zondag 7 augustus 2011

Pyreneën

Nog niet helemaal thuis en in mijn ritme, probeer ik Marc ervan te overtuigen dat ik nog wat langer thuis wil blijven voor we er een paar dagen tussenuit gaan. Maar m'n lief wil zijn kans grijpen zolang, of kort, Harry er is en dus vertrekken we woensdagochtend met een volledig uitgeruste LaRo richting Pyreneën. Marc vergeet wel eens dat ik een rijbewijs heb, dus merendeel van de gereden uren zit ik ernaast en houd een beetje bij waar we zijn. Dat hij hoofdpijn heeft en me daarom een stukje laat sturen, ontgaat me en na midi stuur ik een paadje in naar een sluishuisje dat onbemand is, maar wel zijn ding doet te horen aan de draaiende turbines en de grijparm die het vuil uit het kanaal vist. Het is somber weer met heel af en toe een drup die ons niet deert zolang we onderweg zijn. Ook tijdens het eten, de koffie en de afwas staan we droog onder het afdak van het sluishuis. De grijparm die staat afgesteld op continue de blaadjes en takjes wegvegen van de waterinlaat laat ons wel schrikken. Na iedere volledige cyclus van rechts naar links, staat deze machine namelijk even een paar minuten stil. Terwijl we onze gekozen lunchplek rustig bekijken en ons afvragen of het allemaal nog wel draait, begint plots het apparaat te bewegen...




Na het eten en tijdens de koffie doen we de afwas. De twee pennen van de high-jack (een enorme krik of hefmechanisme) doen dienst als afdruiprek voor het snijplankje. De rest gaat schoon en droog in de diverse kastjes van deze alleskunner cq. Landrover.
Het landschap wordt steeds mooier naarmate we dichterbij de grens van Spanje komen, hoger, slingerpaden, de boomgrens en uiteindelijk de plek die we voor ogen hadden. Hoog in de bergen is een vallei met een wandeling naar een nog hoger gelegen vallei met daarop en erin de verlaten mijnen met hun ruines, oud ijzer, kabelbaan, stroompjes en de mijngangen zelf die gewoon open en toegankelijk zijn voor iedereen. Op eigen risico uiteraard, geen enkel risico is voor de overheid, maar voor elk zelfstandig denkend individu. We rijden door naar het eindpunt voor gemotoriseerd verkeer waar we heenrijden over een vlakte die de bodem van de vallei maakt met in het midden een sneeuwpaal met verschillende kleuren om vanuit de verte te kunnen zien hoeveel sneeuw er ligt, 's winters, nu ligt er niets dan koeienvlaaien en groeien er kruiden en grassen. De vallei ligt ongeveer op 2500 meter hoogte, maar koud is het niet ondanks dat de mist door de bergen vloeit als een zichtbare gaswolk die gelukkig ongevaarlijk is. Vlak voor een slagboom ontwaren we door onze verrekijker een soort van kampement en tegen het vallen van de avond, rijden we door om te bekijken waar onze bergwandeling van morgen zou moeten starten.

De herder is thuis; een bebaarde nog jonge grote kerel die spaans en engels spreekt en ons uitlegd waar hij herder over is, waarom en voor hoelang hij huist in een onverwarmd keetje met verder alles erop en eraan. Ik vind het heroisch en heb gelijk een geromantiseerd beeld van de man zijn leven. Maar het is eigenlijk gewoon wat hij doet en in de bergen waar ook een enige beer woont -al zijn ze uitgezet door mensen- is een herder onmisbaar. De wolken vullen langzaam de hooggelegen vallei en wij rijden terug naar een schuilhutje een stukje hoger gelegen naast een andere oude vervallen mijn.

Lief parkeert de LaRo naast de ruine, aan de andere kant van wat er over blijft van een ontmantelde mijn, staat een kleine schuilhut die open is, want men is vergeten de sleutel uit het slot te halen. Normaliter zijn deze dicht en haal je de sleutel op voor je gaat wandelen. We kunnen de toppen van de bergen al niet meer zien, maar de bellen van de schapen prima horen. Aan de schapenpoep te zien wordt de omgeving van de ruine vaker als slaapplek voor de kuddes gebruikt en zodra de honderden grazende dieren onze aanwezigheid doorhebben, komen ze de bergen afgeblaat en scharen zich om ons heen, om de schuilhut, de ruine en de auto. Een opperschaap, waarvan de bel met een houten tuigachtige installatie om zijn nek is bevestigd, probeert aan alles te knabbelen dat hij durft te benaderen, ons inclusief. Een ferme handbeweging is voldoende het opdringerige dier op afstand te houden. De andere schapen doen niets dan blaten en afwachten wat het opperschaap doet.Voor m'n lief onderzeil gaat, is hij nieuwsgierig of we een mijningang kunnen vinden rond de andere verlaten ruine halverwege een bergrug. Dus in de mist beklimmen we een stukje van de helling en zoeken naar een interessant gat om rond te kijken. Het levert niets bijzonders op, behalve dan een leuke foto van mezelf op de rand van een afgrond, dat met de mist lijkt op het einde van de wereld. Marc heeft nog steeds hoofdpijn en voelt zich zo belabberd dat hij om 21 uur al het matras in de schuilhut verkiest, boven een wijntje tussen de schapen in. Het hokje is mij te benauwd, de deur kan enkel op een kier, anders lig je snel tussen de schapen en samen met zijn gesnurk zal het me geen goed doen.
Dus besluit ik in de auto te slapen, vertrouwd, met de achterdeur op een kiertje. Eerst, in het gezelschap van een paar honderd dieren die zich klaarmaken voor de nacht, schenk ik een wijntje in en zoek een windluw plekje op achter een rots en lees wat. Maar het gat in de bewolking, wat bijna een hemel daarachter doet vermoeden, kan ik niet negeren.


Ik vergeet waar ik ben na enkele bladzijden uit een verrassend boek. Als ik door een vaag geritsel even 'wakker' word, valt het me op hoe ik ingesloten ben door de dichte mist, de schapen die opeens stil zijn en niet meer om mij heen als een al getrouw beeld en geluid -schapenbellen!!- en terstond voel ik me ongemakkelijk. Zodra ik met stoel, wijnbekertje en boek over de rotsen in de richting van de auto loop, vangen mijn ogen het plaatje van mijn onderkomen.... Blij dat ik niet in vampiers en andere onzin geloof -al kijk ik genoeg naar films die meeslepend genoeg zijn om me wel in die onzin te laten geloven- maak ik foto's van dit heel bijzondere plaatje. Niet zichtbaar zijn de schapen die met z'n allen achter de auto, de ruine en het schuilhutje liggen. De nacht begint onrustig, ik moet wennen aan de aanwezigheid van de schapen. Ze hoesten, rochelen, niesen, kotsen, blaten, poepen en plassen en bewegen zich heel de nacht door. De bellen kunnen geruststellend klinken, maar dat ene schaap met een enorme koeiebel om haar nek is de bottlenek; het duurt wel even voor ik wegzak in aparte dromen.

Het wakker worden geschiedt voor ons beide hetzelfde; met een blaffende hond. Marc denkt hetzelfde als ik, de herder is ook gearriveerd, maar zijn vier kleinere border collies klinken niet als deze bejaarde bassige blaf. Er is geen herder te bespeuren, alleen de nog steeds liggende schapen en een enorme beer van een golden retriever die alarm slaat door op de rand van de afgrond richting de vallei te blaffen. "Onraad" zo schijnt hij als boodschap de diepte in te sturen.

Terwijl wij koffie zetten en onze ogen open wrijven, staat de oude uit de kluiten gewassen harige herder op vier poten ons nauwlettend gade te slaan, terwijl enkele schapen zich verschuilen in zijn lange wintervacht. De herder likt hier en daar een schapenneusje schoon en laat zich besnuffelen door de wollige dieren. Doodstil blijft hij staan, tot dat Marc weer een enkeling weg probeert te jagen van het liertouw en een kledingstuk die er blijkbaar lekker uitzien. De hond reageert direct door een laag maar dreigend blafgeluid voort te brengen. Nog steeds geen tweebenige herder te bespeuren.

Zodra de bewolking opgelost wordt door de ochtendzon zien we waar en hoe hoog we wel niet gebivakkeert hebben; adembenemend.... We vertrekken naar de vallei en parkeren de auto vlakbij de slagboom naast het onderkomen van de herder, die zijn stek met lint heeft afgesloten voor de koeien. Marc is al van slag, want ik neem er de tijd voor in plaats van militairistisch mijn kop onder de kraan te houden, spullen te pakken en vroeg op pad te gaan. Ik neem de tijd voor nog een bak koffie, brood smeren, appeltje mee en wat spullen voor nood. Bergwandelingen in zo'n gebied met het voornemen verlaten mijnen in te gaan vergt van mij nu eenmaal meer tijd en voorbereiding als voor m'n lief. Dus danig uit zijn humeur, pakken we een tasje met spullen en vertrekken. Het uitzicht blijft mooi, welke richting we ook uitkijken. De bloemen fel van kleur nog bedauwd met de fijnste druppeltjes. Een fijn briesje en de felle zon, ik vergeet alles; Huis en haart, de huis-oppas in de vorm van een man met altzheimer light -volgens eigen zeggen- mijn reis naar Nederland, het weerzien met mijn broer en de mood van m'n lief.
Onverwoestbaar lijkt mijn stemming en de wil om er een prachtige dag van te maken. Ik ga wel de oude mijngangen in met het flauwe schijnsel van een koplampje waarvan de batterijen bijna leeg zijn.
Ik stuit op een doorgang waar ik echt niet verder wil, want mijn lampje is ook niet veel meer waard, ontvangst met de telefoon nul komma nul en m'n lief die buiten in het zonnetje zit te wachten tot ik terug ben doen me rechtsomkeert maken.

Hij wacht bij de zeer luxe schuilhut op de foto hieronder. We eten daar samen een boterham en drinken wat sap, terwijl de herder aan komt lopen met knalgele stokken in zijn rugzak en vergezeld door zijn 4 honden. Alle vier superlief in verschillende stadia van het vak als herdershond. Hij is op weg om een bergrug af te zetten tot waar de koeien, die hij ook onder zijn hoede heeft, mogen komen. Maar wij hebben ze al gezien, precies daar waar ze niet mogen komen. Dus de herder gaat voort zoals hij kwam met de zware rugzak met materiaal.


We scharrelen wat rond bij de oude gebouwen, of wat er nog van rest. Het hele gebied ligt bezaaid met ruines van oude mijnen, kabelbanen, oude gastanks, installaties en rollen kabel. Over zovele eeuwen kunnen ze hier opnieuw een ijzermijn neerzetten, want de rode oude troep ligt overal verspreidt. Wij vragen ons af hoe ze al dat zware spul hier kregen, waarom het geheel wel ontmanteld is, maar deels opgeruimd. Waarom al die oude ijzeren troep niet bij elkaar ligt... De meeste mijnonderdelen komen uit een amerikaanse fabriek getuige de gegoten tekst op twee enorme ijzeren onderdelen die rechtop achter een muurtje in de zon staan te roesten.

De weg naar beneden is weer adembenemend. Lief wil graag de zonnige zijde nog zien van deze uitgestrekte bergvallei en hoe meer van het slingerpad omhoog we berijden, hoe groter de varieteit van de begroeiing op de hellingen aan weerszijden van het pad, dat door veel spaanse dagjesmensen bezocht wordt. Aan de andere kant van deze bergrug lunchen we op een doodlopend modderig pad waar één wandelaar met hond langs komt.



We schieten iedere piste in die we zien en komen zo op een wel erg verlaten paadje uit dat ook weer doodloopt bij de resten van een klein, oud, stuwmeer-achtig complex op een vlak stukje bloemenweide met een heel klein stroompje, een verborgen waterval die we wel kunnen horen, aan de rand van een vlinderstruikenbos -je weet niet wat je ziet en ruikt-. Om hier te komen was het nodig een brugje over te rijden dat er allerminst betrouwbaar uitzag voor een bijna 3,5e ton wegende 4x4. Ik bedankt voor het instappen en wacht aan de overkant. De vorige nacht schapenbellen, nu stromend water en nog een keer een brug te nemen die ik te oud acht om nog te gebruiken. Maar alles gaat goed en we slapen voortreffelijk na een wandeling door het eeuwen oude knoestige beukenbos. De meest ondenkbare vervormingen, de vergroeide haast gordiaanse knopen die deze stronken en takken kunnen vormen zijn ongekend, kunstig, naargeestig en mysterieus. De boeren zien liever rechte naaldbomen, veel practischer, dus worden sommige beuken doodgezaagd door rondom 10 cm van de bast en schors door te zagen. Ach ja....

De hoeveelheid en varieteit van bospaddenstoelen is ongekend. Ik bewonder ze en neem er de laatste dag wat van mee om te drogen voor decoratie's. De smaak krijgen we weer wat te pakken; heel de dag scheuren we over pistes door de hoge spaanse bergen, typische spaanse pistes, gek, we pikken ze er zo uit na die eerste lange reis 5 jaar geleden.

Nog net in Spanje, onderweg naar Frankrijk, doen we er nog één, we kunnen het niet laten. Het voert ons steil omhoog naar een pad langs een hooggelegen klein stuwmeer dat er verlaten en stil bijligt. Het water heeft een diepe en helder blauwe kleur terwijl de hemel grijs ziet. De groene naald- en loofbomen steken wel erg fel af tegen deze kleur. Waar het dieper is, is de kleur donkerder blauw van de hoeveelheid mineralen in het water. Echt mijnengebied dus boven Vielha (S). Precies bij de dam maakt het pad een bochtje om dan opeens teveel procenten te steil te zijn en de stenen liggen veelal rolbaar los. Nee, deze keer geen onnodig risico en met veel keer 'steken' draait Marc het logge ding om maar verder te zoeken naar leuke weggetjes met ontdekkingen.
Aan de rand van het zuidelijk plateau dat een wand vormt voor Gorges de l'Aveyron rijden we langs een enorm jacht-domein wat potdicht zit met een hoog draad hekwerk versiert met schrik- en prikkeldraad en verzegeld is met een sjiek hek met camera-intercom en brievenbus. Het gebied dat dit hek omspant is enorm. We stuiten op de rand van dit plateau op een klassieke M&M-verrassing; een leegstaand restaurant met open ramen, dus ook metalen luiken die openstaan. Een korte verkenning waard, vreemd genoeg ligt er nog -beschimmeld- brood op tafel en staan er lege bekertjes naast. De schimmel stelt ons gerust om even verder te kijken. De professionele keuken staat nog in zijn geheel paraat, afgewassen borden liggen te drogen alsof ze net zijn afgewassen. Maar toch is het volledig verlaten. Apart. Wie nog een heel bijzonder restaurant op een heel unieke plek wil starten in Frankrijk, kan ons mailen over de details. Beetje strakke marketing heeft het wel nodig hoor!Nog altijd op zoek, maar inmiddels wel weer in ons thuisland Frankrijk, schieten we voor de lol maar weer een piste in, of op. Smal is deze en we zien knalrode rozen in de grond op het ommuurde terras waar we langs rijden. Kunstrozen blijkt later. Dat zie je hier erg veel langs de wegen; bosjes zijden bloemen die er staan ter nagedachtenis van een verkeersdode. Deze roosjes waren misschien over, of een automobilist liet over een lengte van 8 meter stukjes van zichtzelf achter, we zullen het nooit te weten komen.
We vinden uiteindelijk, aan het einde van de dag, een plekje in een gemengd bosje tussen weilanden in. We eten een boterham en beginnen in het reisritme te komen. Wat lastig is, want we zijn morgen zo thuis met nog maar 100 km te gaan.
Marc doet nog een rondje in de schemering en ontdekt dat het paadje aansluit op een enorm weids weiland met een schitterend uitzicht op een deels bewolkte hemel. Dus rijden we ons onderkomen toch nog even verder en genieten in stilte van de vallende nacht. Eindelijk geen achtergrond geluiden van water, schapen of uilen. Alleen de krekels, zachtjes en de nacht liefkozend. Dit slaapt nog beter, maar de nieuwe dag is naar huis rijden.


Al met al waren we er een 4 dagen uit, hadden geen bereik op telefoons die beide na de derde dag ook lege batterijen hadden. Hebben we genoten, maar zijn ook ontzettend hard met elkaar en onszelf geconfronteerd geweest. Deze blonde bruin trok het niet na twee weken in NL met broer als family-hekkensluiter. Dus sliep ik nog een extra nacht in mijn 2e huis op wielen, keerde ik uitgerust naar huis terug -Ik heb zo een lievelingsplek op de helling achter het huis voor noodgevallen waarin ik echt even alleen moet zijn, .... moet ja.- op een mooie ochtend na het meest indrukwekkende onweer van het afgelopen jaar en zie Harry afscheid nemen van Marc.


Mijn emmer liep al over, ik ben niet in staat geweest me uit te spreken. Verbluft en verbaast heb ik vandaag de dag geleeft na het absurd snelle haast stiekeme vertrek van Harry. Kleine klusjes gedaan, dieren met aandacht verwend, mezelf verwend met slaapjes doen, thee'tje drinken, boekje lezen in de totale afzondering van moestuin en mijn eigen kamertje in volledige stilte. Ik schrijf en schrijf en schrijf, wat een krachtig medicijn is dat toch, dat papier en die pen. Nee, dit keer niet op het toetsenbord, maar ouderwets, met misschien het puntje van mijn tong wel op de lippen.

Marc werkt zijn ongenoegen eruit door het bamboebos verder te dunnen. Rustig is het, wat mijn hart en adem weer overnemen en we de dag op een rustige manier afsluiten.

Morgen is het maandag, een nieuwe dag, weer rommelen, thuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen