dinsdag 29 december 2009

moe

We doen zuinig aan met het stoken. Dat jaagt ons op dagen zonder bezoek of andere 'verplichtingen' (wat hebben wij nou aan verplichtingen, behalve naar elkaar toe???) naar buiten om het warm te krijgen. Een stuk wandelen gaat snel vervelen, daarnaast ik houd helemaal niet van wandelen. Ik wil dan graag oplopen met Marc, maar moet dan zo op mijn voeten en het pad letten dat ik niets echt zien kan en me op loop te vreten over de snelheid. Dus ja, werken geblazen en weer die prioriteit 'hout'. Bah, we worden het wel eens zat. En nee, we zouden ook niet anders willen, geen vloerverwarming of super gelikt huisje dat makkelijk is in onderhoud. Het zou ons sneller vervelen dan dit getob. Doorgaans tobben we leuk en ook deze ochtend staan we op slippers buiten te vergaderen over wat we gaan doen om het een beetje warm te krijgen. Het is niet al te koud, maar de nattigheid en de donkere wolken maken het wat guur. Ook de mist draagt een steentje bij in het ons onbehaaglijk voelen als we binnen stil zitten met enkel wat vuur in de schouw.
De voorstellen om afdakjes voor het hout te maken, zodat het beter droogt of een start aan het kippenhok worden al snel verworpen. Sjouwen en slepen van de zware boomstammen op de helling lijkt ons beide wel wat en met een beetje frisse tegenzin verzamelen we alle spullen, tanken de zagen vol en rijden we naar de helling toe.
De meest voor de hand liggende boom op de 45 graden puinhelling is snel bereikt. Ik zaag de zijtakken eraf en Marc bevestigt de kabel met een ketting die hij strak rond de boomtop bevestigd. Zodra deze over het pad, nog half op de helling, ligt, klauter ik verder omhoog naar de grootste van de 4 gezaagde woud-reuzen. Van lopen is absoluut geen sprake en ik glij een paar keer met puinsteen mee een stukje terug.
Bij de top van de boom kan ik met recht zeggen dat dit de lastigste wordt om naar beneden te krijgen. We hebben zowiezo te weinig kabel. 50 Meter lijkt een heel eind, maar inclusief de katrol en de bevestiging aan de auto mis je al weer een ruime 10 meter. De smalle top is niet stuk gegaan tijdens de velling, dus alle brede top-takken zitten er nog aan al dan niet ingescheurd. Een levende eik omzagen lijkt leuk, maar de top eruit zagen is een stuk minder en zeker op zo'n losse helling.
Bezwaard kijk ik nog naar beneden om Marc's blik te vangen. Misschien wil hij deze kastanjes uit het vuur halen, maar hij staat op de laagste tak van de 'trek-eik' (de boom onder de weg die met een brede sleepband en katrol de boom is die de kracht kan dragen) en bevestigt de kabel opnieuw om een nieuwe telefoonpaal te sparen. Ik moet zoeken naar een klein vlakje plat genoeg om de zaag aan te trekken. Voorzichtig probeer ik per zijtak de spanning die erop staat in te schatten. Of de zaag moet het ontberen of ik als ik niet goed oplet. Levend hout is meestal heel flexibel en ook dikkere takken staan krom omdat de stam erop ligt of andere takken van de kroon die ook nog vastzitten aan de boom zelf. Voorzichtig haal ik stukje bij beetje de spanning van de takken af om ze daarna bij de stam er helemaal af te zagen. Ik schrik een aantal keren van de beweging van de gehele boom!!! Maar ik ben goed wakker, ben op tijd naar bed gegaan en kijk eerst aan alle kanten voordat ik die zaag het werk laat doen. Het zweet stroomt over mijn rug en valt in druppels uit mijn haar. Als het koud was geweest was de stoom uit mijn nek gekomen.
Na 30 minuutjes ben ik op, moe, stuk en klaar. De zaag gaat uit zodra ik op een goed stukje sta en Marc staat te wachten tot ik de kabel wil komen halen om hem aan de boom te bevestigen. Ik kan eigenlijk geen stap meer verzetten, laat staan die puinhelling af en 40 meter kabel omhoog trekken.....
Na een pauze de moed maar gevat en hoe hoger ik klim, hoe meer het gewicht van de kabel me steeds weer een stuk naar beneden trekt als het puin onder mijn voeten wegrolt. De kabel haalt de boomtop niet!
Marc staat al net zo uitgeput beneden op de weg, haalt zijn schouders vermoeit op en sjokt richting huis om een 2e ketting te halen. Hij blijft heel lang weg en ik loop wat heen en weer naar de ruine verderop. Ik laat me even afleiden door de fel groene kleur van het duimendikke mos op de ruine-muren. In de vorm van de stenen eronder kun je de plakken ervan af halen, de geur is zo lekker dat ik het bijna in mijn mond zou willen stoppen om te proeven. Hoe zou een vochtig bos smaken??
Zodra Marc terug is en de ketting op het wegdek dropt, laat ik me een paar meter naar beneden zakken om oogcontact te maken. Er is weinig puf, geen sprankeling, geen lust of kracht meer over.
Ik klauter maar weer terug naar de boom om de zaag te halen en verlaat de helling.
Marc is niet lekker, duizelig en een dreigende hoofdpijn. We laten al het werk en spullen voor wat ze zijn. Castel laat zich roepen, die heeft ieder bosbeest nagejaagd en komt modderig, nat en met de tong op de voorpoten de helling af gedenderd met energie voor 10.
Thuis gooien we de werkkleren uit en drinken eerst een pot kruidenthee leeg om bij te komen. Onze lijven voelen geradbraakt, de mist is opgetrokken en er stroomt een deken met warmte de gorges in.
's Middags ga ik de gehele benedenverdieping soppen. Een grote beurt omdat ik nergens anders zin voor kan maken. Marc wil zijn nachtrust niet verzieken en 1 tabletje helpt tegen de hoofdpijn en het brakke gevoel. Hij gaat te voet de brievenbus legen en geeft Castel zo een top-dag.
Soms zijn we even moe-gestreden. Soms is het echt even op. Het doet me steeds terugdenken aan een franse film die we pas gezien hebben "Jean de Florette" van Claude Berri. De Francofielen kennen deze film en het vervolg ook "Manon des Sources". (die hebben we nog niet gezien! Een rondje Blokker in een weekendje NL kan wel eens juweeltjes van aankopen opleveren en een aantal mensen hebben me zelfs aangeraden deze films te gaan zien)
Jean erft een huisje in de Provence en verlaat de stad en zijn luxe leven met zijn vrouw en dochter om daar een bestaan op te bouwen. De dorpsbewoners weten dat er een bron is die is dichtgeslibt, maar saboteren deze om Jean geen kans te gunnen van zijn nieuwe bestaan een succes te maken. Hij sterft na 3 jaren ploeteren en laat zijn dochter en vrouw verbitterd en gedesillusioneerd achter. Op de dag van hun vertrek terug naar de stad ziet de dochter (een meisje van een jaar of 8) de geniepige buurman de bron weer vrij maken... Dit einde van de film belooft een wraakzuchtig vervolg.
We hebben saampjes wel de angst gehad dat we door de gemeenschap eenzelfde bejegening zouden krijgen hier. Voorlopig is er niets van waar en ervaren we gelukkig het tegenovergestelde....
De film heeft wel een diepe indruk op ons gemaakt. Ze laat zien hoe het er hier doorgaans nog steeds aan toe gaat, de behoudende en achterdochtige houding van de locals naar nieuwkomers toe. Het maant ons weer even tot voorzichtigheid. Nadenken en beschouwen. En we zetten door met onze werkzaamheden, ze passen in het landschap, het is gepast wat we doen en zijn heel dankbaar dat men de bron (die niet van ons is, we hebben enkel gebruiksrecht) met rust laat en ons laat leven.
Moe zijn we en dat mag, eventjes dan....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen