donderdag 6 december 2012

Strijken

Zo laat mogelijk vertrek ik van huis, maar dat valt niet mee. Alle 5 de katten krijgen vanaf gisteravond 8 uur geen brokjes, want Merlin moet nuchter bij de dierenarts zijn vandaag en zo staan ze allemaal droog. Vannacht ging het nog, dan weten ze beter; niet zeuren, want anders worden we buiten gezet en gaat het luik dicht. Maar om dan ook 's ochtends geen gehoor te krijgen als ze mauwen en in je benen hangen als je naar het toilet gaat? (Zelfde verdieping als het luikje en de brokjes...) Daar trappen ze niet in. Om 10 uur vallen ze de enorme zak brokjes aan en proberen het sterke papier kapot te krabben en Sooty zit al deels in de half lege zak. Voor hen is die zak half vol natuurlijk. Dus katten naar buiten inclusief gevulde bakjes brok met de wetenschap dat als ze deels gevulde magen hebben, Castel de bakken leeg eet en die vervolgens naar haar hok versleept om hem daar verder uit te likken van de kruimelwaas die zulke bakjes na enkele dagen nu eenmaal hebben. Merlin houden we binnen en die is niet van onze zijde geweken net zo lang tot ik hem in de draagmand zet. In de auto schreeuwt ie moord en brand terwijl ik probeer een deur open te trekken die na een nacht -8 vast gevroren zit en de voorruit schrap. Het is niet stil in de cabine voor ik bij de praktijk ben, een 25 kilometer verderop. Daar is dombo te geimponeerd om de bek nog open te doen. Ik vraag of ze ook even willen luisteren naar zijn longetjes, hij heeft iedere dag wel een flinke hoestbui.  
Daarna wordt het haasten, voor 12 uur een vol gastankje voor in de Blauwe zien te vinden. Van dat campinggas waar je zomers over struikelt en nu zijn zulke tankjes bijna niet te krijgen. De enige die ik vind is gereserveerd.... Jammer, daar moet Marc zelf dan maar een keertje voor op uit. Ik loop JP tegen het lijf en zeg 'tot zo', maar krijg gelijk te horen dat er niemand is tussen de middag. Terwijl ik hem al gedag zeg, weet ik dat die man zich waarschijnlijk geen raad weet met mij alleen. Nadine is naar een begrafenis, maar heeft me duidelijk laten weten dat het nooit uitmaakt of er iemand is of niet. Toch laat ik het erbij vandaag, het weer is prachtig, de plateau's zien wit, het Cantal-gebergte heeft een frisse laag sneeuw en de vergezichten zijn haast geestverruimend. Ook wil ik JP niet in verlegenheid brengen, moet ik nog naar de supermarkt en kan zo een fles sap halen en langs de bakker voor een broodje. Ik besluit naar het hoogste punt van de omgeving te rijden om daar op de warme motorkap te lunchen, wat foto's te maken en om me heen te kijken terwijl de zon nog steeds warmte straalt, behaaglijk. 





Na de lunch en de stilte, geen vogel laat zich horen en de koeien staren stil voor zich uit, iets te herkauwen hebben ze niet, rijd ik terug naar de kleine stad om bij Marie een cafe au lait te drinken. Marie is de exvrouw van le Patron, die al jaren mijn koffie gratis schenkt en net zo lang met me flirt als dat ik hier woon. Voorheen hielp zij hem tijdens de drukke dagen, maar sinds vorige maand baat ze de andere bistro uit die op hetzelfde plein zit. Samen hebben ze een jonge puber, werken ze in de horeca en zijn nog steeds veel samen. Maar Marie loopt tegen de jaloerse vriendin op van le Patron en daar wordt veel over gekletst. De vaste vrouwelijke klanten van zijn bistro zijn en masse overgelopen naar haar etablissement, de oude mannetjes en stamgasten blijven verknocht aan het te warme kleine kotje met zijn Lotto-hoekje en grote TV met te foute kleurinstellingen. Ik heb even geen zin in die gratis koffie met dubbelzinnige knipogen en de altijd maar zelfde kletspraatjes van diezelfde oude knarren aan de bar. Bij Marie binnen zie ik 3 van de 4 barkrukken bezet door meiden, van mijn leeftijd, allemaal aan de koffie. Ik zetel me als local op de laatste onbezette kruk en bestel mijn koffie. Le Patron komt als grapje ter sprake, Marie zegt dat hij op blondines valt en ik met mijn grote mond flap eruit 'je sais'. Alle meiden en Marie schieten in een deuk, terwijl ik me bedenk of ik niet beter het puntje van mijn tong eraf had kunnen bijten. Officieel gaat haar bar tussen de middag dicht, het moment dat ik binnen stap, dus die meiden vertrekken en mijn koffie is nog te heet om te drinken. Marie kent Nadine al heel lang, ze grappen altijd samen in het Portugees, een taal die ze beide goed spreken. Het contact is altijd super oppervlakkig geweest en geroddeld wordt er wel, maar informatie uit de eerste hand is beter, zo denkt Marie er ook over. Ze heeft eindelijk eens de rust mij uit te horen. Waar ik nu precies woon, of ik getrouwd ben, of we het huis huren of kopen en wat mijn man doet. 'Die zie ik nooit, klopt dat?' Ja, dat klopt, hij lekker zijn ding, ik het mijne. Over de jaloezie van de vriendin van le Patron, dat we daar beide nul last van hebben en dat die meid gebrek aan eigenwaarde moet hebben, anders ben je toch niet snel jaloers. U mag weten, le Patron heeft ongeveer de schoonste van de omgeving getroffen, eerder hij zou een reden tot jaloezie moeten hebben, maar iedereen weet; hij is niet echt zuinig op zijn meisje. Ze blijft net zo lang open als dat ik tijd nodig heb mijn grote kop te legen en we wensen elkaar 'a prochain'.
Op de gok ga ik wel erg vroeg op de middag naar familie Ravelac. Ik moet echt op de weg letten, in de noordelijk gelegen bochten is het wegdek ongeveer een ijsbaan en het uitzicht nog steeds een afleiding alsof er een kudde wilde zwijnen wacht om over te steken. De hond slaat aan en oude mevrouw Ravelac staat al in de deuropening alsof ze op me heeft gewacht. Ik heb gelijk het gevoel dat de postbode moet hebben als hij als enige bezoeker het krantje persoonlijk overhandigt in plaats van het in de brievenbus dropt. En weer wacht me een snel geschreven briefje met instructies op de lange tafel in de keuken. De lege planken boven de schouwmuur laten me al weten dat ik dat vorige week had moeten doen, maar door tijdgebrek niet kon doen; alles boven mijn hoofd schoonmaken, aangekoekt vet, roet en stof van de hele zomer, of langer. Wat op de planken stond staat in twee dozen klaar, bovenop de afzuigkap, de warmwaterketel die met een isolerende hoes boven het fornuis hangt en verder alles boven het hoofd dat nu zwart ziet moet schoon. Maar eerst moet ik starten met repassage. Repassage....? Ik heb echt geen flauw benul wat dat is. Mevrouw troont me mee naar de zijkamer die vorige week niet hoefde waar een heel oude strijktafel staat die gemaakt is voor de kleine Franse vrouwen geboren begin vorige eeuw en een super de luxe strijkbout met stoom en zelf-ontkalkfunctie terwijl het water in deze regio geen kalk bevat. Repassage is dus strijken. In gedachte zie ik Marc al in een deuk liggen, want hij weet hoe een hekel ik heb aan dit werk. Maar met mevrouw naast me in haar bloemetjesschort doe ik alles en ik lach haar toe dat ze die overvolle wasmand wel aan me toe kan vertrouwen. Ik kan gelukkig wel strijken met overhemden als mijn lievelingen.
Ooit werkte ik een kleine anderhalf jaar voor een familie via het Persoonsgebonden Budget waar ik letterlijk surrogaat-moeder was. Kinderen wekken, po's legen, katoenen luiers uitspoelen om 7 uur 's ochtends, kids naar school brengen op de fiets, eten koken, boodschappen halen, het huishouden waaronder ook de taak strijken. Jong geleerd is oud gedaan, ik stond als kleine meid al naast mijn moeder achter een kinderstrijkplank met een ijzertje dat op een warmhoudplaatje op het gasfornuis warm werd gemaakt en mocht de zakdoeken van pappa strijken.
Meditatief kan ik u zeggen en zo vloog er ruim een uur voorbij. Daarna mocht ik me voegen bij mevrouw in de keuken, de no-nonsense dochter was er niet en dus kan ik me verheugen op een uurtje voorzichtige schoonmaakpret. Op hoogte roet, stof, dode vliegen en vet verwijderen is zo gedaan, zij wast de prulletjes af die op de planken stonden en ze zet alles op de tafel waar een druk geblokt zeil op ligt. Ze vertelt me over ieder prul iets. Of de herkomst, of de herinnering of ze probeert te herinneren hoe oud het wel niet is. Een kan met Delfts Blauw motief komt uit 1700nogwat, dat koperen kannetje was van haar oma, die koperen lampjes met lont? Daar moet petroleum in. Alle koper moet gepoetst, maar daar heb ik geen tijd meer voor, die strijk vrat dat op. We hebben lol en lachen, zoals ik al dacht; we zijn een goed team.

Ik was vroeg begonnen en kan Merlin dus ook vroeger ophalen. Die zit al monter rond te kijken in de mand met grote zwarte pupillen van de verdoving waar verder niks meer van te merken is. In de auto geeft hij dit keer geen kik. Marc ligt inderdaad in een deuk als ik hem vertel dat ik ruim een uur heb staan strijken, spijkerbroeken, shirts waar de gaten in gevallen zijn, zo'n bloemetjesschort en een zeer mooi overhemd met versleten kraag dat ik als nieuw opvouw en op de stapel leg. Dat leuke strijkding heb ik bewaard voor het laatst, net als het lekkerste stukje vlees. Ik ben geen Katootje van Jan Jans & de kinderen! Het schrijven van deze log gaat me moeilijk af; Ik stoot net ervoor mijn hoofd aan de granieten schouw. In de onze kun je dus niet staan, in de originele Aveyronnaise schouwen wel... Auw. Op tijd naar bed na een prachtige dag en morgen rustig aan met een flinke bult op mijn kop, toch die ezelin ....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen