zondag 18 juli 2010

Andorra en TDF

Andorra Ansicht
Het is vroeg dag voor ons, voor zevenen staan we op. Niet echt uitgeslapen, zo'n eerste nacht in de wagen. Edith moet nog wennen aan de vrijheid, het zomaar buiten slapen. Ze heeft de autoportieren op slot gedaan, alsof ze nachtelijk bezoek kan krijgen. Geen kip wil daar zijn 's nachts, maar voor haar gevoel van veiligheid is het wel zo prettig. De autosleutels hangen we altijd binnen aan een haakje, uit het zicht. Een zware maglight naast het hoofdkussen als afweer middel, ook voor een veilig gevoel. Zij slaapt beneden, dat houdt in dat zij zal moeten reageren indien er wel wat gebeurd. De bestuurdersstoel is altijd vrij, zodat je in geval van nood, welke nood dan ook, achter het stuur kan kruipen en zo weg kunt rijden, slaapcabine uitgeklapt of niet; gevaar is gevaar,punt. Ook laten we 's nachts niets buiten de auto staan. M&M normaal wel de stoeltjes en en paar schoenen ofzo, maar wij zijn inmiddels gewend aan de slaapplekjes die we uitzoeken, daar waar echt niemand wil of kan komen 's nachts, als het diep donker is, tussen de bomen, het terrein van het wild, dat misschien nieuwsgierig aan het afvalzakje ruikt dat aan de achterlichten hangt.
Pas na de koffie ben ik wat waard en Edith wil weer sturen. Nadat we de auto hebben nagekeken en de bedden hebben opgeruimd, gaan we het bos uit.
Vlak na een bocht moeten we op de rem. Boomverzorgers, of zijn het gewoon houthakkers?, zijn dikke oude reuzen langs de weg aan het rooien. Er staan een tiental auto's voor mij te wachten. Een stamstuk ligt op de ene helft van de weg, met daarnaast de stronk nog in de berm en verder een diep bebost ravijn. Een vrachtwagen met grijparm raapt wat takken op en staat op de andere weghelft. Achter dit tafereel staat een lange file, net als wij, rustig te wachten tot de vrachtwagen vol is. Men zet de motor uit en stapt uit om het eens te bezien van dichtbij.
Boomverzorgers franse stijl zijn ruige jonge mannen, ontblote bovenlijven, zaagbroeken aan, geen helmpje te bespeuren en de grote kettingzagen op het asfalt koelen af van hun werk. Nonchalant wachten ze tot de vrachtwagen weggaat, zodat ze verder kunnen met kleinzagen en de auto's erlangs mogen. Ik had best graag gestopt om even te praten met vakgenoten, ook al klim ik nauwelijks bomen, toch voelt het vertrouwd. Edith maakt een foto zodra we langsrijden, leuk!
Gisteren avond hebben we een keuze gemaakt uit een aantal wandelingen, de leukste vervalt, we hebben meer dan 4 uur nodig om het start-punt te bereiken, dat duurt echt te lang. Ook de uitverkoren wandeling blijkt een roteind rijden te zijn. Het ANWB overzichtskaartje in het wandelboekje heeft een erg grote schaal en het startpunt ligt in Andorra zelf. Om daar te komen zijn we toch gedwongen de enige weg dat staatje in te rijden. Dus sluiten we aan in de rij met dagjesmensen en campers op weg naar het belastingparadijs. Door het extreme geslinger, de zon en de rijwind wordt het Edith net voor de grens te veel, misselijk, een rotgevoel en stuur ik een parking op waar een harde koude wind staat, maar wel een fantastisch uitzicht op de franse Pyreneneëen en de gevolgde wegen. Daarna is het 2 minuten naar de grens met de douane, die daar een vermoeide en geirriteerde douane-beamte hebben neergezet om de stroom voertuigen snel door te wuiven en je af te bekken als je wat wilt vragen. (ik wil zeker weten wat wel en niet de grens overmag, want natuurlijk wil ik tabac kopen als ik er dan toch ben.) Ook nu zijn we al ruim 4 uur onderweg, het valt allemaal wat tegen kwa tijd. Op de kaart zijn die paar centimeters soms een halve dag sturen, dezelfde afstand op snelwegen over vlakker terrein een half uur.
Zodra we het winkelcentrum van Andorra zien, vallen we stil van verbazing. Eerst een enorm pand in primaire kleuren, iedere plaat heeft een andere kleur. De grootste panden lijken elkaar geen meter extra te gunnen en deze koopstad is een afzichtelijk plaatje in het prachtige landschap. Het staatje moet het hebben van de lage belastingtarieven op de normaal zo hoog belastte artikelen, maar toch! Wel slim om zo'n centrum net over de grens te plaatsen, dat behoudt de rest van het land voor vervuiling en het overspoeld raken door toerisme. We crossen er snel doorheen. Op zoek naar het wandel-startpunt. We vermoeden dat ook deze vallei bomvol auto's staat en dat we in colonne omhoog moeten wandelen en en plein publique moeten plassen. En jawel hoor, de vallei is prachtig.... 's winters of in de herfst, een alpen-achtige vallei met een beekje in het midden, berghuisjes, gesloten en zijpaadjes naar weilandjes gesloten door hekjes en draad. De parkeerplekken zijn vol en wat gedesillusioneerd stappen we uit om even van de wind te genieten. Nee, we maken snel rechtsomkeert en nemen een bergweg naar een gehuchtje dat doodloopt op een boerenpaadje te midden van een bloemenweide met een kasje ernaast. We lunchen, een schaal fromage blanc met bosaardbeienjam en walnotencake. Eigenlijk willen we hier een stukje wandelen, maar de auto kunnen we nergens parkeren zonder de paden af te sluiten of de bewoners dwars te zitten. We besluiten Andorra te laten voor wat het is, dan maar geen wandeling en een ervaring rijker. Ik tank de auto vol, informeer naar de prijs van nieuwe banden voor de auto, koop tabac en weet nu dat het voor veel belastte boodschappen de moeite waard is een dagje in de auto te zitten en te genieten van de franse kant van de Pyreneëen.
Op zoek naar een slaapplekje waar we een ander stukje kunnen wandelen. Eerst de bergen uit, via de hoogste passen ten zuiden van Limoux, waar we de ruige bergen bewonderen met de smalle wegen waar je elkaar in de U-bochten niet passeren kunt. Op de top stuitten we op een soort witte plastic vlakte met satelliet-schotels; campers, campers en campers, zover het oog reikt.
De Tour de France, natuurlijk!!!! Deze komt door de Ariège en waarschijnlijk zaterdag als we zien dat vele camper-eigenaren zich tijdelijk vestigen en een camper-met-tent installeren en zo hun territorium afbakenen. Vele met een hondje, wat uitgezakte mensen, als ik dat zo zeggen mag, die over de weg wandelen alsof het een voetpad is. Daar word ik een beetje recalcitrant van en ik geef gas.
Ik voel me een vreemde onwelkome eend in de bijt, in die blauwe stoere LaRo, alsof mijn terreinbanden het asfalt bevuilen en we hopen samen dat over de top van deze pas de weg schoon en leeg is. Maar ach, hoe naief kun je zijn; de hele slingerweg naar de beneden, de pas af, zijn de bermen bezet met het witte plastic tupperware, juist ook in de bochten, waardoor ik amper normaal het gebied uit kan rijden. Wat een feest is het voor alle wielrenliefhebbers, de fransen -waarschijnlijk zonder uitzondering-, de TDF!
Beneden nemen we gelijk een zijweg het bos in en vinden een route forestière met een modderig zijpad. Het weer is omgeslagen, donkere bewolking verdringt de stukken blauwe lucht en als we een groen vlekje zien, dat een weitje lijkt te zijn, is er geen blauw hemd meer over. Dit is een prachtplekje voor een BBQ, zo aan een waterval tussen beuken- en naaldbomen. We trekken de stoute wandelschoenen aan en gaan op de bonne fooi een wandeling aan. Het pad gaat over diverse beekjes heen, de lucht trekt nog verder dicht en het pad klimt en klimt en klimt. Een leuke 4x4 route, maar geen normale wandeling. We gaan na 10 minuten weer rechtsomkeerd om een BBQ-vuurtje te maken. Met kleine takjes freubel ik een vuurtje, Edith zoekt wat groter hout en ik leg twee stenen tegenover elkaar waar het opvouwbare rooster op past.

Zodra we net aan de hamburgers zitten, met sla, een wijntje en stokbrood met boter horen we het onweer. Dat is al eigenlijk boven ons, het verrast ons en met dikke spetters laat het weten niet te willen wachten tot onze vleesspiesjes (klinkt dat vies zeg) gaar zijn.

Dus vluchten we de auto in en bakken de spiesjes in het innimini koekenpannetje. We smullen per definitie en we weten weer hoe het is als je wilt avonturieren in een auto. Belangrijkste les voor Edith is, dat je alles wel kunt plannen in het leven, maar dat je krijgt wat er komt en niets zeker is. Dat je wel super voorbereid kunt zijn, maar dat die energie vaak voor niets is. Dat wat er wel is, ervoor in de plaats komt net zo mooi is, een andere beleving ervoor terug geeft, die niets afdoet aan het nu-moment.
We gaan rond 10 uur al slapen, het regent nog steeds en het is fris genoeg om in de slaapzakken nog een boek te lezen na een uurtje vrouwenpraat.
De slaapcabine boven;

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen