zaterdag 30 april 2011

chaos


Om kwart voor 4 is m'n lief al thuis. Nog best fris gezien de knuffels, de brede lach en het vrolijke humeur.
De deuren van het busje kunnen open zonder dat er iets uitvalt, knap gepakt, want iedere centimeter is benut. Eerst proberen we het schommelbed samen uit op het achterterras. Het ding ligt heerlijk, dus kost het moeite eraf te komen om een begin te maken met het uitladen.
Direct is daar het welbekende probleem; waar laten we alles. Op welke kamer gaat het grote tweepersoons bed, de kast waarvan ik de hoogte nagemeten heb in de bar past niet, hij is te diep en er zit een steunbalk in de weg. Beddengoed voor een klein hotel komt er tevoorschijn, handdoeken, poetsdoeken, lakens, een stalen draadkast in delen, houten kegels -leuk, maar waar laat ik die?- schalen en een bronzen beeldje van een kraanvogel. Verkoopbaar, maar Marc's relatie met kraanvogels laat het niet toe. Ik draai wel gelijk de poten onder de huiskamertafel vandaan en zet het blad opzij, want deze andere tafel is langer, breder, lichter met twee laadjes en we zijn hier heel erg blij mee.
Eigenlijk met alles, het geheel, dat de klus daar deels geklaard is zonder kleerscheuren, met de zuinige snelle Vivaro die we mochten lenen, met alle extra's die hier van pas komen, met elkaars weerzien, met al die lieve extra kadootjes zoals bloembollen, een buikslaapkussentje, een onverwacht kadootje van mijn broer, een elektrische deken en zoveel meer.
Ik geniet als ik het verjaarskadootje van mijn broer uitpak met een lief kaartje erbij, nog meer van de kleine oliepers en het in elkaar zetten en bewonderen van het ding. Het verjaarskado van mijn ouders!
Ik kook pas om 9 uur en na het eten ploft m'n lief z'n bed in.
Ik ga even wat mailtjes versturen met het vooruitzicht van een lekker bed totdat de deurklopper gaat en ik van m'n stoel afschiet; Johnny en Debbie zijn gearriveerd, hebben het in het donker kunnen vinden, het hek open en dicht gedaan en staan hier voor de deur alsof ze kind aan huis zijn. Ik knuffel de boomknuffelaar en we kletsen en drinken wat, tot ik een verstopte neus ontwaar. Astma en oude traditionele huizen waar gerookt wordt en vijf katten wonen is geen succes. Of ik nu een getalenteerde poetsmevrouw zou zijn of niet.
Het grote buitenlicht gaat aan, de kippen knipperen met hun ogen zodra ik hun hok in stap om het erf te verlichten. Ik verplaats mijn auto, de Rode, terwijl Johnny de meegebrachte autobanden uitlaadt -de schat- en het 'jachtlicht' aandoet om mij te volgen het zwarte gat in het stalpad op. Ze hebben een 1-2-3 tent en hij manouvreert de Groene (jawel, een Landrover Defender 130 pick-up met huifje) zo, dat ze er morgen zo uit kunnen.
Bedtijd, voor ons allemaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen