dinsdag 4 mei 2010

Buien

Ik zag het al een beetje aankomen, ik heb ze ook, zo'n terugslag als je in Nederland bent geweest. Een lang weekend, een week, of 2, het maakt niet uit. Je weet even niet waar te beginnen. Met alle werkzaamheden en het verwerken van alle informatie. De momenten die je dan hebt met vrienden en familie, de indrukken van de reis en de enorme overgang van deze wereld naar daar. We moeten en willen altijd weer zo snel mogelijk terug, maar hoe??
De eerste gewone dag na het uitpakken en de verhalen van gisteren begint ijskoud met regen, alleen maar regen en af en toe een koude wind. We hebben geen echt droog hout, alleen wat acacia dat er net een ruime anderhalf jaar ligt. Dat stinkt ook en het verspreidt een zurige rooklucht die m'n neus onprettig aandoet.
We trekken maar veel bekende laagjes aan en eten met een vest aan. Het is zeker geen zaagweer en het droge hout dat we zouden kunnen vinden is te nat om aan te krijgen. Dus zingen we het uit tot ver na de lunch. Marc zegt niets, kijkt somber. Somber is zachtjes uitgedrukt en hij zit (weer) helemaal in zichzelf.
Wonderlijk genoeg kan ik hem daarin laten, maar ik word wel wat sjagerijnig van zijn stugge stilzwijgen en de strijd die hij levert met zichzelf.
Vaak duren zijn buien een paar dagen, waarna het als een seizoenswisseling langzaam vervaagd tot op een dag er weer een brede grijns verschijnt en hij zichzelf weer laat zien.
Ik baal ervan, heel erg zelfs. Ik begrijp het des te beter, maar dan nog. Om mezelf zoet te houden ga ik van stof die Marc heeft meegenomen een poging wagen een rokje te naaien. Zomaar uit het hoofd, geen ervaring en geen idee hoe ik dat moet doen. De tailleband erin naaien doe ik als eerste, het ziet er netjes uit. Maar dan de sluiting. Met rits notabene, een oude uit de naaidoos die we hier gevonden hebben.
Ik worstel en denk, meet mezelf en de stof, zit te klooien met het oeroude stugge naaigaren dat vastloopt in de machine en het spoelhuis.
Beneden zet Marc StarTrek op, de serie. Hij kijkt er 8 achter elkaar.
Ik beheers me eind van de middag om een poging te doen hem hier uit te trekken. Al is het maar voor even. Ik ga wandelen met Castel, naar de rivier om te kijken naar het nivo.
Vanaf het moment dat ze het stuwmeer boven leeg hebben laten lopen voor onderhoud, is het peil enorm hoog. Tot aan het randje van de stuwdam. En opeens zie ik de dode bomen hun toppen weer op het wateroppervlak dat groenig bruin ziet door de extreme stromingen van de afgelopen tijd. Het is koud, maar met gevoerde kaplaarzen en wel 3 truien voel ik het niet, zelfs m'n handen liggen warm in elkaar op m'n rug.
Ik begin deze dag zat te worden met de stempel die m'n maatje erop drukt. Uit z'n doen, een kop vol en niet weten waar hij moet beginnen. ..."beginnen met wat?" Hoor ik hem denken.
Eenmaal thuis, tegen half 8 ga ik op zijn schoot zitten met aan beide kanten een knie zodat ik hem in ieder geval aan kan kijken.
Mijn kansen om nog samen de avond door te brengen lijken al snel bekeken.
Ik kom eens niet door het pantser heen en geirriteerd dat ik het probeer, vertrekt hij naar de slaapkamer. Zonder eten! Niks voor hem, dus dat draag ik hem na.
We noemen dit alle twee 'ziek zijn'. En een zieke moet verzorging. Ik smeer bammen voor mijn lief en het bord gaat samen met melk, lekkers, fruit en sjaq op een dienblad.
Nors zie ik een koppie onder het dekbed en hij beweegt niet. Maar we kennen elkaar al wat langer, dus zet ik het blad op een stoel naast het bed en knip het lampje aan, met de mededeling dat zieke mensen zoals hij goed moeten eten.
Tijd voor mezelf in gedachten aan Marc.
We snappen dit van elkaar. Hebben er beiden nogal 'last' van na een weekje moeten in Nederland en beleven dit op ons eigen manier. Nooit makkelijk en toch hebben we alleen elkaar hierin.
Geen makkelijke dag, niet te ontwijken en iedere keer weer zoveel nuance-verschillen, groei???

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen