maandag 11 april 2011

De geur van seringen

De weersvoorspelling dwong ons haast bijna zaterdag brood te bakken. Regen en bewolking was er voorspeld voor de zondag en 10 graden kouder.
Zoveel kouder werd het niet, wel een zware bewolking, egaal verspreidt over de hemel met geen centimeter ruimte voor de zon. Ik gebruik de ochtend om te maaien, in de moestuin, de paadjes en maai de rabarberplanten zichtbaar. Ze zijn haast geheel overwoekerd door vergeet-me-nietjes en boterbloemen. Wel mooi, maar we willen graag eens rabarber oogsten. Daarna is het achterterras eens aan de beurt. De bamboe constructie die het canvas van de tuintent omhoog moest houden is gesneuveld door een dikke laag sneeuw die we niet tijdig hebben verwijderd. Ook het dakdoek heeft twee flinke japen. Marc heeft vast de platte gevonden stenen uitgelegd en daartussen groeit het gras en de lentebloemen. Het is vragen om moeilijkheden in verband met katten en slangen. De stookplaats annex BBQ is een natte rommel van een oude kapotte deurmat en rottende stukken hout en ik probeer het in de fik te steken. Je begrijpt; Tien veroorzaakt een verstikkend rookgordijn. Toch is die troep allemaal weg einde van de middag en m'n lief maakt de tuintent-bamboe-constructie. Nu ik nog met het naaien van de enorme winkelhaken in het dakdoek op een kleine naaimachine....
Ongesteld tot en met, gaan we toch nog even wandelen naar de sluizen en bruggen.
Daar vinden we in de modderpoel aan het einde naar zuurstof happende kikkervisjes, of zijn het paddevisjes? We gaan op zoek naar oude weggegooide flessen of blikjes om mijn voetstappen in de poel te vullen met water of een fles te vullen met visjes.
Ik mis kikkers bij ons, en aan de rivier! Als je ze op tijd migreert heb je kans dat ze ieder jaar terug komen. Maar goed, ijdele hoop en moeite, want we hebben enkel de bronbakken om ze in uit te zetten en daar zijn ze allen voer voor de baby vuursalamanders... We zien voor het eerst een enorme, maar dan ook enorme seringenstruik met heel licht violette bloemtrossen die ons 7 meter verderop haast de adem ontneemt door de sterke en heerlijke geur.
Op de terugweg banen we ons een weg door oogstgebied van bamboe-snijders, bramen en andere prikkende struiken en planten om bij het seringenbos te komen. Er zijn nog net wat takken bereikbaar.
's Avonds staat er op tafel een enorme grote glazen pot te pronken met zijn inhoud; seringen met wilde appelbloesemtakken! Wauw!


Vandaag wil de zon wel, maar hij doet er de hele dag over om door te breken. Als hij er dan eenmaal is wordt hij vergezeld door windstootjes die de parasol uit de tafel blazen.
Met diadeem op tegen die haren in mijn ogen, probeer ik in de zon en wind het canvas doek te naaien met lapjes waadpak-stof. De naaimachine heeft er natuurlijk geen zin in, breekt een naald, of twee, breekt draadjes, stroopt draad op, houdt draad vast en in deze wind is het een kunst het draad weer door het oog van de naald te krijgen. Wat heb ik toch een geduld!!!! Het doek zit namelijk alweer op de tuintent, waar Marc uitblaast van het houtbalken op maat maken voor het volgdende traject voor het schuurdak. Tureluurs wordt hij van die zonnestraaltjes die hem verrassen in dat windstille hoekje.
Vanochtend was het weer moestuin-tijd, dus zaai ik wat groente voor in de kas en m'n lief werkt aan de groeiconstructie, weer met bamboe, boven de bonenvakken. Na twee jaar zien we de moestuin wel groeien naar een stukje paradijs in een paradijselijk bosgebied!

Ik heb mijn best gedaan te regelen dat we samen eind april eens voor het eerst (in ruim 2 jaar) naar NL kunnen om ons huis verhuurklaar te maken. Maar het vinden van oppas loopt uit op een teleurstelling;
Niemand kan en die ene persoon die wel bereid is hier een weekje te verblijven wordt in zijn aanbod onderbroken door Marc, die het te ingewikkeld vindt om te regelen. Harry belooft van alles, ook het regelen van een bus voor de laatste verhuisronde en het regelen van 6 bedden voor de huurders, maar zoals bekend geeft hij niet thuis als we het echt moeten weten, voor we hier iets huren. Hij neemt te veel op zich, belooft alles en komt niets na en bemoeit zich met zaken waar hij verre van zou moeten blijven.(Ja S. die man kan onverbeterlijk zijn!) M'n schoonzus is enthousiast als we haar vragen om met het gezin de paasvakantie hier door te brengen; low-budget en wel aardig op hun wensen afgestemd. Maar m'n zwager die de doorslag zou geven, laat niks van zich horen en vergeet ons te vertellen of ze het nog kunnen doen. Mijn ouders proberen ook nog van alles te regelen, maar een snelle vlucht is niet te boeken op korte termijn en werk gaat nu eenmaal voor.
Ik probeer Christian te bereiken die heeft toegezegd dat we zijn grote bus kunnen huren en ik probeer het 4 keer om een afspraak te maken per telefoon. Hij is onbereikbaar en belt niet terug.
Wat is dat toch? Als je mensen nodig hebt en er blijkt niemand te zijn?
We prijzen ons wel gelukkig met de mensen die wel terugkoppeling bieden; gelijk bellen en mailen als ze eruit zijn, het weten of ze ons kunnen helpen of niet. En juist zij, maken goed wat anderen een beetje verzieken. P&W, mijn ouders en de huisoppas (nogmaals lieve S. heel erg bedankt voor al je en jullie tijd en moeite, want we hadden niet geweten wat te doen zonder jullie hulp!!!!!).
Maar moeten we ons nu echt in bochten gaan wringen, al ons werk terzijde leggen, extra boodschappen in huis halen, onze slaapkamer opgeven en alles aan de kant voor mensen die hier vakantie komen vieren, maar niet thuis geven als we hen iets vragen? Niet communiceren als was het dat we in Australiƫ wonen zonder internet en goedkoop bellen?
Het doet mij een beetje verdriet, maar ik zie ook wel in dat ik niet alleen ben en M&M zelf besloten naar dit gat te verhuizen. Ik vind het ronduit stom van mezelf dat ik hoop op de woorden van m'n schoonvader, hoop koester dat m'n zwager-met-gezin zich een erg leuke vakantie niet door de neus laat boren en er wel naar blijkt te tanen.
Dat we het samen allemaal wel rooien, verzacht het wel, maar toch....
Ik kijk even naar buiten en zie de bebloemde groene weelde, de tuintent die schaduw geeft, de wind en de vogeltjes, hoor het kraai-experiment van de haan en neem nog een slokje wijn, terwijl Castel op de stoep in de schaduw ligt.
Nee, ik mag niet klagen. En voor verdriet is er eigenlijk weinig ruimte, want we mogen ons gezegend voelen met wat we al wel voor elkaar gekregen hebben, wat we zien en wie er in Nederland altijd wel voor ons klaarstaan!
Ik haal mijn neus op; de geur van seringen en bloesem, heerlijk ... prachtig!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen