zondag 11 november 2012

Rommel = Inspiratie


Ik geef mezelf te veel rommel, volgens zeggen van Marc. Hij blijft dit woord gebruiken en ik begin er op mijn werk-adres achter te komen dat wat hij bedoelt met de definitie van ‘rommel’ voor mij pure inspiratie is. Rommel in de zin van TV kijken, Facebook-en, correspondentie onderhouden met mensen die ik niet goed ken of die ik niet of nooit (meer) zal zien. Rommel als informatie tot me nemen die er in ons leven niet toe doet, totaal niet relevant is. Zulke rommel.
Hij drukt me dit keer op keer op het hart en ik ben eens gaan nadenken waarom ik zulke ‘rommel’ tot me blijf nemen. Van schattige poezen-plaatjes met leuk onderschrift op facebook tot het toch aanzetten van een TV als deze voor handen is. Hij weet dat mijn zintuigenfilter afwezig is of zeer slecht ontwikkeld. Dat filter draagt zorg voor het niet overvoerd worden met prikkels waar je als mens niets mee kunt.
Even een voorbeeld zodat dat zintuigenfilter dat niet bijster goed werkt in mijn hoofd, duidelijk is;
Stel ik ga in een gehuurde auto op koopavond vlak voor kerst een grote stad in die ik niet ken. Vooreerst zal ik de weg moeten zien te vinden in het donker naar de binnenstad. Dan een parkeerplek zonder dat de tram een noodstop moet maken om mij niet tegen een lantarenpaal aan te drukken. Ik vind geen parkeerplek terwijl de zijkant van het koekblik op wielen inmiddels al een dure kras heeft en ik schiet een parkeergarage in. Tijdens het peentjes zweten vind ik een plekje tussen twee van die massieve betonnen steunpilaren in het donkere krocht onder een hotel of casino. Volledig over de zeik door dit inferno baan ik mij een onzekere weg naar boven de drukke straten in. Uit ieder pand klinkt muziek, hangen er knipperende neon-lichten aan de gevels, komt er nog meer herrie uit die panden, is er overal kerstverlichting en kerstmuziek, kan ik geen meter lopen of ik krijg een flyer in de hand gedrukt of een lege smoezelige hand vraagt om mijn goedgevigheid juist omdat de koude donkere kerst in aantocht is terwijl de hele wereld (ja tuurlijk) gezellig (ja tuurlijk) bij de kerstboom zit met een te grote berg aan nutteloze cadeaus eronder (ja tuurlijk) met een te goed gedekte tafel (ja tuurlijk) naast een keuken waar een bom ontploft lijkt (zeker weten).
Mijn hoofd filtert in dit geval niets! Dus alles dat mijn zintuigen oppikken en naar binnen slurpen als een uitgehongerde zwerver aan de Leger des Heils-soep, wordt niet gefilterd, alles blijft binnen. Geluiden, geuren, lichtjes, muziek, stemmen, kleuren en de waanzin van alles dat er inderdaad niet echt toe doet in het leven als je kijkt naar de essentie van wat warmte bestaande uit onderdak en kleding, water, wat te eten (veel hebben wij mensen echt niet nodig), de temperatuur en die natte sneeuw die smelt op je jas als je toch zo’n bomvolle troep-winkel binnenstapt. En toch hebben mijn hersenen behoefte aan dat filter. Want dat er rond kerst (dit is maar een voorbeeld) meer geconsumeerd wordt, weet ik nu zo langzamerhand ook wel. Dat de huizen versiert worden om het donker te compenseren en wat hoop te brengen, logisch. Alleen is het evenwicht al even zoek, maar dit terzijde. Dat ik moet zien te plaatsen dat er een meneer met volle tassen van sjieke winkels naast een zwerver staat te wachten tot zijn echtgenote de creditcard nog verder in de min brengt, is me een uitdaging die mijn filter ver te boven gaat. Dat mijn huurauto een dure kras heeft en dat probleem op me wacht om zich net na de kerst me om de oren te slaan bij het verhuurbedrijf, kan ik niet even wegfilteren tot het moment dat het zich aandient. Dat er in mijn maatschappij voor te veel essentiele zaken ‘te’ voor staat ook niet. Pure rommel, zou Marc zeggen. “Blijf er ver vandaan” wil hij me keer op keer op het hart drukken, hij wil me beschermen omdat hij van me houdt en ziet wat het leven met me kan doen. Dit geldt dus ook voor facebook, de schijnbaar! nutteloze kletspraatjes op de markt iedere donderdag die ik graag thuis wil ventileren en zo vele andere informatiebronnen die ik tot me blijf nemen. Hij wil me oh zo graag beschermen, want het kan me verwarren wat hem in de kou laat staan, want als ik aan het ontwarren ben, heeft hij niets aan me. Niets, ach, overdreven, minder. Ca depends.
Nu ik hier een paar weken op mezelf zit in een andere omgeving met andere prikkels, indrukken van bijvoorbeeld een TV, een buurboer en tijd en stilte om eens na te denken voor ik mezelf afleid met handelen, zie ik opeens waar al die rommel toe gediend is; Inspiratie. Dat schrijven van mij kan niet enkel gebaseerd blijven op die essentie. De essentie is de essentie; brood op de plank, water te drinken, een dak dat niet al te veel lekt, voldoende droog hout en wat geringe inkomsten om elektriciteit te betalen en internet, want de telefoon gebruiken we zelden. Ook hebben we wat te eten nodig, maar ook dat kan anders als inkomsten tegen zitten. Dus dien ik af en toe, en vaker als ik altijd maar thuis zit in de Franse jungle, eruit te gaan om dingen te ondernemen die mijn filter niet aankunnen. Ergens heb ik geluk dat ik dat filter niet heb of dat het niet juist functioneert, want dankzij dat gegeven schrijf ik en het doet me goed. Ook al brengt het M&M in een situatie die je het best dissonant kan noemen, want Marc wil me juist beschermen voor ‘rommel’, er is niet veel ‘rommel’ te vinden hier en wat er is –internet uitgesloten- is na ruim 3,5 jaar amper meer inspiratie te noemen.  
Ik kom er dus juist nu achter dat ik rommel nodig heb om te doen wat me het beste past. Maar om aan rommel te komen heb ik regelmatig een soort van uitje nodig. Hetzij naar de markt, hetzij op een huis passen, hetzij een vakantie naar een vriendin, Nederland (oef, wel heel erg veel rommel), post (van vrienden)ontvangen, kijken naar de TV of met kerst naar hartje Londen.
Waar het Marc om ging me nogmaals proberen te beschermen tegen rommel is natuurlijk onze sores. Een curator die nu opeens de strijdbijl begraven lijkt te hebben (en deze desgewenst op kan graven als zijn vrouw de avond ervoor hoofdpijn had) of dat huis in Nederland. Ik probeer alles; de informatiestroom die ik zelf uitlokte door een log hier op de blog en alles dat hij toch met me delen wil, zijn pogingen om te redden wat er te redden valt, ze komen natuurlijk ook ongefilterd binnen. Ik koppel alles terug naar hem, net als dat hij alles deelt met mij maar wel dat filter heeft en vanuit de liefde me probeert te beschermen. Dat lukt maar ten dele, want ik ben ook niet gek. Op deze discrepantie rusten al onze conflicten, en ik maak hier geen uitzondering in. We hebben enkel discussies of een soort van ruzie over onze sores die enkel draaien om ons bestaansrecht. (Een huis en eten)
Rommel is geen rommel, want mijn schrijven drijft op die zogenaamde rommel en dat schrijven houd me overeind. Ook al zou ik geen lezers hebben; ode aan de rommel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen