donderdag 15 oktober 2009

winters

Het is koud geweest vannacht, een gure oostenwind raast door de bossen langs ons huis en wekt ons als we onze neuzen net boven de dekens uitsteken. Het is marktdag en ik zal de asfalteerders moeten storen en zal mijn best moeten doen ze gewoon gedag te zeggen, ze doen ook enkel hun werk. Na het ophangen van de was (onderdeel van de grote winterschoonmaak, want dekens en dekbedden zijn wat stoffig goor) pak ik boodschappentassen, het lege vaatje wijn en de vuilniszak van die week en vertrek goedgemutst naar boven. Vlak voor ik de snelle bosweg bereik, scharrelt er een prachtige ree op het pad. Diep-bruine randen op de fluwelige oren met het lichte ree-bruin in het midden, sterk en goed doorvoed, groot ook. Het dier schrikt nauwelijks van de ronkende diesel en huppelt rustig aan de kant tot het zijn wildpad bereikt heeft, waarop hij omhoog het bos in loopt. Als automobilisten (jaja, ook wijzelf natuurlijk) wild tegenkomen in een bocht op het geasfalteerde bospad, dan houd ik mijn hart vast over de gevolgen. De rijsnelheid neemt automatisch toe als het een gladde mooie weg is. (De drempels zijn niet voor niets helemaal 'in' in woonwijken, want daar gaat het om mensen-kinderen en niet om (ach het is maar) wild. Na de volgende bocht bereik ik de buren, waar het asfalt al ligt en ik geef gas. Puur uit ongenoegen. Het doet ons pijn en ik kan me goed verplaatsen in milieu-activisten die zich vastketenen in bomen die gekapt gaan worden. Dit raakt ons, komt te snel zomaar dichtbij. Marc is nog steeds woest en ik ben gewoon vedrietig over hoe de wereld in elkaar steekt. Grote monden, macht en geld blijken de heersers en wij richten ons toch maar zoveel mogelijk op de goede dingen en mensen. Uiteindelijk brengt de liefde toch het gewin dat essentieel is oor wat innerlijke rust. Daar kan geen asfalt of industrie tegenop. Boven kom ik vlakbij het stadje 2 platte vermorzelde egels tegen, een voorbode?? In het stadje stap ik uit de auto en voel verbaast de koude wind om mee heen gieren. Dikke winterjassen, muts en wanten, winterpetten en kleumende mensen die de handen in de zakken steken. Samengeknepen ogen tegen de oosten-wind en de laagstaande zon. Op het uithangbord van de pharmacie staat de tijd, afgewisseld met de datum en temperatuur; -1 graad! Mijn hemel, vandaar. En dan te bedenken dat het wat lager bij ons vanmiddag weer lekker 20 graden is... In een nog hoger gelegen stadje verneem ik van de wijnboer dat het daar vannacht 5 graden gevroren heeft. Dus opeens hebben we hier te maken met de winter die zich onaangekondigd flink doet gelden tijdens een ontzettend mooie heldere herfstdag.
Om even bij te komen ga ik naar het café voor mijn grand-café en wordt als vanouds vriendelijk onthaald in de kleine stampvolle ruimte, die alles behalve muf of rokerig is, gezien het rookverbod. Ik begroet weer 2 handenvol bekenden en ben blij me te kunnen uiten. We zijn niet de enigen die het ronduit belachelijk vinden dat er gemeentegeld gestoken wordt in het onderhoud van deze afgelegen bosweg, waar (bijna) niemand naar taant of belang bij heeft. Ook hier worden impopulaire beslissingen genomen, uitgevoerd, om het daarna maar snel weer te vergeten hoe de 'oude wereld' verloren gaat. Oude dialecten niet meer geleerd worden op de scholen en oude gebruiken vergeten worden. De oude attributen, vroeger zo onontbeerlijk, worden voor woekerprijzen op de rommelmarkt verkocht om te pronken boven een schouw of aan de wand gehangen als melancholie, het was alles vroeger zoveel beter.... Nu is het ook goed, en de toekomst zoveel mooier als we het zelf zouden mogen vormen.
Maar de zomers, de herfst, de lentes en de winter zijn onveranderlijk, onvoorspelbaar en altijd op tijd. Wij laten de natuur voor ons beslissen en het bepaald de extra trui, want de verwarming is nog niet af. Het bos in om te zagen voelt verwarmend, is verwarmend. Het hakken in de moestuin scheelt weer een 'kub.' hout en onze wintervoorraden veel ritjes met de vieze diesel naar boven.
De complexe tegenstellingen doen mij goed, geven ons de duidelijkheid die wegviel in Nederland. Dit leven is hard, maar duidelijk en eerlijk. Zodra we ons teveel inlaten met het moderne leven verdwalen we direct en laten ons afleiden van de essentie. Dan maar niet modern. En ook wij 'moeten' nog een tijdje mee, want die crisis forceerd ons een nieuwe telefoonlijn, die het pad veranderd in iets moderns met zijn 15 extra nieuwe palen en kunststof telefoonlijn. De machine die de gaten moet komen boren is niet veel erger dan een asfalteer-machine... Oef, das ook voor het vergaren van geld, waar we nog niet zonder kunnen.
(Ik kijk uit naar de toekomst en werk er nu aan, van mij hoeft het allemaal niet... dan maar bonen uit blik waar ik met alle liefde voor bid.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen