zondag 19 december 2010

40 kub hout

Het was gisterenavond al teleurstellend; de kachel wil maar niet op gang komen. Het stenen huis koelt langzaam af en ook het vuur in de schouw is meer een rokend hoopje dat wat sist.
Marc heeft het er vandaag te kwaad mee. Hij strijdt om iets dat er niet is; genoeg droog hout. Hij blijft zich hevig verzetten tegen voor ons betaalbare tijdelijke alternatieven als een gaskacheltje extra of een straalkacheltje onder het bureau als we niet willen of kunnen werken buiten. Nu is het geen doen om te zagen, de sneeuw ligt er nog, is bevroren en waar het wat dooit is alles te nat.
We hebben wel dood hout gezaagd de laatste week, hij meer dan ik, maar dit was en is te nat door de hevige regenval en de pakken sneeuw die erop gesmolten zijn.
Het hout in de kachel gaat uit zodra we het deurtje dicht doen. Het vuur in de schouw gaat gloeien in plaats van branden zodra we stoppen met erin blazen.
Een gebed zonder einde.
Marc loopt dan tegen het feit aan dat we ons doel voorbijlopen en gaan zitten werken voor geld, binnen in de kou, om een alternatieve tijdelijke warmtebron te kunnen betalen. Zijn verzet is hevig vandaag wat hem naar buiten jaagt en verbeten grote blokken kleiner gaat zagen en probeert de houtkachel aan de praat te krijgen.
Ik leg me neer bij het hebben van koude vingers en een SL-klusje.
Tijdens een strenge winter blijkt onze ketel zo'n 40 kub hout te verbranden. Dat lijkt extreem, maar de locals kijken daar niet vreemd van op. Een nieuw luxe huis met een luxe geintergreerde houtkachel eet ook zo'n 20 kub.
Ons huis is erg oud, ouderwets geisoleerd met dubbele muren waar losse stenen als isolatie tussen zijn gestort. De buitenmuur is met de franse slag gevoegd wat inhoudt dat er nog hier en daar wel wat gaten inzitten waar een losse stenen isolatie niets tegen doet. Het dak is alleen op mijn kamer geisoleerd en verder zijn er schrootjes direct tegen de dakplanken aan getimmerd met daarop de stenen lauzen die nu bedekt zijn onder een aangevroren laagje sneeuw. Enkel glas heeft de vorige eigenaar erin gezet, want het is toch een vakantiehuis en tijdens de feestjes hier -die hij dikwijls gegeven schijnt te hebben- 'drinken de gasten zich wel warm' moet hij gedacht hebben. Sommige facetraamsponningen zijn zo verweerd dat de glazen facetruitjes er nog niet uitvallen dankzij een klein spijkertje wat ze in het kozijn houden. De ketel is geweldig, mooi ding, hij werkt prima mits je hem voedt met droog hout. Maar hij is wel zo'n 60 jaar oud en dat brengt me op het onderwerp; hoe ging dat vroeger?
Het enige dat ik weet is dat 'vroeger' de mensen het 's winters gewoon koud hadden, punt. Rond het vuur zitten als er niet gewerkt werd of kon worden. Het was gewoon, het hoorde bij de winter. En ook geen warme douche was voor handen, nee wassen bij een koude bron buiten en misschien één keer per week allemaal in de tobbe, hetzelfde water dus de laatste in de rij had pech. Wat nou "ik kan geen aardappels schillen met verkleumde handen", gewoon piepers schillen en dunnetjes an, want anders is het zonde.
M'n lief voelt zich er schuldig onder, is boos op zichzelf dat we kou lijden. Hij had gedacht dat hij dat toch wel zou kunnen, wij beiden zeker; een voorraad vers hout zagen voor twee winters en 80 kub droog dood hout ergens vandaan halen om dat droog weg te leggen voor de komende winter en die daarop. Daarnaast moeten we natuurlijk ook het huis leefbaar zien te maken, een moestuin aanleggen op een schuine helling waar nooit getuinierd is, integreren, een taal leren, socialiseren, de weg verkennen, gebruiken en even incasseren dat ons huis niet verkocht wordt. Ik vergeet nog even dat we in de virtuele werelden mee moeten blijven draaien om dat huis daar te blijven betalen en om hier de rekeningen te betalen. Wat veel tijd kost!
"Natuurlijk schat, dat doen we allemaal wel even in twee jaar met 4 handen en geen machines die het werk verlichten." Ik denk dit wat verbitterd, ik wist niet dat ik mijn lat blijkbaar minder hoog leg dan dat ik dacht. Ik kan hem niet steunen met mijn vermogen om de zaken te accepteren zoals ze zijn en dankbaar een aangeboden gaskanon te accepteren. Hij accepteert het 'nu' niet en blijft vechten tegen iets waar je niet tegen vechten kunt; de realiteit dat we niet kunnen leven zoals we dat hadden gehoopt. Een idee wat aanpassen aan het nu blijkt voor hem onmogelijk en dat doet me zeer. Ik kan niets doen dan rustig blijven, mijn ding doen en 'ook maar' accepteren dat m'n schat nu eenmaal zo in elkaar steekt.
Een ouderwets trekje steekt hem de kop op; het is nooit goed zoals het is. Ik ken hem en denk dan bij mezelf; "het is goed zo". Maar het maakt ons beide eenzaam, ik in mijn berusting en de rust die dat geeft, hij in zijn strijd om het allemaal zo te krijgen zo hij wil, daarvoor te vechten en uiteindelijk nog twee lege handen te ervaren.
40 kub is veel, heel veel! Ik laat het los, dan maar koude vingers, maar wel een gevoel dat we alles doen wat binnen ons bereik ligt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen