donderdag 19 mei 2011

Het perspectief van bosaardbeitjes


Mei is DE maand voor het zoeken van bosaardbeitjes. Zo op het eerste gezicht herken je de plantjes makkelijk, gewoon hetzelfde als gewone aardbeiplantjes, maar dan een slagje kleiner. De bloempjes vinden het licht en mijn ogen vinden hen. Na de bloei vormen zich de bekende vruchtjes. Zodra ze groter worden, gaan ze hangen, de steeltjes kunnen dat gewicht niet aan en buigen mee zodat de aardbei onder hun eigen kroontje komt te hangen.
Omdat ze het liefst groeien in het gras, tussen het gipskruid en de hedera en niet op een open en vrijgemaakt moestuinbedje van bemeste aarde, is het een kwestie van het juiste perspectief, hun perspectief!
Dus struin ik voorzichtig door het bos, bezoek de plekken waarvan ik weet dat er daar veel staan en woel voorzichtig met mijn handen door het groen in de hoop dat de rode vruchtjes zich laten zien. Dat ik dan ook door jonge braampjes moet woelen en kleefkruid weet ik na afgelopen twee jaar maar al te goed. Op mijn hurken buig ik mijn hoofd zo ver mogelijk naar de grond voor dat perspectief van de bosaardbei.
De eerste pluk resulteert in een vol bakje, meer aardbeien dan onze gecultiveerde versie van dit zoete rijke vruchtje. Mijn plukvingers zien roze-rood, de geur uit het bakje is sterker dan welk kunstmatig aardbei-aroma dan ook! We hebben het zuurstokroze aardbeienijs al geproeft, maar dat is ronduit smerig vergeleken bij één rijp bosaardbeitje.
Van binnen zijn de rijpe aardbeitjes bijna spierwit en werden vroeger gebruikt als tandenbleek! Er zit een zuur in dat hetzelfde effect heeft als zout of citroensap.
Vanaf mijn hurken en knieëen ziet de bosbodem er heel anders uit, het aardbei-perspectief leert me weer anders te kijken. Dat doet niet alleen die fotocamera of de andere omgeving. Nee, die bosaardbeitjes laten ons een andere wereld zien op hetzelfde stuk terrein. Fleurig, vol van leven, vocht en waterdruppels die glinsteren in de zon op schijnbaar gortdroge terrassen, krioelende onbekende insecten, muizenholletjes en slangenholen, spinnenwebjes met artistieke vrijheid gesponnen, een dode vlinder al bijna op door de mieren in allerlei grootte.
Het gaat niet om die bosaardbei, dat ene potje jam.
Het is het perspectief waarmee we het leven bezien en van waaruit we leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen