vrijdag 28 december 2012

The British Empire

Uiteraard moet ik even schrijven tussendoor, uitgestrekt op de vloerbedekking in de 'living' extra verwarmd door een kleine schouw die af en toe gevoed wordt door coales die extra hitte geven, rookvrij zijn en geurvrij, dat laatste is dan weer jammer. Schoonmama en John puzzelen, Jane ligt te doezelen en voelt een griepje op komen, dochters speelt op haar kindle (vraag me er niets over) en ik moet echt een begin maken aan een stukjes-verslag over de vakantie die net over de helft is na een vermoeiende dag shoppen in het centrum van Londen. De vet gedrukte titels zijn enkel een geheugensteuntje. Af en toe probeer ik er 1 uit te werken. (U gaat hier en daar de letter d missen. Dat toetsje doet het niet zo lekker meer op de laptop, bij voorbaat excuses voor het lees ongemak.)


3 ons te veel
Ik had er erg mijn best op gedaan. Niet meer dan 10 kg in de koffer die qua afmeting nog net mee mag als handbagage en niet meer dan 15 kg in de koffer die ik zou inchecken. Helaas, na het inchecken is er geen mogelijkheid meer te schuifelen met stringetjes en een shirtje, die 15 kilo was met een paar ons overschreden en daar deden ze niet moeilijk over. Maar die handbagage wordt ook gewogen en daar ging het mis; 1,6 kilo teveel! Ik verlaat de rij die naar de wat benauwde security-poortjes gaat waar je je schoenen, riem, jassen en vesten uit moet doen, alleen om te kijken wat ik uit die koffer nog aan kan trekken om me te ontdoen van die 1,6 kilo te veel. Een laptop kan ik niet aantrekken, net als tijdschriften en een boek. Een fleecetrui, een wollen cape, en wat T-shirts, dat is wat ik nog uit die koffer kan plukken en aan kan doen. Weer eens wegen, nog 3 ons teveel. Buiten op vliegveld Carcassonne is het 25 graden, ik draag een hemd, shirt met lange mouwen, fleecevest, fleecetrui, nepbontsjaal, regenjas zware kwaliteit en een Schotse wollen cape en prop het t-shirt in mijn broekzak terwijl de zakken van de regenjas en dat fleecevest vol zitten met paspoort, portemonnee, pakje shag, lippenbalsum, twee gasaanstekers, camera en ticket. Nog steeds 3 ons te veel aan handbagage. Dit komt door de laptop die echt een flinke 6,5 kilo weegt in zijn tas. Maar deze berg kleding die prima zou voldoen aan de poolcirkel is hier in Carcassonne toch echt ook te veel. Geen doen, absoluut, niet te doen, not, no way, ik ga zo dat vliegtuig niet in.


"Dat is dan 50 euro mevrouw" Geloof me, ik kan het niet missen, maar de kwestie van prioriteiten stellen laat me zwichten. Ik betaal en voeg me in de lange rij tussen wel heel dik aangeklede mensen met enkel een boek in mijn handen, droge oksels, enige mate van ergernis over de manier van geld verdienen aan de reiziger die kiest voor een goedkope luchtvaartmaatschappij. In dat boek mijn ticket en paspoort, zalig, niks om handen. Ze vinden het bij de detectiepoortjes zeer vreemd, dat boek. Jammer dan, ik betaal mede hun oesters met citroen volgende week. 300 Gram of 5 kilo maakt niet uit, 50 euro. Het verlost me van gezeur en gezweet, ik mag vanaf vliegveld Stansted ook nog 2 uur in een kokende auto, Anna heeft het nu eenmaal snel koud en weet niet beter dat winters Engeland ongeveer gelijk is aan omstandigheden rond de Noordpool. 

Even roken in de achtertuin
De keukendeur die aan de zijkant van het riante woonhuis toegang biedt tot de tuin, piept. Zo'n verraderlijke piep waardoor iedereen in huis weet dat je weer even een saffie gaat doen. Ook al is het een kunststof deur, spierwit met dubbelglas erin. Ik probeer het vaak uit te stellen, dat in de regen roken in een tuin zonder ook maar een dakrand van 25 cm wat voldoende zou zijn om wat te schuilen. Als we allemaal op bed liggen en ik de slaap niet vatten kan, kruip ik via het raam het dak op dat een vlak kantje heeft van de uitbouw van de keuken. Ik zou een geweldige inbreker zijn, maar dat vak ligt me niet. In het licht van de bijna volle maan zie ik er eindelijk 1 door de tuin lopen als heerser van de buitenwijken van Londen; een enorme vos met een prachtige lange dikke pluimstaart. Urban foxes, gehaat en geliefd. Geliefd door dierenliefhebbers die in de stad wonen, geen kleine kinderen hebben en verder geen huisdieren die een lekker maaltje vormen voor de vossen. Ze voeren ze, net als de vogels en grijze eekhoorns, brengen ze naar de dierenarts als ze er een aantreffen die ziek is of aangereden en verstoppen medicijnen in lekkere hapjes waar ook ratten en andere viervoeters op afkomen. Gehaat door kattenliefhebbers, want ze vallen nog wel eens katten aan die in hun territorium komen. De achtertuin van de kattenverzorgers zelf. Ook vreten ze kittens op, wat wil je, een vos is een omnivoor. Het enige wat vossen kan verjagen is een hond van formaat die in een afgesloten tuin mag wonen. Maar stedelingen zijn door het mensenoverschot meer van dieren gaan houden. Het merendeel vindt het stedelijk ´wild´ geweldig, wil de vossenjacht met honden verbieden en blijft voor de vossen zorgen.
Een vos in het wild is zo groot als een kleine hond. In de stad zijn ze anderhalf keer groter met een uitschieter naar vossen van 40 pond zwaar.
Mijn gastfamilie heeft een klepper van een achtertuin die grenst aan een park. Een houten schutting met een deur erin die met enorme sloten potdicht zit. Een lenigert springt er zo overheen, met lege handen, dat moet gezegd. Maar een alarm hier is geen overbodige luxe, want aantrekkelijk moet dit pand wel zijn voor mensen die van andermans spullen hun beroep hebben gemaakt, grenzend aan een relatief donker park. De vossen hebben een hol gegraven achter de kas waar een druif groeit. Kapotte ramen en de bende in de kas vermoeden dat ook daar de vossen huishouden. De tuin ligt vol met zwerfvuil, afval, doorgeknaagd, leeg gelikt, uit vuilniszakken, omver geduwde vuilnisbakken of uit de gemeentebakken gesnaaid voor een restje red bull, kruimels hamburger of een stukje kebab. Er is geen opruimen tegenop gewassen, de familie heeft geen hond, daar hebben ze het te druk voor. De buurvrouw aan de rechterkant heeft een kat of 15 en een hond. Die katten laat ze niet steriliseren, ook al is haar dat gratis aangeboden door de gemeente, afdeling huisdieren. Ze vindt de vosjes zo schattig en iedere lente heeft ze toch een nestje of 4, dus dat ene aangevreten kitten per seizoen, 'why bother?'. Ze voert ze 1 doos eieren per dag en af en toe een gekochte kip. De hond blaft als de vossen vechten om een half lege sandwich verpakking en zoeken hun heil, al vechtend, in de tuin van mijn gastfamilie. Ook de buren aan de andere kant voeren de vossen en verder vinden ze het hier als gezin wel fijn wonen. Want hier worden de vogeltjes en eekhoorns gevoerd, makkelijke verse hap. Gif, afschieten, klemmen, strikken, het is heel erg verboden. En de vossen vermenigvuldigen zich in rap tempo, worden groter zoals ik stadse honden en katten doorgaans wel erg goed doorvoed vind. Zwerfhonden zijn inmiddels goed onder controle, ook zij vormen geen natuurlijke vijand meer. Het is dus een feit; ook in deze achtertuin waar je altijd wel een sirene hoort, auto's en stadsrumoer, nu ook dagelijks en 's nachts de vechtende vossen groter in aantal als de dominante grijze eekhoorn en de roodborstjes.
  Ik blijf het intrigerend vinden, urban wildlife. Dieren die wij haast nooit zien, schuw zijn en een enorm leefgebied hebben en juist hier te goed gedijen. Vele keren ga ik in de kleine kas staan met daarachter het vossenhol en de schutting als einde van de tuin met het kleine camera'tje in de aanslag. Ik wil heel graag een vos op de foto krijgen, maar denk dat het me niet meer zal lukken.

Boxing-Day
Boxing day in Engeland is niet de dag dat iedereen aan de buis gekluisterd zit voor het Boxen, de sport zoals je in Nederland je oudjaarskater verjaagd met schaapachtig kijken naar het schansspringen. Officieel was vroeger die dag bestemd om werknemers, het volk, een dag de tijd te geven familie te verrassen met een kerstgeschenk in een doos (=box), want tijdens kerst zelf ben je met je gezin en blijf je thuis. Nu is Boxing-Day de dag dat de uitverkoop aanvangt. Sommige warenhuizen gaan daarom om half 7 's ochtends open en lijden leiden het volk met linten de juiste richting uit. Verbazingwekkend om de beelden op de TV te zien van hele hordes mensen die dus echt om 6:30 uur in de rij staan te dringen om te kopen, te kopen en te kopen in een stad die heel erg duur is. Van het openbaar vervoer, parkeren, tot aan een simpel broodje in een warenhuis.
Ook wij gaan halverwege de ochtend met het openbaar vervoer naar de stad terwijl het giet van de regen en wegwerkers doorgaan waar ze de vrijdag voor kerst gestopt zijn. Het koopcentrum van de stad heeft enkel luxe winkels al dan niet van een bekend duur merk en enorme warenhuizen. Nu kom ik uit de jungle, maar dit is net zo goed een jungle. Mensenjungle met alles dat deze soort denkt nodig te hebben om zich op te doffen met als doel geslaagde voortplanting. Omdat de afstanden die je af moet leggen om te zorgen voor een basis voor het werken aan het laten voortbestaan van de soort, is het pure noodzaak te zorgen voor brede paden en sneller vervoer dan de benen waarop deze soort zich voort beweegt. Het kan allemaal te voet, maar het leefgebied is te groot geworden, de afstanden te lang en het gevaar niet uit het oog verloren. Tussen de werkenden door lopen de toeristen en de mensen die nog vrij hebben en deel willen nemen aan Boxing-Day.



We schieten een groot warenhuis in. Een warenhuis als de Beijenkorf, niks bijzonders dus. De dames gaan op zoek naar een verlaat kerstcadeau, John troont me mee naar de parfumerie-afdeling, ik zoek een eau de toilet. Deze afdeling is een sub-biotoop zoals je ziet in de toppen van de hoogste tropische bomen in Zuid-Amerika. Het is ook hier over de koppen lopen en ik volg veilig en gedwee de enorme gestalte van John die bijna de twee meter haalt en in zijn lange zwarte cowboy-duster ook een meter breed lijkt en me leidt alsof ik een klein kwetsbaar knuffeldier ben. Zo voel ik me bij hen thuis wel, maar in deze wereldstad ben ik meer een schichtig konijn. U weet wel dat zo'n warenhuis zo is ingedeeld dat je om counters en uitstallingen moet slalommen om daar te komen waar je wilt en zo alle waar moet zien, mits je je ogen op kopen open hebt. Er is niet 1 decadente stand met geverfde dames en strak geklede heren in gelikte costuums, er zijn er tientallen, parfums voor dames en heren door elkaar en sommige van een enkel merk. Nu heb ik al van kinds af aan moeite met keuzes maken als het aanbod te hoog is, maar dit gaat mijn pet te boven. Achterin deze etage klamp ik maar twee bruin geverfde blondines aan die het niet gelukt is de rimpels met smink te verbergen of ze me kunnen helpen. Musk, geen bloemige geur en dunne huid, dat zijn de enige drie zaken waar de specialisten het mee moeten doen. Ik word beslist doch vriendelijk weer terug gestuurd naar de andere kant van de afdeling, waar ik gestart ben deze kleine biotoop te verkennen op zoek naar dat ene 'luchtje', zoals ik het wat ordinair uitdruk. Random kies ik een stand die ook een kassa bevat waar weer twee geverfde dames me met ogen aankijken die alleen maar zeggen; koop hier!
Ik ben alles behalve een koopjesjager, alles in deze warenhuizen zijn van geen nut voor mijn dagelijks leven. Niets heb ik echt nodig, ik wil alleen een nieuw eau de toilet om niet altijd naar rook, mos en hout te ruiken. Tot mijn verbazing krijg ik nul op rekest als ik het woord eau de toilet uitspreek, verontwaardiging bijna. Want ik sta tegenover DE hoog in Parijs en Grasse geschoolde parfumiers. Ja heus, het zal wel verkeerd gespeld zijn, maar na een jarenlange studie eindigen deze dames en heren dus in een warenhuis. De stand naast de kassa is van een blonde dame die met haar accent niet kan verhullen dat ze geen Britse is. Een vleugje Frans en toch ook weer niet. Ik krijg geen enkele kans zelf even te kijken of te snuffen, alle egards voor deze simpele meid met buitenkop en -kleur. Ik zeg; musk, thin skin, no flowers. Strookje papier, spray, snuif, mmmm, dat is lekker. Nog een andere geur om te vergelijken dan maar, zelfde merk. Ik leg mevrouw even snel uit dat ik maximaal 3 geuren wil proberen, anders kan ik niet kiezen en zit mijn neus vol. Het dringt langzaam tot me door dat er geen eau de toilet wordt verkocht, alleen pure echte parfum. Ik moet bekennen, ik heb in mijn 38,5 jaren dat ik leef nog nooit een parfum gehad of voor mezelf gekocht. Ik weet wel dat het lang blijft zitten, je auto, je bed en alles dat je aanraakt ernaar ruikt, dat 1 spray voldoet voor 24 uur en dat een parfum, mits goed gekozen, zich gaat vereenzelvigen met wie je bent. Snel een keuze maken en niet verder snuffen op deze enorme en drukke etage is misschien niet slim. John zegt nog dat ik alle tijd heb. Maar eigenlijk weiger ik 'alle tijd' in deze. De 2e geur is me net te citrusachtig, te houterig en rokerig, meer iets voor heren. Piece of cake dus, het wordt dit parfum en ik strek mijn hand uit naar het geplastificeerde prijskaartjes in een mini-ringbandje tussen de doosjes in. Mevrouw zegt, een ongeverfde pure dame zonder heftige coup met haar, dat de 30 en 50 ml's op zijn. Er zit dus niks anders op dan 100ml te kopen. Het niet-Boxing-Day prijskaartje is afschrikwekkend voor mijn budget. Dacht ik tijdens de sales voor een eau de toilet wel 35 euro over te hebben, begrijpt u ook wel dat een nieuw parfum in een fles van 100ml, dat komende 50 jaar niet als 'sales' verkrijgbaar zal zijn, voor mij onbetaalbaar is. Ik mag me er vanaf dat moment niet meer mee bemoeien van John. Ongegeneerd en heerlijk geurend naar iets dat een deel van mij zal worden komende jaren, zich in de oude versleten stoelen van de Rode zal dringen, geef ik John een knuffel en een zoen op de ongeschoren bolle zachte wangen. Ik voel me een troeteldier en veilig achter zijn rug gaan we terug naar de tassen-afdeling waar we op de dames wachten die een half uur de tijd nemen om een tafelkleed te kopen.
Het 2e warenhuis waar we ingaan is Liberty. Het is een schitterend oud pand in Tudor-stijl dat ooit aan een rijke Hollandse koopman behoorde die hier en daar nog een leuk aandenken achterliet als een kleine oud Hollandse schouw met Delftse tegeltjes met dito afbeeldingen. Alle afdelingen zijn wederom over koppen lopen en alles is astronomisch duur, of er nu 20%, 30 of 50% van de prijs af gaat en aangeprijsd wordt als 'koopje'. Ik kijk rond en zie heel mooie spullen, echt, ongelogen. Ik zou dat hele Liberty wel willen kopen, de hebzucht is gewekt en wakker. Maar weer; ik heb echt niets nodig van dit alles. Toch koop ik een presentje voor mijn ouders; zijn ovenwant waar twee handen in kunnen met een echt engels design (bloemetjes met lentegras) en twee heel mooie ansichtkaarten met schilderingen erop van twee verschillende kunstenaars. Het aardigheidje ga ik vanuit Londen naar Nederland versturen met de twee kaarten geparfumeerd erbij in met lieve Britse groeten.
Het enige dat ik als souvenir graag wil hebben, al is de hebzucht gewekt, zijn kruiden en ingredienten die goed verpakt en niet te zwaar zijn om in die 15kg koffer naar Frankrijk te verslepen.
De rest van de dag observeer ik de soort in zijn eigen biotoop en ik kan er niks aan doen, maar blijf het een ongezonde jungle vinden waar maar weinig ruimte is om bij jezelf te blijven zonder de eigen soort een loer te draaien, omver te lopen, te beroven of scheef aan te kijken wat criminaliteit en discriminatie naast de schijn-vrijheid in de hand werkt. Je kunt nog zoveel politie op straat hebben lopen en rijden, nog zoveel camera's hoog in palen plaatsen met enorme controle-centra die zorgen voor werkgelegenheid; veiligheid zal toch echt uit de mensen zelf moeten komen.
Ik heb er vele fikse discussies over met John, een man van de wetenschap, verschanst in zijn huis met alarm-installatie. Maar ik weiger om de geleende handtas angstvallig op de buik en met beide handen vast te houden en regelmatig achterom te kijken. Het oversteken is al link genoeg en alleen dankzij zijn oplettendheid en de grote witte teksten met pijl op straat "<--Look Left!" overleef ik deze dag om op de vloerbedekking voor de schouw wat te typen terwijl buiten de vossen vechten om een stuk brood en de sirenes loeien omdat er weer een mens in nood is.


Sloten en CV
Het is niks bijzonders. Voor de meeste van u niet, voor John en zijn familie niet, voor de meeste Fransen natuurlijk ook niet; Extra sloten op deuren en ramen, dubbelglas, een centrale verwarming met een thermostaat, een alarminstallatie. Te moeten leven met de vrees voor inbrekers. Te werken voor de energie-leverancier zodat je huis in alle seizoenen een 20 graden is en je in t-shirt op blote voeten je behaaglijk voelt. Grappig is dat als dit afwezig is, zoals bij ons thuis, je vanzelf een extra trui aan trekt, warme sokken en sloffen draagt, net zo comfortabel. Dat we ons eigen hout moeten hakken is wat minder, het vreet nogal veel tijd, maar toch gaat dit boven het iedere dag naar het werk rijden met veel ongemakken om die nota te kunnen betalen. Veel mensen hebben me afgelopen jaren gevraagd of ik niet bang ben zo ver weg gestopt in de gorges met de gendarmerie die wel weet dat daar een bewoond huis staat, maar een 40 minuten tijd nodig heeft om in geval van nood op de stoep te staan. Het dichtst bijzijnde ziekenhuis is een 90 minuten rijden als er geen omleiding is en in geval van brand moeten we de brandweer uitleggen hoe bij ons te komen. De hulpdiensten die veiligheid bieden (???) ontbreken. Hier word ik steeds op de feiten gedrukt door de camera's op straat, de sloten op deuren en ramen. Wel comfortabel, niet leuk. 
Ook breekt er paniek bij me uit de avond dat ik bij Anna logeer in de kamer van een van haar dochters. Voorzet schuiframen die zo ongeveer vast geroest zitten. Met moeite krijg ik er 1 op een kier en probeer het bovenraam te openen. Het kan door een veiligheidsbalk aan de buitenkant alleen op een kier waar net een papiertje doorheen past. Het grote raam eronder dan maar. Anna schrikt als ze komt kijken of ik nog beddengoed nodig heb. 'Dat raam staat open, hoe kan dat nou?' Ik leg het uit, ik krijg het spaans benauwd in een kamer te moeten slapen waar alles potdicht zit. Haar huisje dat heel typisch Brits is, is al zo hokkerig, alles bekleed met vloerbedekking, gordijnen dicht en vol met spullen die je nu eenmaal nodig hebt met een gezin van 4. Bij John moet ik er erg in hebben het raam te sluiten voor we het huis verlaten, maar verder mag het open blijven. De radiatoren draai ik ook dicht, ik ben geen vrouw uit de tropen ook al lijkt Zuid-Frankrijk zuidelijk en warm. Ik begrijp het ook niet echt, die huizen zo warm gestookt en iedere kier dicht gekit en afgetimmerd. Dat kan toch niet gezond zijn? De geur op straat is eerder stank en John haalt steevast diep adem met het hoofd naar de grijze grauwe lucht gekanteld voor een goede hap 'frisse lucht'. Hij gelooft niet dat ik het echt verschrikkelijk vind stinken hier, dat ik het echt benauwd heb als ik in een CV-verwarmde kamer moet slapen met gesloten ramen. Eerlijk gezegd, ik stik de moord onder de dikke noordpool-dekbedden onder de open gemorrelde ramen.
Net als in Frankrijk komt er een soort van zwembadwater uit de kranen. Het riekt naar chloor, ik drink het niet. Ook dit wil John niet van me aannemen, dat ik dit ruik en proef. Ik ben nu eenmaal stierlijk verwend met bronwater dat rechtstreeks van de bron via thyleenleidingen uit de kranen komt. Ik drink dus uitsluitend gekookt water als in thee, sap en wijn dat in huize John voorradig is als was het kraanwater. Ik pas me aan, schrijf ik nu grijnzend.
Hoe dicht gepropt en geïsoleerd het huis ook mag zijn; ook hier muizen, zo af en toe eentje. De muizenval op de foto heeft al vele hoekjes gezien, op veiligere plaatsen voor mensentenen. Maar alleen op deze plek onder het aanrecht werkt de val en trapt de muis erin. Maar een muizenval is niet voor tenen gemaakt, dus het breekijzer is ter bescherming van je tenen. 

Britse kerst 


Misschien hoef ik hier helemaal geen tekst aan toe te voegen, wat vind u?

The British Empire
Op oudejaarsdag ga ik naar het Brits Museum. Dit om mijn kennis van de geschiedenis en het huidige Engeland wat op te schroeven. Net als dat Holland wel Nederland is, maar Holland niet Nederland omvat. Leg dat een ander maar eens uit. Morgen een studie-uitje als laatste dat ik er qua indrukken nog wel bij kan hebben.
Het Britse Rijk bestond ooit uit; Engeland, Ierland, Schotland, Midden en Noord Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Hawaii, India, Pakistan, Bangladesh, Birma, Hongkong, Sri Lanka, Nepal, Egypte, Soedan, Zimbabwe, Zambia, Zuid-Afrika (stukjes ervan zeggen ze), Uganda, Kenia, Somalië, Een groot stuk Carabieen, Irak, Koeweit, Kanaal Eilanden, Falklandeilanden, Brits Guyana, en nog wat kleine landen die ik wellicht vergeten ben. Met recht een Rijk.
Het Untited Kingdom bevat nu niet veel meer. Toch bekt het woord 'British Empire' nog steeds goed. Vinden de Britten. Ze beseffen zich heel goed dat het British Museum voornamelijk bezoekers trekt door het feit dat het merendeel gejat is, c.q. toegeëigend. Ze zeggen 'gekocht', ja, ammehoela.....
Ook vinden ze dat ze het economisch nog prima doen, dankzij de Britse Ponden. Ik ben benieuwd en wacht af. Ik moet wel toegeven; er is hier niets te merken van de economie in het slob, slechte beurs, meer armoede en andere signalen die zeggen dat ze zich eens achter de oren moeten krabben. Misschien is hier net zoveel nieuwe armoede als waar dan ook in de westerse landen. Net zo verborgen ook en zeker voor de argeloze toerist, al dan niet zo goed geïnformeerd als ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen