dinsdag 22 maart 2011

Water


(foto; het kraanwater na het alleen maar leeghalen van de bronput. Het is ondrinkbaar, het smaakt naar modder. Ik kook er wel mee en tijdens het koken en eten, laat ik de kraan open staan om het door te spoelen. Nu maar hopen dat we voorzichtig genoeg te werk gaan, om 's avonds wel drinkwater te hebben.)

Vanochtend viel het Marc op dat de overloopbakken van de bron maar een miezerig straaltje geven. Te miezerig voor de stand van de maan, te ielig voor in de lente en zeker te weinig als er geen wasmachine aan staat of er helemaal nog geen twee viesgewerkte mensen een lange douche hebben genomen. Het was ons al eerder opgevallen, dat kleine beetje dat normaal met gesputter uit het buisje in de bronbakken loopt, waar de vogels uit drinken, de katten en Castel een badje neemt na een wandeling. Die bakken die altijd vol zitten met nog heel jonge vuursalamanders en de leidingen naar de teilen en bakken in de moestuin verstoppen, omdat zij nou ook eenmaal verder willen in het leven. Dus laten we alles waar we mee bezig waren in de steek. Al mijn dagtaken gooi ik accuut overboord en bezorgd pakken we een klein schepje, een emmer, snoeischaar, handzaag en een plastic bekertje. We lopen het al onbegaanbare erg stijle pad omhoog, een paar honderd meter vanaf ons huis en tientallen meters hoger gelegen op een weer stijle puinhelling. Dit stukje bos is niet van ons, maar de bron hoort al een aantal eeuwen bij de behuizing die hier staat en stond, getuige de ruines die hier vlakbij liggen.
De vorige eigenaar heeft een bronputje gemaakt en dit via ondergrondse leidingen naar een reservoir geleid. Een reservoir van 2000 liter met een overloop die uiteindelijk bij ons in de open bronbakken stroomt om via zovele teilen en leidingen van tyleen of bamboe de moestuin van water voorziet. Alles ondergronds. Onderin het reservoir zit net boven de bodem een leiding die met flinke druk het water naar ons huis brengt waar we met een gerust hart van drinken (heerlijk water!), de was mee doen en zo genieten van die warme douche. We hebben nog nooit zonder gezeten, het is een erg goede bron en ook dat zal wel in de prijs van het huis gezeten hebben. We kunnen ons wel eens bekocht gevoeld hebben, maar altijd puur bronwater is ook wat waard gezien het wereldse waterprobleem. Als er wat mis mee is, slaat hier altijd de paniek toe, want de gemeente kan onmogelijk een waterleiding naar hier aanleggen en afhankelijk zijn van een watertank die gevuld moet worden tegen vergoeding is ook ons idee niet van hier wonen.
We maken boven de bronput open. Twee zware grote betontegels bedekken een halve vierkanten gemetselde bak van stenen die er zovele van liggen op de nu nog winters bebladerde bosbodem. Daarover UV-folie, dat niet verweerd of snel stuk gaat. Maar de gaten zitten er wel in; muizen. De eerste keer dat we de bron en toebehoren goed hebben nagekeken is al weer anderhalf jaar terug. Op het pad kun je een oude grof gebouwde muur zien, overgroeid met weer al die slierten, de één voor een bos-effect, de ander om in te blijven hangen met gevaar voor enkels en nek en de laatste levert striemen en prikwondjes op. Takken en struikjes bedekken het kleine leiding-putje. Waar hoofdkranen zitten voor de leidingen naar onze stek. Daar dreven een tiental dode muizen in. Ze wilden drinken, vielen in dit putje wat vol stond met regenwater. Het was veel erger om aan te zien en schoon te maken, de geur alleen al!, als om restjes van ja kat terug te zien op je gazon. Onze Joppie presteerde het regelmatig, duiven te over op zijn vorige terrein. Niets meer dan veertjes liet hij dan achter in een stiekem hoekje van de schuur.
Deze put (foto) heeft een grindbodem, waar al wat eeuwen water uitstroomt. Een gele drainageslang ligt in een u op de bodem en er zit een thyleenslangetje in dit richting reservoir door de wand van de put verdwijnt. Maar de slang is al bijna in het grind verdwenen en de ruimte tussen de thyleenslang en de gele buis zit verstopt met een gaasdoekje en het water is een andere weg aan het zoeken. Alles behalve in onze leidingen.
Omdat we nooit verder gekeken hebben dan dit putje zelf, besluiten we na de lunch terug te gaan met meer materieel om dit vandaag nog op te lossen, want we willen water!

We weten waar de bron zelf ligt. Bijna recht boven het reservoir onder en achter veel omgevallen bomen die sprookjesachtig begroeit zijn met klimop die als slierten doorschijngordijnen vormen om de bosbodem nog wat te filteren van zonlicht. Verraderlijk zijn weer de bramen die ook lange ranken vormen en zo al klimmend met je handen vol alleen maar gevoeld worden en niet eerder gezien. De bosrank doet er hier en daar een schepje bovenop, soms helpt flinke kracht zetten met werkschoenen, klimop en braam breken nog wel eens. Maar bosrank lieve lezers, die breken nooit of te nimmer. Al probeer je een rank dun uitlopertje af te breken, het zal niet lukken. Wauw, franse soort liaan! Maar ergerlijk nu zo met de zorg over ons water in het hoofd.
Nog geen week geleden zijn we naar André gelopen, een gepensioneerde boer die traditionele spullen, werktuigen, molenstenen en op de laser nauwkeurig gekloofde houtblokken verzameld. Hij staat hier overal bekend als de 'genezer', een franse sjamaan, waar de telefoon echt continu rinkelt en hij nooit de telefoon aan zal nemen. Mooie verhalen, en ook wij ervaren beide iets bij die man. We vroegen hem om tijdens een langere droge periode eens te komen kijken. April of zo, naar de bron. Maar actie is nu geboden.
Het hebben van je levenswater dat uit een bron komt is nieuw voor ons. Ik vind het nog steeds niet te bevatten, dat de aarde zomaar water naar het oppervlak zendt, om al het leven op dat kleine plekje altijd van water te voorzien. Buitenwater, zeewater, regenwater en vaak ook kraanwater wordt niet zomaar gedronken. En daarom blijf ik het bijzonder vinden. Ik betrap mezelf erop, dat ik me nog niet verdiept hebt in bronnen en hoe je daarmee moet leven. Ons allerbelangrijkste ding in het leven zelf dat hier als gift uit de kranen komt.

(Op bovenstaande foto, staan we even uit te rusten en ligt het folie te wachten op een dikke doek. De flap is even omgeslagen en ik zie een klimopworteltje flinke bewegingen maken in een doorgehakt muizenholletje. Het is een knagende muis die vindt dat door al die commotie in zijn huis de vluchtwegen vrij moeten blijven. Als we recht in het gaatje kijken, zien we het diertje druk knagend. Moet wat zijn voor die muis, eerst zware aardverschuivingen, opeens andere lichtinval in huis, een wortel in de weg die er eerder niet lag en dan ook nog 4 heel grote ogen in je vernieuwde uitzicht!)

Het is warm smiddags, nog geen blad dat de zon luwt. Het werk is zwaar, nieuw, vies en onbekend. De bron zelf lijkt inderdaad het water alle kanten uit te duwen als we het stuk boven de bronput open leggen. De eerste meter vanaf we het water onder een rots uit zien stromen heeft enkel ook zo'n gele slang en we zoeken en graven net zo lang, tot we het begin van die slang gevonden hebben, die verstopt zat met een steen waarvan je denkt dat hij nooit of te nimmer in die buis zou kunnen passen. Alsof je grote teen in de kraan van het bad vast zit, zoiets.

De alternatieve loopjes die het water al gevonden heeft, verdwijnt niet allemaal in de bronput. Het lukt m'n lief om die steen eruit te krijgen. Het is al wat later op de middag en we beginnen moe te worden. Die slang is nu vrij en het heeft direct effect. Voorzichtig leggen we een mooie zware platte steen boven de slang en gaat Marc weer naar huis om doek te halen. Zacht vijverdoek om waterverlies te voorkomen. 10 Weken geen regen en zonneschijn, we hebben altijd water.

Foto onder; Marc loopt op het verwaarloosde pad, op de voorgrond het mansgat naar het reservoir van 2000 liter. Het 'muizen-putje' is klein en bevindt zich ergens tussen m'n lief en het reservoir.

We zijn eind van de dag behoorlijk stuk, maar dit hadden wij saampjes even nodig, de bron had ons nodig -die muis natuurlijk niet- een wouw heeft ons stiekem gade zitten slaan met zijn typische roep van heel dichtbij en zat met gespreidde vleugels even majesteitelijk te genieten van de late zonnestralen vlak voor het verdwijnen achter de berg. De dag is zomaar aan ons voorbij gegaan, terwijl we hadden willen werken aan zijn vertrek van morgen.

Foto boven; vooraanzicht van het stuk helling waar dit zich allemaal afspeeld, altijd. Overal diertjes, planten, bomen, hout, mors, schors, stenen, vlinders, vogels, de bries, het blad, de aarde en water, water, water.
En nog is er iets niet in orde aan de bron. Of er is een tweëede nooit ontdekt er pal naast. De helling is één groot breukvlak, dat is zo goed te zien als je zo met het land geconfronteerd wordt, die aarde waar je het van moet hebben voor water en warmte, zelfs alle stenen hebben waarde, tot op de kleinste toe waar je die gaatjes zo mooi mee opvult als je bouwt zonder cement. Naast en of onder het reservoir lijkt het flink te lekken. Het pad is er al erg door uitgesleten en vormt nieuwe stroompjes. Het was altijd al een beetje nat, maar niet zo erg als afgelopen maanden. We vragen het André tijdens de eerstvolgende droogte. We zouden ook dit water graag willen gebruiken. 's Avonds werken we haast koortsachtig aan zijn vertrek voor eventjes.

Toch stom dat ik nooit een paar flessen bronwater uit de super heb staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen