maandag 30 mei 2011

Nieuwseizoensduik

Gisteren was het warm en wat bedrukt ondanks dat er weer een fijn briesje staat. Te warm om buiten wat te doen, dus lummel ik binnen wat en Marc werkt aan zijn nieuwe project voor in SL.
Marc is vergeten het schepnet op te ruimen na zijn tigste poging een vis te vangen en wil graag even naar beneden om te kijken of de stroom het net al niet heeft meegevoerd. Ik wil wel even mee, even wat anders ook al ken ik deze kant van het meer al goed en weet ik dat er weinig te zien valt behalve een blije hond die zwemt en zich uitschudt en rolt door de oeverplantjes. Het is er weer stil en vredig met een wat rimpelig water door de wind. Het blijft trekken; zo'n mooi breed stil water dat uitnodigd om je omringd te voelen door het frisse schone water met de diepten en de vissen onder je. Ik spreek dit uit naar Marc terwijl Castel een tak haalt, maar hij staat met zijn sandalen enkeldiep in het water en kijkt me aan met een blik van "dat wil je ècht niet!"
Ik trek mijn slippers uit en zoek een minder glibberige steen uit net in het water, stroop mijn lange zwarte joggingbroek op tot in m'n liezen en zet m'n zonnebril op mijn hoofd.
Toch wil ik het proberen, maar die eerste duik is altijd de wreedste, je vergeet hoe koud het water hier kan zijn en het is pas mei. Ik twijfel en zet een stapje dieper. M'n huid past zich snel aan en dat lonkt me nog meer naar voorbij de dode bomen die verstilde decors vormen voor de minituintjes op hun kop met één margriet die wuift in de wind.
Opeens neem ik toch de duik, met kleer en al en nog voor ik boven kom, staat er op mijn gezicht een hele brede glimlach. Marc is altijd wat jaloers, dat ik dat kan; zwemmen in koud water. Maar als zo koud beleef ik het niet en ik klauter na een paar minuutjes over de grove maar heel gladde stenen terug naar de oever, waar ik dan weer een minuut in het warme zonlicht sta. Ik wil terug dat water in, het heeft me altijd getrokken, dat water, de verschillende geuren die water kan hebben, als de zee of meer, maar de riviergeur trekt me het sterkst aan. Het is waarschijnlijk het mengsel van water, modder en planten, eigenlijk ruikt het vies, maar te natuurlijk om er weerstand aan te kunnen bieden. Ik duik er dus maar weer in, Marc geniet van mijn genieten en voor Castel is het weer wennen dat ik sneller bij takken ben dan zij.
Samen zwemmen we schuin naar de overkant. In de verte bij de brede bocht liggen twee enorme ruige rotspartijen, een doel om naar toe te zwemmen, want duiken van die rotsen is ook een feest. Met kleer en al zwem ik naar het late zonlicht toe dat nog maar een half uurtje het water verwarmd, geflankeerd door Castel die me bij probeert te houden. We klauteren bij de rotsen samen omhoog en ik zwaai naar een klein mannetje, ver weg aan de overkant met een hoed op. Castel wil wel struinen, maar ook bij mij in de buurt blijven, waken op haar manier.
Ik probeer te zien hoe de rotsen doorlopen onder water, of ik van de hoogste punt kan duiken.
Als ik alleen was geweest, had ik op de rotsen willen blijven soezen, het is er heerlijk. Maar er wacht mijn lief aan de overkant die ik mee wil laten genieten van wat een duik in 'ons' water met me doet. 'Ons' omdat er niemand is die in dit water zwemt, geen motorbootjes of kanoërs, geen vissers aan deze kant, aan beide zijden haast ontoegankelijk schoon water, dat toebehoord aan de gorges. En de EDF natuurlijk, maar daar is hier en nu niets van te zien.
De rivier is al weken een meer met een relatief stabiel nivo door het onderhoud dat gepleegd wordt aan het hierboven liggende stuwmeer. Het water is dus nu al opgewarmd.
We zwemmen terug, castel verkiest de helft per poot af te leggen, waar ze bij Marc even flink moet rollen en uithijgen.
Marc krijgt mijn stralende toet en samen -ik soppend en druppelend- slenteren we de steile helling weer omhoog. Daar neem ik mijn eerste echte complete buitendouche.
Sta ik dan, in een U gemaakt door de houtstapel met daarachter de schuur en het kippenhok, de zwembadmuur die het einde is van de helling naar het bospad, groen van de jonge eiken, met links van me het zwembad waar het rekje met handdoeken staat. Met scharrelende Haan² en een kippetje of drie, die me guitig aanknikken en zachtjes commentaar op me leveren. De lucht is laat blauw, Castel op het gras voor me, een nieuwsgierige Cros -ja, water, wat wil je- en een statige Joppie op het bankje en als verzicht de overkant van de gorges.
Het seizoen is opgewarmd na de start in april.
Niks te makken, maar dit dan weer wel!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen