vrijdag 28 mei 2010

Woensdag

Rond half 9 stappen we in de rode laro voor de 500 kilometers die ons wachten. Reizen in deze auto is alles behalve comfortabel. Het is een zeer luidruchtig gevaarte met weinig zitruimte en in de cabine kun je een kleine tas met proviand meenemen. De rest moet achterin waar je natuurlijk alleen bijkan als je de auto stopzet om daarna de klep te openen. Je handen wassen erna is aan te bevelen, want deze wagen is altijd stoffig en vet, wassen zinloos, want het is de werkauto.
Het eerste uur is bekend en toch genieten we van het wakker wordende franse landschap. Daarna rijden we de Aubrac in. Veel over gehoord en gelezen en zo geprezen door de locals. Hier grazen de bruine koeien met hun mooie hoorns op prachtige weiden. Het ziet er ruig en groen uit, geen bomen. Alleen de stenen muurtjes en de grote keien en rotsblokken die te groot waren om aan de muurtjes toe te voegen, liggen overal rommelig verspreid in het landschap. Hier en daar een enkele bloeiende bremstruik of een bosje met naaldbomen.
Een steenhouwer heeft in 1816 een kruis gemaakt uit een flink brok graniet. Het staat er ongeschonden aan de kant van de weg op een nog groter stuk rots, gekleurd door zo veel soorten mos, de tand des tijds heeft er rondere vormen aan gegeven. Wij sjoeven erlangs en ik denk aan die steenhouwer. Hoe lang zou het hem gekost hebben dit kruis uit een blok graniet te hakken? Weken? Maanden? En waarom werd dit gedaan, je ziet ze hier overal.
De Aubrac is bekend om het rundvlees en als de boeren hun koeien gaan weiden in de lente lopen ze met elkaar op na een lange koude winter en zien elkaar sinds maanden weer op de velden en wegen. Om dit te vieren worden de koeien rijkelijk versiert met bloemstukken en andere kleurige versierselen. Deze worden als tooien aan de nek en op de kop bevestigd en is een beroemde traditie geworden. Ook wij komen na een scherpe bocht zo'n optocht tegen, ver van welk dorp dan ook, geen speciale aandacht voor dit weiden van, alleen alle andere boeren uit de omgeving die zich, met of zonder kudde, aansluiten zodra de voorthuppelende koeien voorbij komen. Er wordt bijgepraat, gelachen en vooruit gezien op dit seizoen.
De velden liggen hoog, wat het gras rijk laat zijn aan voedingsstoffen en sommige velden worden bedekt met een dun wit laagje. Het lijkt sneeuw, maar het zijn kleine wilde narcisjes, het is een prachtgezicht.
Het kost ons de hele ochtend om door dit Iers aandoende landschap te doorkruisen en tijdens lunchtijd rijden we door de eerste grote stad die op de route ligt; Alès.
Het is weer een flinke tegenvaller met zijn ontelbare reclameborden. Van bekende bedrijven (MacD.) tot de zelfgeschilderde bordjes op scheve houten paaltjes van restaurantjes en Bistro's die vaak ook met tie-rips aan de lantaarnpalen zijn bevestigd.
Gebouwen met afbladderend stucwerk in alle kleuren geschilderd, een vieze rivierbedding met nog viezer water, herrie en de stoffige wolken van optrekkende vrachtwagens die zich door de smalle straten wurmen.
Rotonde na rotonde en de plots remmende auto's voor de verstopte stoplichten. Wat een drukte en chaos en wij zoeken onze weg door over de boulevards met de oude strepen en pijlen op de weg die frontale botsingen in de hand werken. Nee, dit is niks meer voor ons. De wens om in steden rond te dwalen, kerkjes en markten te bezoeken, gebouwen te bekijken, het is weg en we zoeken zo snel mogelijk de uitgang van dit grote mensennest.
We willen een bammetje eten, ons walnotenbrood met verse brie. Een appeltje happen en even tot rust komen zonder de harde rijwind, uitlaatgassen en het te weinig aan bewegingsruimte in de stoffige cabine van ons rode werkpaard op wielen.
Vlak voor Nîmes ziet Marc zijn kans schoon, gaat op de rem en met slippende banden op de zijkant van de weg schiet hij een bospad in. Het is al warm en droog en gelijk hoor ik de krekels. Na wat zijweggetjes, bochtjes en andere onverwachtte wendingen stoppen we in een bos met lage groenblijvende eiken, bloeiende bremstruiken, wintereikjes en ander stug maar groen spul.
Zodra de motor uit is horen we weer vogels, krekels en het geritsel van de dorre beplanting tegen elkaar.

Al happend in dit lekkerste brood aller tijden wandelen we ieder ons eigen paadje. Op een wat open plek staan stukken geverfde pallets op bakstenen verlaten in een dorrig veldje met bloemen die ik nog nooit gezien heb.
Van een kniehoge nog net niet bloeiende orchidee tot wilde lavendel, tot lunchende insecten op de meest prachtige bloemetjes en spinnenholletjes gemaakt van hun zijdedraadjes die eruit zien als een vriendelijk onderkomen maar een hol-van-de-leeuw-functie vervullen voor alles dat op spin's menu staat.
Jonge olijfbomen, bosrank en onbekende grassoorten wisselen de wilde kruiden af; tijm, rozemarijn en salie. Op de palletjes horen natuurlijk bijenkasten, maar geen één bij heeft er een door de mensen gemaakt huis. Veel planten ken ik niet, zijn zo nieuw voor mij. Terwijl ik foto's maak en een appel verschalk pas ik goed op slangen, want op mijn slippertjes weg van de snelweg heb ik geen zin me dit te laten gebeuren en de plek leent zich er goed voor om slangen een rustig en warm thuis te bieden.
Na een flinke lange voedzame stop willen we op z'n M&M's het gebied uit terug naar de weg. Dus rijden we nog verder de paadjes op en belanden in een schitterend natuurgebied, hoog gelegen en verstoken van alles dat met mensen te maken heeft.
We willen al 2 jaar groenblijvende eikjes vinden, om die uit te poten (of op te kweken) rond het huis voor enige privacy. (Als er mensen langskomen verrekken ze toch hun nek om dit huisje te zien, het blijft onprettig.) Maar elke keer als we in de buurt van deze struikachtige bomen komen hebben we geen spade bij ons, geen emmer met water of andere middelen om opschotjes uit te spitten en mee te nemen. Dus licht geirriteerd rijden we zonder dit groene spul verder.
De naaldbomen op de kalkachtige grond, de stekelstruiken en strakblauwe hemel geven het landschap een afrikaans gezicht. Hele velden met groenblijvende eikjes met daaronder de blauwe bloempjes, gele klaver en brem, wilde rozenstruiken en natuurlijk de opschot-eikjes die we zo ontzettend graag willen hebben.
Het is al laat in de middag en we hebben nog een enorme rit voor de boeg. Dat we op deze manier uren later als 'gepland' aankomen beseffen we ons en dat zit m'n maatje dwars.















We kunnen ons aan alle afspraken houden, daar zijn we echt goed in, maar als er een tijdsstip aan vast plakt moeten we verstek laten gaan. We willen genieten en doen wat ons hart ons ingeeft en dat lukt niet als we ons toeleggen op een tijdsstip, een dead-line. Dus stuur ik P een verontschuldigende sms dat het laat kan worden. Ik wil een maaltijd op een terras aan het strand niet mislopen, dus stuur ik Marc een tolweg op.
Daar worden we beiden niet echt blij van na de 'safari' door het mooie gebied.
Opschieten doet het wel, maar we hebben in Alès zelf nog geconcludeerd dat we dit niet meer willen, die snelheid, het saaie asfalt waar je toch enorm op je quivive moet zijn omdat je met elkaar gemiddeld 110 kilometer per uur rijdt in een auto die van alles mankeert en ook geen zin heeft om op volle toeren oververhit te raken met een lekkende differentieel.
Nîmes is nog drukker, maar we slaan ons er wel doorheen, in stilte weliswaar.
Aix-en-Provence slaat alles kwa hectiek en stoffigheid. Provencaals is het wel met de specifieke dakbedekking en de lichtgekleurde huizen, de lavendel-luiken, maar al die moderne hoge gebouwen ertussen verziekt het karakter van de eens zo typische zuid Franse stad. De meest moderne achitectonische hoogstandjes flitsen aan ons voorbij met de meest felle kleuren, van kobalt blauw tot rozenrood! Geen gezicht en zo zonde, maar ze willen met hun tijd mee???
De laatste 20 kilometer is het overbruggen van een bergketen via een smalle kronkelende weg. Als 2 vrachtwagens (en dan heb ik het over die enorme tankwagens en groot houttransport) elkaar willen passeren kan dat niet in een bocht. Ze hebben de hele rijstrook nodig. Het toeristenseizoen is geopend en de cabrio's en sportwagens wisselen dit groot transport af met de werkauto's ertussen die de weg erg goed kennen en zich weer in de spits van de Cote d'Azur wagen. (Je zou dit maar iedere dag 2 keer moeten rijden......) Er zijn geen parkeerplaatsjes of inhammen waar je elkaar even kunt laten passeren. Een enkele noodstop-parking daargelaten met zo'n oranje telefoonconsole met de letters SOS erop.
De zware transporten en campers verzamelen lange staarten met volg-auto's die duwend, vloekend en zwetend in z'n twee erachter hangen in de hoop op een langer recht stukje weg zonder tegenliggers om in te kunnen halen. Maar die kansen zijn zeldzaam. Je hebt een sportwagen nodig en een niet te lang traag voertuig voor je, kennis van iedere bocht en veel lef om hier in te halen.
Ik tref het niet en rijd als eerste volgauto achter een duits busje met een hoge aanhanger. We vermoeden dat de bestuurder vanochtend vroeg uit Duitsland vertrokken is, zijn bus te breed inschat en zijn lengte niet kent. Hij rijdt bij voorkeur net iets over het midden van deze smalle weg, remt voor de bocht flink en in alle bochten nog eens extra en sukkeld op deze wijze levensgevaarlijk in z'n 2 en 3 over de keten heen. Zijn staart wordt na iedere bocht langer en niemand kan hier wat aan doen. het is doodvermoeiend rijden en op en top alert zucht ik een paar keer diep terwijl Marc zijn hoofd schudt.
Na deze bergketen komen we in voorsteden van St. Tropez terecht, de chaos is compleet.
Hotels, campings, reclame-borden voor van alles, werkverkeer en toeristen, bruinverbrande dikbillerige toeristen met katoenen petjes op en hawai-shirtjes aan. Duur uitziende tijdelijke bewoners in luxe open wagens, restaurants met rommelige terrassen, strandwinkels, 'compounts' met toegangshekken en beveiligingscamera's, palmbomen, droge bloembakken, stoplichten, scooters, warenhuizen en bedrijfspanden, hoog riet dat droog staat te wuiven in de zeewind en weer die eeuwige rotondes....
De domdom heeft de boulevard waar we zijn moeten snel gevonden en P wacht ons bij het hek op met Spetter.
Na een altijd zo vriendelijk onthaal zakken we in een stoel onder een enorme eik die steeds wat stuifmeel laat vallen in onze koele drankjes en praten we bij. Ruim op tijd voor een heerlijk maal op de houten planken van de strandtent, waar we de bijna volle maan de zee zien verlichten. Het is heerlijk koel en onze ogen speuren de kustlijn af. Een vuurtoren trekt om de paar seconden de aandacht op de punt van een eiland en ik loop de steiger af om op het puntje hiervan even te gaan liggen met het zicht naar de maan en een landtong. Het water kabbelt, de geur is zoet en er staat geen zuchtje wind. De rosé maakt me doezelig, maar hier in slaap vallen is ook zo wat.
Moe gaan we terug naar het huis waar P de afgelopen maanden gewerkt heeft en waar wij zo gastvrij een nachtje mogen blijven. Ook dit huis staat op z'n privé terrein, voor de rijken die een huis willen hebben met uitzicht op de zee. De één nog mooier als de ander met zwembaden en enorme veranda's en terrassen, de meest mooie tuinen met trapjes en oeroude (gekochte) olijfbomen en yucca's of enorme palmen en hoge muren met de elektronische toegangshekken. Echt rustig is het niet voor wat wij gewend zijn. Auto-alarmen loeien en de verlichting laat zien waar mensen zijn, straatlantaarns verlichten fel de omgeving en motorcrossers overstemmen de vogels die nog zo laat in de weer zijn. Hier hoor je ook een kikkerkoor dat zo groot moet zijn dat het wat anders lijkt dan enkel die glibberige beestjes. Ze huizen hier overal waar ze maar kunnen en bij voorkeur in nog niet schoongemaakte zwembaden. (In de lente worden deze schoongepompt of alleen een chloor-tablet wat de kikkers natuurlijk om zeep helpt. Maar niet getreurt; er is een strook beschermd natuurgebied van 90 hectare groot aan de kust en daar is genoeg ruimte voor de miljarden kikkervisjes die de tijd en de ruimte krijgen groot te worden om eind van dit seizoen de verwaarloosde en vaak niet gebruikte zwembaden te bevolken.)
Om half 11 duik ik al m'n bed in. Een heerlijk matras in een koele kamer onder een fijn licht dekbed met iets te warm dons. De slaap is snel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen