woensdag 21 juli 2010

rommel

Om half 7 gaat de wekker en het lukt me om 7 uur pas mezelf uit bed te duwen. Het kattenvolk draait zich nog een keertje om, maar daar zijn het katten voor.
Zodra ik beneden op de computerknop druk, begint het buiten te donderen; onweer. Dus de apparaten gaan gelijk weer uit en ik drink met Marc een mok koffie, terwijl de donkere ochtend veel regen belooft. Ik ren in mijn zonnenbloemjurk (een hele aparte) naar de auto om de klep dicht te doen, want zo regent het in en de Larousse-enceclopedy mag echt niet nat worden vlak voor de verkoop. Uberhaupt niet...
Met dikke ogen van het gebrek aan slaap vertrek ik om half 8 naar het dorp, een uur eerder als de Vide Grenier in Lacroix. Dit keer met nog meer spullen en geen uitpak-hulp. Daar aangekomen begint de dag met de opmerking dat mijn auto het dorp niet in mag, want mijn vriendin is al gesignaleerd met haar spullen. Slaperig en al moe leg ik uit dat ik de achterbak vol heb met eigen spullen voor de verkoop en rij gewoon om de knul heen. Alsof de markt al 2 uur aan de gang is, ik ben 1 van de laatste!! De gereserveerde 5 meter zijn gereduceerd tot een ruime 2 meter door de pinnige dames aan de andere kant van de straat. Met de moed in de franse slippers zet ik de auto midden in het straatje en start gewoon met uitladen tot de auto leeg is. Ik zet ook maar wat spullen neer aan de overkant van de straat op de stoep van een oudere dame die het hier eigenlijk niet mee eens is, maar geen zin heeft om met buitenlanders in discussie te gaan. Later maakt J, een dorpsgenoot en vriendin/buur van R&K dit wat goed door een babbeltje te maken met mevrouw. We zien en horen haar de rest van de dag niet meer. J&P, vrienden van R, helpen en redderen de hele dag mee en letten op mijn toko'tje als ik even wat te eten haal en ook een rondje rommel-kijken loop. Ik maak bijna 10 meter vol met de overkant erbij en negeer de blikken van de pinnige dames.
Ik ben er niet helemaal bij vandaag, verkoop dingen ver onder hun waarde, maar ben blij dat ik het niet in een container hoef te gooien. Ik snij vast 3 stukken folie voor als de regen arriveert en leg ze klaar. Geen zonnenstraal te zien vandaag, wat me oplucht. Ik ben al niet wakker en om dan op de opgewarmde stenen straat te zitten zou niet te doen zijn. Ik ben zo moe, dat de hoog geirriteerde eigenaar van een pand-in-verbouwing me niet kan raken met zijn gedrag als hij me wegstuurd -met stoel en al-. Ik zit pal voor de voordeur, ingeklemd tussen tafels vol spulletjes, kan geen kant op. Het doet me vandaag eens even helemaal niets. Dit geldt voor alle negatieve prikkels. Soms is mijn beschermingsmechanisme echt subliem!
De positieve prikkels komen juist dubbel binnen; de mannen op het terras die een 'aperootje' nemen warmen zich denkbeeldig aan de grote zonnenbloem op mijn jurk, ter hoogte van mijn borstkas. Het is een ecru-jurk, heel simpel kwa model, wijd en lang met een strak lijfje en precies 15 jaar oud. Daarop die grote zonnenbloem en het mag dan een eenvoudige jurk zijn, wel één die opvalt en glimlachjes en reacties tovert. Bijna alle mensen die ik heb leren kennen afgelopen jaren zie ik voorbij komen, iedereen is vriendelijk. (Toch een uitzondering; mijn voelsprieten bespeuren wel wat naweëen, maar ik ben daar echt ongevoelig voor vandaag.) Ik verkoop niet best, maar goed genoeg. Eind van de dag zijn de opbrengsten als de vorige keer dankzij de verkoop van de WII. Wij WII-en hier dagelijks zonder WII, dus dit luxe speeltje mag de deur uit.
Gedurende de dag fris ik iets op, voel me gesteund en geholpen, begrepen. Edith en Marc komen eind van de middag mee opruimen. Ik begin voortijdig met dingen weggeven aan een lieve vrouw die als handelaar naast R&J heeft gestaan heel de dag. Ze krijgt glaswerk, te kwetsbaar om dat steeds in- en uit te pakken. Veel gaat echt in een grote vuilniszak. 3 Lege dozen en een leeg krat armer (maar een paar honderd euro rijker), rijd ik de auto voorzichtig achteruit de straat uit, gadegeslagen door de flirterige dikbuikige mannen die eerder al een paar keer langs zijn gelopen en hun waar even aan hun partner-in-crime overlaten. Ook dit dorp is weer op de hoogte van wie die rode auto is die ze zo vaak voorbij zien rijden of geparkeerd zien staan voor de Spar.
De dag is grotendeels een beetje aan me voorbijgegaan. Afwezig rijd ik naar huis. Ik pak de auto niet uit, keer het de rug toe. Thuis laten Edith en Marc me een beetje met rust, fijn. We eten met elkaar, buiten bij de vuurplaats waar Marc wat oud hout verbrand. De jurk gaat uit en ik laat mijn huid besprenkelen met de beloofde regen met de warmte van het vuur in mijn rug. We drinken koffie met elkaar, leg Edith uit hoe het voelt om zo'n beschermingsmechanisme te hebben. Het is als 'staren', dat kent iedereen. Het is rustig, veilig en beschermd. Je bent er wel, maar niet helemaal en het is fijn om dit te verwoorden en herkenbaar te maken. Daarna gaan we nog even wat aan het werk, heel eventjes, wat ook weer rust geeft.
Naar omstandigheden een heel goede dag, morgen weer een nieuwe en zeker weten een betere.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen