donderdag 7 juli 2011

Sophrology


Eén tot twee keer per week rij ik naar het Centre Bien Etre voor een 90 minuten yoga wat me nu makkelijk af gaat. Ik ken de woorden en bewegingen en ben inmiddels gewend aan de stem van Daniël die yoga rationeel benadert en het dus heel aards brengt. Ik ken de vaste groep dames en zij mij. Er wordt steeds vriendelijker gedaan en ik word meer betrokken bij het geheel. Ik durf me ook wat meer te laten zien, neem het initiatief om de schuifpui open te zetten als het benauwd is binnen of maak een priet-praatje voor en na de ontspannende inspanning. Ik ga zelfs naar binnen als ik te laat kom, wat ik vroeger nooit gedaan zou hebben. Het wordt makkelijk en Nadine heeft dit haarfijn aangevoeld en pusht me om een stapje verder te gaan, ze raadt me 'Sophrology' aan. Het woord alleen al, veel te technisch, spiritueel en ik kan me in het nederlands bij deze term al niets voorstellen.
Ze mailt me sites in het frans waar het uitgelegd wordt, maar na het vertalen via google blijft er niets zinnigs van over.
Ach, baat het niet dan schaadt het niet, dus trok ik gister weer eens de stoute schoenen aan en rij naar het centrum. Volgens hun program op internet begint het om half 5, maar die informatie -die er net een dikke week opstaat- klopt niet, het start pas om half 6. Pfff, dan maar eerst boodschappen doen en de dakdekker gaan betalen. Ruim voor aanvang stap ik weer binnen en neem plaats in het zitje voor de receptie met zicht op de entree en het trappenhuis. Nu kom ik zeker niet te laat, want ik zie de mensen dan naar boven lopen. Alleen het meisje achter de receptie doet vermoeden dat het centrum toch echt geopend is, het zwembad achter me is leeg, het is doodstil en hoor het tikken van de klok die achter de balie hangt en er komt niemand binnen of de trap af. Acht minuutjes voor half 6 fluistert ze me toe dat ze denkt dat ze al begonnen zijn. Typisch frans platteland, dat loopt dan zo rommelig allemaal en met de extra handicap dat ik te laat kom in een nieuwe groep met een nieuwe activiteit, ga ik toch de trap maar op naar de grote zaal.
Enigszins gegeneerd stap ik binnen en leg mijn matje tussen de 4 andere dames. Daniël kijkt verbaasd en vraagt of ik dit wel kan volgen, maar eens moet de eerste keer zijn en ik zeg dat ik het ga proberen. Ik praat nooit zoveel, dus er zijn maar weinig mensen die in kunnen schatten wat ik nu eigenlijk al begrijp van het frans en wat niet. De goede luisteraar zal het aan mijn reacties zien en horen, maar soms heb ik mijn dag niet.
Sofrologie -in het nederlands hetzelfde woord met alleen een andere spelling- kan het volgende met de mens doen;
* meer zelfvertrouwen krijgen, autonomie stimuleren.
* gevoel van welbehagen, van innerlijke rust en evenwicht.
* leren omgaan met stress in het algemeen, opgejaagd gevoel.
* angst, faalangst en paniekaanvallen.
* fobieën: bijv. voor de tandarts, de lift, vliegtuigen en straatvrees.
* voor ieder die last heeft van somberheid, neerslachtigheid (bij zware depressiviteit altijd eerst contact opnemen met eigen huisarts!).
* verhelpen van concentratieproblemen en geheugenverlies.
* slaapproblemen.
* beheren van eigen energie.
* gewichtsproblemen.
* creativiteit bevorderen
(http://www.eurekacoaching.nl/methodes/sofrologie.html)
Daniël benadert de sofrologie vanuit pure visualisatie, hij doet een beroep op onze concentraie. Ondanks dat ik dus een uur op mijn rug lig met gesloten ogen, is het heel zwaar en inspannend. Zeker omdat het 'nieuw jargon' is, een dame naast me luidruchtig ligt te snurken en er een techneut bezig is met bedrading, maar ook met een boormachine. De dame in kwestie krijgt een luchtige reprimande na afloop en ze verontschuldigt zich vandaag nog bij mij persoonlijk, als we elkaar op de markt tegen het lijf lopen.
Het is een uur lang me bewust proberen te maken van links in mij en rechts, van zomer- en winterlandschappen, van harmonieuze klassieke muziek en moderne jazz, van bitterzoet tegenover citroenzuur. Verplaatsing van de twee contrasten naar boven en onder -in mij-, van links naar rechts, diagonaal en weer terug.
Pittig, en na afloop kan ik de leraar zeggen dat het heel goed is gegaan en ik de kracht ervan al begrijp. Ik heb een heuse conversatie met drie dames na afloop en voel me relaxed en ok. Dat is even wennen, maar ik ben helemaal overtuigd van de techniek en opgetogen rij ik naar huis.
Vannacht droom ik, van een essentieel stukje in mij dat ik graag uit wil werken om toe te komen aan een betere innerlijke balans, minder 'peunuveu' zijn, voor het hebben van meer zelfvertrouwen en die energie-huishouding in mij die best wat evenwichtiger mag. Ik word bijna wakker en prent me in de droom niet te vergeten, wat nog lukt ook.
Deze donderdag blijft het uurtje sofrologie nawerken in samenwerking met die duidelijke droom waar het er zo dik bovenop ligt dat ik wat aan mezelf heb gewerkt gisteren, dat ik besluit zovaak ik kan naar sofrologie te gaan. Ze mogen dan met heel veel dingen hier erg achter lopen, het is allemaal een beetje ouderwets in deze streek, maar dat er zoiets geboden wordt lijkt haast speciaal voor mij te zijn gedaan.
Weer een stapje verder, daar wordt dit mens echt blij van!

dinsdag 5 juli 2011

Zomerdag

Sudderhaan
Wespenjam
Gegrilde brokjessoep
Dropveterzweet
IJsbenen
Pampuspompoen
Vliegopsprong
M&M-trap
Zo kan ik doorgaan, eindeloos, de woorden die zich hier vormen tijdens zomaar een zomerdag.
Ik ga, zolang het nog niet heet te noemen is buiten, gewapend met een handzaagje het bamboebos in om één van de dikste stengels eruit te zagen. Voor potjes, of bakjes, of een windorgeltje, of vaasjes of lepeltjes, ik zie wel. Het is pittig werken in het bamboebosje, sprieten vliegen om je oren en die zijn scherp en veroorzaken lelijke striemen alsof ik met een zweepje geslagen ben. Ook de paar vliegen doen me schrikken, want er zitten ook dazen en wespen tussenen als er zo'n insectje op mijn huid landt, zou ik het liefst alles loslaten wat ik juist even goed vast moet blijven houden, oefening in discipline.(Vliegopsprong) Eerst geduldig in stukjes zagen, met de hand gezeten op een eikenstam die ligt te drogen in de schaduw op de oprit. Poezen komen kijken, Castel slooft zich uit. Vrede, maar wel een warme vrede.
Na het ochtendrondje in de moestuin en het klantenservice-rondje in Secondlife bel ik lang m'n moeder, wat me de motivatie geeft om toch eind deze maand een heel kort weekje naar Nederland te willen. Gewoon om even een weekje bij hen te zijn en een lift terug naar huis zit wel goed, er komen waarschijnlijk rond die tijd 2 familieleden deze kant uit, das boffen!
Marc maakt het plantvak af op het achterterras en ik neem mijn kans schoon vast wat kruiden uit de moestuin te splitsen en uit te poten in waar er al genoeg grond ligt. De eerder daar uitgepootte pompoen laat zijn blad al hangen tot flubberige groene vormloze dingen. Dit doen alle pompoenplanten 's middags, dus veel zorgen maak ik me daar niet over.(Pampuspompoen) Ik sproei het terras schoon en maak een wespenvalletje van een jampotje wat nog een restje jam bevatte en al reeds 4 verdronken wespen, ach, wat een dood!(Wespenjam) Maar tijdens de macaroni rond midi vertrekken we toch naar binnen, want ze zijn verdubbeld in aantal en ze worden te irritant. Het nest, wat toch echt in de buurt moet zitten, kunnen we maar niet vinden. De katten moeten overdag naar buiten, dus zorgen we voor brokjes en vers water, wat na 10 minuten niet meer vers is, maar de katten vinden het goed te doen. De brokjes-in-water voor haast tandenloze Shadow zuigen zich vol en na een paar zonnestralen krijgen ze toch weer hun krokante korstje terug.(Gegrilde brokjessoep)
Shadow vindt de soep heerlijk en de kippen ook, dus op de muur staat nu een brede plank rechtop om hen te verhinderen zijn eten te pikken. Haan² en de kippen zijn er ook loom van, vooral Haan² staat of loopt niet, maar gaat overal zomaar een beetje zitten, of liggen en ziet er gesudderd uit.(Sudderhaan)
Na de maaltijd besluit m'n lief aan de het trap-project verder te gaan. Voor hij de paal gaat bevestigen en een blik gaat werpen op de treden, moet eerst de elektra in orde in de hoek. Nog een wirwar van diverse gekleurde draden die voor ons beide nog steeds dropveters heten. Daar moet orde in, want een fransman die in 1973 in zijn vakantiehuisje elektra aansluit, helemaal zelf, dat vraagt in 2011 om moeilijkheden bij deze 2 kaaskoppen. Er is overal aarde aangesloten, maar geen aardedraad te vinden. Trek die maar eens door via de 80 cm dikke muren in het donker, want de hoofdschakelaar staat natuurlijk uit. Ik wil wel naar yoga om 5 uur, maar gezien assistentie gewenst is, blijf ik in de buurt om zijn gesteun en gezucht te begeleiden met het aangeven van gereedschap, het zoeken naar kroonsteentjes formaat reus en het aanreiken van een flesje frisse orangina dat hij gehoorzaam leegdrinkt, staande op een verweerde plastic tuinstoel.(Dropveterzweet) M'n mams vertelt me dat het trapgat (zie foto een paar logjes hieronder) groot genoeg is voor dwergen. Dat dachten wijook, zeker gezien m'n lief pas een 3D tekening maakt van dit project nadat het gat al gehakt is. En ja, de paal is gekronkeld, maar lijken de treden of ons niet in de weg te zitten als we de 3D animatie samen bestuderen... Een echte M&M-trap dus.
Ik besluit niet in die hitte in de auto te kruipen maar met badpak, bal voor de hond, duikbril en handdoek naar het meer te gaan. Het ziet er lekker vol uit, in tegenstelling tot gister, dus een baan trekken zou niet gek zijn. Dus nietsvermoedend kleed ik me aan de waterkant om en geniet van de bloeiende kattestaart en wat wilde kamille en loop naar het water. Precies bij een boom die een eindje in het water staat als het peil hoog is -ik kan daar mijn crocs ophangen- stap ik in het water. Verder als enkeldiep durf ik nog niet want het water is KOUD!!!!! Verschrikkelijk en die zon maar branden terwijl Castel al bijna aan de overkant is. Marc volgt me later, ook met stille hoop dat hij in het water kan gaan staan genieten van mijn capriolen en het spelen van Castel. Ik heb er tot en met mijn knieën al even in gestaan en laat mijn benen zien; knalrood van de kou. Ik blijf wel een kwartiertje zo staan teuten, want afkoelen doet het zeker. Maar geloof me, ik heb na deze minuten geen gevoel meer in mijn voeten, alsof ik een nieuwjaarsduik gedaan heb in de Noordzee op 1 januari.... (IJsbenen)
Vol goede moed eten we op het terrasaan de voorkant van het huis, maar de wespen zijn er als de kippen bij, terwijl die laatsten nu juist zich verdiepen in een volle bak kattenbrokjes op het achterterras; het houdt niet op vandaag!
Zomaar een zomerdag, veel kleine klusjes gedaan, ook luiig geweest en alles vergezeld van beesten en beestjes, met 2, 4, 6 en 8 poten....

maandag 4 juli 2011

Vondsten

Dit kruisje vond ik tijdens de eerste keer 'schuur opruimen' oktober 2009, onderin een bak met verroeste spijkers, muizenkeutels, klosje verteerd touw en meer van zulke vieze rommel. Maar dit is allerminst troep, dus ben ik aan het poetsen gegaan om de datum onderop zichtbaar te maken. Het is een alleraardigst stukje antiek dat nu aan onze trap hangt. Net als de ring, vinden we dit unieke vondsten en na elke vondst denken we dat dat het wel was aan verborgen schatten.

Ik ga deze morgen het kippenhok schoonmaken; plank met poep eruit, vaste planken borstel ik schoon en ik schep de bak uit om daarna vers zand erin te doen. Als ik hiermee klaar ben veeg ik de ruimte voor het deurtje schoon en de eerste meter voor de deur buiten. Vele malen is daar al geveegd, en gemaaid en nog eens geveegd. Na wat halen met het bezempje zie ik versierd ijzerwerk verschijnen en met archeologisch hartje gaat sneller tikken. Ik denk nog even dat het plastic is, maar nee hoor, iets van metaal, mooi bewerkt... Ik veeg door en ga nog net geen kwastjes halen om op mijn buik dit schatje bloot te leggen. Ik wrik de aarde eromheen los met een steentje, het is een heel klein ding, maar zo gedetailleerd. Het blijkt een tin-achtig speelgoed klapperpistooltje te zijn dat nog werkt zodra ik een klein uur lang met saté-prikkers in de keuken heb gestaan en het dingetje onder stromend water schoon peuter en poets. Het is zo'n 8 cm lang en weegt 26 gram.

zondag 3 juli 2011

Luchtsteun

Wij hebben een leuke, lieve en wat domme hond. Sommige dingen kan ze heel goed, andere absoluut niet. Eén van haar top-talenten is het uit de lucht happen van vliegen. Hier zijn wij natuurlijk zeeer content mee, dat snap je! Ook terrassen stofzuigen kan ze goed, van de broodkruimels blijft er geen één achter. En het water schoonmaken, ook daar is ze de beste in. Maar het happen naar vliegen, ach, dat is zo haar hobby rond het huis als wij haar met rust laten of het is te warm om op de kippen te passen. We horen dan zo nu en dan 'Klap!' van de kaken die denken weer een vlieg gevangen te hebben, 9 van de 10 keer is het mis, maar toch, die ene vlieg minder is ons een zegen en haar ook.
Normaal wachten we met haar erbij te roepen als we op het achterterras een boterham eten. Vanavond eens een keer niet.....

Afgelopen week is er iedere avond op het achterterras een wesp die boven onze boterhammen zijn ronde doet. Ach, zo ééntje, laat maar zoemen. Hij snoepte van de verse winter-perzikjam, verzoop er bijna in en zoemde weer verder op weg naar de vleeswaren. Gisteren waren het twee wespen, dus had wesp 1 versterking gehaald om al datlekkers weg te snoepen. In ons zijn ze niet geinteresseerd, alhoewel, wel nieuwsgierig. Dus zoemen ze voor je ogen en je neus en bijna je mond in, de luchtverplaatsing van de vleugels kan je voelen, brrr.
Vanavond verschijnen er 4 op het toneel, het moet niet gekker worden! Eén presteert het om een stukje ham van Marc's bord te pakken en ermee weg te vliegen, zo groot als hij zelf, fascinerend! Maar ik ben het wel zat, ik durf niet rustig verder te eten, dus roep ik in het frans de hoornaars te hulp die in geen velden of wegen te bekennen zijn. Als ik frans praat reageert Castel onmiddelijk, denkend dat ik het tegen haar heb. Maar zij wacht boven de keuken op het paadje altijd tot ze na de maaltijd geroepen wordt voor het stofzuigen van het terras. Dus die verzet geen poot totdat ze 'viens!' hoort.
"Frelons, aident nous stp!!" Ik hehaal deze smeekbede twee keer en geloof het of niet, er komen er gelijk twee aan, in formatie! Maar hoornaars in elkaars gezelschap mondt meestal uit in oorlog, zo onverdraagzaam als roodborstjes ook kunnen zijn. Dus de één jaagt de ander weg en de overwinnaar gaat op jacht naar een wesp, of twee. Die zijn niet gek en vluchten onder tafel waar we beide met blote benen gespannen afwachten wat er gaat gebeuren. had ik nu beter wel of niet om hoornaar-luchtsteun kunnen vragen? Eindigt één van de wespen als die sprinkhaan vorige week??
De wespen blijven in de buurt maar weten de hoornaar te vermijden. Die druipt af, geen wijn om van te snoepen en de jampot is nog dicht. We roepen Castel er maar bij, misschien dat ze naast vliegen ook wel wespen vangen wil. En warempel! Ze vangt er één. De wesp die zojuist met veel moeite een stukje zwoerd heeft afgekloven van het reepje dat we voor Shadow hebben bewaard en op het randje van Marc's bord ligt. We hebben de wesp zijn verrichtingen nauwlettend en bewonderend gevolgd, het insect vliegt op, daalt iets en.. 'klap' , dat waren Castel's kaken.
Dit is nu de natuur optima forma..... En wij eten ons bammetje met jam op, in alle rust.

Ik denk aan je!



http://klaproos.web-log.nl/klaproos/....

Actief in een virtuele wereld betekent bezig zijn met pixels. Alles is pixels, de kleine puntjes op het scherm met alle kleuren van de regenboog die gerangschikt een beeld opleveren dat steeds veranderd. Soms lijken de beelden heel echt, als op een foto of in een film, dit zijn net zo goed pixels. Ook de mensen in de vorm van avatars zijn pixels en je weet dat dat wandelende poppetje een equivalent heeft dat, ergens op deze aardbol, net als jij achter de computer zit met hetzelfde beeld op het beeldscherm. Het maakt de avatar niet menselijk, rationeel gezien, maar de wetenschap dat die mens daar achter zit wèl.

We hebben afgelopen jaren erg veel mensen leren kennen, sommige bijzonder, sommige geen knip voor de neus waard zich verschuilend achter hun pixels-zijn. Eén 'vrouwtjes-pixel-verzameling' in het bijzonder, zij is de aanleiding tot deze log. Ik noem haar fran, zonder hoofdletter, wat niet haar echte naam is. fran reageerde 4 jaar geleden op een oproepje van mij, ik schreef een boekje in Secondlife en had hulp nodig in de vorm van passende illustratie uit deze virtuele wereld en ik stuurde in een groep-chat de vraag of er iemand was die me zou kunnen helpen. Alleen zij reageerde. We leerde elkaars avatar kennen en zo anders als in het echte leven waren we in deze wereld niet, voor onszelf niet en naar anderen toe niet. Heel veel raakvlakken hadden we ook niet, maar we waren er gewoon altijd, voor elkaar. Goede tijden en slechte tijden, maar toch wekelijks en anders dagelijks spraken we elkaar, zochten elkaar op, leefden met elkaar mee en konden elkaar zelfs, pixel tegen pixel, een knuffel geven die we als mensen ook echt voelden.

Emotioneel is een virtuele wereld geen virtuele wereld, emotioneel zijn de prikkels hetzelfde en dat doen niet onze ogen die het beeld vangen op een monitor, maar de woorden en het gevoel als je met elkaar praat of stukjes uit je leven deelt.

fran ontdekte eind vorig jaar dat ze bortskanker had en moest dit aan me kwijt, de vooravond dat ze de week in zou gaan om haar vermoedens middels onderzoeken bevestigd te zien. Ze vertelde het aan mij, ze was bang en onthutst, onzeker over de toekomst. Ze was anders online die weken erna, haar vermoeden werd bevestigd en ik leefde met haar mee. Wat moeilijk is, want ze is de eerste mens, zo dicht bij mij, die zo moet vechten voor haar leven. Ik leef al 4 jaar met haar mee, ik ken haar partner in de virtuele wereld, mocht een foto zien van haar eerste kleinkind, met haar lachen en kreeg zo ontzettend veel steun van haar. Zij weet meer van mij dan wie ook, ja, meer als dat mijn lief van me weet. Dit is veilig en vertrouwd, want wie is fran in het echte leven? Waar ze woont? Geen idee. Haar leeftijd? Niet relevant.

Vrijdag moest ze geopereerd worden na de enorm zware chemokuur van de afgelopen maanden en natuurlijk stuur ik haar een bericht in Secondlife dat ik aan haar zal denken.

"Ik denk aan je", "Ik zal voor je duimen"; het is zo makkelijk gezegd, maar doen we dat dan ook? Zijn die gedachten aan de ander kort? Als een flits die we zo ook weer vergeten zijn, omdat iets in het nu ons direct weer afleidt? Tuurlijk zeg ik haar dat ik aan haar ga denken dit weekend. Ik wil haar laten weten dat ik ook echt aan haar denk, veel flitsjes en langere momenten heel de dag door, dus besluit ik elke keer als ik aan haar denk haar een berichtje te sturen.

Vrijdag tijdens het canyoningen rusten we uit op een grote mooie ronde steen, kijken naar de libellen en vlinders, zien de ijsvogeltjes voorbij scheren en hap ik in een licht besuikerd wafeltje. Ik krijg een gedachtenflits aan fran en voordat deze flits uitgeflitst is, wat ze vaker wel dan niet doen, besluit ik de flits vast te houden en me echt te verplaatsen in haar. 'Heeft ze de operatie achter de rug? Is ze al wakker? Hoe zou het gegaan zijn? Wanneer mag ze naar huis? Wat doet hetmij, op zo'n afstand in deze fantastisch mooie setting?' Maar ik merk het volgende; Er zijn geen vlinders, geen libellen, geen kreeften en geen watervalletjes, geen Marc en geen Castel, geen stenen en bomen, geen zon en wolken. Alleen een ziekenhuis zoals alle ziekenhuizen zijn, ik ruik de typische geur en zie een verpleegkundige langs lopen, onzekere bezoekers met standaard bosje bloemen, die ballonnen die ze beneden in het winkeltje kunnen kopen om achter het bed te hangen -waar de patiënt ze zelf niet eens kan zien- ik adem de bedompte geur binnen die me per definitie benauwd maakt. En ik ben even op bezoek bij fran, het pixelpoppetje, de avatar heeft geen gezicht in het ziekenhuisbed waar ze ligt met infuus. Ik heb geen gezicht nodig om bij haar op bezoek te komen.

Even de tijd nemen, je eigen realiteit uitschakelen en er niet zijn, een spirituele teleport -Beam me up Scotty!- kost niets, maar gaat niet vanzelf. Het echt aan de ander denken, er op afstand voor iemand zijn met hart en ziel is geen sinecure. Wij mensen zijn maar nauwelijks in staat dit als vanzelfsprekend te doen, nee, het kost de volle aandacht, het kost jezelf volledig vergeten en jezelf losmaken van je eigen hier en nu. Het levert je ook niets op, in het hier en nu dan, want de ander heeft jouw aanwezigheid nodig, je weet niet hoe en of de ander die aandacht opvangt, bemerkt, maar dat doet er niet toe. Je weet wel dat die ander je nodig heeft, ook in niet lijfelijke zin, in dit geval pixels.

Wat ik niet kon vermoeden gebeurt na mijn 'teleport' naar het ziekenhuis in Nederland. De rest van dit weekend weet ik dat ik steeds even bij haar langs ga. Het is makkelijk geworden echt even bij haar te zijn, in de operatiekamer, in de ruimte waar ze bijkomt van de narcose, in de kamer waar ze bezoek heeft van familie en vrienden en de misschien zware nachten van dit weekend. Het loskomen uit mezelf en niet hier en nu zijn, niet ontvankelijk voor mijn eigen leven, voor m'n lief, voor de dieren, maar even in gedachten bij een ander zijn, geeft een gevoel van verbondenheid die alle grenzen te boven gaan. Of een mens aan het andere einde van de wereld is of vlak naast me staat, maakt geen verschil. Jezelf volledig vergeten doet me goed, meer nog dan alleen goed. Het is prettig dat ik dit kan.

'Ik denk aan je!' heeft voor mij een nieuwe betekenis gekregen, dieper, echter, ik kan het alleen zeggen als ik het ook echt kan doen. Dit weekend kon ik het helemaal, overal en altijd, waar ik ook was en wat ik ook deed.

fran mag vandaag naar huis, ze treft daar tientallen korte berichtjes aan. Eén ding weet ik zeker; ik denk aan haar en dit heeft nog nooit zo echt gevoeld.



Naschrift;

Tijdens het nalezen van deze log en het verbeteren van wat foutjes, besef ik me dat ik tijdens het schrijven niet aan haar dacht zoals zojuist beschreven. IK was aan het schrijven, IK was met mezelf bezig, wat 'het aan de ander denken' MIJ doet, wat IK er voor nodig heb en welke woorden IK kies. IK hoopte dat IK de ander bewust zou kunnen maken van de vluchtige opmerking die ons zo makkelijk ontvalt en hoe je van iets vanzelfsprekends iets heel bewusts kan maken. IK schreef en dacht een half uurtje alleen maar aan mezelf

zaterdag 2 juli 2011

Soft Canyoning

Misschien ken je de plaatjes wel, van mensen in wet-suits, helm op en een klimharnas aan, die zich door een smalle kloof worstelen, door het snelstromende water, door watervallen, klimmend steil omhoog langs vervaarlijke rotspartijen en zich met een verbeten gezicht terug laten vallen in de tropische poel onder hen als ze vallen, maar met een stralende lach weer boven komen. Want ow wat is het toch gaaf om te canyoningen. Iedereen kent de Grand Canyon in Amerika, de smalle gorges in Frankrijk met het azuurblauwe water, wittige rotsen met halverwege de steile wanden de wegen die smal in de wanden zijn uitgehakt met hier en daar een kleine parking om foto's te maken. De zware ijzeren netten om vallend gesteente niet op de weg te laten eindigen, het toeterverbod en de campers en bussen vol toeristen die met 20 per uur de kronkels in de weg tot een gevaarlijke onderneming maken.
'Onze' rivier, tussen de stuwmeren door, is een mini canyon, waar al duizenden jaren het water de rotsen tot bolle keien maakt die kriskras in de kloof gegooit lijken te zijn. Moeilijk bereikbaar, zoals meestal, maar niet minder bijzonder dan welke Canyon dan ook. Daar waar aan de ene kant de rivier het meer voedt, komt er aan de andere kant van de berg nog een riviertje in het meer uit.Begin vorige eeuw is ook van dit riviertje een stuwmeer gemaakt, maar inmiddels vervangen door een lange tunnel die het overtollige water afvoert naar het meer waar we aan wonen. Als ik het heb over 'de twee bruggen' of 'bij de sluizen' is dat precies de plek waar die twee samen komen, die twee bruggen liggen over dit riviertje, één voor wandelaars, smal en hoog en de andere laag en van H-profiel stalen balken voor zwaar verkeer, ooit aangelegd om het ruine-dorp op te ruimen en het bospad door te trekken, voor de groeve erachter misschien. Waar haast wit graniet gewonnen wordt. Het waterpeil is zeer veranderlijk, soms stroomt het bulderend door deze kloof en sleurt alles mee, op die stalen brug na. Nu is het extreem laag, even het 'probleem' met alle riviertjes en (toeristische) meren op dit moment. Marc spreekt uit dat hij zo graag eens wil canyoningen in deze kloof, niet van boven naar beneden waar een busje ons terug naar de camping brengt, maar van beneden naar boven in de hoop uit te kunnen komen bij de dam methet gat erin. Dus maak ik vroeg een warme hap, pakken we een rugtasje in met wat eten en drinken, kleden ons zomers en houden rekening met natte voeten, of meer dan alleen voeten...
Castel gaat natuurlijk ook mee, als je die hond blij wil maken, moet je haar over rotsen en door water laten scharrelen. Hij op sandalen, ik op namaak crocs, made in China, net een halve maat te klein zodat ik ze door stromend water niet verlies en ermee zou kunnen zwemmen. Ik heb een hekel aan wandelen, zeker lange stukken, dan worden mijn voeten te warm en zetten op, worden pijnlijk en ik kan Marc's tempo niet bijhouden. Nu is dit andersom, als een berggeit spring ik moeiteloos van steen naar steen, klim, kronkel en klauter ik met gemak over de keien en steile gepolijste stenen rotsen. Een uitdaging voor mijn knie, leuk voor het evenwichtsorgaan en mijn lief is verbaast.
De kunst is voor ons geen natte voeten te krijgen, maar dat lukt niet altijd en we dopen dit om tot 'vals spelen'. Ik speel expres vals om mijn voeten even af te laten koelen. Castel maakt dubbele meters en maakt de te bespringen rotsen vast nat, wat ons dwingt om vals te spelen. We willen het liefst zo ver gaan dat we onderaan de dam komen om dat enorme gat aan alle kanten te bekijken. (zie foto) We kunnen absoluut niet inschatten hoever dit is, maar verstand op nul en af en toe een korte pauze om te genieten van de visjes, de vlinders en libelles of een ijsvogeltje na te kijken.Er zit hier veel rivierkreeft en forel, maar door onze drukte laten die zich niet zien. Hoe hoger we komen, des te mooier wordt het, loepzuivere ronde basins, wel heeeel grote gladde mooi ronde rotsen die in een vreemde hoek in het water liggen en gesteund lijken te worden door een klein steentje eronder, water dat daar onderdoor stroomt en in kleine watervalletjes een prive-zwembadje gevuld houdt. Niets is hier door de mens gemaakt, er ligt geen afval, alleen heel soms een oud stuk ijzer, isolatoren meegesleurd door het water na het opblazen van de dam. Na elke enorme boulder een bocht in de gorges, zou de dam achter die bocht liggen? En nee, elke keer na die grote rots geen dam met gat, maar weer een passage waar je u tegen zegt.
Castel heeft het nakijken, het klimmen wat wij kunnen met twee armen en benen, kan zij niet. Blaffend en gefrustreerd laten we haar achter ons in het volste vertrouwen dat zij haar weg echt wel vindt.
Een lang gerekte diepe poel met aan weerszijden hoge steile rotsen, onneembaar zonder natte voeten en zonder te zwemmen met aan het einde een waterval van een meter of 6, onneembaar zonder klimgerei. Marc verkiest de omweg via het bos, zich een weg zoekend door losse stenen, boomstronken, bramen en klimop die voorkomt dat je kunt zien waar je je voeten neerzet. (En een groot kadaver dat er ergens ligt te stinken, owww wat is dat toch vies!!!) Ik neem de gok en laat me via een glibberige rots in de poel zakken; koud!!!! Ik zwem naar de waterval om om het hoekje te kijken; een diep gat dat is uitgesleten door een tweëede waterval, fantastisch en ik kijk al zwemmend met het spetterende water in mijn gezicht omhoog; helaas, een onneembare natuurlijke vesting. Dus zwem ik terug en geniet. Dit is echt fantastisch; een tropisch zwemparadijs, helemaal voor ons alleen. Ook ik klauter via de zijkant omhoog en bereik de bovenkant van de watervalletjes. Als ik wist hoe diep de poel was, zou je hier naar beneden kunnen springen, maar die gok neem ik natuurlijk niet. We nemen weer even pauze en horen Castel niet meer blaffen, dus die moet een weg omhoog gevonden hebben, al snel voegt ze zich bij ons. Ze likt haar voorpoot die ze een beetje gekneust lijkt te hebben. Verder wijst er niets op enige vermoeidheid bij het dier en is ze blij ons gevonden te hebben.
We bereiken de dam niet, het is te ver, want er staat geen busje aan het einde om ons terug te brengen naar huis. Afdalen is lastiger als stijgen en we zijn moe, dus langzamer als heen vinden we onze weg terug naar de bruggen. Ik voel me geen hinde meer en spreek verontschuldigend mijn knie toe. Castel maakt geen dubbele meters meer, de hond is bekaf! Heel erg moe maar zeer voldaan bereiken we de bruggen en laten ons in de autostoelen zakken alsof het een bed van watten is. Castel moet ik achterin de auto tillen, die kan niet meer. Castel horen we niet meer de rest van de avond, die laat zelfs tijdens ons avondeten spontaan de oogleden zakken, terwijl ze normaal gesproken zeer alert is op vallende kruimels. Yoga is een opgave, mijn lijf is op. De buitendouche voelde nog niet zo goed als vanavond en we slapen zelden zo goed.
Dit was dus 'soft-canyoning', wauw. Overmorgen weer....

vrijdag 1 juli 2011

Nuttige beestjes

Terwijl we met veel plezier naar twee koppels mestkevers zitten te kijken die erg druk zijn met het opruimen van, hoe kan het anders; kattenstront en kippenmest, loopt er een sprinkhaan over het terras die in de schaduw van de tonelle geen haast lijkt te hebben. Tussen de mieren door, onverstoord. Mestkevers en mieren zijn altijd 'druk-druk-druk', daar tegenover lijken de krekels en sprinkhanen, wespen en vliegen niets anders te doen dan een beetje tjilpen, beetje vliegen en kriebelen en zoemend irriteren om van jam te snoepen. Op het terras lijkt deze sprinkhaan niets te zoeken te hebben, want niets is hier lekker groen en sappig. Terwijl onze ogen van mestballetje naar mestballetje gaan, komt er een rover aan gezoemd, die amper te volgen is met onze ogen, op de sprinkhaan landt en het beestje naar de keel vliegt, letterlijk. Sprinkhaan laat een poot los in de hoop nog weg te komen, maar hoornaars zijn erg goede jagers en er is geen ontkomen meer aan. Zodra de grote wespachtige de sprinkhaan lam heeft gebeten in een luttele seconde, vliegt hoornaar ermee weg. Wat trager als dat hij kwam als een roofvogel met een prooi bijna zo groot als hijzelf. Een fantastisch gezicht zo vlak onder ons blikveld, en we kijken hem na.....
Zo snel was ik er met de camera niet bij, dan is het filmen van die mestkevers met hun opruimzucht toch een stuk eenvoudiger.Toch ruimen vliegen ook rommel, hebben sprinkhanen wel nut en de vlinders, die niets anders lijken te doen dan mooi zijn en ronddartelen, ook... Verder zijn wij dol op hoornaars, ze zien er gevaarlijk uit, maar zijn alleen geinteresseerd in onze witte wijn. Het mooiste is dat ze wespen eten, op dezelfde manier als dat ze sprinkhanen te pakken nemen. Dus wie denkt dat hoornaars en hun nesten net zo'n bedreiging vormen als wespen; Laat ze maar lekker zitten in je tuin of schuur, want je zult weinig wespen hebben en je kunt de klok erop gelijk zetten wat de hoornaar-routes betreft. Die zijn namelijk iedere dag exact hetzelfde...