dinsdag 11 april 2017

Levensvreugde


Je hebt Droom, die soms hand in hand loopt met Fantasie 
Inspiratie kan gezelschap hebben van Intuïtie
Moed is onafscheidelijk van Doen 
Als Pure Intentie maar de basis is en Kans ook de kans krijgt
Verlangen en Passie zorgen voor de chemie 
Zo vormen ze allemaal samen een schitterende realiteit. 

Misschien nog zintuigen en een hart om het waar te nemen als het eenmaal zover is 


maandag 10 april 2017

Observaties


Sleutelbloem
Ze staan er om en om te wuiven in hun rozet van bladeren op de taluds die de wegen scheiden van de weilanden. Thuis zijn ze al uitgebloeid. De oogst van vorig jaar met nat weer geplukt, dus het drogen van de bloem die zo lekker is in pannenkoeken was verloren aan de schimmel. De wind is niet zo fris meer, de zon schijnt fel, het gevaarlijke aprilzonnetje. Er glipt een kleine slang weg die op een open plek in het gras lag wakker te worden. Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor het storen. Ik pluk maar een tiental meters sleutelbloem uit het gras met paardenbloemen. Mijn hand gaat ernaar geuren, of het is de tas die onder mijn neus bungelt, al snel vol genoeg, voldoende. Voor in de kruidenthee.


Bij & Brem
Nu de kippenren een feit is, is het pluimvee gedwongen zich te begeven op het oude terras boven achter de schuur en richting het oude zwembad. Marc heeft koste nog moeite gespaard achter de schuur een nette goot te maken voordat de dakplaten erop gingen. Die goot schoon maken van zand, tak, eikels en blad nis nooit makkelijk geweest. Echt loopruimte is er niet. Ik klem mezelf tussen rotswand en dakstenen en platen om tussen mijn benen door acrobatisch met veger en blik boodschappentassen te vullen met wat ik er aantref. De kippen graven en graven maar. Ook op die rotswand boven de schuur. Plok, tok, boink, pats. In no time ligt die goot vol met veel zand, erg veel steentjes -die pokken harder op de dakplaten- fiksere takken en het blad en de eikels lichting 2016. Dit keer 6 boodschappentassen vol die ik getrouw terug naar hun ren sjouw. Wel zo ver dat ze diezelfde lading niet weer naar benee kunnen harken. De rotshelling biedt ook ruimte aan mos, plantjes en premature eiken. En één bremstruikje dat dit jaar voor het eerst bloemen heeft. Niet voor ons dat struikje daar. Wel voor de kleine Bij die ik ontwaar tijdens een korte pauze van dit stoffige rotsklusje. Ik kijk hoe Bij van bloem tot bloem vliegt. Leer het verschil tussen 'al bezocht' en 'nog niet bezocht'. De laatste zijn maar voor de helft open, de half gekrulde meeldraden met hun oranje voetjes zijn nog niet zichtbaar. Bij weet hoe het moet. Gaat bovenop de onderste bloemlip zitten, trappelt met zijn achterste pootjes op de 2 nauw op elkaar aansluitende bloemblaadjes en  poeff de bloem springt open en de meeldraden flappen eruit met de oranje stoffige voetjes op de rug van Bij. Bij lijkt te bedanken voor hij verder vliegt.
Ik peuter ook met twee heel kleine stokjes op de bloembladeren... niks. Ook met mijn vingers krijg ik het enkel met voor de bloem grof geweld voor elkaar deze de meeldraden te laten tonen. Vernuftig is Bij.


Vinken
Ik weet dat ook vogeltjes in de lente op hol slaan. Ze sloven zich uit, houden poetsen-lokroep-poetsen-lokroep uren vol, aan 1 stuk op 1 en dezelfde tak. Vooral de koolmees laat zich zo zien. Hij keurde wel de nestkast af. Die hangt hier al jaren, hoog, veilig en beschut. Maar de vogeltjes hebben er geen zin in. Misschien omdat moeder natuur ook voorziet in zat andere mogelijkheden voor uitbreiding.
Onbezonnen als ze nu zijn, vallen er soms wat ten prooi aan onze katten. De vinken maken het erg bont. Die zijn zo strijdvaardig de beste dame te veroveren, dat ze elkaars territorium terroriseren wat vorige week bijna uitmondde in de aanvaring met een mens. Te zeggen, ikzelf. Ik zag ze net op tijd in mijn ooghoek, want al dat gekwetter in een zonnig ontwakend bos overstemt veel. Dook weg en die vinken leken mij niet eens te hebben opgemerkt. Met elkaar al vliegend op de vleugel. Sarko draait ook de oren en kijkt omhoog. (Niets ontgaat hem, Ollie, z'n maatje, is de dromer.


Vlinders
Onvoorstelbaar veel dit jaar al. Een enorme diversiteit. Ongestoord door de vele andere kleine vliegers dartelen ze ongemoeid van water, naar hout, naar bloem en warme steen. Ook met gemak tussen de in de lucht graaiende kattenklauwen door. Er sneuvelde wel een koningspage in de emmer met zeep en nog af te wassen cakevormen. Een rotklus. Terwijl we even buiten op het terras zitten zien we weer een koningspage op en later in die emmer vliegen. Een ingezeepte vlinder. Afspoelen of niet. Ik zet het gedoopte insect op de rand van een stenen bak. Daar hopen we dat hij schoon is opgedroogd zonder ernstige schade. De zeep is gewone groene zeep, we zullen het nooit weten. Er vliegen er gewoon te veel van rond.
Ook tijdens een rustmoment met boek en schrift met de voeten in de bergbeek, zie ik ze ruzie maken in vlucht, ik zie bijna wolkjes vleugelstof. Oranjetipje vs. Citroenvlinder.

https://www.afanja.nl/lichtlijnig/
Zweefvlieg
Ze zien er een beetje uit als wespen, prikbeesten dus. Maar het verschil is enorm groot en heel makkelijk te zien. Voornamelijk door het zweven, als helicoptertjes. Ze zonnen graag en zeker als er in de buurt ook water is, en wat te eten. Ze landen vaak op mensen. Vingers hebben hun voorkeur, overzichtelijk oppervlak, ready to take off. Maar als je ze laat gaan ze uitvoerig met hun zuigstampertjes je huid af. Zout, denk ik. En anders is het toch rommel voor m'n vingertop en iets te nassen voor de kleine zwever.

zondag 26 maart 2017

le guérisseur


Ik leg mijn handen in de zijne. Mijn werkhanden in handen die enkele vingers missen. De resterende hebben eelt, sommige geen nagel meer, wondjes en korte gescheurde nagels. Hij knijpt en wrijft zachtjes mijn handpalmen, muis van de duimen en zegt me hem aan te kijken. Ik zie zijn slechte vieze tanden, ongeschoren kin, een leegte door de spleetjes van zijn oogleden. Al snel zie ik dwars door hem heen, in mijn ooghoeken beschilderde dakstenen van dankbare cliënten en een foto van zijn vader met de koeien en een hond, een prachtig sepia portret. De telefoon is al 3 keer overgegaan, hij neemt niet op, is bezig met mij. Apart, alsof de wereld niet bestaat.
"Het is goed. Je zit vol ontstekingen, maar het is niets 'mechant'." Wat niets ergs betekent, geen bijna terminale status, adem maar rustig door. Hij blijft mijn handen koesteren, zoals geliefden dat doen tijdens een verdrietig woordeloos moment. Hij blijft zichzelf herhalen, "vol ontstekingen, je lever, niets ergs, sus sus, het is goed, je bent moe, ontstekingen", terwijl hij me aan blijft priemen. De wereld bestaat voor ons beiden niet meer. De telefoon blijft overgaan, hij verroert geen andere vin dan zijn handen onder de mijne. Ook ik ben me er niet meer bewust van terwijl ik het ding wel hoor rinkelen.
Zijn rechterhand blijft mijn linker koesteren en geruststellend wrijven terwijl zijn linkerhand, die enkel het topje van de duim mist, over het bureautje en beschreven bevlekte enveloppen reikt richting mijn borstkas terwijl hij nadrukkelijk om toestemming prevelt, "Puis-je?" Zoals de eerste keer stem ik glimlachend toe. Zo schaapachtig als ik het mezelf zie ontvangen, zo ik nu dan denk dat ik toch niet helemaal helder heb kunnen blijven. De tijd ging er ook te snel voor. En die telefoon rinkelt maar door.
Hij staat op en gebaart me hetzelfde te doen. Raakt cq wrijft met de rug van zijn hand over beide longen, zakt af naar mijn hart waar hij een borst ertussen voelt zitten. Weer houdt hij mijn linkerhand zacht en warm vast terwijl de ander exact de plekken in bil en rug raakt waar het zo zeer doet. En geloof me, ik zei bij binnenkomst enkel dat het prima gaat maar wat last van onverklaarbare pijntjes had. Heb. Niets verteld over waar, niet over dat ik bloed heb laten prikken, niks als vooraankondiging.
"Puis-je?", terwijl hij nog een keer langs de pijntjes gaat met die incomplete hand-die-eigenlijk-niks-doet. We gaan weer zitten en de telefoon gaat weer over en rinkelt uit. Ik moet opeens een paar keer diep zuchten en André kijkt me tevreden aan. Hij weegt mijn handen alsof het gewicht ervan in goudstukken betaald moet gaan worden. Mijn vingers waren koud bij binnenkomst, nu zijn het de zijne. Opeens is het klaar. Sta ik op, gaan de honden tijdens een glaasje siroop een robbertje vechten. (Altijd, die twee...)
Ik weet dat hij het geweldig vindt als ik eens spontaan met de ezeltjes en de hond aankom met een tasje lekkers van eigen makelij. Daar gaat de volgende keer een flesje pastis en een eigen gedroogde worst bij in. Ruilhandel met de buurman.

Het was op een dorpsfeestje in 2009 dat wij vaag iets oppikten over een dorpsgenoot die de genezer zou zijn. Zijn geslacht van genezers, zeer bekend en niet alleen in deze regio, zou eeuwen ver terug gaan. Vooral met huidproblemen zou je direct geholpen zijn en ook vee en huisdieren zou hij behandelen.
Onze taalbeheersing was nog bedroevend tegenover het redelijke van vandaag. Ik had dan ook een vaag beeld bij de man die op het desbetreffende feestje ook niet aanwezig was. Nadat we later dat jaar elkaar de hand schudde veranderde mijn beeld eigenlijk niet. Ik vond het een enge man die vriendelijk lacht met ogen die bijna dicht mee lachen en ook een slecht gebit, een ouder boertje die niet verschilt van de vele anderen waar je niet zo 1 2 3 hoogte van kan krijgen als jonge moderne vreemdeling. 

Tijdens dorpsbijeenkomsten spreekt hij zich uit in directe bewoordingen. Mengt zich niet in conflicten, maar blijft ook niet neutraal. Tegen als hij tegen is tijdens een stemming en in het kort waarom, blijft zijn tanden laten zien, letterlijk, en komt nooit terug op zijn beslissingen. Het is geen grote man, niet mager, niet dik, altijd vieze kleren aan, versleten schoenen, net met pensioen. Hij was koeienboer en heeft een zus -zonder 'de gave'-, geen kinderen. Zijn handen zijn altijd warm. Zijn erf is een verzameling stookhout, deels nog te kloven en te zagen. Stenen, platte, dikke, dakstenen, voor muren, daken en voor de heb. Net als tig molenstenen en andere misschien monumentale  vindsels. Een konijnenhok, voor de fok, maar hij kan geen dieren slachten, vertroetelt meestal uit gelubberde vrouwtjeskonijnen op leeftijd. Kipjes lopen los en Fannie de hond waakt. Binnen een oude traditionele woonkeuken met schouw waar een kachel in staat en blokken hout ernaast. Schapenblazen als decoratie aan de steunbalken en rechts naast de voordeur een kleine kamer met stoel en oud schoolbureautje. Zonder behandelruimte toch behandelkamer. En kantoor, dat voornamelijk bestaat uit brieven, vanuit heel Frankrijk, notities, schilderijtjes en bestofte vettige herinneringen die eruit zien als half verteerde prullaria.

Incidenteel en als één van de weinige locals komt hij bij ons aan. Meestal tijdens natte sombere winterdagen. Gewoon, even hallo zeggen. Misschien omdat hij onze dichtstbijzijnde buurman is. Een uur lopen, bijna 20 minuten met de auto. Hij is eigenlijk altijd thuis, net als Marc. Zijn telefoon gaat non stop over, hij neemt zelden op. Als ik ernaar vraag zegt hij dat dit mensen zijn die zijn hulp nodig hebben. Hij heeft er dus niet altijd zin in. Hij praat er nooit met iemand over, ook zus laat nooit iets los, zij heeft de gave niet. Het blijken enkel de mannen in die bloedlijn.

Twee jaar geleden had ik een enorme blokkade in mijn rug. De chiropractor kon niets meer voor me doen dan me na een uur met nog meer pijn en 45 euro lichter te laten gaan. Marc was mijn gekerm zat en bracht me zonder iets te zeggen naar André, parkeerde iets verderop de auto en ging wandelen. Ik moest plaats nemen op het oude gammele stoeltje voor het kleine bureau vol papieren, brieven, notities en een schrijfblok dat op leek, oud en vies. Die eerste keer liet ik me afleiden door zijn voorkomen. Na ruim een week was de blokkade weg, pijn weg en kon door met rennen en vliegen. Of hij het was of de fysieke marteling van de kraker zal ik nooit kunnen zeggen. Feit blijft dat hij tijdens een paar seconden zijn diagnose er zonder omhaal uit flapt. Ook deze 2e keer flapte hij eruit wat me scheelt, weet waar het zit en dat het niets ernstigs is. 

Ruim twee maanden loop ik met pijnklachten. Getriggerd door het laden en lossen van 3 aanhangers vochtig granietzand. Maar her en der kwamen er pijntjes bij. De stand staat op 6. Ik liet al bloed prikken, las me in als een heuse hypochonder en zette mijn mogelijkheden op een rijtje van het traject dat nodig is om het exact uit te zoeken via de reguliere weg. Meerdere wegen leiden naar genezing en ik neem de tijd om zelf te zoeken. Het gezicht van de huisarts bleef dan ook volledig blanco en het bloed zei alleen dat ik prima in orde ben. Toch ervaar ik de pijnen in mijn lijf als ernstig genoeg er wel naar te laten kijken. Voelen dus eerder, met een onbegrijpelijk vertrouwen in het geruststellende geprevel van een gepensioneerde boer uit een inteeltgebied.

Wat in het begin een enorme drempel leek, is nu de meest logische stap als ons of onze dieren iets scheelt. We weten zijn 'specialisme', zijn gave, is ook beperkt en ik ben geen van beide keren direct van mijn klachten af. Het zijn tenslotte geen huidklachten geweest. En toch heb ik duidelijkheid en kan ik er verder zelf mee aan de slag zonder dat slopende traject van onderzoeken en artsen die zeer zeker niet alles weten en kunnen 'zien'.

'Doe zoveel mogelijk lokaal' is mijn devies om in te burgeren. Net als de kruiden die om je heen groeien, die je juist dan nodig zou hebben, is mijn dichtstbijzijnde buurman guérisseur, sjamaan, genezer, healer. En betalen in natura is eerder standaard dan uitzondering. Ik tel mijn zegeningen.

woensdag 20 mei 2015

Tafelgasten en vreemde snuiters


Normaliter nodig je mensen uit om te komen tafelen. Of dat nu eten is wat de pot schaft of een diner met meerdere gangen. Je gaat naar de markt en zorgvuldig kies je mooie producten met een fijn wijntje erbij.
In huize M&M gaat dat anders.
Sociaal gezien trek ik de kar. Iets dat ik heb moeten en willen leren, want Marc is toch meer de kluizenaar. Houdt wel van mensen, maar selectief en anders dan men sociaal gewend is. Soi.
Ik zorg voor de warme hap, meestal a midi zodat de gegeten energie benut kan worden voor het werk de rest van de dag. Die houdt hier niet op om 1800 uur, de prikklok is ons onbekend. Ook het initiatief tot luchtig entertainment van een rondje terrein, meer en moestuin komt meestal uit mijn koker.
Inmiddels, na tijdelijke de-activering van mijn account, blijkt Facebook toch zijn waarde te hebben. Relatief veel mensen zijn via dit medium ons leven binnen gewandeld om niet meer te vertrekken, al zien we hen maar eens in het jaar of minder. Al moet ik er zelf op uit of wachten we geduldig, sociale contacten hebben we nodig. Gelukkig erkenning van Lief en acceptatie, al ging het menigmaal stroef of zelfs helemaal mis, ter plekke of achteraf.
Toch blijven mensen terug komen, al gingen ze hier weg met, wederzijds, een vieze smaak in de mond, niet goed afgerond of anderszins onvervuld.

Als een van de eerste meewerkende gast was daar Mark. Woonde in Nederland op een camping die 's winters sluit. Hij besloot met zijn gitaar te gaan reizen door Frankrijk, de kost en onderdak moest komen van de handen uit de mouwen.
Ongeacht wie of wat doken we ook in dat avontuur. Zonder diepgaande screening heetten we hem welkom en zagen wie hij toen was. Communicatie verliep stroef. Er zaten wat complottheorieen van vage derden in de weg en hoe breng je de essentie over als je je zekerheid enkel van het wereldwijde web plukt zonder eerst naar binnen te kijken. We faalden alle drie. Na een nacht met angst en beven wakker te liggen, waarbij we elkaar toefluisterden dat we bang waren voor deze gast. De gast die boven sliep waar de messen in de keukenla liggen, het jachtgeweer en de luchtbuks in een hoek staan en wij enkel kussens hadden. De liefde en compassie voor en met deze gast, een doler, bracht de omslag. We sliepen rustig, boden hem een goed ontbijt, brachten hem naar het dichtstbijzijnde stadje, hielpen hem een tentje te kopen en ander gerei om zijn tocht te voet voort te zetten. Gaven hem beide een dikke knuffel en wensten hem een behouden goede reis toe.
Vreemd was het wel, Een gast zo snel de deur uitwerken als reactie op een gedeeld gevoel. Maar het hart spreekt niet voor niets, alleen hoe ga je om met wat je hoort?
Mark is vorig jaar naar Frankrijk verhuisd met zijn lief en bouwt nu ook een zelfvoorzienend leven op. Via facebook onderhouden we contact. Over 'toen' hebben we geen woord hoeven reppen. Het was toen goed zoals het was. Er zijn geen verwijten gemaakt, onze onkunde, ons ongemak, zijn onmacht en 1 tegen 2. Het is fijn en leuk dat we elkaar weer tegen komen, we gaan hem en zijn vrouw zeker nog eens zien.

Eergisteren belde, bijna als vanouds, de Kluizenaar terwijl ik stond te koken. Groene curry met cocos, cashewnoten en enkele 'side-dishes' zal een Fransman vreemd zijn, maar de beste man komt echt voor mijn kookkunsten en enig sociaal contact. Zelden zetten wij hem aan een klusje, al dringt hij altijd aan in ruil voor mijn maaltijden.
Het blijft een wat vreemde man, vinden wij. We kunnen maar geen hoogte krijgen van de immer graatmagere persoon met baardje en deze lente langer haar, tot in zijn nek. Veel humor is hem niet gegeven, zeer complimenteus is hij wel.
Nog steeds weten we beiden niet waarom hij contact blijft zoeken. Er zal wel 'iets' zijn, met ons, de plek of die maaltijden. Voor alsnog tasten we in het duister. Na de maaltijd stel ik weer onwennig voor een wandeling naar het meer te maken. Even de ezels gedag zeggen en de bloemenpracht onderweg bewonderen.
Afgelopen half jaar hebben we Dominique aan zijn lot overgelaten, niet gereageerd op zijn emails, ook niet op de koffie geweest in zijn gehuurde huisje in de relatieve buurt. De afstanden zijn hier groot, dus in de buurt is tussen de 30 en 70 km rijden. Niet alleen om het feit dat de Kluizenaar niet echt een kluizenaar is, meer om het feit dat M&M genoeg hadden aan zichzelf en elkaar.
En toch stond hij op de stoep. Later knabbelend van zoete kroepoek, milde curry, komkommer en rabarbermoes. Het weerzien was warm, een wandeling naar het lege stuwmeer een rustig uitbuiken en de vrijheid hem naar huis te wijzen, er is werk te doen. Nooit makkelijk om gasten de deur te wijzen, maar vrienden kunnen het hebben. De volgende keer beloven we hem een klusje.

Na de week ervoor met een weekend in gezelschap van de Vlamingen en het begin van die week vrienden over de vloer voor een gedeelde broodbakdag, had Marc zijn sociale 'tax' wel gehad, in alle opzichten. (Een zonnesteek als gevolg van het maar doorgaan en gaan, korte nachten en veel emotie's, dat over-sociale gedoe is echt niet zijn 'ding'.)

Gisteren stond ik de allerlaatste hamlapjes van Jambon & Lardon te bakken. Wat aardappeltjes in de pan, pot gewekte boontjes. Simpel maaltje, comme l'habitude. Marc werkt aan een 3D project, muziek staat zachtjes aan, pais & vree noemen ze dat. Het is 9 graden koud en het regent.
De deurklopper wordt gebruikt. Dat is meestal fracteur Philippe, als het koud en regenachtig is, anders staat de deur open. Castel geeft ook geen kik, dus bekend volk?
Jack, van Jack & Alex, brengt ons onverwacht een bezoek.
Ergens is het schrikken, want ze vertrokken niet op een fijne manier herfst 2013. Workawayers of HelpX-ers over de vloer hebben is ons wel en niet goed bevallen. Na anderhalf jaar en vaak herinneringen aanhalen, zijn ons een paar mensen goed in herinnering gebleven. Vieze nasmaak of niet, ik sta te trillen op mijn keukengrondvesten nu hij met zijn helm plompverloren in de woonkeuken staat. Door de tocht op de motor in de regen is hij doorweekt. We hebben geen telefoonnummer of emailadres uitgewisseld, dus kon hij ons niet eerst vragen of hij welkom zou zijn.
Het jonge stel, hij een ex marinier uit Amerika, zij een piepjonge Britse, reisden rond op de motor van workaway-adres naar workaway-adres. Het vrijblijvende is ideaal, er wordt niet gewerkt op contract, pure ruilhandel van diensten op eigen verantwoordelijkheid.
Het ging ruim 2 weken uitmuntend. Veel gelachen, erg hard gewerkt, goed koppel, 4 extra gouden handen, ook een eenheid zoals wij.
Maar.... Het ging mis. Ze zonderden zich af, zopen werkelijk alle flessen op die ook maar ergens in huis te vinden waren. Zelfs de fles duur gekochte alcohol waarmee je likeurtjes maakt voor de notenwijn die diezelfde herfst gemaakt zou worden. Als 'troost' lieten ze er 1 slokje in zitten. Iedere dag werd er langer uitgeslapen, was het stel niet vooruit te branden en werd het fluisteren en smoezen in gezelschap voor hen normaal. Ze bleken zonder drank opeens heel anders, een kaartenhuis dat instortte met een voor ons onbekende reden.
Na het tafelen vind ik tijdens het opruimen die haast lege fles alcohol in de kast en zet de fles op de buitentafel met de vraag of dit nou echt nodig is. Op deze achterbakse wijze. Marc zal confrontaties nooit graag aangaan, maar woest smijt hij de fles naar beneden, in gruzelementen op het lager gelegen terras van natuursteen. De twee deinzen achteruit op de verweerde plastic stoelen, het werd stil aan tafel. Ze trekken zich terug in de gastenkamer.
Ik tracht 's avonds nog een gesprek met ze te hebben. Een zakflesje met drank op bed, de geur van hash hangt dwingend tegen het lage plafond, ze eten de laatste zak chips die we in huis hebben, gekocht als bijgerecht bij de pasta.
M&M weten er geen raad mee.
De dag erop is Marc onder het bamboebos in de weer. Ik werk boven in de moestuin als ik Jack hoor zeggen dat ze alles hebben opgeruimd en vertrekken. Ik groet hen vanaf een afstand met een opmerking die er niet om liegt, wens hen een behouden veilige reis op de motor toe en dat was dat. Ruim anderhalf jaar geleden, nooit meer wat gehoord.

En opeens staat hij daar weer,  nat, moe en verreisd met een plastic zakje met een doosje knabbels en een fles rose. 'My sweet revenge' lach ik hem later toe. Na het delen van de eenvoudige maaltijd is de rose grotendeels in mijn maag beland, ongegeneerd. Er kan over die periode gesproken worden. Hij haalt mijn laatste opmerking aan van toen. Mijn woorden hebben op zijn ziel gebrand, wat hem deed besluiten terug te komen, kleur te bekennen. Jack brandt dan ook los over hun strijd en moeilijkheden van afgelopen anderhalf jaar. Wij vertellen ons traject. We zijn anders, gegroeid en toch is het direct weer vertrouwd. Ook de stiltes voelen goed aan. Zijn vriendin werkt in Engeland, even beiden hun eigen weg en toch samen, verbonden via telefoon en internet.
Toch maar op facebook, dacht hij vorig jaar en zo belandde ik gister op hun vriendenlijst. Er is genoeg gedeeld, mooi & lelijk, leuk en tergend lastig.
En zo blijft Jack wat dagen bij ons, slaapt in hetzelfde bed op dezelfde kamer, werkt zich weer een slag in de rondte en hoor ik de mannen kletsen en lachen terwijl ze werken aan de bandenmuur en trappen in de moestuin.

Ik kan me gelukkig verplaatsen in hoe het is bij vreemden aan te schuiven of tafelgast te zijn, als vreemdeling, in een ander land met andere gebruiken. Vreemde snuiters dacht ik te kennen. Ik voelde me er zelf ook een, in Nederland vooral. Want ik kwam maar niet mee in die cultuur, in die maatschappij. En als vreemdeling in Frankrijk blijkt dat je best excentriek mag blijven en toch geaccepteerd kunt worden. Ook zonder al te veel moeite te doen.
Want wie gaat er nu met een halve kluizenaar halverwege een lang vergeten bospad in een half verruineerd cottage wonen om daar met niets iets te laten groeien en dit zonder vast omlijnd plan?
Zou ik nog eens aan durven kloppen van wie ik mij ooit op onprettige manier afwendde?
Deze vreemde snuiter weet bijna zeker van wel.

Ik houd wel van rare mensen. Ze zijn zo vreemd dat ze heel normaal aanvoelen. Menselijk bijna. Met als bevestigend compliment van mijn coach die liefdevol verklaarde 'van mijn drama te houden'.
Ach, altijd wat, met die onverwachte tafelgasten en vreemde snuiters.

donderdag 7 mei 2015

Een donderdag


Het was lang geleden dat ik de hele donderdag 'boven' bleef om markt -als in boodschappen en socialiseren- te combineren met het schoonmaken bij de familie Ravelac. 'A midi' moet ik wel eten en dat deed ik ruim een jaar iedere donderdag bij Nadine en JP aan de grote eettafel in de ruime salon met hoog plafond en grote ramen op het noorden. Dit keer keek ik ernaar uit, een gemis om niet als huisvriend aan te schuiven bij monsieur le docteur terwijl hun femme de menage haar werk afrond en nederig gedag zegt met 'a lundi monsieur le docteur' met het voor haar zo pieperige stemmetje. Een jaar voor haar pensioen heeft ze me haar werkadressen al min of meer beloofd. Schoonmaken bij de Fransen thuis vind ik een baan met voorrechten, heel bijzonder.
Het combineren van de boodschappen en het schoonmaken op 1 ochtend was niet te doen. Het werk afraffelen bij de Ravelacjes voelde niet goed, mijn loyaliteit speelde op en ik besloot het voortaan op vrijdagmiddag te plannen. Dan maar 2 keer per week die rit naar boven, de gorges uit, over het plateau met zijn glooiende velden omzoomd door droog gestapelde stenen muurtjes, houtwallen met essen en hier en daar een statige eik. In de verte uitzicht op het Cantal gebergte met het bekende silhouet..
Ook elke week als vanzelfsprekend aanschuiven voor de luxe van garnalen en vis bleek, tijdens de zomerse drukte van 2 grote families samen, een beetje te veel van het goede. Franse families zijn prive, ook voor goede vrienden, ik weet wanneer ik teveel ben. 
Vorige week viel 1 mei op een vrijdag, dag van de arbeid, een feestdag. Dus liet ik, met nog een zieke kop, die werkdag aan me voorbij gaan. Deze vrijdag is het weer een feestdag, bevrijdingsdag, de week ervoor was ik nog op vakantie. Om ze nu een 3 weken te laten zitten met het huishouden vind ik te ver gaan, dus dan maar alles op 1 dag, zo ik mezelf gerust uit durfde te nodigen voor een maaltijd met kwaliteit, een roker, een glaasje, een koffie, een lesje conversatie Frans en het nieuws op France2. 
Het ons-kent-ons gevoel is wederzijds, alles kan gezegd worden. Ik ken inmiddels de 2 families, met JP als spil, aardig goed. De familie-tragedies, met recht een prachtig scenario voor een topper van een Franse film! Het blijft een bijzondere gewaarwording; huisvriend zijn. Gegeven het feit dat er toch een flink cultuurverschil bestaat. (Wat juist bevestigt dat we allemaal gewoon mens zijn, universeel.) 
een 2e plaats voor een verzameling hoofddeksels
 Een pesthekel heb ik aan de zomergasten die ieder jaar vroeger hun opwachting maken. Geen parkeerplek op sjouwafstand tussen markt en auto. Meters maken, op en af de straatjes, iedereen, gemiddeld 65+, het ergerlijke gesjouw en het lange wachten bij de groentekraam. Je ziet van verre of het een zomergast of toerist is. De sjieke kleding, de hakjes van de madammen, het merk zonnebril, kuithoge sokken in sandalen en het ergste: de short. Waarom geen pet of hoed met een gewone broek? Niemand die behoefte heeft aan het zien van witte en knokige knieen die ook al langer dan 60 jaar dienst doen.
In de rij bij de groente zie ik in een flits Monique aan komen lopen. Een zomergaste voor wie ik een bomenklus deed. Haar man een gepensioneerd gerespecteerd journalist die veel voor Le Monde en Le Figaro schreef. Ze gaven me een flink voorschot voor het terug snoeien van hun 3 lindebomen. Een klus die ik nooit heb kunnen doen. Ik stuurde hem vorig jaar het voorschot terug met een kaartje erbij met tekst en uitleg. Ik schaamde me kapot. Maar wat niet kan, zal ook niet gebeuren. Mijn les geleerd me aan mijn bekende grenzen te houden, ik leef tenslotte maar 1 keer. Nooit geen reactie en ik werd gelijk genegeerd op de markt. Op onvrede volgt het eenvoudige vermijden, daar blijken de Fransen meesters in. 
Een jaar deed ik erover me er van te verzekeren dat ik vanuit het hart heb gehandeld met het terug betalen van het voorschot, tekst en uitleg en excuses als afsluiter. Ze nu weer een jaar te moeten ontwijken zou niet kloppen, maar de aandrang is groot. Ik laat Monique aansluiten in de rij en sta me te bedenken of ik met een schone lei begin. Excuses gedaan, recht gehandeld, en hoe nu verder? Ik hoor Pierre zijn stem, zo zacht en monter maar doorspekt van een wijsheid. Ik voel dat ze weten dat ik voor hen sta, dat hoogblonde haar zegt ook alles tegenover haar popachtige gitzwarte haardos. Ze laten het aan mij, wat me grip geeft over mijn leven hier in den vreemde.
Ik draai me om en lach, begroet hen als oude kennissen. Het wordt evenzo beantwoord met 3 kussen en een praatje over drie bekende musea in Amsterdam waar ze 1, 2 en 3 mei geweest zijn. Een bevestiging dat handelen vanuit mijn hart de enige manier is in het reine te blijven, en niet alleen met mezelf.
het kleine marktplein, 's winters erg leeg
's zomers is het over koppen lopen
De dame met haar groentekiemen voor ieders moestuin heeft het druk. Men staat in de rij voor kruiden, jonge koolplanten en sprietjes prei. Ook de aardbeienkraam gaat wel los vandaag. De kruidenmadame heeft tijd voor een hapje tussendoor terwijl de mensen langs de kramen schuiven. Kruiden en alternatieve spulletjes doen het hier nooit zo goed. Nicolas heeft weer jonge zachte geitenkaas, een delicatesse van een zelfvoorzienende kleine boer die erg goed samengaat met die aardbeien in mijn schaaltje aan de eettafel. 
Het tafelgesprek wordt als vanouds aangevangen, geleid en afgerond door Nadine. Ze is een spraakwaterval, gevalletje ADHD waar niemand zich aan stoort, het is Nadine. JP kijkt als een magistraat de tafel rond. Bijna blind weet hij feilloos je ogen te vinden en maakt contact alsof zijn kijkers nog 100% zijn. Hij kan me voelend weg zien dromen. Nadine's rappe Frans gaat aan me voorbij, zeker als haar moeder murmelend mee gaat klagen over het parkeergedrag van de buurman. Le Grand Rue is namelijk zo breed als een flinke camper die net zijn spiegels niet kapot rijdt aan de puien van de paar winkeltjes. Daar moet de buurman dan zijn auto parkeren tegen de ramen van het statige grote huis van de oud burgervader en dokter, gelegen tegenover le Marie.
De niksnut van een volwassen zoon van het geliefde maar markante stel, zij 55, hij 81, zit zijn radijsjes te schillen. Zo miezemeut de computer-nerd zonder levensdoel ook met sinaasappels en mandarijnen. De jongen wordt gedoogd, wil niks aan zijn problemen doen, wil niet werken, leeft op zijn kamer, voornamelijk 's nachts. Met moeite toont hij decorum Nadine te helpen met de tafel dekken en de maaltijden bereiden. Uit plichtsgevoel chauffeurt hij JP en laat zich beneden roepen door een grote schelp waaruit Nadine een toeterachtig geluid weet voort te brengen op de eerste trede van de enorme houten trappen die de 5 verdiepingen verbindt. Het souvenir ligt er altijd klaar voor op het tafelkastje, naast de hoeden en petten.. 
Het weerzien met Nadine's broer was ook warm afgelopen maandag. Met een zere knie even wezen buurten. Kop koffie, praatje met broer en zus, of ik zijn pelouse wil onderhouden dit seizoen? Betaling zal ruilhandel zijn, ik vind het best.
Haar broer zit weer op de bus in Parijs, Nadine neemt de planning over voor het onderhoud rond de oude molen en duwt me de sleutel in de hand van het huis. Op het sleutelbord mag ik de schuursleutel zoeken, om die kleine grasmaaier eruit te kunnen halen. Ach, vrienden, Franse vrienden, een andere heerlijkheid van wonen op het platteland.

de woonkeuken van familie Ravelac
Ik ben vroeg bij Ravelac. Het IJskonijn is werken in het bejaardentehuis. Ik begroet mevrouw door na 2 kussen op de zachte wangen naast haar op de canape te zakken. Leg als een aide soyante mijn hand op haar knie en vraag hoe het gaat na zo'n lange tijd haar niet gezien te hebben. Treurig wijst ze naar haar gezwachtelde benen. "Dat vocht hè, zo pijnlijk." brengt ze zuchtend uit. En het is nog zo koud buiten. "Uw man?" vraag ik uit beleefdheid. Ze gaat nog somberder kijken. "Die zegt niets meer, slijt zijn dagen in stilte. Het is zo ongezellig zo. Wat we altijd samen deden, elkaar helpen zo alle dag, dat kunnen we niet meer."
Ik boen de keukenvloer nadat ik de oude hond naar buiten begeleid. Hij kan amper meer lopen, zoals zijn baasjes, en heeft de pest aan de stofzuiger. Tijdens het altijd meditatieve strijken kijk ik naar de medicijn-tafel die speciaal voor de oude boer is neergezet. Verbanden, luiers, ontsmettingsmiddeltjes, dozen en dozen vol pillen en meer van dat soort zaken die hier blijkbaar bij de oude dag horen.
Meneer Ravelac laat zich niet zien die middag. Zijn siësta blijkbaar steeds verlengend, zijn late herfst laat hij in stilte voorbij glijden. Volgende week hoop ik nog eens samen naar zijn koeien te gaan kijken, de kalfjes te bewonderen terwijl de hond zwaar kwispelend -het kost hem moeite met de logge staart- mee hobbelt. Met de baas en dat mens met die auto, waar ie altijd een plas tegen 1 van de wielen moet doen.

Zo'n donderdag. Bijna sentiment. Zo hetzelfde, maar elke keer beleef ik ze anders. Ik heb ze gemist, die hele dagen weg met tussen de middag aan kunnen schuiven. Vorige week bestelde ik tegen half 11 in de ochtend een whiskey naast mijn koffie. Om dat snot in mijn hoofd wakker te schudden. Dominique schenkt altijd nogal ruim, wat ik natuurlijk nooit erg vind. Ik maakte geen praatjes en wipte alleen even binnen bij Nadine om restjes groenten te halen die ze voor onze varkens bewaren. Dat belooft een mooie gedroogde worst en wat andere lekkernijen.
Deze week ben ik te druk. Zesendertig eieren voor de ruim 20 cakes van volgende week. Groenten voor op meer dan 1 vierkante meter pizza. Verse gist bestellen bij de bakker. Ze rekent voor een pond 2€10, waarschijnlijk alleen omdat ik nog 4 broden koop en vooruit betaal. Komend weekend vrienden over de vloer, dus wat extra's voor 2 maaltijden a 4 personen en dan de praatjes met iedereen die me wil kennen. Vaak genoeg hebben we, als locals, niet altijd zin om iedereen te spreken. De meest geliefde kennissen gaan voor, vrienden trek je de kroeg in, thuis ga je eten en de rest zoekt het zelf maar uit... Als er een roddel te halen valt, dan promoveer je direct tot geliefde kennis.

U begrijpt; ik ben weer helemaal bij met het reilen en zeilen van de inwoners van het canton.

maandag 4 mei 2015

De moesson


de twee wachters

Zen klimt omhoog om met kip kennis te maken
De modder op het terrein valt dit jaar mee. Dit door de goot die we geplaatst hebben halverwege de oprit. Tijdens de moesson wordt de opwaartse druk van het bronnetje ook hoger en de overloop kan het niet aan. Voorheen spuugde de opening boven de 1e stenen bak op de oprit het water over de rand, een stroompje op de oprit dat een modderpoel veroorzaakte. 
Nat of niet; Zen is waar leven is. Als het zo heel de dag wat doorzeikt buiten laten we de boel open om door te waaien, met als gevolg ook binnen die luchtvochtigheid, maar dan is het 's avonds gezellig een vuur in de schouw. Hij doet zijn ding. Klimt bomen of de rotsmuur van het huis. Verkent zijn nieuwe wereld op zijn eigen tempo. Kip keek aandachtig toe hoe dit kleine katje zich een verticale weg omhoog baant. Een keer uithalen naar de kleine pluis was de enige les die Zen nodig had om op kitten-wijze diezelfde muur weer af te dalen. Ook zijn eerste confrontatie met een uit de kluiten gewassen hazelworm is achter de rug. 
ze ontstaan hier vanzelf; die typische plaatjes

 Er is een prima pijl op te trekken; Het lenteweer. 
Veel regen, als de zon door de wolken weet te breken voelt het tropisch aan. De luchtvochtigheid is enorm hoog, dat maakt benauwd. Al het jonge blad kan veel, heel veel water bevatten, de plakken mos hangen zwaar aan muurtjes en rotsen, de takken van de mooie esdoorn hangen zwaar door om het blad te torsen. Daglicht komt zwaar gefilterd de gorges binnen. De zon heeft weinig kracht als hij nog niet zo hoog geklommen is om de diepte te raken. Het maakt de kleuren extreem, ik zie het letterlijk terug op de foto's.
Door die paar zonnestralen tussendoor ontstaat er veel warmte die niet meegenomen kan worden door de wind, zelfs die bereikt het meer nauwelijks. Hierdoor ontstaan de nevelen die soms op het water rusten, als een dun rookgordijn zie ik ze ontstaan als ik er even de tijd voor neem om naar beneden te wandelen.
Het is er moeilijk weggaan. Als de turbines op halve kracht draaien stroomt het water rustig, zonder golfjes te maken. Het klotst wat tegen een van de dode bomen die de stromen al ruim 75 jaar trotseren. De mist zweeft als een stille deken boven het water. De oevers missen de biodiversiteit, die start waar het maximale niveau van het stuwmeer bepaald is door de hoogte van de dam een ruime 38 kilometer verderop. Het is tijdens de moesson vaak een somber oord om te zijn. Stil wordt je er wel van. 
Als ik in het water kijk of de diepte van de nevelen probeer te grijpen, vervalt elk denken en doen. Af en toe deze leegte ervaren is bijna een basisbehoefte geworden. 
vanaf het huis gezien

halverwege het pad naar het meer

aan het meer een andere wereld 
voor ons zijn ze een ruilmiddel
Creche voor Escargots, op een dieet van kruiden
De moesson hier in de kloof, aan de voet van het Centraal Massief, kent zo zijn eigen micro-klimaat. De uitbundige overdaad, die biodiversiteit, blijft verwonderen. De temperatuur is haast zwoel, de geur nog licht, volgende week de bloeiende acacia's erbij, bedwelmend en benauwd. Door al dat water lijken de bestuivende insekten ook een invasie te plegen op alles dat eetbaar is. Het gonst namelijk overal, ook van de vliegjes, diverse soorten. Met de dampende paden en de nevelen die lijken te plakken maar toch bewegen, blijft het lijken op de tropen.
Het slakken rapen is toegevoegd aan de dagelijkse routine. Weer of geen weer, het rondje rond het huis en in de moestuin is een must. Doe ik dit niet, dan zie ik mijn net ontkiemde broccoli nooit meer. Die grote slijmerige slok-op's, met en zonder huis, kunnen in 1 nacht erg veel vreten. De pluksla was al laat en alleen de minst favoriete slasoorten staan er nog fier bij door al die nattigheid, de rest is op en dit ondanks de slakkenkorrels.
Het is nu verboden escargots te rapen, hun paartijd is begonnen. Maar eerlijk gezegd; het zijn zij die te eten hebben of ik. Ze hebben plek zat, elders niet tussen mijn kruiden en groenten. Alle soorten en maten rapen we, meestal op de gemaaide stukjes, maar helaas moet ik de baby-naaktslakken van de kleine aardappelplantjes plukken. We sorteren ze naast de slakken-creche. Een torentje gebouwd van een autoband, wasmachinetrommel en teiltje dat een steen moet hebben, escargots drukken met gemak het teiltje van de trommel. We voeden ze met verse kruiden en ander jong fris groen. Net als de ezels houden ze niet van munt, ik ontzie ze tijdens hun laatste levensweken. De grote, vanaf 3 cm, gaan de trommel in. De rest in een emmertje naast het brood en de groenteresten voor de varkens. Die zijn verzot op slakken.
We verzamelen er ruim 350. De dakdekker krijgt ze als betaling voor spijkers en zwart papier dat we uit zijn voorraad mogen halen wanneer we willen. Een memo extra op zijn prikker, administratie is niet zijn sterkste kant. Voor de laatste 100 moeten we op pad. Het openbare bospad ter hoogte van het asfalt. Veelal laag gelegen met in beide bermen een keur aan lekker spul om naar binnen te slurpen. Ontwijken gaat niet als je er je auto overheen stuurt. Dit voorrecht krijgen slangen, vuursalamanders en padden wel. De laatste soort signaleren we tijdens de nattigheid ook weer op het terras. De pad woont hier al langer als ik, 'k zou hem eens een naam moeten geven. Zijn partner huist onder de douche-ton, ook lekker nat en koel met een bellevue.




het ontluiken gaat door
 De moesson, mag duren tot een eindje in mei. Daarna is de grond zwaar verzadigd en moet de zon het over gaan nemen.
Voor ons een vast gegeven dat de voegen in huis donker kleuren door gebrek aan drainage. Dat we 's avonds een vuur stoken in de hoop dat de gaatjes op de strooibussen van het zout weer open gaan. Van droge handdoeken in de badkamer beneden is geen sprake en ook de was neemt 4 dagen om te drogen. Natte sokken en natuurlijk doorweekte werkschoenen, alles went.