woensdag 21 oktober 2009

flarden

Het heeft heel de dag geregend, pijpenstelen met af en toe wat dikke druppels die de wegsijpelende waterplassen weer aanvullen. Koud is het niet, de warme harde winden van de dag ervoor hebben de lucht en de aarde weer wat opgewarmd. De vochtige lucht doet dik aan en de mistflarden drijven gestaag door de gorges. De bergwanden nog groen met de reebruine waas van het eikenblad dat verdort en de scherpe staken van de dode kastanjetakken vormen een scherp contrast. De ochtend is gevuld met het wachten op de pakketdienst die een modem zou kunnen komen brengen en het pellen van gedroogde kastanjes voor de notenpasta. s'Middags werk ik dromend achter de PC, ik verwerk en bewerk foto's in de stilte van de sombere middag totdat m'n ogen moe worden. Marc rijdt langs de garage en kijkt verlangend in een lege brievenbus. (het doosje met de modem zou kunnen passen...) De leenauto van de garage is een brons-kleurige lage Clio die geen enkel probleem heeft met de nog aanwezige watergeulen in de weg. Ook steile terreinhellingen neemt dit kleine wagentje moeiteloos. Er blijkt weer een nieuw defect aan de rode werkauto en weer moeten we een kleine week wachten op een onderdeeltje. Eind van de middag schuiven we de bank voor de PC, pakken er wat ships bij en terwijl het vuur onze rug verwarmt kijken we met wat katten op schoot een filmpje. Vlak voor de schemering tijdens een film-plas-pauze roept Marc me naar buiten. Het licht is onwaarschijnlijk mooi, vaag zijn er de laatste zonnestralen zichtbaar, de mist vervaagt de randen van de bergen. Aan ons eindzicht van de gorges waar de bergwanden zich laag samenvoegen zijn flarden blauwe hemel zichtbaar, alsof daar nooit één druppel regen viel. Wolken en mist voegen zich gebroederlijk samen en versmelten met de bergwand aan de overkant.

We kijken de film af en voor de avondboterham gaan we een wandeling met Castel maken. De schemering is al even opweg en schildert alles om ons heen in alle tinten grijs en de mist vervaagd de silhouetten met een zachte rand. Een hand voor ogen is nog net te zien en de donkere vlek die we normaal Castel noemen is al snel verdwenen in het bos, waar alle geluiden door de flarden worden gedempt. Het ruisen van de snelstromende rivier onder ons is het enige geluid, zelfs onze voetstappen worden gedempt door de zachte natte aarde van het pad. Per ongeluk schoppen we af en toe een steen wat vooruit, doordat deze net voor onze voeten ligt. We lopen zwijgend samen voort en zijn diep in gedachten verzonken. Flash-backs houden me bezig, uiteenlopend van jaren terug tot gisteren. Oude beelden die zich opeens aan me manifesteren, zonder duidelijk doel. Een ex-vriend of dat moeilijke moment, waarvan ik dacht dat het onbeduidend was, komt nu terug. Ik heb ze de laatste tijd steeds vaker, alsof ik alles wat was aan het verwerken ben. Zo definitief verleden tijd, zo ver weg van toen dat opeens even 'nu' is. Ik laat ze dwarrelen, die beelden, de mist neemt ze mee, de kleine vochtdruppeltjes in de lucht. Na de laatste bocht zien we de lichtjes van de centrale en de diensthuizen. Ze schitteren door de bemiste lucht, alsof het kerstmis is. Op de terugweg worden we voor het laatst begroet door één glimworpje dat in de struiken even oplicht als we voorbij wandelen. Een magisch geheel, alsof we in een sprookje lopen, maar zo tastbaar en echt, dat zelfs de beelden uit onze geschiedenis met een zuchtje opeens verdwenen zijn en we terug in het nu gewoon een avond-rondje met Castel doen.


Het blijft hier indrukwekkend, ook al spreken we frans zonder erbij na te denken. Ook al voelt onze nieuwe woonplek nog zo gewoon. We zullen nooit zó wennen dat we niet beter meer weten. Het is net nieuwe maan geweest en de terugweg zal dus nog donkerder zijn als heen. Bang dat Castel plots voor mijn voeten staat concentreer ik me op de eerste paar meter voor me, zonder meer te zien dan als ik verder voor me zou kijken. Wel verschijnt de donkere hemel, opgelicht door de mistige wolken, in de regenplassen, die ik steeds net op tijd ontwijken kan. Thuis is alles stil, het vuur in de schouw gloeit nog en Marc legt er wat extra blokken op. De eigen boterhammen met jam vallen goed. Altijd zo vol smaak, een eigen smaak. We leren jam eten. Ik heb dan zo enthousiast 20 potten gemaakt, maar we aten nooit jam. We rommelen verder in het schaarsverlichte huisje. Mijn eerste indruk van dit huis op internet was al een huisje in het bos uit een sprookje. Zo'n huisje waar de heks woont die Hans en Grietje gevangen hield, of waar de geitjes wonen en de dwergen. Een huisje uit de films die hun best doen het beeld uit de verhalen van Grimm uit te beelden, terwijl het beeld in je herinnering zoveel echter leek als op het witte doek. Dat zal het altijd blijven, het is een plekje om te koesteren, ook als het lekt, vriest of bakt in de zomerzon. Omwaaien of verbrokkelen zal het niet snel doen, eeuwig lijkt het bouwsel, tijdloos. Misschien dat daarom juist steeds die terugblikken komen; omdat wij niet tijdloos zijn. Het is mooi in deze tegenstelling te zijn, de tijden die voorbij vliegen bevestigen de tijdloosheid van zovele dingen om ons heen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen