zondag 18 juli 2010

Donderdag


Donderdag, dag van vetrek. We staan bijtijds op, maar doen het rustig aan met vertrekken. Edith heeft nog uitgezocht waar en wanneer de Tour de France is en we proberen dit festijn te omzeilen. Ze wil starten met rijden en ik vind dat heerlijk, net als dat ik met mijn lief op reis ga. Ze vervelen zich beide snel (ze lijken zo op elkaar!!) en zo vermaak ik me erg goed op de passagiersstoel. Ik rijk drankjes en kauwgom aan, lees kaart en geef Edith 4x4-rijles, aangepast op deze Landrover Defender Camper, die toch een hele flinke gebruiksaanwijzing heeft en zeker als je er bergen mee rijdt.
Het schiet aardig op, omdat we tot carcassonne zelf hoofdwegen rijden. Dat wil in deze regio zeggen dat je misschien 50 kilometer snelweg hebt en de rest 'routes nationale'. Na een paar uur begin je wel genoeg te krijgen van de rotondes, snelweg, autoweg, ministraatje, het maakt in Frankrijk niet uit. Stoplichten lijken hier wel een uitzondering, die met uitsterven bedreigt lijken.
Rond een uur of half 4 bereiken we Carcassonne. Ik rijd de wagen de stad in en volg de bordjes 'Centre Ville', om de eerste parkeerplaats op te schieten die ik tegenkom. Ik parkeer de logge wagen recht tegenover een klein terrasje, wat Edith maar niets vindt. Maar zo staat de auto midden in het zicht van de verkoeling zoekende stedelingen en wordt het moeilijk aan de auto te morrelen. Ze weten nu gelijk wie de eigenaren zijn en voor 2 luttele euro's mag hij er tot de volgende dag staan. Zouden we zo'n eind uit het centrum geparkeerd staan? Opgelucht dat we staan en de benen kunnen strekken duiken we achterin voor deo, haren kammen (het staat door de rijwind alle kanten uit) een fris shirtje en onze tas met belangrijke spullen.
We staan op een enorme parkeerplaats onder ontelbare volwassen platanen langs een restje van de oude stadsmuren vlakbij een poort en een parkje. Het centrum is nog geen 5 minuten lopen en opgefrist lopen we de hoofdstraat in die verworden is tot knusse winkelstraat, koel tussen de hoge panden waar nauwelijks zon kan komen.We kopen eerst een ijsje, een echt ijsje in een smakelijk hoorntje (zeg maar gerust Hoorn) met 2 grote, hele grote bollen vers ijs. Dat smaakt op de voet van de reusachtige fontijn op het beroemdste plein; Place Carnot waar sinds de middeleeuwen de wekelijkse markt is en de favoriete ontmoetingsplaats voor de inwoners van deze bijzondere stad.

We wandelen de hoofdstraat uit en ik vraag 2 oude dametjes op een bankje waar het oude centrum is. "Hier" zeggen ze gelijktijdig en ik kijk om me heen. De informatie-kiosk begrijpt mijn vraag beter en we krijgen een stadsplattegrondje met informatie in het Nederlands. Via de hoofdstraat wandelen we richting het historische Carcassonne. Ik schiet een schoenenzaak binnen voor sandalen voor Marc. Vind gelijk wat ik zoek en wil gaan afrekenen. Ze vragen zich af hoe ik schoeisel kan kopen voor mijn man, zonder dat hij ze past. Ik probeer de verkoopsters ervan te overtuigen dat ik dat in kan schatten en ze blijven herhalen dat ik ze binnen 14 dagen ruilen kan. Ik vraag nog wel wat de dichtstbijzijnde vestiging is, maar alle andere steden met deze winkel zijn 3 uur rijden of verder weg. Glimlachend verlaten we de winkel, blij met zacht lederen sandalen in zijn maat die zeker te weten prima passen.
Vrouwen die winkelen zijn voor de meeste mannen een crime. Maar wij twee winkelen niet, we hebben verder niets nodig en struinen naar de oude brug richting het oude Carcassonne.
De ommuurde stad, gebouwd op een heuvel buiten de stad, steekt hoog boven het landschap uit en ziet eruit als een flinke vesting met haar kantelen en torens. Het is al laat in de middag en we maken wat foto's vanaf de laagste muur, wat al een flinke klim is op slippers via de straat die gemaakt is van kleine afgesleten ronde steentjes. Het zicht is prachtig!! Met de zacht perziken daken, muren en strak blauwe lucht als contrast. Op zoek naar een hapje wandelen we terug naar de stad die zich uitstrekt beneden het Carcassonne uit de middeleeuwen.
Ik moet aan MizzEl denken als ik foto's maak en langs een tattoo-shop wandel; medeblogger, expats-in-spe, fotografe.
Na een heerlijke salade Nicoise en Edith één met gésiers (kippenmaagjes, maar goed dat we dat niet wisten), lopen we terug naar de auto. Voor we de stad uit zijn en een slaapplekje gevonden hebben zijn we een paar uur verder, we willen niet te lang in de stad blijven plakken.
Bij de auto, en het terrasje, staat een hele luxe Honda nog geen 5 cm schuin naast de onze met aan de andere kant van de onze 4x4 een flinke plataan. Lachend keer ik me naar de biergenietende mensen, ehm mannen, op het terras. Lachend wijzen ze de eigenaar van de Honda aan, die net zo vriendelijk gelijk opstaat en zegt zijn wagen wel weg te zetten. We babbelen; 'waar we vandaan komen' en zo ontstaat een erg leuk gesprekje. Hij biedt aan ons de stad uit te loodsen op weg naar het zuiden. Lachend toeteren we elkaar bon soir en gaan ons weegs.

Met een langzaam wegzakkende zon rijden we door valleien met schattige uitgestorven dorpjes ingebedt in de wijndomeinen die met hun eigen unieke kleur groen egale kleden vormen. Het is prachtig rijden. Tegen zonsondergang vinden we een bospad en slaan we een zijpaadje in dat steil omhoog gaat en doodloopt bij een brandtorentje en omheinde waterputten.

Hier is het stil, zo stil. Een muur van een ruine staat nog overeind en met fototoestellen klimmen we erop. Het hoogste punt in de omgeving met de contouren van de bergketen die in vervagende kleuren overgaan in de avondhemel.

We kletsen, drinken een wijntje en maken voor het eerst de slaapkamers in orde.
Ik slaap voor het eerst dat we de LaRo hebben op de eerste verdieping. Als ik diagonaal ga liggen, op mijn buik, moet ik mijn nek wat inkorten. toch slaap ik snel in, wat me meevalt. Nu maar hopen dat ik geen plas hoef vannacht. Ik zou via het dak van de auto eraf moeten klimmen met een slaapdronken koppie. Normaal slaapt Marc boven en neemt een plasfles mee, maar ik zie het niet zitten om naast een emmertje te slapen in de kleine ruimte.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen