zaterdag 11 september 2010

gietijzer

De dag begon niet zo jedat;
Marc komt met een rothumeur zijn bed uit. Ik slaap al nachten te weinig, de katten zeuren om brokjes terwijl er echt nog wel wat maaltjes in zitten, maar als de bodem in zicht is gaan ze vast zeuren. Marc vlucht naar buiten, gaat graven achter het chateau. Ik voel zijn spanningsveld en probeer mezelf af te leiden door boven vast de eerste strepen wit langs de randjes te zetten. Maar het maalt maar door. Waarom heeft hij nu weer de bokkenpruik op?
Net voor de lunch verbreek ik de norsige stilte en flap er net genoeg uit om tot hem door te dringen. Wat m'n schat nodig heeft is gewoon een dikke knuffel. Twee dingen spelen hem parten, bekende dingen waarvan ik er één met heel mijn wezen deel; die hypotheek in Nederland. Zijn andere struikelblok is al zo oud als hijzelf. Dit zit in de man, heeft er altijd ingezeten; wat te doen met het begrip zingeving? Hij vindt het niet, weet niet waar te zoeken, hoe het voelt zin te geven aan de dingen. Terwijl ik kook en hij puzzelt, brainstormen we daar wat over, wat hem veel scheelt in zijn gemoedstoestand en mij in mijn ongemakkelijke vitterige bui. Want ik kan er echt helemaal niets mee, als hij zo in de put zit terwijl hij zinvol puzzelt. Zinvol omdat hij de tijd neemt eens na te denken en bereikbaar dichtbij is om het terug te koppelen, mij ook te horen. Vaak tot hij een goede vraag van me krijgt waar hij vervolgens een dag over nadenkt en twee maanden later op terug komt. -Geduld is een schone zaak-
Gisteren vertelt hij tussen neus en lippen door dat hij vanmiddag 2 radiatoren gaat kopen die hij op de franse marktplaats te koop heeft zien staan. Bij een particulier die een 185 kilometer verderop woont. Hij heeft geen naam, geen adres, alleen de plaatsnaam en een mobiel nummer. Volgens Google-maps is het 2,5 uur rijden. Ik blijf liever thuis, verder verven, eigen letterlijke boontjes doppen, wasje draaien en bedden verschonen, dromen, doen en zijn... Maar ik laat hem in deze mood niet graag alleen 5 uur sturen en onderhandelen en sjouwen met die zware dingen, om vervolgens hongerig na een snelle boterham die ik hier voor hem smeren mag, 's avonds laat thuis te komen. Dat breekt hem op. Dus vis ik ernaar wat hij wil. "Dat je meegaat natuurlijk!"
...... De liefde doet het hem en na het afwassen, neem ik picknickspullen mee (een boodschappentas en een koelbox met alles erop en eraan), fris me op en neem plaats achter het stuur. We hebben alletwee hoofdpijn, de zon schijnt fel met de heldere lucht die weinig ervan filteren kan en 2,5 naar het zuid-westen is 2,5 uur tegen de zon in rijden en kijken. We zijn beiden stilletjes, zoals vaker tijdens lange ritten, Marc denkt, ik droom terwijl het landschap aan ons voorbij cirkelt en bocht, steigt en daalt, slingert en zich op sommige stukken kaarsrecht voor ons stil lijkt te liggen. Het is ontzettend druk op de wegen zodra we onze wel heel rustige regio verlaten hebben. De minuten kruipen, die 185 kilometers lijken niet minder te worden. Heuvel op passeren we zoveel wagens, de zon die als een glijlicht in banen over de cabinerails en motorkappen van links naar rechts schijnen, leiden af van het rijden. Met gedroom erbij is het lastig me te concentreren. Reden om juist een extra tandje bij te zetten om veilig te rijden. Af en toe komt er een koetje of kalfje voorbij, wat ons geruststelt dat we vandaag snel de essentie hadden in dat soms zo onoverkomelijke spanningsveld. Dat we geen ontlading nodig hebben, want we zijn erop uit. Afleiding?
Na 6 uur komen we in het plaatsje aan. De omgeving heeft veel meer allure als de onze, armoei troef, maar hier, villa na villa, groot en klein, ommuurde terreinen met mooie tuinen, groener gras, warme strakke schone huizen met luxe wagens voor de deuren, hekken. Landelijk rustiek en toch sjiek en we moeten hier, in deze ruim opgezette gemeente een wittig huisje zien te vinden, de radiatoren, gietijzeren grote hoge radiatoren(30x120x100) staan aan de zijkant van het huis. We rijden 20 per uur, zodat we door het lintdorp rijdend dat wittige huisje kunnen vinden. Ik ben al moe en ik moet nog terug ook. Hij rijdt wel terug, maar het blijkt toch 3,5 uur rijden te zijn en we hebben na 30 minuutjes langzaam door alle straten van het dorp gereden, maar niets... Marc heeft al eerder een bericht op de voicemail van deze man achtergelaten. Netjes na half 6 pas gebeld, maar geen gehoor!
Nog maar eens bellen. Nog steeds geen gehoor. Tijdens de picknick stuurt hij nog een sms-je.
-Het zal toch niet waar zijn dat we voor niets 7 uur diesel verstoken en tijd besteden aan een uitje-voor-niets, zonder tijd om echt even te avonturieren?-
We besmeren onze zelfgemaakte 'bammetjes' met zelfgemaakte jam op een al weer een beetje groen weiland langs een rijtje stokoude kersenboompjes. Een weids uitzicht genieten we hier met de late zon nog op onze ruggen. Boven de vlakte die zich hier voor ons uitstrekt, komt plots met flink geraas van de vlammen, een hete luchtballon achter de eiken vandaan die de rand van het weiland met een grillig profiel diepte geeft. Heel statig zien we de mand met wat mensjes erin zachtjes stijgen en verder weg drijven. Het wordt een stipje aan onze horizon, als een gat in onze atmosfeer die je een donkere glimp doet geven van wat daarachter is. De marsen smaken ook wel erg goed bij de cafétière-koffie en gelaten, zonder plan B, rijden we verder over het trekkerpad en slaan weer rechtsaf, richting een cirkel om het dorp heen. Dan gaat plots de telefoon over. In het dorp amper bereik en hier zomaar ergens in de weilanden, op een bospad, hebben we vol bereik? Dat is meestal toch andersom.
We spreken af bij de pharmacie. Nog een keer bellen proberen, zodra we daar aankomen.
Het blijkt, ja dat heb je als het nog moeilijk is na 2 jaar om aan een drukke weg, met draaiende motor tegenover een snackbar waar een paar kinderen een soort van feestje vieren, iemand te begrijpen aan de telefoon, dat die man naar de hoofdweg gelopen is, waar wij staan, maar dan 300 meter terug, na de flauwe bocht.
Wat zijn wij opgelucht!!
Het blijken leeftijdsgenoten te zijn. Gezin met twee kleine kinderen en een hond. De kleintjes spelen met een zacht balletje dat een zacht ploeink-geluidje maakt. Het geluidje zelf is een zacht geluid, maar het elektronische ervan is toch die batterij die het irritant maakt en de kinderen zijn er helemaal vol van. Later blijkt dit een speeltje van MacDrek te zijn. (nee ik wil er geen reclame voor maken, alhoewel het franse equivalent van de vanille milkshake er onovertroffen blijft!)
Ik dacht dat we al grote fijne hadden, maar deze zijn nog wel heel mooi zelfs. In Nederland zijn die dingen een fortuin in hun gewicht en authenticiteit. Ze zijn niet mooi versiert, maar het zijn dunne lamellen, maar wel veel. Wat een joekels en niet te tillen. Ook niet voor twee sterke mannen.De auto rijden we naar achter. Op z'n gemak gaat hij twee auto's verzetten op de nauwe inricht met twee haakse bochten, ingeklemd tussen panden met gelijk de drukke straatweg. Het begint al donker te worden, Marc kijkt verlekkert naar deze toch grote voorraad. Voorzichtig vraagt de man of hij ze niet allemaal mee wil nemen. Maar een stuk of tien in alle maten zie ik niet zitten om 'ff' in te laden. Ze wisten niet dat we van zover kwamen en enkel en alleen voor die radiatoren helemaal hier naar toe gekomen zijn. Maar het begrip "we komen vanuit de Aveyron" is wel heel vaag. Het is het grootse departement van Frankrijk en we komen vanuit het meest noordelijke stukje ervan. Het dorp vlakbij Montauban is daar toch 3,5 rijden, inclusief het zoeken. Marc wilde er 2 en had ik dus geld meegenomen voor die twee. 50 Euro per stuk is niets in zo'n goede staat. We kletsen stuntelig en toch zie ik ons genieten van het moment.
We struikelen alletwee nog vaak in het praten, maar het enige dat helpt is er vaak op uit. Ik heb mijn markt en yoga, vaste prik, vaste dingen, dezelfde gezichten, praatjes, hoe onbenullig ook, het is zo goed!Dus laden de mannen er 4 in. Ik maak me geen zorgen om het geld. De 165 die ik bij me heb zijn het waard en ik heb al eerlijk gezegd wat we bij ons hebben. De tank diesel moet ik er ook bij rekenen. Na het inladen geef ik ze de papiertjes en zijn blij dat het toch nog geregeld is, zo goed uitpakte. Hij heeft ons beide ook een heel kleintje laten zien. Voor op een toilet, of een gangetje, dat we niet hebben in dit huis. Maar Marc durft er niet om te vragen. Hij heeft ons wel zien kijken en legt er één op de planken in de bak, kado'tje!
In het donker rijden we pas weg, op weg, dezelfde route, hetzelfde landschap, maar nu in het pikkedonker. Alleen de dorpsstraten zijn fel verlicht en het rijden met aan-uit-grootlicht is ook niet makkelijk. De wegen lopen in kleine felle heuveltjes plots omlaag, waardoor je voorganger in een zwart gat lijkt te verdwijnen, plots, weg die rode achterlichtjes die je baan aangaven. De bochten zijn niet in te schatten en het is lang, zo in het donker. Die dalen met dorpjes, verlicht, de lichtjes op de donker beboste bergen met de weilanden als bleke lapjes op een oude deken, ook mooi. Met een sterrenhemel bij nieuwe maan. De huisjes en straten, verlaten en stil. We komen door Decazevile, een stad wijd verspreidt over een helling en het dal, flink verlicht, mooie gebouwen die eruit springen. Daar willen we precies die kant uit die is afgezet. Dus gaan we met de stroom mee en rijden door een kermis heen. Ontzettend druk, over verschillende verschrikkelijke kermis-muziek, alles door elkaar, uit iedere kroeg komt muziek van bands en installaties, overal mensen op straat, geuren, kleuren, wooooooowww.
We tanken even naast het kermisplein. We aanschouwen dit stadsfeest, we zien dit vanaf een afstand, terwijl we dit toch ook zo gewoon waren. We zijn hier in deze korte tijd ver vanaf geraakt. De natuur en de stilte heeft ons afgepakt, ons ingepakt en het voelt als gekoesterd worden. We ervaren deze stad met groot feest als iets dat er is, maar niet voor ons, niet meer.
De laatste loten wegen het zwaarst. Onze hoofdpijn is weg, maar stijf en moe komen we om half 1 thuis. We zakken nog even uit, ik schrijf....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen