zondag 22 juni 2014

Vrijheid


Om 6 uur zondagochtend staat hij op. Voor de koffie wil hij een lading stenen en grint halen om de hoek. Een ruime kilometer terug op de piste ligt een oude steengroeve waar een grote wijnboerderij van gebouwd is, inmiddels een met klimop overgroeide ruïne. Met de rommel aan stenen die nooit ontgonnen zijn, probeert hij te voorkomen dat het hier een ruïne wordt.
De warmte voor zijn om nog wat buiten te kunnen doen. Dit voordat we ons binnen verschansen met gesloten ramen en luiken. Dat is het zomerritme van het eenvoudige maar ook vrije leven.
Dat laatste concludeerde een Nederlandse vriendin die me volgt op Facebook, ‘dat het toch heerlijk is om een dergelijk vrij leven te hebben’. Het was geen bijzonder comment. Positief bedoelt en zeker weten geen jaloezie.
Maar waar menigeen van droomt, dat wat wij kochten, vrijheid, blijkt anders uit te pakken dan je aanvankelijk zou denken. Voor ons met voorbedachten rade. We wilden een zeer simpel en zoveel mogelijk zelfvoorzienend leven om het minstens 10 jaar uit te houden met een zeer bescheiden fortuin na de verkoop van mijn mans bedrijven.
Ik sla hierbij even over dat wat er restte na aankoop van ons huis, de crisis de rest deed verdampen in een paar grote brokken. Die waarheid drong langzaam door, het was moeilijk te bevatten, maar deed absoluut geen afbreuk aan wat ons hier voor ogen stond. Dit met klem!
Het enige relevante facet blijft dat we ons moe(s)ten haasten, gedwongen worden te improviseren en te leren accepteren dat sommige plannen niet haalbaar zijn.
Vandaar dat we ons geen vrachtwagen ladingen bonne terre, granieten bouwstenen op maat of artisans kunnen veroorloven.
Dan was het bijgebouw inmiddels klaar geweest als onderkomen voor vrienden en familie of een bijzondere gite. De moestuin had prachtig genivelleerde terrassen met een goed werkend, natuurlijk irrigatiesysteem. De daken waren vernieuwd, de isolatie zou zijn aangepast op dit klimaat en deze tijd, het terrein rond het huis bestraat met de mooi rond geërodeerde steentjes uit de rivier.
Zo hadden we ons toe kunnen leggen op echte permacultuur, echte zondagen kunnen hebben met een verse croissant van een 20 minuten rijden verderop en had ik al een boek gepubliceerd op ‘Libelle’-niveau. (Geld maakt niet gelukkig, maar makkelijk is het wel. Wie schrijft er nou een goed boek als alles op rolletjes loopt?)
En echt vrij zijn we. We kunnen opstaan en naar bed gaan wanneer we willen. We hebben geen buren of gemeenschap waarmee we rekening hoeven houden. Zitten niet verstrikt in de Franse bureaucratie omdat we aan de regels moeten voldoen. Dit is een keuze. –Het is ook de ligging van ons huis, voor west Europese begrippen erg geïsoleerd.- Nu is een 9 tot 5 baan hier nauwelijks beschikbaar en anders onbetaalbaar en te ver weg van huis. Reiskostenvergoeding is een grote zeldzaamheid en een loon naar kwalificatie ook, gezien de beschikbaarheid van betaalde banen. Een uur rijden om op je werk te komen is heel normaal. Een 2 uur durende lunchpauze ook. Een auto die 1 op 9 rijdt maakt het een dure en uitputtende grap om voor het minimum loon te werken a een krappe 9 euro per uur. Overgekwalificeerd of niet, ervaren vakman of niet, het maakt niets uit. De tendens; Wees blij dat je een betaalde baan hebt gevonden.
Onze vrijheid bestaat er ook uit dat we in een heel bijzonder huis wonen op een haast idyllische locatie, te weten midden in een loofbos in een gebied met zo ongeveer de grootste biodiversiteit van Frankrijk. Dat we een genereuze bron hebben die ook hoogzomer voldoende water schenkt voor huis, tuin en keuken met een haast zoete smaak. Dat we voor onze warmte ons eigen hout kunnen hakken zonder gaten in het bos te slaan of vergunningen hoeven aan te vragen. Dat we rust hebben, nauwelijks verkeer dat onze katten plat kan rijden en enkel het geluid van vogels, krekels en de wind door het bamboebos. We bepalen zo ongeveer alles zelf.
Vrijheid Blijheid?
Ik dacht het niet. Zo is gebleken.
Want ook op zondag is het ’s zomers om 6 uur dag. ’s Winters is het gedwongen binnen zitten of bikkelen in de regen en de kou. Is het in alle seizoenen soms lijdzaam toezien hoe met 2 handen en een kwetsbare rug, projecten in elkaar storten of hoe de bijna droge houtstapel wel erg snel slinkt met nog 2 maanden winter voor de boeg. En maar hopen dat de lente niet te koud of te nat is. De slaapkamers worden warmer dan het ’s avonds buiten af wil koelen, een linnen laken is nog te warm, de broodnodige rust niet gevat. De jonge groenteplantjes opgesoupeerd door slakken en ander ongedierte. Of een hete zomerwind die het blad in een uurtje zo verdroogt dat je het tussen duim en wijsvinger fijn kan wrijven.

Dan rijst de vraag of we ons dan toch verslikt hebben in die zogenaamd gekochte vrijheid?
We vinden beide van niet. Maar ermee om leren gaan is een twee. Het systeem voor ons laten zorgen zoals we gewend waren in Nederland, was natuurlijk een stuk makkelijker. Je betaalt je premies en wordt dan wel verzorgd. Van de wieg tot het graf. Zelf vorm geven aan je eigen perceptie op 'in vrijheid leven' is alles behalve 'te doen'.
Ik werkte voor een hovenier, als vakbekwame tuinvrouw. Ook geen vetpot. Een kleine hypotheek voor een flatje aan een drukke weg en een gefrustreerde kater op de vensterbank die intuïtief mekkert naar de vogels die hun eigen kostje bij elkaar kunnen scharrelen. De dojo schoonmaken om mijn lidmaatschap te voldoen en 3 a 4 keer per week eten bij mijn moeder. Ik had net geld genoeg om mijn oude Daf 66 vol te tanken en nauwelijks tijd, of vrije tijd. Of vrijheid. Ik had buren, rekeningen, ergerlijke toestanden met nuts-aanbieders, onbegrijpelijke belastingaanslagen, ongekende mogelijkheden tot subsidies die als een bos waar je de bomen niet meer ziet voor me opdoemden. Eten kon goedkoop ingeslagen worden, maar de kwaliteit ervan was dubieus. (Iets dat ik me toen nog niet besefte, wat hier met de palepel wordt ingegoten. Er is immers weinig ‘troep’ te koop, de Fransen op het platteland blieven het niet.) Een te veel aan keuzes, ik maakte per definitie de verkeerde.
Inmiddels een ruime 5 jaar in Frankrijk. Dubbel failliet. Het huidige systeem van sociale voorzieningen inmiddels een gruwel als je het wel beschouwt. Vrijheid is te koop, maar je zult wel offers moeten brengen, los moeten laten dat wat houvast gaf. Het houvast komt tenslotte niet van buitenaf, gedwongen door omstandigheden of niet. Het is geen vrijheid je te conformeren aan –vaak absurde- regels en wetten om er zo zeker (?) van te zijn dat er een ziekenhuisbed voor je klaar staat. Of een subsidie hier en daar. Of de voedselbank.
Het is vrijheid te werken voor een volle vriezer, met eigen handen weten te vullen. Het is vrijheid om midden op een snikhete dag niet de auto in te hoeven om kou te vatten op een kantoor met airco. Maar binnen op de bank een boek te lezen, 7 dagen per week. Het is vrijheid een praatje te kunnen maken met een postbode die het nog leuk vindt om 3,5 km bospad te rijden om een pakketje af te leveren en enthousiast verwelkomd wordt door een blije hond en diens eigenaar. Het is vrijheid diensten te ruilen voor producten en andersom. (Ook bij wet verboden, maar men heeft er hier merde aan.) Het is ongekend om ’s avonds buiten eigen thee te drinken en de vleermuizen te zien fourageren terwijl 2 uilen besloten hebben te palaveren. Het is vrijheid een stuk openbaar bospad af te kunnen zetten om je 2 ezels te laten grazen, zonder dat de mensen dit vreemd of onacceptabel vinden. (Welke mensen?)


Vrijheid is niet gebonden aan blijheid. Vrijheid is vrij. Het is niet goed of slecht, niet mooi of lelijk. Vrijheid is een keuze. Vrijheid is een zwart gat, onbestemd, onbekend, voor iedereen anders, een sprong, een gok, maar vrij.
Ik prijs iedereen die de vrijheid ook kan ervaren in een kleine flat op 6 hoog met een poes die mekkerend de vogels buiten gadeslaat, gelukkig. Maar het zal nooit meer mijn vrijheid zijn. Eenmaal grondig geproefd van dit vrije leven, is er geen weg meer terug. Vrijheid is geen blijheid. Vrijheid is vrij.

woensdag 4 juni 2014

géén Ham, géén Spek

 
Blije vrije varkens
We namen 2 jonge varkentjes die voor 2 euro de kilo verkocht worden zodra ze bij de zeug weg mogen. Met gemiddeld zo’n 25 kilo per stuk gaan ze over de spreekwoordelijke toonbank, pieste ze m’n kleding vol 22 april vorig jaar, terwijl ik ze de landrover in en uit sjouw hun voorlopige onderkomen in, ons stalletje van ongeveer 6x4 meter. We gaan de organic way met ons gepruts. Om van bramenbossen en andere stekelige onderbegroeiing op de steile beboste hellingen af te komen. Om de aarde te -laten- bewerken. Voor de mest en veel later voor het vlees, uiteraard. Ze krijgen de namen Lardon & Jambon. Dat helpt ons ons niet te veel te hechten met het oog op dat we ze ook kopen voor hun toekomstige vleesmassa. Wie wie is doet niet ter zake, dat bleek later. De een brutaal, groter en sterker, de ander kleiner met een mooi vachtje en een lievere snoet. Ze groeien uit tot 2 aparte karakters.

Zo klein en lief
We hebben veel plezier om en met deze boerderijdieren. Ze rennen harder dan wij kunnen rennen. Klimmen, springen, spelen, zoeken contact met alle wezens om hen heen, slapen lepeltje-lepeltje en genieten zichtbaar van hun leven. Spek en vet hoeven we niet te verwachten.
Vele vragen over of je je eigen dieren kunt slachten -en eten- later, lijken ze groot genoeg voor het grote moment. Ik lobby al maanden aan 1 stuk om iemand te vinden, die tegen betaling van het vlees van 1 van de 2, bereid is met spullen en al bij ons te komen om die twee om te vormen tot kopkaas, paté, hammen en karbonades.
Ze ontsnappen te pas en te onpas!
De dag breekt aan dat het kleine varken genoodzaakt blijkt achter, onder, door het hekwerk te breken dat doorloopt tot zo ongeveer in het meer, zo’n 80 meter onder ons huis. Elke middag tussen 3 en 4 uur verschijnt het mooie oh zo lieve varken op de piste waar het altijd zeer verheugd begon te knorren als het onze stemmen hoorde. Dit na de noodzakelijke klimpartij die 80 meter naar boven. Want echt weglopen doen varkens niet. Ze hechten zich aan jou als was het een hond. Wetende dat varkens zeer intelligente dieren zijn, maakte het ons gevoeliger voor zijn charmes en zijn gehechtheid aan ons, broer varken, ezels. Het andere beestenspul is te schuw voor de tanks op hoeven.

Even over de verzorging én de zorgen met betrekking tot het hebben van varkens. 
‘Normaal’ worden varkens gehouden op een klein terrein met betonnen wanden en anders een zeer sterk hekwerk. Ze krijgen gekocht groeivoer met 'additives' en zo weinig mogelijk lichaamsbeweging, dan lijken ze lui en worden ze lekker (snel) vet. Hoe korter die tijd, hoe hoger het rendement. Hier hebben ze een 2 hectare bos, waar ze vrij zijn te struinen op zoek naar lekkere hapjes bovenop de volle emmer eten die we ze dagelijks gaven. Schrikdraad hebben ze door. Enkel de neus is erg gevoelig. (Ze wroeten wel loodzware stenen van hun plaats, maar schrikdraad is een gruwel voor hun typerend reukorgaan.) Alsof ze de tikjes op het draad tellen, rammen ze er doorheen. Zo bleek.
Het mooiste varken blijft ‘ontsnappen’, opgejaagd door zijn brutale grote broer.
Een dag zijn we samen weg en treffen Lardon, of Jambon, weer aan op het terrein voor het huis. Op het nippertje, hij heeft de moestuin bijna bereikt. Het zou een ramp geweest zijn met al het jonge groentespul! Na het terugzetten bij broer-lief, beide varkens zijn heel aaibaar, blijkt moeders mooiste 5 scheuren gemaakt te hebben in de zijwand van de overkapping van het zwembad. Dat is aan weerszijden ingepakt met UV-zeil en schaduwdoek.
Helaas voor hem heeft hij de zak met oud brood niet kunnen bereiken en heb ik plak- en naaiwerk voor de boeg. Maar de maat is vol. We zijn immers al vanaf de dag van hun aanschaf bezig ervoor te zorgen dat ze blijven waar ze wezen mogen. Marc klimt de dag erop naar beneden, wat geen sinecure is. Steil, glibberig, doorns en stekels, rotsen en rondhout waarover je makkelijk valt en uitglijdt. Hij vindt de plaats waar hij sporen van een varken aantreft. Klein, laag, net voor de rots die uitsteekt en waarvan wij dachten dat ze er echt niet langs konden. Kruipend en op de knieën, als een dier, moet hij het maken. Kunstgrepen en improvisatie komen eraan te pas, maar het gat is nu echt goed dicht.
Denken we. (Ook gaan we diezelfde dag naar de bioboerderij om te informeren of zij ons zo snel mogelijk uit de brand kunnen helpen.)

Na een dagje weg doen we een rondje moestuin om de stormschade op te nemen. Na de klim naar boven ontwaar ik een roze blond koppie op de oprit bij het hek. Met van die grote leuke oren. Nee, geen ezel, weer onze lieveling met de naam Lardon of Jambon.
Hij zit?
Wat vreemd…. Lijkt aangereden. En neem het me niet kwalijk, vloeken kan ik soms heel goed. Want een varken aanrijden is niet niks! Maar geen sporen van banden of anderszins van een aanrijding tussen een schamel 60 kilogram zwaar dier en een auto. 
Maar varkentje-lief kan niet lopen. Het zit dwars op zijn gat half in een regenplas en kijkt gelukzalig uit de oogjes dat hij het daar benee toch goed gehoord heeft; Onze auto en onze stemmen.
Hij probeert op te staan, maar valt weer terug op 1 kant van zijn hammen.
Geloof me; varkens houden voor het vlees en het werk dat ze doen is lonend. In alle opzichten. Of je je er erg aan gehecht bent of niet, ze zijn enig, leuk, schattig, tof en zeer nuttig om te houden. Maar als er dan wat mis mee is, dan breekt je hart.
Natuurlijk humaniseren we dieren. Zodat honden jaloezie kennen, katten je niet aardig vinden, ezels koppig genoemd worden en varkens lui. Jammer, maar zo waar!
We bevoelen hem. Onderzoeken hem. Proberen hem te laten lopen. Wat lukt, maar met de heup één kant op, de rechter achterpoot wil niet mee, hij heeft hoogte tekort. Rug gebroken? Dan doet er meer niet dan 1 achterpoot. De heup misschien?
Marc glibbert en klimt weer de ruime 80 meter naar beneden om te kijken waar het varken is ‘ontsnapt’. Hij blijkt van de grote rots gevallen te zijn. Een vrije val zo’n 3 meter naar beneden op wederom kale rotsen. Als het niveau van het meer hoger was geweest had hij enkel een frisse duik genomen en was met de schrik vrijgekomen. Sneu!
Voor heel eventjes om ze dronken te voeren en in te laden
Troost; We hadden de biologische boerderij in de gemeente bereid gevonden onze varkens op te halen voor een rit naar het abattoir en ze de week erop te verwerken tot hapklare brok. Mits we meewerken uiteraard, en tegen betaling van het vlees van 1 van de 2. Ruilhandel, precies wat we wensen maar verboden is bij wet. Dan loopt de handel inkomsten mis en de overheid wat belastingcenten. Gelukkig kent het platteland zijn eigen wetten en regels. Dachten we. De vrouw van de boer stak er een stokje voor. Want als ze controle krijgen op hun producten, blijkt er toch varkensstront aan de knikker. Want onze varkentjes aten dan wel bush-food, maar werden bijgevoerd met oud brood (niet bio) en restjes groenten en fruit van de markt (ook niet biologisch). Maar dit bleek later toen de hulp al deels was verstrekt en wij met onze ongekookte koppen boven een pan met die van onze varkens hingen om de ervaring te volmaken van het houden van varkens.
De troost is het feit dat we de ochtend na het vinden van het gewonde varken de afspraak hebben staan dat onze dronken gevoerde (een hele fles Amaretto di Sorrono) varkens opgehaald zullen worden voor de slacht.
De tweede troost die we ervaren is dat we ons bewust zijn van het humaniseren van dieren. Het varken is natuurlijk uitgeput op 3 poten naar de stal ge’lopen’. Waar het ’s ochtends door mij gewekt wordt terwijl het als gewoonlijk lepeltje-lepeltje ligt met zijn grote brutale broer. Er is geen verbetering of verandering in zijn lichamelijk welzijn. Toch moet het dier helemaal naar boven gelokt worden om ingeladen te worden in de vrachtwagen. Op weg naar de dood. Zo simpel is het.
Wij zien met lede ogen aan hoe hij ons en grote broer probeert te volgen. We proberen hem te behoeden voor een volgende valpartij het stalpad af. Ondersteunen hem om hem op 4 poten te krijgen, wat ijdele hoop blijkt. 
Toch lijkt hij geen pijn te hebben, maar put de klimpartij hem uit. Het schuim op de bek, in 2 gedeelten zijn ochtendplas die hij nu in twee gedeelten zittend moest doen. Zijn broer gek gemaakt door het magische woord ‘ETEN’, jut hem op. Het lukt, ze staan in een geïmproviseerde kraal en krijgen pap van zemelen, wat oude groente aangelengd met die gekregen fles Amaretto. En lekker dat ze het vinden. Ik help het zittende varken, anders eet big brother alles op.



De bioboer is precies op tijd. Terwijl Marc wat geëmotioneerd zijn verhaal doet om uit te leggen waarom we een gewond varken alsnog willen laten slachten, aai ik het gewonde zieltje. Ik neem afscheid. Het is goed.
Ze hebben een prachtig maar kort leven achter de rug. Ze zijn nog geen anderhalf jaar, maar geliefkoosd en goed verzorgd. Varkens kunnen rond de 10 tot 15 jaar oud worden, maar vleesvarkens mogen niet veel ouder dan een 6 maanden worden. Echt vetgemest zijn ze ook niet. Ze hadden tenslotte een bosdieet met erg veel lichaamsbeweging. Een varken is alles behalve lui, ze weten enkel erg goed hoe te genieten van het gegeven leven.
Aan het einde van de dag kijkt Marc me aan in de moestuin met de vraag of we morgen niet een paar nieuwe varkentjes kunnen gaan halen. Het is quasi serieus, maar toch.
We moeten erg ons best doen onze emoties niet te projecteren op onze dieren. Of het nu kippen, ezels of varkens zijn! Dat is niet gemakkelijk, ook al slachten we met gemak een kip om het te plukken en het op te eten. (Ook haan #6 is 's avonds gepakt door een roofdier. Castel de hond kwam tussenbeide en liet de haan met een gebroken nek op het bospad achter. Marc vond het nog levende dier de dag erop, hakte de kop af, plukte en waste het en deed dienst als kostelijk zondagsmaal voor 4 personen.)
Laf voelen we ons wel. We hadden liever de varkens zelf geslacht, met hulp en begeleiding natuurlijk, om het hele proces zelf te ervaren. Maar gebrek aan experts en de wetgeving in Frankrijk staan het niet toe. Geen haan die ernaar kraait als we het allemaal zelf hadden gedaan, maar de eerste keer hebben we goede ervaren hulp nodig.


((Een paar van de nu volgende foto's zijn niet voor iedereen geschikt.))


Eerst koken die handel
Onherkenbaar, wat niet erg is voor onze tere ziel
Opgetogen en wat gespannen gaan we naar de boerderij waar we samen met een medewerkster van de boerderij eerst boudin en kopkaas -fromage du tête- gaan maken. We zien onze 2 gehoefde vrienden in twee gedeelde stukken terug in de koeling, zonder kop. Die liggen samen met de pootjes in een kookketel. Uiteraard gescheiden van de boer zijn 4 'echte biologische' varkenskoppen. 

chop-chop-chop
De week erop, exact een week na de slacht, is het voor dag en douw op en worden we om 7 uur verwacht voor het echte werk. Koffie, praatje, croissantje en aan de slag. Mutsje op, overjas aan en een zwaar schort voor, op gesteriliseerde laarzen die geen daglicht mogen zien. Handen worden steeds gewassen, de nagels moeten extra met een borstel. Geen handschoenen? Jawel. Die dingen gemaakt van ijzeren ringetjes enkel aan de hand die het vlees vast houdt. Ik met links een plastic handschoentje eronder, want ik heb me van het weekend in de vinger gesneden, wondjes zijn not done tijdens dit werk.

De professional
Links de huid en speklaag van een bio-varken van anderhalf jaar oud. Rechts huid en spek??? van de onze.

De katten en honden krijgen de longen.

Uitbenen. We vragen om spare-ribs, dit scheelt hen veel werk.

Over 6 weken kunnen we 18 kilo gedroogde worst ophalen.
Eerst de 8 helften van de boer. Die wegen 3 keer meer dan de onze, Marc snijdt het vet van de huid, een lastig karwei. De ingehuurde slager fikst al dit werk in 1 dag. Phillip gaat razend snel te werk. Wat een vakman en wat een kans om dit eens te zien gebeuren! De spekrepen zijn zo'n 5 centimeter. Marc kijkt al uit naar zijn speklapjes, maar realiseert zich dat de onze er weinig van zullen hebben. Later blijkt niets. Nog geen halve centimeter om eraf te schrappen, nul, niks, de huid op het vlees. Geen lardon voor ons dus. Ook de hammen blijken te klein voor het ingewikkelde droogproces en het koken van ham is net een stap te ver voor de bioboerderie. Dus ook geen jambon! Hoe moet dat nu met de worsten, gedroogd of vers? Want ook daar gaat veel vet in. 
Gelukkig wordt niet al het vet van de grote 4 gebruikt en wordt er wat overgeheveld. naar onze merguez, chipo's en verse worsten als ook de worsten die 6 weken gedroogd worden. 
Ik help met potjes spoelen voor de Fritton, Paté en Jambonneux, vul een vuilniszak met de andere 6 kilo botten en restjes voor de hond. De 6 kilo restjes van hun koppen liggen al op -18 graden. Ik roer de fritton los, spuit bakken, emmers en messen schoon, probeer niet in de weg te lopen in het gebouw in de grote schuur. De vleesfabriek is met dikke kunststofwanden in de helft van de schuur opgetrokken, in de andere ruimtes staan koelmachines te ronken, eten de 15 katten, 1 met teken bezaaid kitten van 5 weken en 2 honden hun buikjes rond aan restjes en ligt de oude voorraad conserven opgeslagen.
Omdat onze twee niet bio-koosjer zijn moeten ze voor ons alles apart doen. Betalen met het vlees kan ook al niet. Tijdens de gezamenlijke maaltijd waaraan wij jonge Gouda kaas en een eigen brood toevoegen, beginnen we even over de kosten die ze maken. De rekensom maken we 's avonds met behulp van het kladje waarop hun factuur gebaseerd zal zijn.



We missen hen wel. Dat gezellige geknor, het eten-ritueel einde van alle middagen, hoe we ze hebben zien rennen, spelen, wroeten. Het gaf leven, ze waren lief en betrouwbaar.
Nu een jaar rust. De volledig van onderbegroeiing ontdane hellingen kunnen nu vol groeien met gras voor de ezels. Hekwerken moeten verbeterd worden, pierre seche muren gerenoveerd en het staldak moet gemaakt worden. Budgettair gezien is het de moeite waard gebleken. 
Varkens houden en betrokken zijn bij de verwerking van hun vege lijven bleek een ultieme ervaring die we niet hadden willen missen.
Met veel dank en waardering; onze Lardon & Jambon, zonder spek en zonder hammen.

woensdag 30 april 2014

Uitbreiding van de beestenboel; Ollie

We hebben sinds maandag een makkertje voor Sarko. Die heeft zijn eigen pagina op facebook en een eigen weblog waar hij zijn belevenissen deelt. Daar vertel ik zelf -ter uitzondering- over hoe het zo verliep in 5 dagen. Dat 10 maanden durende project om op een goede doordachte wijze een vriend te zoeken voor Sarko. Hij is er, onze Ollie. Heette Tin-Tin, maar dat bekt niet als we hem roepen. Dus toch Hollande, toepasselijk voor Hollanders. Ollie is dan zijn nick, dat schalt leuk door het bos. Net of Tom Poes zijn heer roept.


het varken ziet een 2e ezel niet zitten
net niet slim genoeg om in te zien dat Sarko nu te druk zal zijn met Ollie

dinsdag 22 april 2014

kick-off; '7 maanden op'

'Longread', ruim 4000 woorden, neemt u gerust een half uurtje leestijd.

Voor ons is de afgelopen maand de ‘kick-off’ geweest voor het hoogseizoen dat we de ‘7 maanden op’ noemen. De winterperiode, alles gesloten, leeg, somber en armoedig achtergesteld, zijn de ‘5 maanden af’. Dat is de balans. 
Niet het hele jaar door hetzelfde. Hetzelfde werk, dezelfde kleding, hetzelfde voedsel, een zelfde sociaal leven met dezelfde intensiteit. 
De lente is hollen, heel de dag. De zomer is ook hollen, in twee ongelijke delen, om tussen de middag binnen niet te bewegen. De siësta is een schoone uitvinding. De oogsttijd staat gelijk aan de lente, de laatste loodjes, lange avonden bij kunstlicht boontjes doppen en wekken. Om dan afhankelijk van het weer te zijn en misschien gedwongen binnen te versomberen en in te teren gedurende 2 tot 3 maanden. Soms langer…
(Het ritme van de boeren van de Aubrac. Het mooiste vlees dat ik ken van de mooiste koeien die ik ooit gezien heb. Het maakt me tot een vleeseter zonder schroom.)
Het contrast met afgelopen winter is een duidelijke scheidslijn. Van nergens naar een ongelooflijke energieboost. Na vijf jaar voelt het bijna vertrouwd, wat me afgelopen winter enorm heeft gerustgesteld. Dat neemt geen enkele dreiging weg van ‘het systeem’ (lees; Rabobank), die ons als een chronische doordringende piep achter de trommelvliezen blijft teisteren. Bijvoorbeeld na een betaling via ideal. Ik laat de bevestiging naar ons gezamenlijk emailadres sturen. Marc ziet dit en geeft me een korte maar heldere preek over hoe gemakkelijk ik het 'ze' maak. Ik snap zijn principe. En zijn paranoia, helaas. Ook na 24 uur voel ik de preek nog goed zitten. De angst om het geld. Belachelijk, ziek ook!



Hier in de bescherming van de zich wervelende gorges met zijn beboste wanden, is het al bijna volledig groen terwijl op de plateaus enkel nog de bloemen van de wilde kersen en berken ontluiken. Het is nog wat langer wachten om de bruine plekken gevuld te zien worden met het andere groen van het tamme kastanjeblad. Ook de zee van wilde bloemen en mooie grassen en kruiden wordt iedere dag weelderiger. Bonen komen op en staan in de zwarte banden te genieten van Sarko’s mest en de warmte die door het zwarte rubber wordt vastgehouden, resistent tegen flinke nachtvorst en een rosse maan. (Het kan dan van onderaf de moestuin een lelijk gezicht zijn, ’s winters, maar tuinieren met autobanden heeft zeer veel voordelen.)  


foto: 'Pale Nomad' of 'Pigeon' Whitfield

De beestenboel is in lente-modus. Niks aan te doen. Sarko gaat binnenkort gecastreerd worden. Het dier moet wat makker, want aan de overkant heeft iemand ook drie ezels aangeschaft. Een paar keer per dag heeft hij een vergadering met de buurezels en die drie ergens op de hellingen aan de overkant. Waar trouwens alleen maar een 88 jarige woont in het torentje van zijn opgeknapte huis waar een familie met velen in zou passen.
De varkens voeren een ongelijke strijd. Lardon, of Jambon?, is veel groter dan zijn broer. Zijn altijd schurftige huid en dunne iele vacht vermoedt een grote brutale bek. Het Sissy van de twee moet genoegen nemen met wat er rest en wordt gedwongen het verderop te zoeken. Buitenom een grote rots die vaak onder water ligt met een barrière van horizontaal groeiende wilgen-bosjes. Daar begint het hekwerk wat niet afdoende blijkt. Ik geef de mooie compacte onbetaalbare karbonades geen ongelijk. Waar ik zijn sporen kwijt raak zijn de verwaarloosde modderbadkuipen van de wilde zwijnen. Vermoedelijk hebben ze hun spa verkast in verband met ezelhoeven, hekwerken en idioot tamme oliedomblonde soortgenoten die vrijwillig in gevangenschap leven. Die wil je niet als buur! De eerste dagen was het varken zoeken, varken jagen, een geïrriteerd varken dat lang op eten moet wachten met een hitsige ezel hijgend in zijn nek een 10 cm voor het schrikdraad.
Met de kleine generator van de Deen kan Marc nu gaten boren in die rots om het hekwerk tot IN het stuwmeer door te trekken. Zal de EDF leuk vinden… We hebben er merde aan!

Merlin de nep-siamees eiste mijn aandacht op door dag in dag uit te hoesten en te proesten. Het klinkt nat en het stinkt, hij rochelt en ademt zwaar tijdens het slapen. Spinnen kan hij soms niet eens. Ik probeer nog een kuur van stoombaden in zijn mandje met een pannetje katten-vapo-stoom-spul. Tussen het hosten door houd ik de katten in het oog; gasten = stress. Dus kater ter uitzondering naar de dierenarts. Daar word ik op de feiten gewezen dat onze katten en hond kans lopen ziektes te krijgen die het gevolg zijn van niet alle vaccinaties toedienen die men ‘aanbeveelt’. Ja, dank u en ik begrijp het. Na 5 jaar kan ik er wel aan toevoegen waarom we hier achter staan en spaarzaam omgaan met welk medicijn dan ook.
Ze meet zijn temperatuur en luistert aan alle kanten. Kater is gewoon verkouden, zo kan herpes zich bij katten manifesteren. ‘De andere katten zijn ook wat snufferig zeker?’ Jawel hoor. Dus... niks aan de hand. Met homeopatische druppels voor het geval onze 5 weer ‘une crise’ krijgen, mag het lieve beertje weer mee naar huis. Thuis krijgt alles een love-attack tot aan de autobanden toe. De dikke staart recht overeind, de rest van het lijf leunt tegen alle mogelijke wezens en objecten om met luid gespin te laten weten dat hij blij is thuis te zijn. Ook Sarko krijgt een snel opgewonden neusje.

Tot zover wat eraan vooraf ging aan een paar weken met de eerste gasten via websites als Workaway en HelpX.



Vreemde sokken en ondergoed gaan er door mijn handen. Broeken, shirts van de gasten. Logisch. Om de dag wel een machine met vuile kleding, nog nooit zoveel gewassen.
Weer werken ze zich een bult, eerste week. -Vaak later gaat het soms mis!- Gasten die een paar weken meewerken tegen kost en inwoning. Soms een duur grapje, want het werk hier is altijd zwaar en dit wordt ondersteund door stevige maaltijden. Nu een stel uit Denemarken en een Brit die op dezelfde dag arriveren. De dames zorgen voor de natjes en droogjes. Zij doet alle losse moestuinklussen of helpt de mannen met het zware werk als we binnen geen natjes en droogjes hebben en ik de beesten naloop. (Vooral Sarko die steeds de benen weet te nemen als we denken hem binnen schrikdraad-zonder-schrik te hebben.) Ik heb een dagprogramma van 7 tot middernacht. 
M&M waren verbaasd dat het al een volle week uitstekend leek te gaan. Het werkritme, de vaste tijden voor de maaltijden. Huisregeltjes. Het met elkaar zijn als 2 stellen en 1 single knul van 26 lentes.

Maar vooral de paar ongeschreven huisregels ontgaan enkel de Brit volkomen.
Na zijn douche is de badmat nat samen met twee handdoeken die voorkomen dat de ruimte een zwembad wordt. We hebben geen douchegordijn, nooit nodig gehad. Een Handdoek is ook echt alleen voor zijn Handen. Of ik een was wil draaien voor zijn handdoek, die bij ons van de stapel komt. De wasmand en de kast met handdoeken zijn hem gewezen. 
Met of zonder modderschoenen mogen de heren buiten pissen, waar ze maar willen. Tig buitenkranen waarvan 1 met echte zeep. Maar Brit wil per se op het toilet. Oh nee, niet op, maar er fier tegenover. Het is ronduit gênant om hem uit te moeten leggen dat de dames niet zo’n trek hebben in het neerlaten van de bril met blote handen. Ook verblijvend in een cottage in een bos, maakt hem niet genegen buiten te wateren, om daarna met modderpoten de badkamer in te banjeren om daar toch een voetenbad te creëren. Het is lastig aan te kaarten.
Verder alles pais en vree.



‘Een soort commune-leven’ zei het ijskonijn me donderdag nog. Prima, maar het is hier geen studentenhuis! Dus alle tact wordt ingezet. Net als het incasseren van de klachtjes over de Brit z’n doen en laten door de Estlandse. Als host zit je er tussenin. Als minderheid laat ik hem z’n nest bouwen in de zijkamer. Hij had het veel te koud in de bibliotheek. De twee wollen dekens blijven onberoerd in hun hoes op het tafeltje tegenover het bed. Er is geen wifi. 'You can drill a hole in the floor and walls to extend the cable, right?' Tuurlijk jongen, doen we ff voor je. Dat de muren hier niet solide en wel 80 cm dik zijn, ontgaat hem. Zoals zoveel. Ga eerst maar verkassen naar het warmste hok van het huis. En het meest gehorige. 
Hij bijt de spits af te slapen in de benauwde kamer. Het is een koukleum die de radiator graag voluit wil zetten terwijl hij in t-shirt door het stenen cottage waart op zoek naar de thermostaat. Die knop hebben we niet eens. Een rood lint dat aan een haak boven een pompeuze gietijzeren radiator bungelt. Of niet, dan staat hij uit en hangt het lint stil. Buitenmensen als we zijn, die zelf de bomen om moeten zagen en kloven, de voordeur staat hele dagen open en we hebben daarvoor een bizarre hoeveelheid truien en dekens in huis. Het resulteert in een tafelgesprek over de gemiddelde temperatuur in huis, tegenwoordig. We komen uit op 23 graden, wat ons shockeert. We stoken er geen blok eik meer door, de kachel blijft uit en laat de Brit in een t-shirt op het randje van de schouw belanden. Helaas met een grote mond over hoe goed hij vuurtje kan stoken. Het vuur blijft uitgaan en wat kooltjes zien zijn rug met in 1 hand een blik goedkope Lager.
Het is nog steeds pais en vree.


Zo ook de hygiëne in de keuken. Brit smeert brood voor een wandeltocht op zijn welverdiende vrije dag. Laat het beboterde mes liggen naast de broodplank. Nog geen half uurtje later hebben de kleine bosmieren dat mes ontdekt. Plus de route van en naar hun onderkomen. Brit hoort me geduldig aan.
Geen vuiltje meer nadien.  
Nog een voorbeeld in de hoop het af te leren. Om mijn verbijstering over de eerste dode levende die ik ooit zag, te ventileren.
Hij vraagt niets, neemt zodoende iets te veel initiatief. We graaien na een paar dagen steeds mis in de koelkast. Brie? Foetsie. Ham de dag ervoor uit de vriezer gehaald? Foetsie. En plein publique vergeet ik het puntje van mijn tong te bijten en vraag wie het heeft opgemaakt. Op eerder verzoek, zodat ik de bevoorrading van al dat voedsel op peil weet te houden. Helaas, Brit zwijgt en ik heb het stel alleen hun eigen restjes op brood zien leggen. Om iedereen van energie te voorzien is ‘voer’ amper aan te slepen. De Brit vreet, zo hij kan heel de dag door en dubbele porties. Hij eet net zo lang tot er niks meer op tafel staat of deze wordt leeg geruimd. 
Gasten in je privacy is geen makkie en ook een vreugd. Je wordt op je doen en laten gewezen. Waarom we doen wat we doen. Nu is het Deens-Estlandse stel niet doorsnee; Vrij, wonend en reizend in een grote Mercedes bus uit ‘77. Ook M&M beginnen te verfransen, redelijk gewend aan onze berg vrijheid met als extra dimensie het isolement. Om daar ‘tussen’ te staan met een bleke stadsneus is niet niks. 
De wat papperige man jongen liftte in 1 dag van Lille naar ons. Liep op zijn vrije dag een ‘rondje gorges’, toch een wandeling van 5 uur. De dag erop probeert hij de mannen bij te houden met kruien van nat zand en dit aanstampen in de banden. Hij verbrandt en host Tien voorziet weer een droogje tussendoor. Maar toch. Elke kans om te gaan zitten grijpt hij aan. Of Marc en Deen al aan het hakken en zagen zijn of niet. Deen moet zich vreselijk inhouden en probeert ons met zijn grieven niet lastig te vallen. Wij gaan steeds beter hosten. Ik ‘keep my best face’ zoals de Deen het lachend uitdrukt naderhand. Ik heb me een beetje laten tergen, maar als de nood hoog is... Is er pais en vree.


De verpleeghulp begrijpt orde en hygiëne en is haar carrière ooit gestart als au-pair in Denemarken. Ideaal. Al pittig fladderend mengt ze zich soepel en met perfectionisme in m’n huishouden. We gieren het regelmatig uit van de pret terwijl de ergere einzelgänger dan Marc, haar man, zwicht voor gezelschap tussen het hout hakken door. Hij doet dit graag alleen, in gezelschap zie ik hem ook vaak met zijn camera. De mooiste plaatjes in dit verhaal dank ik aan hem. Deen gaat het varkentje verder alleen wel wassen, met die 5 eiken die klein moeten op de piste en opgestapeld op ons terrein. Ergens onverantwoord in deze host-gast situatie, maar het zou ons niet passen hem van enig geluk te beroven; je lekker afreageren en mediteren door middel van hout hakken. Hier en daar wat foto's maken van het lentelicht in de morgen.
In ruim 2 dagen reisden ze van Denemarken naar ons als eerste tussenstop. Bleek, wat schuw en veel op zichzelf in de bus, een knus huis op wielen met hier en daar wat roest, een deukje en ook duct tape ontbreekt niet. Ze roken zich suf aan de goedkope tabak uit Luxemburg, Marc vergeet de elektronische sigaret, ik neem een trekje en soms gewoon een sigaret. Maar het trekt me niet meer hele dagen mee te paffen en stinken doet het toch.
Zodra de kaarten met M&M en de Brit geschut zijn, ze naadloos aan lijken te sluiten in ons rommel-leventje, waarbij het werk opgaat in volop leven en genieten, krijgt het stel kleur, wordt er meer gelachen dan enig andere emotie en is er een stille angst de vrede, de lentezon, het geluk dat we delen met elkaar, te verliezen.



De Brit is er wel, maar staat hier volledig buiten. Hij probeert een evenredig deel van het geluk te grijpen, maar niets lijkt hem bewust te zijn. Waar hem dat nou in zit gaat langs hem heen. Dit in de diepste zin van het woord ‘bewustzijn’. Alsof zijn kont thuis nog door moeders wordt afgeveegd, zijn hand wordt vast gehouden tijdens een bezoekje aan de tandarts. Hij is continu van alles kwijt en denkt echt dat ik hem naloop bij alles dat hij doet. Hij gelooft niet dat ik niet gezien heb wat hij kwijt is of weet dat hij wat eten wil voor de volgende 15 minuten van fysieke inspanning.
Mijn probleem; Dit is een gehorig huis. Als host ben ik veelal in en om het huis bezig. Ik ken deze plek. Zelfs welke spin er in de gaatjes van het slechte voegsel van de muren wonen. Maar zo’n gast krijgt een kamer naar zijn of haar gerief en daar blijf ik verre vandaan. Ik wil hetgeen er geschiedt echt niet weten. Mijn nekharen gaan bij voorbaat al overeind staan. Ik hoor en zie veel te veel. Zucht.
Een mens die zich niet toont als mens, dat zijn engerds. Zeker als je zo jong bent als 26 jaar, hoe jonger hoe griezeliger om een mens te ontmoeten die niet lijkt te leven en toch handelt. Eerste confrontatie met een moderne zombie?
Het is bijna Pasen.

Nee, onze dank voor de hulp is was even groot, maar de leegte en afstand ervoeren we als weerzinwekkend. Voor ons alle vier, blijkt later na zijn smartelijke aftocht. Onachtzaam had de Brit 2 spencers, zijn goede schoenen en nieuwe werkschoenen, gekocht voor zijn reis als Workawayer, buiten in de regen laten staan. Een verfrissende onweersbui waar ik ‘s nachts van heb liggen genieten. De geur en het vocht, de geluiden en de flitsen die dan mijn kamer bereiken blijven me een sprookjesachtige beleving geven. Brit probeert zo lang mogelijk wakker te blijven, want als ik naar bed ga, gaan de stekkers van de modem eruit. Brit verhuisde van de bibliotheek/luxe kamer met radiator naar de kamer boven, naast mijn ‘heiligdom’. De sauna-kamer heeft wel wifi. De sukkel gaat dus veel te laat naar bed om op tijd afgezet te worden door Marc. Dat ik hele korte nachtjes draai, het energieniveau van een kind heb, kan wonderen doen als  in de rol van host. Maar de tag 'mom' staat me slecht, heel slecht. Resulteert in dat ik hem drie keer moet roepen voor hij beneden is. De ergernis schiet naar een hoogtepunt, nog heel even volhouden. Nog maar 10 minuten de tijd heeft hij voor ontbijt (neemt hij rustig drie kwartier voor) en spullen pakken. Dit om voor de ochtendspits –dat zijn een stuk of 5 auto’s per minuut in beide richtingen - op een knooppunt van D-wegen gedropt te worden richting Rodez. Maar ik had die schoenen en zijn truien ontdekt tijdens het dierenrondje in de vroege morgen… Oeps. Of ik zijn schoenen voor de lange reis naar Toulouse even in de machine wilde drogen? Hangt zijn spencer op de stoel voor de buis die in een restje kooltjes ligt. En Marc draalt buiten door de moestuin, die dacht een uurtje eerder weg te kunnen, zoals afgesproken.
Het is volbracht.

zusje  en ik in de deuropening van Simons huis

Ik smijt met ergernis de dekbedhoes, het kleedje en het half lege verfrommelde 2-persoons luchtbed de hobbittrap af. Pissig over de zoot die de Brit heeft achtergelaten. Vraagt niks, doet maar wat, heeft met vetrollen en al op de sprei gelegen die niet gewassen kan worden. Blijkbaar te belazerd het luchtbed op te pompen. Deen en Estlandse halen hem ook nog vaak aan, tot kramp in kaken en buikspieren van het lachen. Relativeren helpt en we genieten van een ander samenzijn.
Onbeschrijfelijk de parallellen tussen de mannen, het zusjes-gevoel met de Estlandse. (Zo heb ik een zus in Washington DC, een oude wijze zus in Sydney en een zus vlakbij Rocamadour, anders als vriendinnen.)
Het gaat vanzelf. Alles. Samen werken, elkaar laten, serieuze gesprekken en stikken van de lach. Twee kapiteins waarvan er één respect heeft voor het hoofdschip. Het zijne is een heel klein bootje op 4 wielen dat tijdelijk onklaar is voor onderhoud. 


We maken de wandeling naar het kasteeldorpje met Castel en Sarko. 



foto:  'Pigeon' Whitfield

Halverwege de tocht blijven we even hangen bij het huis van Simon. We hebben de sleutel bij ons, in bewaring voor noodgevallen. Simon heeft ons toegezegd dat we er altijd mogen verblijven of als we iemand kennen die er wil zijn. Ook staat het ons vrij wat onderhoud te plegen, op zijn kosten. Laat het artistieke stel, op zoek naar absolute afzondering voor even, nou diep onder de indruk zijn…
(Na gespannen wachten op een antwoord uit Sydney krijgen ze Carte Blanche. Een man een man, een woord een woord. Ze gaan er 4 volle dagen in afzondering.)
Na een steile lange maar prachtige klim worden we onthaald door Michel, zoon van godfather Felix. Heeft alle inteelt-kenmerken en een puppie van 3 maanden. Zijn nieuwe maatje. En je kunt alles van deze mensen zeggen, eraan merken en zien, maar Michel is emotioneel zo intelligent dat hij ziet wat je denkt en voelt en daar haarfijn op inspeelt met kinderlijk onschuldig gemak. Daar heb je hier uiteindelijk meer aan dan dat te veel geprezen IQ. (Deze zou ik toe moeten voegen aan mijn emigratie-ABC.)

De Brit maakt dit nog mee. Krijgt het warm en knoopt zijn shirt op zijn hoofd als een slordige tulband als we de tijd nemen het oude dorpje in ons op te nemen. Ik verzoek hem vriendelijk zijn shirt aan te doen en krijg een lomp 'Costa Brava'-antwoord. In ons dorp! Waar we nog geen minuut na mijn ingrijpen uitgenodigd worden voor een drankje en een praatje. Dat we gasten bij ons hebben maakt niet uit. Over de dieren wordt helemaal niet gesproken, al kom je aan met je koe of olifant. Voor de gehoefde jongeling was de heenweg een succes. Weet zich los te rukken en gaat de hort op. Hij kent het pad, die krijgen we voorlopig niet meer te pakken. De baldadigheid komt hem duur te staan. Het moeten wachten tijdens een apero bij Michel, dat breekt hem op en daarna de 5 km naar huis nog, zonder graaspauze. Tant pis makker!



Met zijn zelf gemaakte motorbike, die kleurloos zijn werk doet en achterin de bus meereist voor de wendbaarheid, verhuist de Deen met de spring in het veld naar het huisje van Simon. Samen met de Rode die zich bijna weer klem rijdt op het wel erg smalle verraderlijk rotsige pad aan de rand van linke afgronden. (Tijdens de verhuizing terug naar ons huis, het laatste ritje, rijdt Marc dan toch een voorband kapot. Hoogtevrees moet je hier trouwens ook niet hebben.) Marc en de Estlandse helpen sjouwen. Er is geen water en geen wijn, geen elektriciteit of voldoende degelijk brandhout. Geen eten op een vieze fles met een restje olie, zout en suiker na. De vergeten resten van een streng knoflook vereeuwigd op de fleurig geschilderde schouw. De entourage is nog authentiek, verlaten met toch zoveel tekenen van leven. Daar wil hij zijn foto’s uitzoeken en bewerken. De accu’s voor stroom sjouwt hij met een haast verwilderde lach omhoog en omlaag, een aards paradijs voor even.

Zij? Zij heeft na 24 uur op dat plekje, met de lente die zich gejaagd zich voor haar ontplooit, al dromen over in dit huisje leven, permanent. Als Simon er dan is voor twee maanden, gaan zij op vakantie in eigen land, Denemarken. Ze maakt trapjes en muren schoon, legt hun Indiaas kleed op de zware kastanje houten vloer en ‘maakt nest’. De zoete geur van de enorm grote en verwilderde sering waait steeds zachtjes in haar neus. Onwerkelijk, ze dromen en zijn wakker, te mooi.

Dat gevoel ken ik. Marc ook. Dat overspoelt je hier. Als je geest er open voor staat, je jezelf de tijd gunt. En durft, vooral dat. Een overgave die de belofte schept van verder komen in je leven, je gedragen voelen door wat er achter de overgave schittert. Ik heb die sensatie nog regelmatig, overdag en soms ‘s nachts. De Deen loopt ook over, ze moeten ook verder, de afspraak staat voor de volgende stop, om in ruil voor kost en inwoning te werken. Dit tot aan in Marokko toe.
We helpen ze een volle dag met maaien en wat puntjes op de i om Simon te verrassen als hij naar huis komt. Sjouwen ook mee wat ze daar nodig dachten te hebben. Het viel alles mee, gedeeld lijkt alles ‘peanuts’.
Soms krijg je keuzes voor je kiezen. Keuzes die ik liever kansen noem, die kan ik makkelijker hanteren. Een keuze kan verkeerd zijn. Een kans is nog neutraal. Zij zien dit hetzelfde, wat hen vrij maakt op een voor ons herkenbare manier. 
Onze verkozen vrijheid is geen makkelijke. Dat geef ik eerlijk toe.

Ook wij nemen eens een zondagmiddag vrij nu het stel wat dagen weg is. Gaan met de Blauwe picknicken ergens afgelegen off-road met uitzicht op het stuwmeer dat onderhoud behoeft en nu in een maand tijd leeg mag lopen. Huizen, boerderijen, een kerkje en een aantal bruggen zullen te zien zijn. Normaal als verborgen geschiedenis begraven door een watermassa, nu een seizoen te zien en te bezoeken. Door de vallei lopen waar vele beken, bronnen en stromen samenkomen en de rivier vormen waar wij aan wonen. De oude loop van de rivieren komen bloot te liggen, de bomen nog fier overeind. Met een beetje verbeelding zie je het oude landschap weer terugkomen. Maar dan niet knipperen met je ogen. Wat dan rest is een donkere modderstroom en dode staketsels. 



De Deen heeft echt pech en kan de laatste dagen niet meer werken. Dat vreet. Want voor hem geldt ook de fysieke arbeid als zuiverend en meditatief bewust leven. Moet het aanzien dat wij gewoon doorgaan.
Tussendoor werkt hij hun volgende etappe uit, spenderen we de avonden het liefst met elkaar, tafelen, wijn, lachen en is het een datacenter. Notebook, laptop, ipad, tablet, desktop en we maken er af en toe gevatte en soms cynische opmerkingen over, vaak gevolgd door meer grappen en kramp in de buikstreek. Het vuur knappert en er wordt muziek geluisterd en gedeeld. Dit uiteraard als in een echt datacentrum via hypermodern spul.
De katten zijn aan de gasten gewend. De 23 jarige ‘ginger’ hopt van schoot tot schoot, wij zijn niet meer dan aai-machines en meubilair. Merlin krijgt meewarige blikken als hij, uitziekend, zit te hoesten naast hun bus van 7 meter. Cros bedelt als gebruikelijk naar een stukje zwoerd. De brede pluizige poten op de tafelrand, de lichtgroene amandelvormige ogen die je direct en helder aankijken. Toch zullen we snel weer zonder gasten zijn. Er liggen geen nieuwe aanvragen. Beestenboel zal snel gewend zijn, gewoontedieren als we allemaal zijn.


Voor hun naderend afscheid ben ik al die weken bezig geweest met een mini kruidentuin dat aan een buisje gehangen kan worden in de keuken van de Mercedes-bus. Ik wilde hen iets levends meegeven, een gedicht van Marc onderop, een stevig karton gevouwen met een handleiding en verzorgingstips.



Tijdens hun verblijf in Simons huis kreeg ze de koffer met verf van Marc mee. Ja, ook die extra zware bagage is mee op en af gesjouwd naar het afgelegen huis. De met portretten beschilderde lauzen (dakstenen) hebben haar geïnspireerd en het resultaat was een onbeschrijfelijk gevoel. Ik waag me er niet aan om het onder woorden te brengen. 


Inspiratie, materiaal, mooi licht & de kunstenares

Het afscheid zit eraan te komen. De Mercedesbus is klaar voor vertrek, het toppunt is het juiste moment. De Deen ziekt nog even uit, het is nog zo fijn hier. Ook de Estlandse heeft het er zwaar mee. We gaan toeren. Rondje rond het stuwmeer dat een beurtje krijgt. De meeste ruines liggen bloot. Van bruggen tot boerderijen. Het nu bijna lege meer, het mooie weer en de Paasvakantie trekt vele dagjesmensen. Voor een fotograaf die niet de kans kreeg foto’s te maken van het moment dat het meer waar wij aan wonen een klein riviertje is in de mistbanken van een lentemorgen, is dit een buitenkansje voor zijn soms surrealistische foto’s.


Ze nemen een week om naar noord Spanje te rijden, het volgende adres waar ze werken voor eten. Onderdak hebben ze bij zich. Op hete kolen als reiziger met een doel. Alles gerepareerd, vrienden gemaakt, aan de beterende hand. Maar… hij wil nog 1 ding; die foto’s van dat lege meer met zijn overblijfselen al dan niet in de mist. 
De drukte en het felle zonlicht zijn niet het geschikte moment. De namiddag voor hun vertrek. Een dag voor er weken regen wordt voorspeld. Toch wil hij zijn 5 ton zware huis op wielen op een vlak stuk droog gezet strand neerzetten de ochtend erop. Puur voor de foto's. We waarschuwen hem. Als de modderige bodem weer nat wordt, krijg je die bus niet meer de helling op naar het pad. Hij ziet ervan af en vertrekken volgens plan.
Een brommer die ooit van de brug gegooid is, deels verdwenen in de modder. Een camperbus, als de hunne, op z’n kop op de rotsige helling. Alleen door duikers te bereiken, toen. Ergens 70-er jaren? Muurtjes en een loopbrug. Niet breder dan een meter, intact. Een kleine donkere modderstroom van 1 van de voedende bergbeken die uit het Massif Central komen.

De laatste ochtend hosten. Nog één keer ontbijt klaar zetten, vuurtje stoken om de kilte uit de kamer te halen, kliekje rijst opwarmen en de radio aan. Sarko een wortel, kippen de vrijheid, brokjes voor de hond en dan is er koffie en een vaarwel met vreugde en geluk dat priller werd, mooier en echter dan waarneembaar met het blote oog.