zaterdag 14 mei 2011

Rommelen


Nog steeds zijn we er nog niet bovenop, wel in staat tot enige beweging, dus ga ik even naar boven donderdag voor een kleine boodschap. Ook wil ik de man van de Point Vert mijn verhaal doen van meneer de Haan. Om niet al te veel te stamelen vertaal ik de hoofdpunten op internet, schrijf dit op een briefje en geef hem dit te lezen in een overvolle winkel.
We hadden geen keuze met betrekking tot het ras en of de kleuren van ons pluimvee en ze werden in een kleine doos aangeleverd. Maar zijn eerste vraag is of we de haan wel alle vitamientjes, injecties en vaccins hebben gegeven? Ik pareer hem met de uitmuntende gezondheid van de drie kippen en onze ervaring met het houden van pluimvee. (Veel kippen en enkele hanen in die tijd tijdens de vogelgriep, die verwilderd door onze tuin scharrelden, onophokbaar, want niet te vangen. Nooit kregen zij meer dan gewoon kippenvoer.) Ik trap hier niet in, voel me zeker ook niet schuldig, dat ik de beestjes niet eerst in een ruime voorverwarmde tochtvrije bench mee naar de veearts heb genomen, om ze daar nog meer stress aan te jagen, die ze duidelijk tijdens hun reis al genoeg hebben moeten lijden. Ik voel me even alles behalve grieperig en sta redelijk op scherp, wat me volgende week een nieuwe haan zal opleveren tegen een zeer vriendelijk prijsje. Ik ga de haan ook nauwkeurig bekijken voor ik hem mee wil nemen om tussen onze kipjes te zetten.
Op de markt loop ik 'tout le monde' natuurlijk tegen het lijf, maar ik houd iedereen op afstand met het griep-excuus. Het woord 'grippe' heeft een angstaanjagende werking en dat scheelt lange vermoeidende praatjes her en der. Alleen Nadine negeert dit volkomen en trekt me, na een grote ontzettend vieze grand cafe noir, mee naar huis om daar kennis te maken met haar zus en een vriendin. Leuke dames die ik nog wel eens vaker ga ontmoeten.
Ik ben blij als ik thuis in alle stilte weer even bij kan komen van het eruit zijn.

Tussen de warme dagen door is er af en toe een bewolkte dag met wat regen. Niet voldoende om de aarde onder de bomen nat te maken, dus blijven we met gieters in de weer. Gezegend zijn we met een bron die de tonnen en teilen in de moestuin blijft vullen. De stekkers moeten er weer regelmatig uit, want het onweerseizoen is ook gestart, maar dat geeft rust in huis en een reden om de twee grote kasten aan weerszijden van de schouw eens goed uit te mesten. Omdat het huis tegen de rotsen is aangebouwd, kruipt er een hoop rond in de vitrinekast, achter de houten achterwand die al deels is opgevroten door beestjes en vocht.

Inmiddels zijn alle zakdoeken vies, dus doe ik een klein wasje en hang het buiten op. De lucht ziet er niet uit als vol regenwolken... Maar het genoeglijke getik van de regen jaagt me om 7 uur 's ochtends m'n bed uit om het af te halen. Heerlijk verkoelend die spetters.
Marc snuit ze nog steeds onverminderd vol, die zakdoeken, en ik heb een paar dagen van keelpijn en niezen en niezen en nog eens niezen.
Om de kelen te verzachten maak ik vanilleijs (errug lekker) en aardbeienijs (met een stokoud gevonden prefab-zakje waarvan de lucht en de kleur me doet gruwen, maar om dit nou weg te gooien met een dikke zere keel???) en doe een poging tot het maken van caramelsnoepjes. Het recept op internet blijkt niet te kloppen, want na 10 uur in de koeling is het nog steeds een dikke pap. Dus vries ik dit kostelijke goedje in kleine hoeveelheden in voor, inderdaad, op het ijs.
Vandaag voelen we ons beide wel een stuk frisser, beter en energieker. Maar 'genezen' kunnen we ons nog niet noemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen