vrijdag 23 november 2012

feedback van de meester

Vorige week vrijdag verzond ik de slotopdracht van module 1 naar docent Frans. Buiten vakanties om behoudt hij het recht 10 dagen te doen over een beoordeling of beter gezegd terugkoppeling over het gemaakte huiswerk. Een kwestie van geduld dus en het wegdrukken van mijn idee over mijn eerste huiswerk sinds 1992. Ik was ronduit nerveus afgelopen week en hield me voor dat ik dinsdag aanstaande pas zou gaan zeuren na het nagaan wanneer de vakanties in Nederland vallen. Niet nodig, de email kwam een 10 seconden voor ik het eten op tafel zette tussen de middag. Ik open even snel de eerste bijlage die geen cijfer zal bevatten, maar wel kritiek. Ik krijg natuurlijk geen groene krullen achter de alinea's of plakplaatjes. Ook geen rode strepen onder of over de zinnen.
In die 10 seconden lukt het al zijn feedback te lezen. Het zijn maar een paar zinnen die kort en bondig alles zeggen, een goed voorbeeld van hoe het moet. Want inderdaad; Ik geef te veel informatie (erfenis NL? ;-), gebruik te veel additieven (bijvoeglijke naamwoorden) waardoor de zinnen te lang worden. Ook de dialogen kloppen grammaticaal niet. (Dat wist ik, maar 'hoe dan wel?') Dialogen uitschrijven heb ik eigenlijk nooit gedaan en is een stukje techniek waar ik op vast liep en waar ik werk van ga maken om dit te leren, net als die te lange zinnen. Gelukkig krijg ik als bijlage daar een aparte les over.
Dat was dus echt alles en vind ik een goed teken. Hij haalt mijn verhaal dus niet onderuit, wat natuurlijk had gekund. 
Het aller leukst was toch wel de bevestiging waarmee hij zijn evaluatie mee startte. Eén aparte zin; "Een intrigerend verhaal." , voor zover dit een zin genoemd mag worden. Ik vat het op als een dik compliment en een sterke motivatie om rustig verder te gaan met module 2. M&M moeten toch even naar boven om latten te halen voor het maken van een nieuwe tussenwand tussen de zijkamer en mijn kamer en de doorzichtige dakplaten voor het schuurdak. We rijden even door naar het pole d'emploi voor het uitprinten van die 2e module en nog voor we bij de Gedimat (Franse doe-het-zelf winkel) parkeren voor dat timmerhout ben ik al op pagina vijf. Oef, wéér heel pittig. Deze les is vooral gericht op Conflict. Niet dat dat nou zo moeilijk voor te stellen is in verhalen, zonder conflict heb je geen verhaal, zo simpel is het. De eindopdracht is helemaal geweldig. Die is kwa opzet al klaar tussen mijn oren en luidt 'Schrijf een vrijscene in het bos die gezien wordt door drie verschillende personages.' (personages zijn als plat karakter al door hem bepaald!) Ik proest het uit van de lach en lees de opdracht aan Marc voor. Onderweg naar de dakdekker voor die platen gaan we samen al aan het brainstormen. Frans zal het misschien niet weer intrigerend vinden, maar gaat wel plezier beleven aan de komende 1000 woorden!
Kortom, ik ben tevreden! Ik heb zijn aandacht, de feedback die ik nodig heb en de bevestiging.

Net als deze kat trouwens ook heeel tevreden. Merlin, door Nadine Pyama genoemd, door Marc Sjakie en door mij Pollewop en Wuppie. 


Gisteren trof ik een artikel uit het Magazine van de Volkskrant aan in de brievenbus. Mij toegezonden door m'n penvriend.  Het verhaalt over de anderhalf miljoen amateurschrijvers in Nederland die graag hun schrijfsels uitgegeven zouden willen zien maar ook vastlopen op de schrijver- en uitgeverskliek waar je moeilijk tussen komt, gebrek aan techniek en talent en lef om de manuscripten op te blijven sturen naar uitgevers. Vijf schrijvers die nog niets hebben weten te publiceren gaan een Masterclass volgen ergens in een B&B bij twee hoog aangeschreven literaire agenten die wat in de pap te brokkelen hebben. En op het onderwijs voor volwassenen mag je geen groene krullen en plakplaatjes meer verwachten, dus krijgen de cursisten onderbouwde kritiek die de vinger op de zere plek leggen. Daar moet je tegen kunnen. Doorgaans ben ik niet zo sterk in het incasseren van kritiek, maar als het om mijn schrijven gaat blijk ik het te slikken als lekkere roze koek. Zeker omdat het goed onderbouwd is. Aan meer-meer-meer heb ik een broertje dood, maar in dit geval; MEER-MEER-MEER.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen