donderdag 5 november 2009

De officiele brief

Voor een eventuele bijdrage van de overheid tgv de aanleg en installatie van de nieuwe telefoonlijn, moeten we een officiele brief schrijven aan Conseil Générale. De nota is bij ons nog niet binnen en daar zijn we blij om, van een kale kip valt tenslotte niets te plukken. Als wederdienst voor een gedaan klusje, heeft H. de brief in het frans vertaald en vol goede moed ga ik naar het gemeentehuis om te vragen of ze hem daar in drievoud uit willen printen. (En ik was nu juist zo groots met haar vertaling, dat ik bijna een beetje beledigd ben dat de dames hem aan alle kanten vinden te moeten wijzigen...) Drievoud is nodig volgens de burgervader en we volgen deze instructie gewoon op. Hoe meer hoe vollediger.
Het typisch franse gebouw heeft in de hoeken knusse beslagen facet-raampjes. Zo'n warm kerstgevoel overstroomt me even, maar wordt gelijk teniet gedaan door de felle TL-verlichting die aan de prachtig bewerkte hoge plafonds is bevestigd. Af en toe kan Frankrijk zo stijlloos zijn. Soms doen kantoren en instanties zelfs aan alsof je in een oude dictatuur terecht komt. Al lang passé, maar nog leunend op oude normen en waarden.
Zodra de brief geopend is op de oude PC daar, wordt er direct flink aan gesleutelt door de dame van het postkantoor en het secretariaat, ook een dame. Samen veranderen ze zo goed als alles. Voor zover ik het kan volgen, niet inhoudelijk. Zodra ze de cursor in het document zetten verschaf ik mezelf toegang achter de balie en ga bij hen staan. Er wordt druk veranderd; opmaak, aanhef, zinsopbouw en woordkeuze. Verder willen ze beiden persé de tekst zo uitgelijnd zien als een pagina in een boek. Ik vraag alleen of dat echt nu zo belangrijk is, maar ze staan erop. Verder laat ik het maar, ze helpen ons en steken er weer flink wat tijd in. Zonder onze beide handtekeningen kan de brief de deur niet uit. Dus met het vernieuwde bestand en een papiertje met de 2 adressen van Le Conseil in zwierige krulletters geschreven, sta ik na een half uur weer buiten. In het cafe haal ik een krantje en drink een bak koffie om even op te warmen. Daarna spoed ik me naar de markt, waar het als vanouds een rustige ontmoetingsplek is voor alle mensen die 'buiten' wonen. Ik heb het snel gezien in dit vieze, maar welkome weer. Ik koop een verse foucas, een gefrituurde groente-beignet en smul die op voor de super. Gauw naar huis, waar de ketel met koffiewater boven het vuur in de schouw hangt en de poezen liggen te soezen.
De brief print ik later wel, alles neemt zo'n vaart niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen