zondag 11 januari 2015

Je suis Martine

De raderen draaien. Al vanaf vroeg in de middag van 7 januari.
Oorlog? Tegen welke vijand dan wel?
Massale angst. Vrijheid, gezag, massa en de haast logische hysterie na een bloedbad in ons veilig gewaande en democratische Europa, grondwetten, doodstraf, God & Allah, geschreven woorden en afbeeldingen met tekstballonnetjes, fysiek geweld dat leidt tot de dood, veiligheid.
Pesten doet geen zeer, mag evenmin gezien worden als geweld. (Van wie mag dit niet? )
Wat is wijsheid?
Wat is nog waar?
Me zonder tegengeluid van mijn kant op de vingers laten tikken doordat ik me uitte op facebook? Ik vroeg me namelijk af of vrijheid van meningsuiting boven respect staat en wat respect nu eigenlijk is. Het plaatsen van die vraag was al te veel. Of te vroeg. Maar waarom te vroeg?
Het was de eerste vraag die ik mezelf stelde en daar mocht geen ruimte voor bestaan, niet in het openbaar in ieder geval.
Stond het het collectief rouwen in de weg? Had ik moeten volgen?
En de raderen bleven draaien.
Hebben wij respect getoond al die eeuwen? Voor anders denkenden? Voor andere religies? Wij, in dit zo vrije en veilig gewaande westen? Wat is er mis als je het nodig vindt om anderen op de hak te nemen, te pesten, te beschimpen? Voor je te laten werken, soms geketend. Weg te rukken uit je roots, je familie, je volk.
Mensen doen verschrikkelijke dingen. Georganiseerd als groep of cel, individuen en hele volkeren. Geïndoctrineerd, vinden wij. Of denken wij, met onze hersenen, waar we maar 10% van gebruiken. (film; Lucy) Achteraf kunnen we ons dan 'veilig' verschuilen achter termen als respect, vrijheid, veiligheid. En ja, ook de democratie waarin respect het onderspit moet delven (voor vrijheid van meningsuiting) en verworden is tot een zwakke 1-woords-leus die zelfs al als icoon van een handje met de duim omhoog weer gelijk getrokken is met 'like', goed, van belang. Lekker makkelijk ook en je hoeft nergens over na te denken.
Respect? Wat is dat heden ten dage nog?
Wat is wijsheid?
Als het mijn gemoederen zo bezig houd en ik een conflict met mijn revolutionaire en toch ook radicale echtgenoot verschillende malen maar net weet te voorkomen, wat is dan wijsheid? Wat te doen of juist te laten.
Blogger staat iedere dag open, het concept vul ik aan, wordt weer leger door het schrappen.
Waar sta ik, wat vind ik? Moet ik mijn mening klaar hebben? En wat als ie niet strookt met de mainstream? Mondje dicht dan maar.
Vanaf woensdag heb ik nog nooit zoveel gelezen.
Veel verschillende invalshoeken gezien, veel 'meningen' en reactie's, van voornamelijk Nederlandse media. Nederlanders in Frankrijk uitten zich bijna verdeeld. Via een Nederlandse journalist die woont en werkt in Frankrijk krijg ik dat andere perspectief door. Dat van de Franse collega journalisten en hoe het het privé-leven pakt.
Collectief in shock en toch allemaal wel met een soort doorgeslagen extremisme. Lynchen die idioten. Wat nou 'eerlijk proces'?
Even los van het feit dat ik blij ben dat mijn belastingcenten niet gaan naar extreem dure openbare processen die leiden tot levenslange heel dure opsluiting van de daders van dit bloedbad, bedenk ik me dat ik graag wil publiceren over Charlie Hebdo.
Want de media verwart me.
Ik kan associëren als de beste en vanaf de rand van de Franse maatschappij is er ook gelegenheid tot 'birdsview'. Niemand die ik me gek kan laten maken, geen partner die bovenop het nieuws zit, maar enkel reageert op de naakte feiten die ik hem vertel.
Even buiten mij om, los van onze kleine idylle die bestaat uit twee niet in God of Allah gelovende individuen, is er in onze gemeente niets dat aan het drama doet denken. Alleen intellectueel JP, de man van mijn vriendin, zit zwaar gechoqueerd aan de beeldbuis vast gekleefd en slaat enkel de ogen ter hemel als ik even aanklop voor restjes voor de varkens. Hij kan er met zijn gevoel en verstand ook niet bij. (Weet dat de man blind is en enkel naar de televisie kan luisteren.)
Ook moet ik blij zijn blank en Europees te zijn. Ik werk namelijk als ondersteuning in het huishouden en stel me voor hoe het voor mij zou zijn als ik Madame Mahmoud zou heten.
In deze geïndividualiseerde maatschappij hebben we nog steeds grote behoefte aan saamhorigheid. Kuddedieren waren we, zullen we altijd blijven. Dus uiteraard grijpen we de gelegenheid aan om ons als groep te laten horen. Het volk dus. Ik vroeg mij deze week af waarom we alleen die saamhorigheid kunnen/willen ervaren als er iets verschrikkelijks gebeurt? Met mensen ver van ons bed. Mensen die we niet kennen. In dit geval 'Charb' en collega's (+beveiliging). Bij leven uitgejouwd en bedreigd. Zeg maar flink gepest, als volwassene die kritiek bleef uiten, door volwassenen, die dat maar niets vonden.
En opeens gaat de hele wereld prat op solidariteit, iets dat we anders maar mondjesmaat tonen, mits het doel of de richting ons aanstaat, natuurlijk. (Daar heb je hem weer, natuurlijk.)

Ik ben ook gepest, beschimpt, beledigd, onderdrukt. Woorden doen geen zeer? Beelden ook niet? 
Ik heb liever een klap op mijn smoel, dan dat ik heel mijn leven de blauwe plekken niet van mijn ziel gepoetst krijg. Zo weerbaar ben ik niet. Ik, en wie met mij?, heb nog een lange weg te gaan. Dat realiseerde ik me afgelopen woensdag toen ik een aanvraag deed voor PRI, om sterker te worden en te blijven in deze krankzinnige wereld waarin ik deel uitmaak van de mensheid. Een mensheid waarvoor ik me bijna ga schamen. Maar naar wie toe? Moeder aarde en het leven dat ze ons geeft?
Wat is wijsheid?

Hieronder een greep uit de media en de reacties die ik van vrienden en kennissen onder ogen kreeg. 

Volkskrant 10 januari
Als de hartenkreet 'Je suis Charlie' van duizenden burgers in de avondlucht iets wil zeggen, dan is het dit: het vrije woord mag niet worden gecensureerd door geweld. Maar juist als hommage aan de vrijheid van meningsuiting wordt kritiek nu gesmoord..... Jeannette Bougrab, levenspartner van de doodgeschoten Charlie Hebdo-hoofdredacteur Stéphane 'Charb' Charbonnier, vindt het ongemakkelijk, zegt ze in een interview op de Franse televisie. De duizenden die scanderen 'Ik ben Charlie', dat biedt haar geen troost. Haar Charb, die was echt Charlie Hebdo, maar werd bij leven regelmatig bedreigd en uitgejouwd.

Inbox 9 januari
Met de recente ontwikkelingen in het toneelspel dat haar laatste hoogte- dan wel dieptepunt kent met de ellende rond Charlie Hebdo lijkt de polariserende motor weer op volle toeren te draaien. 
Propagandatochten als steunbetuigingen aan iets dat vrijheid wordt genoemd en borden met daarop een wel heel eufemistische vertaling van we zijn een beetje dom, je suis Charlie. 
De eerdere vervoering slaat om in bijna misplaatst medelijden en er klinkt intern een gesmoorde roep: stop alsjeblieft, maak geen karikatuur van jezelf.
Het nostalgische beeld van een verzorgingsstaat bevindt zich ook in zo’n deplorabele staat. 
Het is het niet meer en alsjeblieft: stop. 
Was het slechts de verzorgingsstaat dan ging het nog maar om alle gepropageerde waarden als vrijheid, zekerheid, vrede en democratie, ze zijn het afvoerputje nabij.
Slechts nostalgische gevoelens en cognitieve dissonantie houden de oogkleppen op hun plaats waardoor de schijn hoogtij viert. 
Zonder vernieuwende spanning verliest het alle glans en resteert slechts eindeloze herhaling van een uitgeblust concept. 
Herhaling als concept is niets meer dan propaganda en er wordt dan ook niet eens meer getracht er wat van te maken. 
Het is niets meer en dat wordt u in het gezicht gesmeten. Achtergelaten identiteitsbewijzen is een herhalend concept evenals de gemaaktheid van gechoqueerde politici en onderlinge verbondenheid in een georkestreerd evenement. Schijn en een nostalgische hang naar bescherming van een comfortzone die altijd al schijn was. 
Het is dat het publiek nog vraagt om een optrede, maar zelfs de spelers weten van gekkigheid niet meer hoe ze er wat leuks van kunnen maken.
Hoe dik moet het er bovenop liggen om niet meer spannend en prikkelend te zijn? Hoeveel mensen moeten er nog sterven? 
In welke bochten moeten politici zich nog wringen en op welke wijze moet de media daar dan maar weer wat van maken? 
Het is niets meer, een concept in verregaande staat van ontbinding. 
Vermoeiend voor de spelers, pijnlijk voor de slachtoffers en slechts ten bate van een apatisch onderuitgezakt publiek dat maar niet verder lijkt te komen dan bis.

Documentaire 
A class divided

Volkskrant 11 januari
Het is oorlog

De opinie van Jos Collignon
Volkskrant 8 januari

Uit Achter de samenleving
Het kwaad
Het kwaad is de vernietiging van vrijheid. Elke foutief idee is bedacht door het kwaad om de waarheid voor je te verbergen. Het kwaad is niet de duisternis en het is niet het angstaanjagende onbekende. Het kwaad is niet één of andere occulte menselijke psychologische benadering, en het is ook niet inherent aan ons karakter. Het is niet bovennatuurlijk en bovenal bestaat het echt! Als je vrij bent kun je mooie dingen, vrede, voorspoed en vreugde in de wereld brengen. Je zult al deze zaken om je heen vinden. Mannen en vrouwen zoals jij hebben deze dingen gemaakt. Het kwaad onderwerpt je. Het kwaad kan gevonden worden in woorden zoals macht, dwang, belasting, geweld, diefstal, censuur en politiek. Merk op dat in deze dingen geen vreugde te vinden is. Geen van deze zaken is van enige waarde voor de mensheid.
Geweld
Je lichaam laat je principes uitoefenen op elk aspect van de realiteit. Met je lichaam heb je de gereedschappen in handen om te functioneren in de fysieke wereld. Dankzij je lichaam kun je heel veel; het is een geschenk van zuivere vrijheid. Mensen gehoorzamen het gezag, ofwel de autoriteiten, als ze aan geweld blootstaan. Geweld bedreigt je lichaam. Het bedreigt je interactie met de fysieke wereld. Mensen die blootstaan aan geweld zijn genoodzaakt om te gehoorzamen omdat ze de vrijheid die hun lichaam ze brengt
willen beschermen. Pijn en verminking (woorden en daden) beperken je mogelijkheden om te functioneren in de fysieke wereld. De dood vernietigt die vrijheid helemaal. (De Correspondent 10 januari
Wat-een-land-van-een-lichaam-kan-leren-in-een-week-als-deze)
Perspectief
De culturen op aarde geven hun volkeren verschillende systemen van moraliteit. Verdraaide definities van goed en kwaad kunnen overal op de planeet gevonden worden. In de ene cultuur is iets goed, in een andere is het een taboe. In de ene cultuur is een woord verschrikkelijk, in een andere is het dat niet. Criminele daden worden compleet verschillend gedefinieerd in tegenovergestelde culturen. Als een gezag onder mensen is ingeburgerd, is het kwaad óf onmiskenbaar te zien, of bijna onmogelijk om te herkennen, hetgeen compleet afhankelijk is van het feit of je onderdeel van de bijbehorende cultuur bent. Ook al zijn er maar weinig mensen die de onderdrukking in hun eigen cultuur kunnen herkennen, toch blijft de cultuur wel continue onderdrukken. De meeste mensen vragen zich ontzet af hoe een gemiddelde Duitse soldaat deel kon nemen aan de moord op Joden. De meeste mensen vragen zich ontzet af hoe miljoenen gewone mensen onder de noemer Communisme hun broeders naar een zekere dood konden leiden in de handen van de politie. Er zijn ontzettend veel voorbeelden in de geschiedenis te vinden; ze komen voor in elke cultuur die ooit is ontwikkeld. Cultuur houdt een dodelijke macht over de menselijke natuur. Het is niet waar dat de schurken uit het verleden hun gezag misbruikten. De waarheid is dat zij het doel en het ontwerp van het gezag perfect uitvoerden. Tirannie is altijd vermomd als cultuur en wetgeving.
Bescherming
Om een cultuur te scheppen en het vrije denken te manipuleren, moet het kwaad een vijand creëren. Het is voor degene die uit is op de macht niet belangrijk wie die vijand is. In ruil voor gehoorzaamheid bieden de mensen die op macht belust zijn bescherming tegen deze ‘vijanden’. Het gezag `beschermt´ je tegen de door hun verzonnen vijanden. De prijs voor die (ongevraagde en falende) bescherming is gehoorzaamheid aan het gezag. Deze bescherming en bijkomstige vereiste gehoorzaamheid zijn niet vrijwillig. De vijand is alleen maar bedacht om de last van gehoorzaamheid in de gedachten van de mens te verlichten. Culturele vijanden zijn een illusie.
Benjamin Franklin heeft ons geleerd dat degene die zijn vrijheid opgeeft ter wille van veiligheid, al snel geen van beide zal hebben. Dat is een absolute waarheid. Het patroon van tirannie heeft als doel je ervan te overtuigen dat je behoefte hebt aan veiligheid en je daarvoor je vrijheid moet opgeven in de vorm van gehoorzaamheid aan het gezag. De vraag naar veiligheid wordt aangewakkerd door degenen die aan de macht zijn. Dit is waarom het gezag vaak haar eigen vijanden schept. Vergis je niet. Het is niet de vijand waar de heersers op azen. Ze zijn op jouw gehoorzaamheid aan hen uit. De illusie en eigen schepping van culturele vijanden is enkel ontworpen om het denkvermogen van de mens te beperken. Het is ontworpen om de mens ervan te overtuigen dat de échte vijand niet het kwaad is dat over hen heerst, maar een
denkbeeldige externe vijand, een soort van demon die hen kwaad zal doen. Dit is de leugen van de tirannie. Het vereist je gehoorzaamheid aan het gezag omdat alleen het gezag je zou kunnen beschermen tegen deze ‘vijanden’.
Beperking van de vrijheid van meningsuiting 1
Het meest essentiële wapen van de cultuur is de beperking van de vrijheid van meningsuiting. Hoewel er in het (recente) verleden gewelddadige versies van dit wapen te vinden zijn, bestaat het in elke cultuur als de geldende moraal. Het doel van de beperking van de vrijheid van meningsuiting is om er zeker van te zijn dat diegenen die gedwongen werden om zich te voegen naar de wil van het gezag nooit de moed zullen krijgen om terug te kijken. Om ervoor te zorgen dat de gehoorzaamheid behouden blijft, vereist cultuur van iedereen die ze in bedwang heeft dat ze de wil van het gezag opleggen aan degenen rondom hen. Het leert mensen om hun ongehoorzame buren ‘gek’ of ‘gestoord’ te noemen. Het vereist van mensen dat ze zich tegen
diegenen keren die niet gehoorzamen aan de culturele voorschriften. Cultuur veroordeelt iedereen die niet gehoorzaamt aan de culturele voorschriften als immoreel en asociaal. Daarnaast geeft cultuur zijn meest gehoorzame volgers mooie benamingen zoals nobel en rechtdoorzee. Diegenen die het beste de culturele regels volgen, vooral door het veroordelen en bespotten van hun vijanden, worden beloond voor het stigmatiseren van diegenen die minder makkelijk gehoorzamen aan het gezag. Dit is de onderdrukking van de menselijke vrije wil die het kwaad van de culturele normen bewijst. Diegenen die ongehoorzaamheid aan het gezag vertonen of een opstand tegen het gezag voorstellen, worden verbannen, gehekeld, bespot en gedemoniseerd. Het is moeilijk om de eenzaamheid aan te kunnen die geassocieerd wordt met de weigering om je te voegen naar de algemene culturele norm. Dit is hoe de beperking van de vrijheid van meningsuiting tot wapen gemaakt is om de vrije wil van mensen te breken. Het is een wapen dat ontworpen is om je te dwingen tot gehoorzaamheid. Zo gauw mensen elkaar dwingen om hun vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen binnen een cultuur, is het gezag ingesteld. Het heerst nu over de mensen die inmiddels zelf de wil van het gezag afdwingen naar elkaar toe. Dit is het ontwerp van cultuur, en het gezag kan nu met je doen wat het wil.
Beperking van de vrijheid van meningsuiting 2
Vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt door cultuur, dit doet het omdat vrijheid van meningsuiting wijsheid bevordert. Menselijke communicatie versnelt het groeien en leren op een exponentiële wijze. Mensen leren zelf principes door te experimenteren in hun omgeving, maar ze leren veel sneller als ze hun gedachten kunnen communiceren door met elkaar te spreken. De vrijheid van meningsuiting is het krachtigste wapen van de mensheid. Hiermee kunnen kinderen en volwassenen sneller kennis opdoen op elk gebied waarover ze iets willen leren. Cultuur kan het zich niet permitteren dat de menselijke kennis zich snel verspreid. Als mensen hun eigen waarde en potentieel leren kenen, dan zouden ze zich nooit onderwerpen aan het kunstmatige gezag dat hen is opgelegd en wat hen onderdrukt. Cultuur gaat over dwang, over overheersing. Culturen zijn bedacht om de mensen die de macht hebben te beschermen, om diegenen te beschermen die gezag hebben. De taak van cultuur is om ervoor te zorgen dat de vrijheid van meningsuiting
beperkt wordt. Om dit te bewerkstelligen stelt het een model in om gedachten te ontwrichten en aan te geven wat gepast en ongepast is om te zeggen.

Theo van Gogh
Het zwarte schaap

De Correspondent 10 januari
Wat-een-land-van-een-lichaam-kan-leren-in-een-week-als-deze

Volkskrant 9 januari


Uit Den Helder Actueel
Ik ben geen Charlie

NRC 10 januari
Cartoontje lager zingen van Youp van 't Hek


Je suis Martine. Juist daarom gaat het leven op het Franse platteland door alsof er helemaal geen oorlog is. In pais en vree verzorgen we onze dieren. Valonne heeft een splinter in haar teen, die laat ze er niet uithalen. Iedere middag, en dit zonder uitzondering, vertrekt ze. Om net na de schemering afgepeigerd en hongerig thuis te komen. We denken dat ze met behulp van dat gejakker en gejaag in het bos zelf de zwelling kapot prikt in de bramen, maar monitoren haar wanneer ze er is.
Ik ga voor het eerst met de Piteba aan de slag. Anders blijven we zitten met 30 kilogram walnoten. Het kost me 3 dagen om een beetje gevoel te ontwikkelen voor dit waardevolle speeltje. Biologische olieen zijn hier niet te krijgen en anders onbetaalbaar. Marc worstelt zich door zijn 3D ontwerpen. Wat geen enkele dag van een leien dakje verloopt. 'Waanzin' hoor ik hem roepen. Waanzin ja. Om maar iets van euro's te verdienen voor die druppel op een gloeiende plaat. Maar de EDF en France telecom zullen nooit betaald willen worden met verse boerenkool of een fles walnotenolie.
Onderwijl draait niet alleen die oliepers. Maar ook mijn raderen.
Wat is wijsheid?

Je suis Martine, zo meteen op het kleine dorpsplein zonder fontein. En ik hoef mijn naam niet te noemen om te bevestigen dat ik mens ben.

vrijdag 2 januari 2015

Projecten voor 2015

 Broodoven
De enorme broodoven heeft een bakkershuisje ervoor staan. Op de eerste verdieping ligt een vloertje van hardboard. De zuidkant van het dak is niet te bekijken (de helling erachter is onbegaanbaar steil), de staat ervan liet te wensen over. Zo ook dat vloertje binnen waar nu een gat in zit. Het dak is inmiddels gerepareerd. Een hoek van het ovendak zelf is ook stuk, maar dat is een relatief kleine klus. (1 dag, of 2) Het vloertje niet zo van belang, de ruimte wordt gebruikt voor opslag. Maar die dode eiken die we in planken hebben laten zagen en nadrogen in de stal tussen hooi en stro zullen de oplossing zijn. Eerst het kleine balkon dat toegang verschaft tot de slaapkamer van de bakkers, want dit is ronduit gevaarlijk verrot. Marc zal weer alles uit de kast moeten trekken om dit vorm te geven met de oude materialen die we nog hebben of vinden in het bos.


Hellingen van de varkens & ezels
Vooral 's winters kunnen we aan de slag om wat ruimte te maken op de beestenhelling, het stuk bos dat we omheind hebben gekregen. Stenen, rotsen, dode omgevallen bomen, takken, uit de kluiten gegroeide hazelaars maar vooral alle struiken en bomen die doorns hebben. Wilde roos, braam, meidoorn, acacia, sleedoorns, het groeit genoeglijk in, naast en door elkaar. Vaak nog bij elkaar gehouden en creatief opgebonden door de bosrank die hier als lianen in de bomen groeien. Te heftig voor de bijna blote varkens, geen lol aan voor de ezels. Dus helpen we een hand(je) om het wat open te zagen, te knippen, te branden.
Beetje bij beetje zagen we de hazelaars in haardstukken, toppen we alle esjes voor de takken. Die vinden de ezels 's winters lekker om op te knabbelen. We zagen de klimop kapot op de stammen van de bomen die voor schaduw zorgen. We verbranden de verknipte bramen, rozen en meidoorns en ander rondslingerend hout dat ongeschikt is voor de kachel. 
Het is erg zwaar werk. Er gewoon lopen kan nog niet, voor zulke paadjes gaan de ezels t.z.t. zorgen. Dus met kettingzaag en heggenschaar of de armen vol takken richting een brandstapel sjouwen, vraagt opperste concentratie. Alles blijft achter alles hangen. Er staan nog bomen zat, in de weg en hulst prikt enorm als je er langs loopt. Verder ga je snel op je bek, ja sorry hoor, doordat je blijft hangen achter nog niet los geknipte klimop die het als bodembedekker ook prima doet. Het is soms jammer dat we niet al het hout en de mooie stenen (voor muren en bouwsels) naar boven kunnen sjouwen. Sarko wil wel, maar die heeft ezeltuig nodig. Dit is nog even onbetaalbaar en we kunnen het niet zelf maken. 
Uiteraard moet het staldak verder bedekt worden met lauzen. Dit gaat 'op de lange baan', misschien nog wel dit jaar. Maar na ruim 3 jaar lauze-werk op het schuurdak en nog 2 reparaties te gaan (woonhuis en broodoven), kan het stalletje met zwart papier even wachten.
Links -een nogal ruim begrip) en in de verte nog te gaan.
Het stalletje rechts achter de berg met doornig groen. 
Die bende daar benee gaat in de volgende ronde mee.
Midden op de foto een erg mooie oude muur die nog strak in z'n vel steekt. De verleiding is groot de muur 'te verplaatsen' maar met de hand is dat niet te doen. De beesten blijven in de buurt, ze profiteren er direct van.

 De Moestuin
'a never ending story'
Ieder seizoen, de 6 jaren lang, verbeteren we de moestuin. We oogsten steeds meer, maar incasseren ook nog steeds veel tegenslagen. Alle koolsoorten hebben net even te veel natuurlijke vijanden om er te hoog gespannen verwachtingen van te hebben. De grond verrijken we wel met wat compost en veel mest, maar het blijft rotgrond waar niet zo waardevolle planten het nou eenmaal voor het zeggen hebben. Tegen het uitspoelen hebben we een remedie gevonden. De lelijke vermaledijde autobanden. Maar och wat zijn die dingen functioneel. Ook dit is winterwerk. Mits het niet te hard vriest of te veel regent. Andere constructies maken we van bamboe, paaltjes en stenen.


Een nieuw plantvak onder de walnoot. Storten we vol compost, mest, as en het gebruikelijke granietzand. 
Links onder het 6 jaar geleden gebouwde kasje. In 'volle grond' voorzaaien werkt niet zo goed. Ook de grootte ervan is onvoldoende. Dus zo snel mogelijk het puntje van het dak repareren en dan de basis leggen (lees graven en uithakken) voor een flinke kas tegen het huis aan. Wordt nog wat, moet wel gedaan worden. Waarmee? Dat weten we nog niet.

Het Chateau
Toen we dit bijgebouw voor het eerst zagen, lente 2008, lag het er sprookjesachtig bij. Volledig in het groen verstopt, het trapje naar de eerste verdieping nog net zichtbaar. Het moest een garage worden met daarboven een bibliotheek. Op zolder een slaapkamertje. Ik zag er een logeerhuisje in voor familie en vrienden. Maar geen ramen, deuren, sponningen, niet gevoegd, geïsoleerd of ook maar 1 enkele andere voorziening. De stenen zijn ooit hemelsbreed een 10 kilometer verplaatst. Het was een ruïne, gekocht voor die stenen. Wat bleek; Er ligt geen drainage achter het gebouw. Tot ver boven die 1e verdieping is het aan de achterkant volledig verzonken in het grove zand. Het staat boven en beneden blank als er veel neerslag valt waardoor het geheel toch langzaam wegrot. Stenen of niet. Bij aankoop was het niet zichtbaar dat er aan de niet zichtbare zijden van het gebouw eenvoudige bouwblokken gebruikt zijn. We willen het chateau erg graag verder aankleden en afmaken. Maar gebrek aan materialen en hulp verplichten ons om ons te richten op het behoud ervan; uitgraven en drainage maken.
Schattig, niet? (foto is ooit door de makelaar genomen, rond 2002)
Met vereende krachten zijn de flinke veldesdoorns verwijderd. Met de hand, hak en lier.
Lief graaft het gebouw uit. Met een hak en een pioniersschepje. De zanderige rotswand links op de foto moet ook nog 'ff' weg... wie oh wie komt helpen?
Achter half in de helling is er nog een kleine uitbouw. Ooit bedoeld als toekomstig sanitair..... 
Het oude muurtje is op. De flinke stenen vallen eruit en klemmen tussen rotswand en uitbouw. Toch maar weghalen die handel.
Met planken proberen we het kwetsbare dakje te beschermen tegen al die flinke jongens die naar beneden rollen. Boven die planken op de helling staat een goede stronk waar ik mijn klimlijn omheen kan doen. Al hangend in mijn harnas kan ik zo de muur steen voor steen voorzichtig afbreken en de begroeiing weghalen om te kijken hoe we dit enorme varken moeten gaan wassen. Een kraantje kan er niet komen.
Uiteraard tilde ik net 1 steen van de muur waardoor er een flink stuk instortte... Helaas. Ook deze berg wordt met de hand afgevoerd.

Bibliotheek
De luxe logeerkamer, annex bibliotheek, ooit de persruimte voor de druiven en daarna een 30 jaar illegaal café. Er komt rechts, waar nu dozen met boeken staan, een wastafel. Het kacheltje moet ook nog een schoorsteen krijgen, via het raampje. Hoe? Geen idee. Met welke materialen we dit gaan oplossen? Ook nog geen idee. Maar het gaat gebeuren.


Hout
Ook een project zonder einde. Het hakken en verzagen, het sjouwen en muren bouwen, van hout.
Hier doen we het voor, dat rokende schoorsteentje.
Overigen
Klusje hier, dingetje daar. Altijd wat. Aanleg en onderhoud lopen door elkaar heen. Ooit moet het complete dak van het benedenhuis gerestaureerd worden, inclusief nieuwe dakkapelletjes. Ooit willen we wasruimte, toilet en badkamer samenvoegen en herindelen. Ooit komt er een oranjerie tussen het voorradenkot en het huis. Om 's winters overdekt buiten te kunnen zitten. Ooit is de buiten-badkamer een spreekwoordelijk functioneel plaatje. Is dat chateau natuurlijk helemaal af als gastenverblijf, ooit. En ook zullen we ooit hellingen hebben met gras en hier en daar een pluk bomen en struiken, voor de ezeltjes. Ooit zullen ze mogen werken voor de kost en de zorg. 
Ons ooit verzuurt niet. Daar zijn we te daadkrachtig en inventief voor. Maar we houden het per jaar beperkt, binnen de mogelijkheden. Want het weer en het leven zelf houden ons waar we blijven moeten; menselijk en beperkt.

Stay Human

Stay Human zou een uitstekend goed voornemen kunnen zijn. Dat is het niet. Retorisch allerminst.
harmonie rond voedertijd van de varkens, alles pikt een graantje mee.
Stay Human is namelijk het onderschrift van elke email die ik van Jos krijg. Jos is een vriend van me. Hij schrijft me wanneer hij aan me denkt. Schrijft me als ik weer eens maanden niets laat horen. Stuurt me epistels en halve bloemlezingen. Uit zijn bezorgdheid over het ter ziele gaan van de mens(elijk)heid en de door hen te controleren gewaande aardbol waarop en waarvan wij mensen leven. Hij schrijft me zijn twijfels. Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?'
Hij verhaalt me ook over het tegennatuurlijke van de wereld om hem heen als hij zich even onttrekt aan zijn boerderijtje gelegen naast de kerk van een onooglijk klein dorpje op het Ardense platteland.  Naast het eigen boontjes doppen verhuurt hij kamers aan de echte pelgrim. Het pluimage dat zoekend over velden en wegen naar het zuiden afdaalt met een schelp op de backpack is divers en plaatst mijn vriend voor verrassingen maar ook diepe treurnis. Het is altijd lastig als je in staat bent zoveel waar te nemen in mensen, misschien schept dat een band. Want het horen-zien-&-zwijgen is niet voor iedereen weggelegd.
Jos is Nederlander, althans, daar is hij geboren. Dat hij de taal spreekt met een accent verraadt zelfs uit welke uithoek van het kleine land. Hij woont al decennia in het noorden van Frankrijk, koestert zijn schaapjes en zorgt voor de kippen en voorziet zo in zijn levensonderhoud. Maar dat valt niet mee en blijkt tegen de stroom in te zijn. 
Ik ontmoette Jos op Nederlanders.fr. Een forum voor Nederlanders die iets van doen hebben met Frankrijk. Wonen, werken, leven, familie van - en emigranten in spe. Eerst hebben we knetterende ruzie gehad en ik perste er toen dit log uit om te zeggen wat er gezegd moest worden om me mens te blijven voelen. Stay Human. Na enkele weken een persoonlijk berichtje van Jos en vorig jaar kerst verbleef ik even in het Ardense om deze human in de ogen te kunnen kijken. Mager en Ardens winterbleek. Zou armoede verbroederen? Of was het de klik van hetzelfde 'weten'? 

Zo kwam ook de Kluizenaar op ons pad afgelopen jaar. Een aparte verschijning die steeds blijer leek mensen ontmoet te hebben met diezelfde gedachte dat menselijk blijven enig bewust zijn verlangt die 'ernaar handelen' af lijkt te dwingen. En van een gedegen afstand is er een objectiever overzicht op wat mens zijn, menselijkheid, de mensheid aan het doen is. Wat je zelf doet of juist laat. Het waarom eigenlijk? niet uit te vlakken. Stay Human, trouw aan je eigen natuur, aan de wetten ervan. Of je er nu in, van en op leeft, het bent, of niet. Natuurlijk zijn we allemaal. Natuur-lijk zijn, mens. 
Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?'
"Hoe dichter bij de natuur, hoe zwaarder het wordt". Zijn woorden horen we nog en krijgen steeds meer betekenis als we buiten ons leventje om naar buiten kijken. Het is hetzelfde 'weten'.

Via Facebook ontmoet ik pareltjes van mensen. Soms later ook een echte ontmoeting wat zelden voor niets is. Het aftasten is nu eenmaal eenvoudig met het world wide web. Al wat langer volg ik daar Tom. Een denker levend in, met en van de natuur in Frankrijk. Hij kwam onlangs met een artikel op zijn weblog over Mu Ri. In het kort; het is tegennatuurlijk om tegen de wind in te plassen. Voor tekst en uitleg, kunt u verder lezen door te klikken. 
Na een aantal keer dit log gelezen te hebben vroeg ik me ook weer af; Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?' Zij die vinden dat we tobben, want zij draaien aan een thermostaatknop. Zij die me voor gek verklaren dat ik me bewust ben van het feit dat er hier nog veel bijen leven, wilde en de honingbij in kasten. Maar dat het wereldwijd mis gaat met de harde werkertjes waardoor de winkels er een stuk leger uit gaan zien in de toekomst. Of de schappen kunstmatig gevuld zien zijn met schreeuwerige verpakkingen, bij voorkeur dubbelop verpakt met onleesbare 'bijsluiters' van wat het wel niet is, doet, wat erin zit, beetje verdraaid, maar dat verkoopt. De bijen hielden het tenslotte voor gezien. Ook hier zal ik het effect gaan voelen. 
En dan ben ik gek dat ik me daar zorgen over maak? Wat niet weet, wat niet deert. Ammehoela. Horen-zien-&-zwijgen kan niet in de natuur. Niet om trouw te blijven aan je menselijkheid, je eigen natuur. 
Stay Human, het zou een prachtig voornemen kunnen zijn. Al zou de wereld niet op z'n kop staan. Recht trekken wat krom is. Mooi praten wat lelijk is.

Green Evelien is ook een wakkere dame. Met een berg aan moed die niet anders kon, hetzelfde in de Zuid-Amerikaanse jungle zag gebeuren wat wij hier ook ervaren. Je kunt toezien hoe de tengels van de zogenaamde vooruitgang zich in de natuurlijke authentieke mens(elijk)heid boren of zelf en bewust (en) doen. Zij verwoordt wat mij tot dusver nog niet is gelukt in dit artikel dat vorig jaar mei verscheen in de Antwerpse Gazet.
Stay Human bleek ook voor haar niet mogelijk in het jachtige leven van nu in druk bevolkt gebied. Dit ook in alle respect voor hen die zich er juist als een vis in het water voelen. Ik zal het alleen niet begrijpen. Af en toe een week Brussel doet me heel goed, in alle opzichten. Maar terug op base voel ik de backbone van de natuur.  En ik dacht ook weer; Vervreemd lijken we, vanuit het midden van de maatschappij. 'Ben ik nou gek? Of zij?'

Stay Human
Onze honden zijn Hond. Dat graaft, rent, jaagt, blaft, speelt, rolt door en eet poep, alle poep. Ze mogen erop uit, zwemmen en ook eventjes wegblijven. Zeker Valonne is een jagertje. Pas nog een enorm wild zwijn midden op de dag. Ze bleef uren weg en we hoorden haar blaf weerkaatsen. Wat kan ze doen, het ukkie tegen zo'n beer? Maar lol heeft ze.
De ezels zijn ezels. Die kunnen klieren, uitdagen, om knuffels vragen, of wortel en hooi. Ze kunnen trappen en briesen. Rollen in het zand met as, spelen en de varkentjes plagen. De ezels staan hier in een prima natuurlijk habitat. Zelfs ruimte voor een stuk rennen. De bochten vindt Sarko prachtig, hoe harder hoe beter.
Die op hun beurt kunnen vrij wroeten, lekker natuurlijk. Alleen hun dunne vacht, zonder vlekken en het oormerk verraad hen, overal. Zij proberen je omver te werpen met de kop met snuit, hun spel. Met de tuinslang spelen, meesterlijk. En je eruit rennen naar de trog met de ezels op je hielen en honden voor je uit. Varkens maken er een drekbende van. Hebben altijd een zwarte modderige natte snuit. Lekker natuurlijk, een lust ze te zien genieten van het varken zijn.
De kipjes mogen er ook achteraan rennen en snoepen tussen de poten en benen mee. De natuur is hard voor hen. Regelmatig verliezen ze een zus of hun haan. De kippen blijven bij hun kip zijn. Tokken, pikken, leggen een ei en slapen graag bij elkaar, natuurlijk op stok.
De katten hebben dan wel altijd brokjes tot hun beschikking. Ze vreten zich vol aan muis en vogel. Het bos is overdaad, het terrein en binnen de comfort-zone. Ook zij gaan erop uit en lopen in een flinke straal rond het huis. De kat is kat en zal daar niets aan veranderen. Blijft trouw aan zichzelf.
Die stenen hier zijn steen. Hard en zwaar. In rotformaties om te versjouwen. 
Dat hout weerbarstig, krom gegroeid en zwaar van bosrank, braam en klimop. Het is hout, wat je er ook van wilt maken. Zwaar, met respect bejegen, wel tot in kleine brokken. Hout is goud.
Net als die bron. Een bron is een bron. Die kan sterven, als een ster. Of elders verder gaan. Of uitgeput raken door zichzelf of een verandering. Van het klimaat of de bodem zelf. Het schudt hier nou eenmaal af en toe, een landverschuiving is niet zeldzaam in de gorges. Dat water is zuiver en al eeuwen in gebruik. Het komt uit de aarde opborrelen en zeer geschikt, haast zoet, om te drinken. Of je spoelt de wc ermee door.
En met wat inzet en creativiteit gaat ook de aarde meedoen met het geven van groenten en fruit, kruiden en houtwallen, veldjes gras met bloemen. Het is niet de natuur die mee wil werken, wij willen met de natuur meewerken vanuit ons menselijk kunnen. Kennen. En het 'weten', dat groeit. 
Stay Human blijkt tegen de stroom in te zijn. Toch maar een voorbeeld nemen aan de beesten om weer mens te zijn?
de beesten mogen beest zijn
 Ten slotte kwam ik op de valreep van het jaareinde dit stukje tekst tegen;

Zit niet zo te focussen.
Als je een lens neemt, een bol geslepen stuk glas, of zoals Antonie van Leuwenhoek, een waterdruppel, de eerste microscoop, Dan kun je die in de zon houden. Als je dan de juiste afstand hebt gevonden dan bundel je met de lens de zonne-energie op een enkel punt. Alle energie gebundeld in een punt. Totale focus. Dit punt heet het brandpunt van de lens. Niet voor niets want als je een voorwerp in de geconcentreerde zonnebundel plaatst dan vliegt het onmiddellijk in de fik.
Niet voor niets ook dat de term focus door coaches en managers en allerhande veelvuldig gehanteerd wordt.
Daar schuilt een gevaar in. Want wat is dat eigenlijk, die focus die je vraagt, of die van je gevraagd wordt? Welke energie moet je bundelen. Wiens energie? Is het goede energie?
Wat is het resultaat van het bundelen van die energie? Waar is het brandpunt? Wat wordt er verbrand?
Hoeveel mensen werken er niet aan destructieve dingen met veel focus. Wat als zij zouden ontfocussen? De uitvinder van de atoombom was te laat. Hij huilde bittere tranen toen zijn blik zich verwijdde.
Welke focus wordt er van jou gevraagd? Is het niet blindstaren? Welke energie moet je bundelen. En wat voor focus vraag je? Is het diepgang of oppervlakkigheid?
Als je even niet focust en om je heel kijkt, het hele landschap, de voorgrond, de achtergrond. Het perspectief ziet, voordat je scherp stelt, oordeelt, focust, dan zie je iets bijzonders. Allemaal mensen en groepen mensen die blind alle soorten energie bundelen en daarmee grote gaten branden. Een en al focus en rook. En het kan dan heel goed dat je je focus verliest. Even, of langer. Van de schrik.
Je houdt op een lens te zijn. Je ervaart plotseling dat je telkens opnieuw scherp kunt stellen. Perspectief kunt kiezen. Je eigen perspectief. Dat je je eigen energie wel wilt vinden voordat je een brandpunt maakt.
Je eigen energie, je inwendige zon.
Allen Watts kan daar mooi over vertellen. Over hoe een krantenfoto van dichtbij enkel zwarte puntjes is. En dat je dan afstand moet nemen om een gezicht te zien. En dan neemt zijn stem je verder mee naar waar alles alleen maar golven is. Energie zonder focus, zonder oordeel.
Dus zoom in, zoom uit. Je bent een mens geen lens.
Van Albert van Iperen (Overdaad)


Stay Human 

Dank Jos. En Tom. En al die anderen. Voor het zijn van een mens.

donderdag 25 december 2014

Feest!

de 12 jaar oude Tofee
Terwijl we ons komende week ontfermen over Tofee genieten we van wat dagen zonneschijn met uit de wind over de 20 graden. We zijn haar wandelend gaan halen in het kasteeldorpje met als dank een etentje vooraf. De enorme witte haricots hebben een nachtje in de bouillon met wat groenten liggen sudderen in de broodoven na het bakken van wat broden. De agnaux ribstukjes zijn zacht en botergaar, het brood overheerlijk. Dit in een poppenhuisje totdat het grote huis volledig gerenoveerd is volgens de meest moderne bio-snufjes en geavanceerde technieken. Het dorp moet deze vreemdelingen niet, zo nodig. Het stel zijn Franse vreemdelingen die het biologisch verantwoord en bewust leven tot levenstaak verheven hebben en alles volgens de boekjes doen. Het waterzuiveringssysteem achter het huis reeds ingeplant met nog kleine planten. De erop aangesloten vijver met een tweede lading goudvisjes. De eerste partij van felgekleurde diertjes is ter ziele gegaan door de zomerzon die heel de dag vrij spel heeft op het wateroppervlak. Foutje. Een alleraardigst droog toilet met zaagsel van de lokale timmerman. M'n lippen zouden eraf vriezen als ik er 's winters iedere ochtend een 5 minuutjes zou gaan zitten. Al met al hadden we een zondagmiddaguitje en nu even een 3e hond. Castel is ultra jaloers en beschermend met betrekking tot alles en iedereen. Tofee mag haar oude te volgevreten stramme lijf binnen in haar mand spenderen als we een dagdeel binnen zijn. De katten hebben al snel door dat deze loebas te negeren valt. 
Tofee raakt een 24 uur zoek. Na het geen aandacht krijgen tijdens het hout hakken gaat ze er op een sukkeldrafje vandoor. Juist op een jachtdag zetten we onze zoektocht voort. Maar het oude teefje had zich binnen de omheining schuil gehouden en blaft niet na de vele keren haar naam roepen. Ze is niet doof of blind en heeft de nacht in het struikgewas doorgebracht. Overgelukkig dat we haar gevonden hebben mag ze hele dagen binnen zijn mits een van ons ook binnen is. 


Het winterlicht blijft ons verrassen, verbazen, verwonderen. In alle jaargetijden is het een apart reality-sprookje dat spelletjes lijkt te spelen met alle gemoederen. Ook de goede en de liefde. Tijdens die winterse zonnedagen lijken al onze dieren blijer en speelser. Bij Sarko uit zich dit in ondeugd. Als we ze los laten op de piste kunnen we er donder op zeggen dat hij met gezwinde spoed naar de buurezels is gerend met een Ollie in zijn kielzog. Er moet vergaderd worden en de enorme ezels imponeren en leren Sarko hoe het niet moet. Het is een pittig dier aan het worden dat zich wel laat corrigeren met altijd schalks zijn oren wentelend, om te laten weten dat hij een loopje met je neemt. Eenmaal in mijn greep is hij weer het knuffeldier. En stoor de varkens niet tijdens hun maaltijd (op de satelietschotel die bevestigd is op een autoband gevuld met stenen en zand), dan zal hij gaan schoppen. Kip of hond, mens of kat, enkel de varkens en zij, de ezels, hebben recht op wat extra's.


21 december
Die dag 2 jaar geleden zou Bucharach een uitverkoren dorp zijn. Bij nadere inspectie en inziens van Marc bleek het toch echt een broodje aap met een zilverfolie hoedjes-sausje. Wat wel een feit is dat het de kortste dag is. De midwinterwende, de zon die 4 dagen lijkt te slapen door op alle 4 op hetzelfde punt op te komen. Op Kerstdag zullen de dagen weer lengen, licht en dus leven. Ook in de nog te vellen bomen zullen de sapstromen de takken vullen om de energie te vergaren knoppen te vormen om van de lente weer te bloeien. Het hout zal dus vanaf de 21ste natter en zwaarder zijn. Dit is te meten en zal voor de boomknuffelaars gesneden koek zijn. Brandhout zal dus langer moeten drogen als je na deze dag bomen velt en het wordt gevoeliger voor rot. Rot hout brandt niet.
Vorig jaar deed een tennisarm me de das om. Afgelopen maanden had ik er extra veel zin in; Bomen vellen, stammen van de helling trekken, lekker dom sjouwwerk doen en toeren uithalen in de bomen, bungelend aan een mooie fel gekleurde lijn. 

We zijn groots met onze schouw. Het is elke dag leuk er vuur in te maken , klein beginnen, het te horen knetteren, het te zien leven en gedurende de dag te onderhouden. Voor ons geen afdekplaat in de vierkante ruime schoorsteen om er een kacheltje in te zetten. We hebben tenslotte een antieke houtgestookte CV-ketel. Dat die erg veel hout vreet weten we nu wel. Het is onze hobby, vinden het zagen, kloven en sjouwen leuk en Marc is de competitie aangegaan met de dichtstbijzijnde local André die wijd en zijd bekend staat als de sjamaan, de healer. Dat is een fervent verzamelaar van alles dat hier al eeuwen van waarde is en nu diezelfde waarde verliest. Molenstenen, verweerde stenen ornamenten, brandhout, paaltjes, gewone stenen, hoepels en wagenwielen, blazen van geiten als opslagplaats voor vloeistoffen. Je kunt het zo gek niet bedenken of hij heeft er bergen van liggen. Zijn brandhout en paaltjesvoorraad is indrukwekkend, maar onze houtmuren beginnen op te vallen en er wordt al over gegrapt, ook face to face.


Net voor de 21ste gaan de laatste 2 eiken om die gepland waren voor stookseizoen 2017/2018. Ze staan op brosse rotswanden, de rand van een van de terrassen onder het huis. Met die grote kettingzaag vinden we dat beide nog steeds eng, want alle voorschriften en veiligheidsmaatregelen van het bomenvellen (in Nederland) kunnen we hier niet toepassen. Altijd weer spannend of de bomen gaan liggen waar we gepland hadden. De eerste eik ging statig neer, dwars over het stalpad, zodat we er makkelijk bij kunnen. De tweede stond richting huis, richting noorden, in de verdrukking pal naast een 1-zadige tweeling. Zodra de top ging bewegen trekt Marc zich met ontzag terug. Tien, ja 10 minuten lang heeft de eik gesproken middels een krakje zus en een kraakje zo, een top die wiegt op zijn valkerf. Het is windstil. We gaan erbij zitten in het natte gras, vies zijn we toch al. De miezer zorgt misschien voor voldoende gewicht. Met een lach zien we hem dan uiteindelijk ter aarde storten. 
We hebben het op tijd gered, de 35 kub aan te vellen bomen. De rest van de winter hebben we de tijd voor het kloven en stapelen. 

Alles is hier in kerstsfeer gebracht. In huis middels dennentakken boven de ramen en de schouw met oude houten kerstfiguurtjes in primaire kleurtjes. Een slinger hier en daar en kleine frutsels daar waar we een spijkertje over hadden. Gerustgesteld door de gehaalde deadline van het hout durven we nu ook te stoken zo we wensen. 

Mijn goede voornemen om professionele ondersteuning te vinden voor de zaken waar we niet uitkomen, dit voor 2015, is gerealiseerd. Dat geeft rust en we hebben weer oog voor wat er wèl is. Mijn humor is terug en ook het relativeren gaat als vanouds. (Geen wijn meer kopen heeft een hoop gescheeld!) Achter de hand de sleutel van het appartement. Ik vergoed dit door de lindebomen te snoeien op hun achterplaats en kerstdecoraties te maken voor tijdens hun kerstfeest. Ook weer oog voor de essentie en dat is toch ook het maken van een foto van een nog best redelijk afopgetuigde naaldboom. Je weet zeker dat geen van de betrokkenen bij deze verminking ooit in december in Londen is geweest. Ik noem maar een zijstraat. (Veel van hen ook nog nooit in Parijs!) 
Ik zie de ouden van dagen in gedachten de bomen uitzoeken, versieren met wat er is. U mag weten dat de in China vervaardigde decoraties voor dit feest hier relatief heel duur zijn. En van plastic. En met glittertroep dat overal op en in gaat zitten. Dus die doos van 15 jaar oud voor twee bomen in het dorpje kunnen er wel mee door. Er zijn geen andere palen dan lantaarnpalen om het open gedrocht tegenaan te binden. Lampjes? Waar moet die stroom vandaan komen? Uit die paal? Nee toch, nooit gedaan. En wie koopt de lampjes die branden als we met de luiken dicht onder de kijkbuis in de woonkeuken zitten te keuvelen? Dit is goed, en genoeg.

Wij doen niet aan kerst, omdat het kerst is. Maar ik haal wel een mooie fles rood in huis, perssinaasappelen, een chocolaatje bij de thee, marineer spareribs van eigen varkentjes, slaap ongegeneerd uit, brand extra kaarsen en verwen de varkens met een flink bed van varenstro terwijl de ruif eens echt vol gaat met hooi voor de ezels. De botjes van de ribs zijn voor de honden.
Ons vooruitzicht voor 2015 is positief en daar hebben we alle reden toe en hard aan gewerkt. Zonder dips geen hoogtepunten, dus ook de dips zijn van waarde gebleken en we weten waar ze toe leiden.
Ik lees de kersttoespraak van de Koning der Nederlanden. Daaruit blijkt hoeveel vrijheid wij wel niet hebben vergeleken bij de Koning zelf, al kan de man stikken in zijn weelde. Veel veiligheid zal hij ook niet uit zichzelf kunnen halen, die moet uit getraind personeel en apparatuur komen. Mijn veiligheid komt vanuit mijn hart en dat bleek afgelopen maanden weer eens des te meer. Trollen, bedreigingen en situatie's die extra alertheid vroegen, ze deden me niets meer dan het starten van een kettingzaag of het rijden over ijzel.

Tijd voor een bescheiden feestje waarin ik alles anders doe als normaal. (Terwijl normaal doen me altijd slecht af zal blijven gaan...)

zaterdag 13 december 2014

De jacht


Iedereen die meer over Frankrijk weet dan dat het een populair vakantieland is, zal ook weten dat de jacht in dit land een heilig huisje is, meer een landhuis dat met hand, tand en geweer verdedigd wordt.

De eerste winter dat we hier woonden waren we voor de locals nog haast onzichtbaar en vonden het jagen zo nu en dan gewoon bij het plattelandsleven horen. Nieuwsgierig bekeken we de jagers als we met de auto op het bospad huiswaarts keerden, een zuinig knikje naar de boeren in jagerskostuum, een enkeling met geweer over de arm een lichte beweging met het hoofd als een stug bonjour.

De winter die volgde gaf ons een 2e ervaring met de jagers. De groepen zijn verdeeld over het canton, zodoende blijven het dezelfde koppen, dezelfde kleine 4x4's  en koektrommels met de boxen voor de honden en allerhande wat niets met auto's te maken heeft. Maar zover waren we nog niet tijdens de natte winter '09/'10.
We waren bomen aan het klein zagen na het vellen, flink herrie aan het maken. Plots 2 schoten toch behoorlijk dichtbij. Wetende dat we redelijk centraal op eigen terrein stonden moesten de jagers op ons terrein aan de gang zijn. Oeps. Hier wil en moet je dan wat mee als groene vreemdeling. We keken elkaar aan, riepen de hond en liepen richting het geluid van de schoten die hier vaak een paar keer terug komen door de echo.
Drie mannen op leeftijd en een puber staan aan de rand van de rivier. Het bulderende water zegt dat de turbines draaien, we naderen en zien een klein vies nat hondje met een ruige vacht de neus van het zwijn aanvreten met bloed doorlopen ogen. Verderop staat nog zo'n ploegje bij een tweede zwijn. We schudden handen, wat niet van harte ging. We proberen uit te drukken dat we vlakbij aan het werk waren buiten en geschrokken zijn. De jagers kijken ons niet aan. Samen met de slappe vlugge handjes maakt het hen als betrapte schooljongens. Wij spraken nog niet goed Frans, maar hun snel gesproken dialect begrijpen we ook niet, ze zijn allerminst spraakzaam. We bieden aan dat er een goed maar steil pad over ons terrein naar het bospad loopt. Dat mogen ze gebruiken om de dode beesten, zonder neus, naar boven te torsen. We willen die gasten van ons terrein af, punt uit.
(Achteraf begrijp ik dan eindelijk de Most Frequently Asked Question of we hier het hele jaar door wonen. Want dat is raar, dat doen 'ze' anders nooit. 'Ze' zijn Fransen uit de grote stad of echte blanke buitenlanders)
Onze eerste reactie die middag was licht geschokt door de confrontatie met de harde feiten; De twee stuks reeds aangevreten zwijnen op de oprit, ons terrein als verzamelpunt voor een groep mannen die op ons overkomen als 'rednecks'.
Twee dagen later leren we meer; Een stuk van de buit is voor de eigenaar van het land waarop het dier geschoten is. We krijgen dan ook opeens bezoek (bijna een hartverzakking als de deurklopper gebruikt wordt, meestal is het postbode Philippe.) van godfather Felix, het opperhoofd van de groep jagers die dit deel van de gorges toebedeeld kreeg een eeuw of wat geleden. Hij brengt een ruime 2 kilo van het malste stukje zwijnenvlees voor ons mee. Later snijd ik een stukje af en steek het rauw in mijn mond. 
Ik heb zelden zo'n pure smaakbeleving gehad. Te vergelijken met een stukje superverse rauwe tonijnfilet maar vlees, van wild, rauw en op kamertemperatuur. Dit is niet snel te koop en anders onbetaalbaar. Een verzoeningsoffer inderdaad. En een lesje over het jagen. Op woensdagochtend, zaterdag, zondag en feestdagen.

Een jaar later is 18 jaar oude kater Shadow zich voor aan het bereiden op het hemelen. We ondersteunen hem die laatste maanden. De dag voor de nacht dat hij stierf zat Marc steeds naast hem. Buiten in een zacht mandje, een kleine klamboe over het mandje heen, de vliegeninvasie in de herfst rook zijn verval. Bewegen, eten, zien of horen, kat is op en er klaar voor. Plots schoten, geroep en blaffende honden met gechipte bellen om de nek, vaak met GPS-zender. Marc schiet uit zijn vel, wordt woest. Weer onaangekondigd en we zijn al wat kippen kwijt geraakt door die honden. 18 Jaar met Shadow geleefd en beide pacifist. Hij vertrekt zijn mond tot een wrang streepje, haalt binnen het op zolder gevonden klein kaliber jachtgeweer, ongeladen, en rent het bos in. 'Oei', denk ik. Het moet gezegd, ze stonden dichter dan 150 meter bij huis en naar ons weten is dat verboden.
Daarom een confrontatie met Felix en plein publique op het marktplein. Marc is nog steeds boos en vraagt de 80 jarige om iemand van de groep even een belletje te laten plegen of die deurklopper te gebruiken. Gemoedelijk trekt Felix ons later de kroeg in voor een verzoeningsdrankje. Alles goed en ja, we bellen de volgende keer. Niet dus. Het wordt stil op onze percelen. Andere ongein tegen de vreemdelingen, machtstrijdjes, hetgeen te verklaren en te verwachten is. We dragen het zo we kunnen.
Wij nemen 2 ezels, 2 varkens en Valonne kiest ons als baas van de roedel met Castel als zus. Marc en gasten plaatsen op de meest onmogelijke hellingen hekken met schapengaas. Zo zal het voor de jagers ook een stuk minder leuk worden, want het wild zal eerder kiezen om naar de overkant te zwemmen dan om omhoog te rennen langs ons hekwerk recht in de armen van de oude baasjes met het geweer in de aanslag, keurig op het bospad. Met de overkant van de kloof wordt wel van te voren gecommuniceerd. Andere groep, De Overkant, andere wereld en levensgevaarlijk om tegelijkertijd te jagen. 
Dus lopen de jagers een paar jaar met een boog om ons heen, meer, veel meer dan die 150 meter. We horen ze wel, maar zien ze zelden. De zeldzame ontmoetingen op het bospad leveren inmiddels een kort praatje op. Paulus de Bospooierkabouter rijdt een keer of vijf per week op en neer om sporen te vinden, wil niet echt ontdooien, we tolereren elkaar.

Tot woensdag deze week. 
Na de enige mok koffie die ik drink 's ochtends, klim ik over de bemoste puinhelling naar een 10 meter onder het bospad. Net onder de bramenbossen staan 2 plukjes sparren. Prachtige takken, fris groen, om m'n huisje lichtjes te geven en het eeuwig groen naar binnen te halen. (U mag weten dat ik als hovenier niet voor kamerplanten zorgen kan. Gekooid groen, daar houd ik niet van.) Het is mistig, de wolken doen er langer over om verdreven te worden door de zon. Het miezert. Siamees Merlin en Valonne volgen me terwijl Marc hout hakt op een schoon gezaagd puntje bos. Ik hoor auto's op het pad, woensdagochtend, ze mogen. We weten nu ook dat de ezels op jachtdagen niet los op het bospad kunnen grazen. (Ze gaan steevast naar de buurezels voor een praatje, we hebben er geen omkijken naar en ze gaan halen is altijd leuk.)
Later stap ik net met twee hoog gestapelde dozen kerstversieringen in de armen de toch echt verrotte veranda van het bakkershuisje op, als de eerste knal door de gorges klapt en als een donderslag door rolt. En nog een, en nog een. Stilte. Er volgen er nog vijf en het is dermate dichtbij dat ik me in een flits in een oorlog waan, vanuit het niets, daarom een flits.
Marc staat al boven als ik uit de moestuin kom met die twee dozen. We kijken of we fel oranje petten zien, vestjes, broeken met strepen. Want dat zien we veranderen, signaalkleding, van top tot teen en 2009 gewoon groen met enkel een oranje petje. Valonne is onder de Rode gekropen om te schuilen tegen het geweld. De kippen scholen al in het hok, kan door de regen komen die niet op zou houden die dag. Binnen zaten er drie katten op tafel. Dit is ten strengste verboden en dat weten ze heel erg goed.
Na een uurtje hoor ik buiten nog steeds stemmen, de ochtend is bijna om, midi nadert en met acht schoten zullen ze toch zeker wel succes hebben gehad? In de miezer die drup lijkt te worden slenter ik met de honden richting het geklets van de jagers. Net binnen gehoorsafstand hoor ik het woord 'le patron' en geef met een glimlach blijk dat ik weet dat ze zich schrap zetten. Marc is toch de l'homme sauvage (iemand die graag op zichzelf is met zijn privacy hoog in het vaandel) dus hebben ze vaker met de 'vrouw-van' van doen. Zo werkt dat hier nog.
Het gesprekje met de helft van een zestal man, de rest staat in ploegjes verderop het bospad, verloopt comme ci comme ca, maar een grapje van mijn kant over een klein straaltje bloed op de neus van een van de mannen, ze ontdooien ter plekke. Van een krasje van een braam blijven neuzen bloeden tot je er scheel van wordt. Ik suggereer lachend een schampschot, het effect als gewenst, want zo krijg ik eerlijke info los. Waar geschoten en hoeveel? Ah, op ons terrein, grijns ik de bebloede neus toe. Dus.... probeer ik uit hem te trekken. Het hoeft de filet mignon niet te zijn, maar een stukje voor de kerst dan toch zeker wel.
'We zullen wel zien' mompelt Paulus met een geforceerde glimlach. We mogen elkaar niet, erkennen  onuitgesproken iets. Dat hij weet dat ik weet dat hij tijdens zijn 'circuits des traces' ter hoogte van ons huis, na het negeren van de oprit, vaak stopt om zich op te richten uit zijn quadzetel om eens even rustig naar beneden te kijken wat die twee aan het doen zijn. Voor de dorpsroddel is het waarschijnlijk wel de moeite waard. 
Castel blijft gevaarlijk blaffen. Ze is wat nat en heeft modderpoten, ziet er imponerend uit voor haar gestalte. De 6 deinzen voor haar terug. Ik zeg hen dat ze bang is voor geweren, ze weet wat die dingen doen. Snel bergen ze ze op, stappen in na een laatste groet en starten de auto's. Ik hoor ze nog twijfelen, of die twee gewone auto's denken in de glibber via de uitdagende 4x4 route naar huis te kunnen rijden, naar de gehuchten op het plateau, rugdekking voor de zuidelijke hellingen van de gorges. Trouwens best broedgebied voor wilde zwijnen, maar die Nederlanders die daar altijd zijn, te anders en liever niet.
Ik wandel terug en glimlach een laatste keer naar de inzittenden van de 4 auto's. Vraag mezelf of die glimlach oprecht is. Omdat ik het echt bij het leven op het platteland vind passen, die jacht. Beetje achtergesteld, onderontwikkeld, inteelt of niet, men voelt haarfijn aan of getoonde emoties oprecht zijn. Leugens worden doorzien als je lokale finesses niet kent.
Twee dagen later schijnt de zon en horen we Castel weer aanslaan. Het is Felix die zijn blauwe combo bij het hek laat stoppen. Toevallig zijn we de tere esdoorns langs de oprit aan het snoeien, sommige aangedaan door zwammen met meer mos op de takken dan goed voor ze is. Een plastic zak in de hand waar een schouderbot uitsteekt. We maken een praatje, zo zelden dat er iemand langs komt.


De controverse
Er zijn hier net zo veel mensen tegen de jacht als voor. Onder de boeren is een scheiding te zien. De schaalvergroting is door het rauwe landschap niet mogelijk, het bestaan complexer door de moderniteiten van de tijd. Men doet wat men al eeuwen doet, millennia. In de vroege middeleeuwen tot nu is er gejaagd. 
Alles wat ooit vanzelfsprekend was wordt nu ook gereguleerd, gecontroleerd, belast, geadviseerd en geregistreerd, dit in tegenstelling tot voorgaande millennia. Er wonen nu een slordige 2/3 minder mensen in dit canton als in 1868, de bruikbare oppervlakte voor landbouw en veeteelt is, op wat bebouwing na, niet geïntensiveerd, kleinschalig en arm te noemen. Het jagen een verzetje tijdens de lange donkere stilte terwijl de vrouwen voldaan in de cave kijken naar de verzamelde en geconserveerde voorraden. Niet een tweede natuur, maar de enige echte eerste natuur. Mannen jagen, vrouwen verzamelen.

Ik begrijp de tegens.
Laten we eerlijk zijn; Ieder jagend individu heeft zijn verantwoordelijkheid. Het oer-macho gedrag van de mannetjes resulteert vaak in competitiegedrag. Nu heb ik het over de groepsjacht. Niet de eenzame man die op een plek in het bos gaat zitten vroeg in de morgen om, totaal verkleumd en met pijn in de ouder wordende botten, met een beetje mazzel dat de wind niet draait, toch dat ree te schieten.
Als de heren uit euforie besluiten om zich ook nog eens wat moed in te drinken van te voren. Als ze het wild aanschieten en te snel opgeven om het fatsoenlijk uit het lijden te verlossen. Uit frustratie en eerdere mislukkingen gaan stropen. Als ze uit nijd over weer een bloederig kippenhok net even te veel vossen schieten en hiermee een muizenplaag veroorzaken. Als ze hun enorme supersonisch uitgeruste jachthonden laten lopen na een geslaagde ontsnapping uit de kennel in de veronderstelling dat ze wel weer thuiskomen en blijven ontkennen dat ze op kippen-rooftocht zijn geweest. Als diezelfde honden (waar is de baas) schapen doodbijten. Als ze zo onbeschoft zijn naast je huis te gaan staan schieten en roepen terwijl de opgehitste honden over je terrein rennen.

Toch ben ik voor, niet tegen.
Steeds minder boeren, steeds meer leegstand van boerderijen en woningen, minder jagers, ook meer wilde zwijnen die de kleine weilanden ploegen, mais vernietigt. Meer reeën die de moestuinen aandoen, er is maar 1 groeiseizoen voor het aanleggen van de wintervoorraden. Meer vossen en marters die huishouden in konijnen- en kippenhok. Met verlies van de toch al vaak kleine oogst, kip en konijn. Een verwoeste moestuin die in juni al duidelijk maakt dat de oogst nihil zal zijn. Van 'gewoon alles kopen' is geen sprake. Door de armoede komt de ware voedselindustrie hier nauwelijks op gang. Men wil smaak, echt en puur eten. Comme l'habitude. Weten waar het vandaan komt, comme l'habitude, weten wat erin zit, zoals voedsel gewoon hoort te zijn. Basis & Zijn.
De jacht is inherent aan het leven op het platteland. Het is keurig geregeld om je terrein vrij van jagers te houden. Alleen de jachthonden zullen de vele verbodsbordjes langs de percelen negeren, maar kunnen niets doen als een aangeschoten zwijn zijn resterende dagen gedwongen wordt te lijden tot de laatste ademstoot. Dit juist op voor de jacht verboden terrein. 'En plus' zal het in (ook deze) kleine gemeentes, waar iedereen afhankelijk is van iedereen, niet echt bevorderend werken en veroorzaakt het twist en uitsluiting.

Vandaag staat er zwijn op het menu. Een stuk schoudervlees met kogelgat, een pot boterboontjes en gebakken piepers. Ik zal Paulus, de volgende keer dat ik hem op zijn quad zie rijden, de kop stevig ingesnoerd in een helm, een potje kopkaas van eigen varkens geven en van de lente dat topje weer uit de kast trekken. 

zondag 7 december 2014

Saint Nicolas & Pere Fouettard

De paar dagen die tussen het zevenvoudig en het tweevoudig cat-sitten in zaten had ik deels thuis en deels in het appartement door willen brengen. Ervan uitgaande dat ik aan een week stilte toe zou komen daar in het zuiden aan de mediterrane. De lift zaterdagavond naar het station om daar op de nachttrein te stappen was geregeld, de tickets zorgvuldig in een reistas.
Ik bezoek vrienden en voel me een ramptoerist, van rust komt niets, alleen 's nachts is het stil. Thuis stort ik me 2 dagen in het hout zagen en sjouwen, maak het kippenhok goed schoon, wat de dames geweldig vinden met als beloning mooie schone eitjes. Sarko ontdooit de ochtend van de dag dat ik weer vertrek en de katten zullen bij gebrek aan mij Marc gaan vertroetelen storen door naast zijn toetsenbord plaats te nemen. 
De SNCF stuurt de kopers van tickets die getroffen gaan worden door stakingen een email. Zodoende wordt mijn laatste dag thuis in beslag genomen door de omwegen die aangegrepen moeten worden om mij alsnog in Brussel te krijgen. De tickets met besproken plaatsen zijn niet terug te vorderen omdat de SNCF het alternatief biedt overdag de nog wel rijdende treinen te gebruiken om de eindbestemming te halen. Maar Austerlitz is niet mijn eindbestemming, ze boekte me een gecombineerde reis. Het speciale telefoonnummer dat geopend is voor de reiziger die niet ergens op een perron in de sneeuw wil stranden, blijkt een computerdame die in voor mij rap Frans in 10 minuten uitlegt hoeveel van de treinen overdag nog wel rijden. Om zekerheid te hebben, 'toets het nummer van uw trein in en sluit af met een hekje'. 
De dame blijkt ook enge pieptonen ten gehore te kunnen brengen. Ik probeer het nummer van mijn trein 3 maal in te toetsen en dat is net even te veel voor het telefoonnummer, de verbinding wordt verbroken. Het enige dat me goed duidelijk is, is dat mijn nachttrein niet rijdt en dat al het treinverkeer in Frankrijk dit weekend aardig op zijn gat ligt. Dat ik vermoeider thuis kom dan dat ik vertrok en de kans loop in de natte kou op een perron te eindigen.
Ook mijn lift van de avond naar de ochtend vroeg verzetten blijkt geen sinecure. Sms-jes worden hier pas na kantoortijden bekeken mits er een normale ontvangst is. Die is hier niet en het verschilt ook per gekozen provider. Omdat ik al een week de wolken die sneeuw beloven boven het Centraal Massief zie hangen kijk ik toch even op meteo. Waterkoud is het al en in het donker 90 km moeten rijden over smalle steile kronkelige wegen is hier eigenlijk not done als je het vermijden kunt. Hetzelfde met in het donker je huis nog uit. Zeker niet als ze vorst en sneeuw opgeven.
De voorzienigheid maakt dat ik op geef.
Ook in Brussel is de dag opgeslurpt door een heuse interventie om gedegen oppas te krijgen voor de pas geopereerde kater die nog stinkt naar de anesthesie waardoor broertje kater niet in de buurt wil komen. 


Om toch wat dagen pure stilte te genieten vertrek ik op sinterklaasavond toch naar 'boven' en zet de elektrische radiator in het appartement even hoog. De kom met water in het aanrecht heeft nog net geen ijslaagje en het ijzelt wat buiten. s' Ochtends heeft alles een wit laagje, de straten zijn al schoon gereden. Ik sliep een gat in de dag en moet toch echt even naar het postkantoor.
De bedrijvigheid op een zaterdag is nieuw voor me. De pompiers staan overal. Een beetje in plaats van het Leger des Heils lijkt het wel. Ik heb de kerstmarkt in 'le Grand Rue', het zeer nauwe winkelstraatje met verderop de mairie, nog niet ontwaard of daar loopt een heuse Sint! Ik kan mijn ogen niet geloven gezien Nederlanders in Frankrijk nog wel eens Sinterklaas vieren en ik in de veronderstelling was dat het in Frankrijk echt niet gedaan werd. Zwarte Piet is hier Pere Fouettard, heeft ook een roe en een zak bij zich en wat roet op het gezicht, in ruige vegen. Via de enige andere Nederlandse die hier woont hoor ik wat over de achtergrond van het op 6 december gevierde Saint Nicolas. Pere Fouettard was een moordenaar en moest de heilige dienen als een amnestie. 


De schimmel is vervangen door een ezeltje met fleurige mandjes op de rug. De Saint past met mijter op nog maar net onder de kraampjes door en je kunt de beste Goedheiligman toch niet als Maria op een ezel zetten, dus loopt de organisator, annex marktomroeper, annex eigenaar van de bioscoop met het dier eerst langs de kraampjes als voorbode van de man die cadeaus uitdeelt. Later begrijp ik dat dit oude volksfeest terug is van weggeweest. De gemeenschap is klein en wordt zo goed als het kan in stand gehouden. De kou en de overgebleven toefjes sneeuw maken de beleving wel af samen met de straten vol stro, de geur van soep en warme wijn, de lekkere en vaak mooie snuisterijen.



Ik koop niets, geniet eventjes van de gezellige drukte waar ik uiteraard veel mensen ken en even een korte babbel maak en een lach terug kan geven. Lieflijk is het dorpsleven in deze kleine stad. Terug in het appartement geniet ik van de stilte. 
Bijna met genoegen zit ik met een plaid op de bank de eerste uren van de maanstonde uit, in stilte.