vrijdag 12 februari 2010

Het geweer



Eerst vonden we een oud bestoft foudraal waar muizen in woonden. Later her en der patronen, formaatje 9 mm, misschien 8. Het is jammer dat de vorige eigenaar het geweer dan weer wel heeft meegenomen en alle toebehoren heeft laten rotten. Zoveel hield hij niet van knaagdieren, want de hoeveelheden ratten- en muizengif waren enorm.
Veel tijd later neus ik met mijn hoofd net boven de krakkemikkige vloer van de vliering. Over doorbuigende half rotte planken kun je er nog wel wat stappen zetten tussen het half aangevreten glaswol, spinnenwebben, slapende vleermuizen en muizen-keutels. Mijn oog spot een scheef liggende plank waar wat onder moet liggen en met een vies gebaar til ik die plank wat op. Een wel heel stoffig vies klein enkelloops jachtgeweer vis ik uit het stof en spinnenwebben.
Het geweer staat nu al een tijdje naast onze luxe zware buks stof te vangen.
Naar aanleiding van het molesteren van twee van onze sterkste katten, wil Marc van de wilde rode kat af. Desnoods door hem dood te schieten, echt schuw is de kat niet.
maar dat oude verroeste geweer is niet te vertrouwen en we zijn geen kenners. Misschien ontploft hij als we hem willen gebruiken.
In Frankrijk mag je jachtgeweren hebben en niet voor allemaal heb je een vergunning nodig. Vaak is het even 'aangeven' bij de politie (een soort registratie) voldoende.
Daarom gaan we met het oude roestige vuurwapen naar de Gendarmerie. De entree is al lastig vindbaar, moeten we die zwarte gesloten deur nu hebben of een soort dubbele deur met een portiek waar een gescheurd gelig pamflet op de vieze ramen is geplakt?
We bellen aan bij een overdekte intercom buiten het hek. Misschien is mijn gezicht al herkend door het cameraatje, na een bonjour zoemt de poort al. Het is inderdaad de agent die ons bezocht heeft toen Marc die middag weg was voor de verwarmingsketel, ergens op een snikhete dag afgelopen zomer.
Marc zegt dat we het geweer gevonden hebben en de agent herhaalt de vraag op een bevestigende manier, maar het lijkt alsof hij het niet gelooft. Maar met opgetrokken wenkbrauwen neemt hij het aan en gaat het van alle kanten bekijken. Zijn collega die later binnenkomt haalt hij erbij. Hij durft niet met zekerheid te zeggen of het een 'vrij wapen' is. Maar al snel blijkt dat het inderdaad een wel heel licht kaliber jachtgeweer betreft, geschikt voor konijnen en eenden, of voor een wilde kat die je beestenspul komt terroriseren.
Ik vraag me af, als we daar zo staan met z'n vieren, hoe dat in Nederland zou gaan als je een oud verroest vuurwapen vind... Hier gaat dat even tussen neus en lippen door bij en naast de kleine balie van nog geen halve vierkante meter.
Het enige reglement dat we meekrijgen is als we het vervoeren met de auto, het laadmechanisme eruit moet en apart vervoert moet worden. Het geweer zelf moet in een foedraal en verder wensen ze ons veel succes met het vinden van de wilde kat.
lachend gaan we weer op huis aan door het weer sombere landschap waar hier en daar 1 teer vlokje sneeuw naar beneden dwarrelt.
Opknappen doen we niet zelf. Dus een ritje grote stad zal ter zijner tijd noodzakelijk zijn. Heeft die rode kat even mazzel? Of toch niet? vraag ik mezelf af terwijl thuis mijn blik over m'n pijl en boog glijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen