijn verzorgers op hun zwakke momenten. Ik duik, ook boos, de badkamer in, kalmeer.
Stel Lief daarna voor 4 keuzes, 2 daarvan betreffen een knuffel, te krijgen of te geven. Eén voorziet in het bedekken met de mantel der liefde, de moods, doomsday zelf. Waar ik nog steeds niet precies van op de hoogte ben, dat het hem juist deze dag zo zwaar te moede is geworden. Hij is vrij te delen, of juist niet. Als we met elkaars stemmingen meegaan wordt het helemaal een tranendal, dus doe ik mijn ding, zo goed mogelijk.
De 4e keuze is een noodsprong. Tas pakken en 'naar boven', het koude appartement met zijn elektrische radiatoren en tuinvogeltjes in de kersenboom achter het balkon. De kerkklok die een horloge overbodig maakt, het trieste weer en de mist die het uitzicht weg neemt. Hij kiest; Ik mag er even tussen uit.
Lichtelijk ontzet, maar met respect voor zijn keuze, huis en haard voor zich alleen en het zonnetje in huis verdreven, rijd ik met een bijna lege tank naar boven. Ren de super in voor noodrantsoen, waaronder wijn en chocolade, en moet wat locals groeten en vriendelijk zeggen dat het goed gaat met het makkelijke 'Mais oui, ca va, ca va!' 
Vijftig meter verder zie ik de koppen achter het raam van de kroeg. Die blauwe Def Campingcar is een blikvanger (understatement) en mijn route bekend, zo ook de roddels op de drukke zaterdagavond met de pizza-kar net in bedrijf. 'Negeren', neem ik mezelf voor en kies voor het kleinste parkeerterreintje achter de pastorie. 
Ik sta nog niet naast de auto of heb al spijt van het willen verstoppen van de auto, om me volgende week niet te hoeven verantwoorden op de markt. U mag weten; Zo'n klein canton, ze kennen je allemaal.
De pastoor roept me. Zonder jas, een tricot trui, rond gezicht met de heldere blauwe ogen, een gouden ketting op de borst waar een opzichtig kruis aan bungelt. Ik loop maar even naar hem toe, maar ben allerminst in de stemming om een stichtelijk gesprek te gaan voeren.
Hij verhaalt; Dat de parking niet voor iedereen is. Dat de auto wel erg groot is. Waar komt u vandaan? En wat komt u hier doen? En nee, die parkeerplaatsen zijn voor de kerkgangers. Onderwijl roept hij zijn twee katten tot de orde die de geuren van onze 4 inspecteren op de Blauwe. Tot aan het dak toe moet geroken en bezichtigd worden. Dus stap ik over alle reserves heen. De pastoor is wel wat gewend met in totaal 60 kerken in het hele canton. Hij maakt nu kennis met 1 van zijn schaapjes, een van huis uit protestants schaapje. 
Ik schraapte afgelopen jaren al wat witte voetjes bij elkaar zo her en der. Het bleek handig, waardevol en eindig op Marc's doomsday niet voor niets in een veilig, bijna altijd beschikbaar appartement, van alles voorzien dat ik in geval van nood nodig heb. Beter als creperen in een landrover zonder badkamer of internet. Dus die pastoor 'd'ici' kan er ook nog wel bij, zeker vandaag.
In gebrekkig Frans, nog steeds, is het de beste herder al snel duidelijk dat ik even ben gevlucht om erger te voorkomen. Dat ik zelfs een sleutel heb van een dame gelieerd aan de oud burgervader van de grootste gemeente van het canton. Dat ik toch echt 'uit het zicht' wens te blijven en daarom koos voor 1 van de 4 vakjes op zijn pastorie. Ik ben nu eenmaal ook van hier, ik lach hem vriendelijk toe en laat ze doorschemeren wat hij denkt te willen zien.
Terwijl ik de tas met spullen voor 2 dagen en een doosje boodschappen uit de auto hijs hoor ik hem nog roepend vragen naar mijn naam. "Martine, meneer de pastoor, en u?" "Marc, roept hij, van Marcus."
Een verhoor van de pastoor, op doomsday. Dat kon er ook nog wel even bij.

24 Uur later ben ik weer prettig thuis. Om de knuffels te geven. De groeten van meneer pastoor over te brengen. Dezelfde naam, dezelfde ogen. En een wit voetje op een parkeerplaats voor zijn schaapjes.

vrijdag 2 januari 2015

Stay Human

Stay Human zou een uitstekend goed voornemen kunnen zijn. Dat is het niet. Retorisch allerminst.
harmonie rond voedertijd van de varkens, alles pikt een graantje mee.
Stay Human is namelijk het onderschrift van elke email die ik van Jos krijg. Jos is een vriend van me. Hij schrijft me wanneer hij aan me denkt. Schrijft me als ik weer eens maanden niets laat horen. Stuurt me epistels en halve bloemlezingen. Uit zijn bezorgdheid over het ter ziele gaan van de mens(elijk)heid en de door hen te controleren gewaande aardbol waarop en waarvan wij mensen leven. Hij schrijft me zijn twijfels. Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?'
Hij verhaalt me ook over het tegennatuurlijke van de wereld om hem heen als hij zich even onttrekt aan zijn boerderijtje gelegen naast de kerk van een onooglijk klein dorpje op het Ardense platteland.  Naast het eigen boontjes doppen verhuurt hij kamers aan de echte pelgrim. Het pluimage dat zoekend over velden en wegen naar het zuiden afdaalt met een schelp op de backpack is divers en plaatst mijn vriend voor verrassingen maar ook diepe treurnis. Het is altijd lastig als je in staat bent zoveel waar te nemen in mensen, misschien schept dat een band. Want het horen-zien-&-zwijgen is niet voor iedereen weggelegd.
Jos is Nederlander, althans, daar is hij geboren. Dat hij de taal spreekt met een accent verraadt zelfs uit welke uithoek van het kleine land. Hij woont al decennia in het noorden van Frankrijk, koestert zijn schaapjes en zorgt voor de kippen en voorziet zo in zijn levensonderhoud. Maar dat valt niet mee en blijkt tegen de stroom in te zijn. 
Ik ontmoette Jos op Nederlanders.fr. Een forum voor Nederlanders die iets van doen hebben met Frankrijk. Wonen, werken, leven, familie van - en emigranten in spe. Eerst hebben we knetterende ruzie gehad en ik perste er toen dit log uit om te zeggen wat er gezegd moest worden om me mens te blijven voelen. Stay Human. Na enkele weken een persoonlijk berichtje van Jos en vorig jaar kerst verbleef ik even in het Ardense om deze human in de ogen te kunnen kijken. Mager en Ardens winterbleek. Zou armoede verbroederen? Of was het de klik van hetzelfde 'weten'? 

Zo kwam ook de Kluizenaar op ons pad afgelopen jaar. Een aparte verschijning die steeds blijer leek mensen ontmoet te hebben met diezelfde gedachte dat menselijk blijven enig bewust zijn verlangt die 'ernaar handelen' af lijkt te dwingen. En van een gedegen afstand is er een objectiever overzicht op wat mens zijn, menselijkheid, de mensheid aan het doen is. Wat je zelf doet of juist laat. Het waarom eigenlijk? niet uit te vlakken. Stay Human, trouw aan je eigen natuur, aan de wetten ervan. Of je er nu in, van en op leeft, het bent, of niet. Natuurlijk zijn we allemaal. Natuur-lijk zijn, mens. 
Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?'
"Hoe dichter bij de natuur, hoe zwaarder het wordt". Zijn woorden horen we nog en krijgen steeds meer betekenis als we buiten ons leventje om naar buiten kijken. Het is hetzelfde 'weten'.

Via Facebook ontmoet ik pareltjes van mensen. Soms later ook een echte ontmoeting wat zelden voor niets is. Het aftasten is nu eenmaal eenvoudig met het world wide web. Al wat langer volg ik daar Tom. Een denker levend in, met en van de natuur in Frankrijk. Hij kwam onlangs met een artikel op zijn weblog over Mu Ri. In het kort; het is tegennatuurlijk om tegen de wind in te plassen. Voor tekst en uitleg, kunt u verder lezen door te klikken. 
Na een aantal keer dit log gelezen te hebben vroeg ik me ook weer af; Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?' Zij die vinden dat we tobben, want zij draaien aan een thermostaatknop. Zij die me voor gek verklaren dat ik me bewust ben van het feit dat er hier nog veel bijen leven, wilde en de honingbij in kasten. Maar dat het wereldwijd mis gaat met de harde werkertjes waardoor de winkels er een stuk leger uit gaan zien in de toekomst. Of de schappen kunstmatig gevuld zien zijn met schreeuwerige verpakkingen, bij voorkeur dubbelop verpakt met onleesbare 'bijsluiters' van wat het wel niet is, doet, wat erin zit, beetje verdraaid, maar dat verkoopt. De bijen hielden het tenslotte voor gezien. Ook hier zal ik het effect gaan voelen. 
En dan ben ik gek dat ik me daar zorgen over maak? Wat niet weet, wat niet deert. Ammehoela. Horen-zien-&-zwijgen kan niet in de natuur. Niet om trouw te blijven aan je menselijkheid, je eigen natuur. 
Stay Human, het zou een prachtig voornemen kunnen zijn. Al zou de wereld niet op z'n kop staan. Recht trekken wat krom is. Mooi praten wat lelijk is.

Green Evelien is ook een wakkere dame. Met een berg aan moed die niet anders kon, hetzelfde in de Zuid-Amerikaanse jungle zag gebeuren wat wij hier ook ervaren. Je kunt toezien hoe de tengels van de zogenaamde vooruitgang zich in de natuurlijke authentieke mens(elijk)heid boren of zelf en bewust (en) doen. Zij verwoordt wat mij tot dusver nog niet is gelukt in dit artikel dat vorig jaar mei verscheen in de Antwerpse Gazet.
Stay Human bleek ook voor haar niet mogelijk in het jachtige leven van nu in druk bevolkt gebied. Dit ook in alle respect voor hen die zich er juist als een vis in het water voelen. Ik zal het alleen niet begrijpen. Af en toe een week Brussel doet me heel goed, in alle opzichten. Maar terug op base voel ik de backbone van de natuur.  En ik dacht ook weer; Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?'

Stay Human
Onze honden zijn Hond. Dat graaft, rent, jaagt, blaft, speelt, rolt door en eet poep, alle poep. Ze mogen erop uit, zwemmen en ook eventjes wegblijven. Zeker Valonne is een jagertje. Pas nog een enorm wild zwijn midden op de dag. Ze bleef uren weg en we hoorden haar blaf weerkaatsen. Wat kan ze doen, het ukkie tegen zo'n beer? Maar lol heeft ze.
De ezels zijn ezels. Die kunnen klieren, uitdagen, om knuffels vragen, of wortel en hooi. Ze kunnen trappen en briesen. Rollen in het zand met as, spelen en de varkentjes plagen. De ezels staan hier in een prima natuurlijk habitat. Zelfs ruimte voor een stuk rennen. De bochten vindt Sarko prachtig, hoe harder hoe beter.
Die op hun beurt kunnen vrij wroeten, lekker natuurlijk. Alleen hun dunne vacht, zonder vlekken en het oormerk verraad hen, overal. Zij proberen je omver te werpen met de kop met snuit, hun spel. Met de tuinslang spelen, meesterlijk. En je eruit rennen naar de trog met de ezels op je hielen en honden voor je uit. Varkens maken er een drekbende van. Hebben altijd een zwarte modderige natte snuit. Lekker natuurlijk, een lust ze te zien genieten van het varken zijn.
De kipjes mogen er ook achteraan rennen en snoepen tussen de poten en benen mee. De natuur is hard voor hen. Regelmatig verliezen ze een zus of hun haan. De kippen blijven bij hun kip zijn. Tokken, pikken, leggen een ei en slapen graag bij elkaar, natuurlijk op stok.
De katten hebben dan wel altijd brokjes tot hun beschikking. Ze vreten zich vol aan muis en vogel. Het bos is overdaad, het terrein en binnen de comfort-zone. Ook zij gaan erop uit en lopen in een flinke straal rond het huis. De kat is kat en zal daar niets aan veranderen. Blijft trouw aan zichzelf.
Die stenen hier zijn steen. Hard en zwaar. In rotformaties om te versjouwen. 
Dat hout weerbarstig, krom gegroeid en zwaar van bosrank, braam en klimop. Het is hout, wat je er ook van wilt maken. Zwaar, met respect bejegen, wel tot in kleine brokken. Hout is goud.
Net als die bron. Een bron is een bron. Die kan sterven, als een ster. Of elders verder gaan. Of uitgeput raken door zichzelf of een verandering. Van het klimaat of de bodem zelf. Het schudt hier nou eenmaal af en toe, een landverschuiving is niet zeldzaam in de gorges. Dat water is zuiver en al eeuwen in gebruik. Het komt uit de aarde opborrelen en zeer geschikt, haast zoet, om te drinken. Of je spoelt de wc ermee door.
En met wat inzet en creativiteit gaat ook de aarde meedoen met het geven van groenten en fruit, kruiden en houtwallen, veldjes gras met bloemen. Het is niet de natuur die mee wil werken, wij willen met de natuur meewerken vanuit ons menselijk kunnen. Kennen. En het 'weten', dat groeit. 
Stay Human blijkt tegen de stroom in te zijn. Toch maar een voorbeeld nemen aan de beesten om weer mens te zijn?
de beesten mogen beest zijn
 Ten slotte kwam ik op de valreep van het jaareinde dit stukje tekst tegen;

Zit niet zo te focussen.
Als je een lens neemt, een bol geslepen stuk glas, of zoals Antonie van Leuwenhoek, een waterdruppel, de eerste microscoop, Dan kun je die in de zon houden. Als je dan de juiste afstand hebt gevonden dan bundel je met de lens de zonne-energie op een enkel punt. Alle energie gebundeld in een punt. Totale focus. Dit punt heet het brandpunt van de lens. Niet voor niets want als je een voorwerp in de geconcentreerde zonnebundel plaatst dan vliegt het onmiddellijk in de fik.
Niet voor niets ook dat de term focus door coaches en managers en allerhande veelvuldig gehanteerd wordt.
Daar schuilt een gevaar in. Want wat is dat eigenlijk, die focus die je vraagt, of die van je gevraagd wordt? Welke energie moet je bundelen. Wiens energie? Is het goede energie?
Wat is het resultaat van het bundelen van die energie? Waar is het brandpunt? Wat wordt er verbrand?
Hoeveel mensen werken er niet aan destructieve dingen met veel focus. Wat als zij zouden ontfocussen? De uitvinder van de atoombom was te laat. Hij huilde bittere tranen toen zijn blik zich verwijdde.
Welke focus wordt er van jou gevraagd? Is het niet blindstaren? Welke energie moet je bundelen. En wat voor focus vraag je? Is het diepgang of oppervlakkigheid?
Als je even niet focust en om je heel kijkt, het hele landschap, de voorgrond, de achtergrond. Het perspectief ziet, voordat je scherp stelt, oordeelt, focust, dan zie je iets bijzonders. Allemaal mensen en groepen mensen die blind alle soorten energie bundelen en daarmee grote gaten branden. Een en al focus en rook. En het kan dan heel goed dat je je focus verliest. Even, of langer. Van de schrik.
Je houdt op een lens te zijn. Je ervaart plotseling dat je telkens opnieuw scherp kunt stellen. Perspectief kunt kiezen. Je eigen perspectief. Dat je je eigen energie wel wilt vinden voordat je een brandpunt maakt.
Je eigen energie, je inwendige zon.
Allen Watts kan daar mooi over vertellen. Over hoe een krantenfoto van dichtbij enkel zwarte puntjes is. En dat je dan afstand moet nemen om een gezicht te zien. En dan neemt zijn stem je verder mee naar waar alles alleen maar golven is. Energie zonder focus, zonder oordeel.
Dus zoom in, zoom uit. Je bent een mens geen lens.
Van Albert van Iperen (Overdaad)


Stay Human 

Dank Jos. En Tom. En al die anderen. Voor het zijn van een mens.

zaterdag 13 december 2014

De jacht


Iedereen die meer over Frankrijk weet dan dat het een populair vakantieland is, zal ook weten dat de jacht in dit land een heilig huisje is, meer een landhuis dat met hand, tand en geweer verdedigd wordt.

De eerste winter dat we hier woonden waren we voor de locals nog haast onzichtbaar en vonden het jagen zo nu en dan gewoon bij het plattelandsleven horen. Nieuwsgierig bekeken we de jagers als we met de auto op het bospad huiswaarts keerden, een zuinig knikje naar de boeren in jagerskostuum, een enkeling met geweer over de arm een lichte beweging met het hoofd als een stug bonjour.

De winter die volgde gaf ons een 2e ervaring met de jagers. De groepen zijn verdeeld over het canton, zodoende blijven het dezelfde koppen, dezelfde kleine 4x4's  en koektrommels met de boxen voor de honden en allerhande wat niets met auto's te maken heeft. Maar zover waren we nog niet tijdens de natte winter '09/'10.
We waren bomen aan het klein zagen na het vellen, flink herrie aan het maken. Plots 2 schoten toch behoorlijk dichtbij. Wetende dat we redelijk centraal op eigen terrein stonden moesten de jagers op ons terrein aan de gang zijn. Oeps. Hier wil en moet je dan wat mee als groene vreemdeling. We keken elkaar aan, riepen de hond en liepen richting het geluid van de schoten die hier vaak een paar keer terug komen door de echo.
Drie mannen op leeftijd en een puber staan aan de rand van de rivier. Het bulderende water zegt dat de turbines draaien, we naderen en zien een klein vies nat hondje met een ruige vacht de neus van het zwijn aanvreten met bloed doorlopen ogen. Verderop staat nog zo'n ploegje bij een tweede zwijn. We schudden handen, wat niet van harte ging. We proberen uit te drukken dat we vlakbij aan het werk waren buiten en geschrokken zijn. De jagers kijken ons niet aan. Samen met de slappe vlugge handjes maakt het hen als betrapte schooljongens. Wij spraken nog niet goed Frans, maar hun snel gesproken dialect begrijpen we ook niet, ze zijn allerminst spraakzaam. We bieden aan dat er een goed maar steil pad over ons terrein naar het bospad loopt. Dat mogen ze gebruiken om de dode beesten, zonder neus, naar boven te torsen. We willen die gasten van ons terrein af, punt uit.
(Achteraf begrijp ik dan eindelijk de Most Frequently Asked Question of we hier het hele jaar door wonen. Want dat is raar, dat doen 'ze' anders nooit. 'Ze' zijn Fransen uit de grote stad of echte blanke buitenlanders)
Onze eerste reactie die middag was licht geschokt door de confrontatie met de harde feiten; De twee stuks reeds aangevreten zwijnen op de oprit, ons terrein als verzamelpunt voor een groep mannen die op ons overkomen als 'rednecks'.
Twee dagen later leren we meer; Een stuk van de buit is voor de eigenaar van het land waarop het dier geschoten is. We krijgen dan ook opeens bezoek (bijna een hartverzakking als de deurklopper gebruikt wordt, meestal is het postbode Philippe.) van godfather Felix, het opperhoofd van de groep jagers die dit deel van de gorges toebedeeld kreeg een eeuw of wat geleden. Hij brengt een ruime 2 kilo van het malste stukje zwijnenvlees voor ons mee. Later snijd ik een stukje af en steek het rauw in mijn mond. 
Ik heb zelden zo'n pure smaakbeleving gehad. Te vergelijken met een stukje superverse rauwe tonijnfilet maar vlees, van wild, rauw en op kamertemperatuur. Dit is niet snel te koop en anders onbetaalbaar. Een verzoeningsoffer inderdaad. En een lesje over het jagen. Op woensdagochtend, zaterdag, zondag en feestdagen.

Een jaar later is 18 jaar oude kater Shadow zich voor aan het bereiden op het hemelen. We ondersteunen hem die laatste maanden. De dag voor de nacht dat hij stierf zat Marc steeds naast hem. Buiten in een zacht mandje, een kleine klamboe over het mandje heen, de vliegeninvasie in de herfst rook zijn verval. Bewegen, eten, zien of horen, kat is op en er klaar voor. Plots schoten, geroep en blaffende honden met gechipte bellen om de nek, vaak met GPS-zender. Marc schiet uit zijn vel, wordt woest. Weer onaangekondigd en we zijn al wat kippen kwijt geraakt door die honden. 18 Jaar met Shadow geleefd en beide pacifist. Hij vertrekt zijn mond tot een wrang streepje, haalt binnen het op zolder gevonden klein kaliber jachtgeweer, ongeladen, en rent het bos in. 'Oei', denk ik. Het moet gezegd, ze stonden dichter dan 150 meter bij huis en naar ons weten is dat verboden.
Daarom een confrontatie met Felix en plein publique op het marktplein. Marc is nog steeds boos en vraagt de 80 jarige om iemand van de groep even een belletje te laten plegen of die deurklopper te gebruiken. Gemoedelijk trekt Felix ons later de kroeg in voor een verzoeningsdrankje. Alles goed en ja, we bellen de volgende keer. Niet dus. Het wordt stil op onze percelen. Andere ongein tegen de vreemdelingen, machtstrijdjes, hetgeen te verklaren en te verwachten is. We dragen het zo we kunnen.
Wij nemen 2 ezels, 2 varkens en Valonne kiest ons als baas van de roedel met Castel als zus. Marc en gasten plaatsen op de meest onmogelijke hellingen hekken met schapengaas. Zo zal het voor de jagers ook een stuk minder leuk worden, want het wild zal eerder kiezen om naar de overkant te zwemmen dan om omhoog te rennen langs ons hekwerk recht in de armen van de oude baasjes met het geweer in de aanslag, keurig op het bospad. Met de overkant van de kloof wordt wel van te voren gecommuniceerd. Andere groep, De Overkant, andere wereld en levensgevaarlijk om tegelijkertijd te jagen. 
Dus lopen de jagers een paar jaar met een boog om ons heen, meer, veel meer dan die 150 meter. We horen ze wel, maar zien ze zelden. De zeldzame ontmoetingen op het bospad leveren inmiddels een kort praatje op. Paulus de Bospooierkabouter rijdt een keer of vijf per week op en neer om sporen te vinden, wil niet echt ontdooien, we tolereren elkaar.

Tot woensdag deze week. 
Na de enige mok koffie die ik drink 's ochtends, klim ik over de bemoste puinhelling naar een 10 meter onder het bospad. Net onder de bramenbossen staan 2 plukjes sparren. Prachtige takken, fris groen, om m'n huisje lichtjes te geven en het eeuwig groen naar binnen te halen. (U mag weten dat ik als hovenier niet voor kamerplanten zorgen kan. Gekooid groen, daar houd ik niet van.) Het is mistig, de wolken doen er langer over om verdreven te worden door de zon. Het miezert. Siamees Merlin en Valonne volgen me terwijl Marc hout hakt op een schoon gezaagd puntje bos. Ik hoor auto's op het pad, woensdagochtend, ze mogen. We weten nu ook dat de ezels op jachtdagen niet los op het bospad kunnen grazen. (Ze gaan steevast naar de buurezels voor een praatje, we hebben er geen omkijken naar en ze gaan halen is altijd leuk.)
Later stap ik net met twee hoog gestapelde dozen kerstversieringen in de armen de toch echt verrotte veranda van het bakkershuisje op, als de eerste knal door de gorges klapt en als een donderslag door rolt. En nog een, en nog een. Stilte. Er volgen er nog vijf en het is dermate dichtbij dat ik me in een flits in een oorlog waan, vanuit het niets, daarom een flits.
Marc staat al boven als ik uit de moestuin kom met die twee dozen. We kijken of we fel oranje petten zien, vestjes, broeken met strepen. Want dat zien we veranderen, signaalkleding, van top tot teen en 2009 gewoon groen met enkel een oranje petje. Valonne is onder de Rode gekropen om te schuilen tegen het geweld. De kippen scholen al in het hok, kan door de regen komen die niet op zou houden die dag. Binnen zaten er drie katten op tafel. Dit is ten strengste verboden en dat weten ze heel erg goed.
Na een uurtje hoor ik buiten nog steeds stemmen, de ochtend is bijna om, midi nadert en met acht schoten zullen ze toch zeker wel succes hebben gehad? In de miezer die drup lijkt te worden slenter ik met de honden richting het geklets van de jagers. Net binnen gehoorsafstand hoor ik het woord 'le patron' en geef met een glimlach blijk dat ik weet dat ze zich schrap zetten. Marc is toch de l'homme sauvage (iemand die graag op zichzelf is met zijn privacy hoog in het vaandel) dus hebben ze vaker met de 'vrouw-van' van doen. Zo werkt dat hier nog.
Het gesprekje met de helft van een zestal man, de rest staat in ploegjes verderop het bospad, verloopt comme ci comme ca, maar een grapje van mijn kant over een klein straaltje bloed op de neus van een van de mannen, ze ontdooien ter plekke. Van een krasje van een braam blijven neuzen bloeden tot je er scheel van wordt. Ik suggereer lachend een schampschot, het effect als gewenst, want zo krijg ik eerlijke info los. Waar geschoten en hoeveel? Ah, op ons terrein, grijns ik de bebloede neus toe. Dus.... probeer ik uit hem te trekken. Het hoeft de filet mignon niet te zijn, maar een stukje voor de kerst dan toch zeker wel.
'We zullen wel zien' mompelt Paulus met een geforceerde glimlach. We mogen elkaar niet, erkennen  onuitgesproken iets. Dat hij weet dat ik weet dat hij tijdens zijn 'circuits des traces' ter hoogte van ons huis, na het negeren van de oprit, vaak stopt om zich op te richten uit zijn quadzetel om eens even rustig naar beneden te kijken wat die twee aan het doen zijn. Voor de dorpsroddel is het waarschijnlijk wel de moeite waard. 
Castel blijft gevaarlijk blaffen. Ze is wat nat en heeft modderpoten, ziet er imponerend uit voor haar gestalte. De 6 deinzen voor haar terug. Ik zeg hen dat ze bang is voor geweren, ze weet wat die dingen doen. Snel bergen ze ze op, stappen in na een laatste groet en starten de auto's. Ik hoor ze nog twijfelen, of die twee gewone auto's denken in de glibber via de uitdagende 4x4 route naar huis te kunnen rijden, naar de gehuchten op het plateau, rugdekking voor de zuidelijke hellingen van de gorges. Trouwens best broedgebied voor wilde zwijnen, maar die Nederlanders die daar altijd zijn, te anders en liever niet.
Ik wandel terug en glimlach een laatste keer naar de inzittenden van de 4 auto's. Vraag mezelf of die glimlach oprecht is. Omdat ik het echt bij het leven op het platteland vind passen, die jacht. Beetje achtergesteld, onderontwikkeld, inteelt of niet, men voelt haarfijn aan of getoonde emoties oprecht zijn. Leugens worden doorzien als je lokale finesses niet kent.
Twee dagen later schijnt de zon en horen we Castel weer aanslaan. Het is Felix die zijn blauwe combo bij het hek laat stoppen. Toevallig zijn we de tere esdoorns langs de oprit aan het snoeien, sommige aangedaan door zwammen met meer mos op de takken dan goed voor ze is. Een plastic zak in de hand waar een schouderbot uitsteekt. We maken een praatje, zo zelden dat er iemand langs komt.


De controverse
Er zijn hier net zo veel mensen tegen de jacht als voor. Onder de boeren is een scheiding te zien. De schaalvergroting is door het rauwe landschap niet mogelijk, het bestaan complexer door de moderniteiten van de tijd. Men doet wat men al eeuwen doet, millennia. In de vroege middeleeuwen tot nu is er gejaagd. 
Alles wat ooit vanzelfsprekend was wordt nu ook gereguleerd, gecontroleerd, belast, geadviseerd en geregistreerd, dit in tegenstelling tot voorgaande millennia. Er wonen nu een slordige 2/3 minder mensen in dit canton als in 1868, de bruikbare oppervlakte voor landbouw en veeteelt is, op wat bebouwing na, niet geïntensiveerd, kleinschalig en arm te noemen. Het jagen een verzetje tijdens de lange donkere stilte terwijl de vrouwen voldaan in de cave kijken naar de verzamelde en geconserveerde voorraden. Niet een tweede natuur, maar de enige echte eerste natuur. Mannen jagen, vrouwen verzamelen.

Ik begrijp de tegens.
Laten we eerlijk zijn; Ieder jagend individu heeft zijn verantwoordelijkheid. Het oer-macho gedrag van de mannetjes resulteert vaak in competitiegedrag. Nu heb ik het over de groepsjacht. Niet de eenzame man die op een plek in het bos gaat zitten vroeg in de morgen om, totaal verkleumd en met pijn in de ouder wordende botten, met een beetje mazzel dat de wind niet draait, toch dat ree te schieten.
Als de heren uit euforie besluiten om zich ook nog eens wat moed in te drinken van te voren. Als ze het wild aanschieten en te snel opgeven om het fatsoenlijk uit het lijden te verlossen. Uit frustratie en eerdere mislukkingen gaan stropen. Als ze uit nijd over weer een bloederig kippenhok net even te veel vossen schieten en hiermee een muizenplaag veroorzaken. Als ze hun enorme supersonisch uitgeruste jachthonden laten lopen na een geslaagde ontsnapping uit de kennel in de veronderstelling dat ze wel weer thuiskomen en blijven ontkennen dat ze op kippen-rooftocht zijn geweest. Als diezelfde honden (waar is de baas) schapen doodbijten. Als ze zo onbeschoft zijn naast je huis te gaan staan schieten en roepen terwijl de opgehitste honden over je terrein rennen.

Toch ben ik voor, niet tegen.
Steeds minder boeren, steeds meer leegstand van boerderijen en woningen, minder jagers, ook meer wilde zwijnen die de kleine weilanden ploegen, mais vernietigt. Meer reeën die de moestuinen aandoen, er is maar 1 groeiseizoen voor het aanleggen van de wintervoorraden. Meer vossen en marters die huishouden in konijnen- en kippenhok. Met verlies van de toch al vaak kleine oogst, kip en konijn. Een verwoeste moestuin die in juni al duidelijk maakt dat de oogst nihil zal zijn. Van 'gewoon alles kopen' is geen sprake. Door de armoede komt de ware voedselindustrie hier nauwelijks op gang. Men wil smaak, echt en puur eten. Comme l'habitude. Weten waar het vandaan komt, comme l'habitude, weten wat erin zit, zoals voedsel gewoon hoort te zijn. Basis & Zijn.
De jacht is inherent aan het leven op het platteland. Het is keurig geregeld om je terrein vrij van jagers te houden. Alleen de jachthonden zullen de vele verbodsbordjes langs de percelen negeren, maar kunnen niets doen als een aangeschoten zwijn zijn resterende dagen gedwongen wordt te lijden tot de laatste ademstoot. Dit juist op voor de jacht verboden terrein. 'En plus' zal het in (ook deze) kleine gemeentes, waar iedereen afhankelijk is van iedereen, niet echt bevorderend werken en veroorzaakt het twist en uitsluiting.

Vandaag staat er zwijn op het menu. Een stuk schoudervlees met kogelgat, een pot boterboontjes en gebakken piepers. Ik zal Paulus, de volgende keer dat ik hem op zijn quad zie rijden, de kop stevig ingesnoerd in een helm, een potje kopkaas van eigen varkens geven en van de lente dat topje weer uit de kast trekken.