dinsdag 12 maart 2013

Maaien

 Na een heerlijke nachtrust, met dank aan Daniël die verschrikkelijk goed is in het geven van sofrologie, sta ik kwiek en vroeg op en drink een halve pot koffie leeg. Een volle is me teveel, daar ga ik van stuiteren. 
((Ook iets dat afgelopen jaar sterk veranderd is; Mijn smaak, wat ik eet en drink, de hoeveelheden. Ik lustte nooit gember, kon het niet ruiken of proeven en kreeg al de neiging om over m'n nek te gaan. Maar nu, gember? Heerlijk, verse gember en dan het liefst zoveel door de warme hap dat ik het als boventoon kan proeven in het smaakpalet. Ik heb afgelopen jaar ook meer thee gedronken dan in heel mijn leven. Koffie? Alleen 's ochtends, 2 niet volle mokken en heel soms 's avonds wat decaf. Ik eet minder, schep gewoon minder op. Ik snoep niet, ah ok, nauwelijks. Geen zakken felgekleurd gif meer waar niets in zit dat niet geraffineerd is of strak staat van de E-nummers en andere onzin om de mens door te laten eten. Van een nogal heftige suiker-verslaving naar af en toe een stukje chocolade waarin ik ook al niet meer overdrijf?))
Maar ik heb overal de pest in deze ochtend. Nergens zin in ook. Ik heb zelfs geen zin om uit te zoeken waar dat aan zou kunnen liggen. Gewoon lekker overal de pest in hebben is best wel eens lekker. Na de koffie ga ik op slippers naar buiten. Ik weet eigenlijk niet wat ik daar ga doen. Gewoon even kijken, of zoiets, doelloos, voor het even buiten zijn, binnen is ook maar binnen, donker, niet al te warm, want ik wil zuinig zijn met het hout in de schuur dat toch echt slinkt elke avond als ik de kachel aansteek. Het is buiten net iets lichter als binnen, maar daar is alles mee gezegd. Ook iets kouder, maar ik weet als ik blijf struinen dat ik het vanzelf lekker warm krijg. Op diezelfde slippers laat ik me verleiden door de viervoeter die snuffelt naar een plek om haar ochtend-boodschap neer te leggen en ik snuffel met haar mee door het stalpad op te lopen en te bedenken dat ik net zo goed door kan lopen naar beneden, naar het moeras, waar het stalpad echt stopt bij een nu vergeten en nutteloze telefoonpaal die ooit een belangrijk onderdeel was van een 11 kilometer lange krakende telefoonlijn. Ik ontwaar een bloemetje; speenkruid. Leuk, maar ik heb nog steeds de pest in de dag deze ochtend. 
Lief liet een lijstje achter met werkzaamheden waar hij van hoopte het zelf deze weken te kunnen doen. Maar zijn gezondheid gaat even voor en dus kreeg ik het lijstje. Er staat niet veel op, maar wat erop staat heeft alles behalve mijn voorkeur. Waaronder de stammetjes van de helling halen, onder de stal net boven het einde van het bospad. Het is een stukje helling waarvan je vermoedt dan daar de wilde rozen en bramen zijn ontstaan, een miljoen jaar of wat geleden. Moedig heeft hij zich in Doornroosjesland begeven om alles daar plat te leggen, vrije aarde voor het planten van snel groeiende bomen die kachelhout moeten worden voor over een jaar of 15, de zeldzame optimist heeft zijn werk goed gedaan en de stammetjes even laten liggen in het nog steeds Doornroosjesachtige landschap. Dit wel ten koste van het zaagblad van de Echo. Ik heb er toch al de pest in vandaag, dus die stammetjes kunnen me even gestolen worden en knie fluistert het me ook in; lekker laten liggen. 
Tijdens het op slippers ons geweldig begaanbare terrein afstruinen naar iets waar ik dan misschien wel zin in heb bedenk ik me dat ik natuurlijk ook lekker kan gaan shoppen op internet. Een nieuw klimharnas uitzoeken, andere werkbroek die me wel past. De enige boomknuffelaarster die ik ken helpt me hierbij en heeft me merknamen en bedrijven door gegeven. Maar verhip, ook daar heb ik geen zin in. Ik baan me voorzichtig een weg door jonge bramensliertjes en elzenopschot op het stalpad terwijl het wéér gaat regenen. En niet zo zachtjes ook. Lekker voor mijn pestbui, zelfs het weer doet met me mee. Grond sjouwen dan? Ten behoeve van de kleine halfgare kas waarvan Lief vindt dat die nog wel een jaar kan zonder reparatie om geheel te garen en pas opgeknapt wordt als het ding in elkaar stort? Kan, rotwerk, lekker mezelf afbeulen met door de regen verzadigde half vruchtbare grond, goed voor mijn moraal. Dat is waar, maar ik heb er geen zin in, punt. Huishouden dan? Ook niet, er valt weinig te huishouden en om nu vuil te zoeken vind ik zinloos, 'k heb er geen zin in. Ook niet in de rest van de lange lange lijst en dan rest er maar één ding; maaien.
De bosmaaier, of motorzeis, is voor mij een soort van gereedschap dat niet alleen gras en stugge bodembedekking kan maaien. Het maait ook emoties, verpulvert ze, laat ze verdwijnen als ze toch niets te zeggen hebben, uit het niets lijken te komen, geen bestaansrecht schijnen te hebben. Dat bosmaaien is net zoiets als huishouden doen, doet zijn werk als procesoperator. Juist als ik deze mood heb is er maar één remedie, weer of geen weer, maaien. Kappen die handel, gras of braam, maakt niet uit. Oprit of helling, doet er niet toe. Hoe erger de mood, hoe rigoureuzer ik de machine hanteer. En nu zit het slagmes er nog op. Das mooi, want met dat slagmes kan ik lekker slaan in die klote bramenbossen en is het een masochistisch karweitje. Als ik stenen raak, waar bramen nu eenmaal fijn tussen gedijen, slaan er steentjes vanaf die me om de oren slaan. Tijdens dat maaien heb ik een bokkenpruik nodig, een stugge kop die zich niet aan kan stellen en me de kans ontneemt om de stemming zijn destructieve werk te laten doen. Het is zwaar werk, de machine hoog optillen om hem op snelheid te brengen met de gashandel en hem met vernietigende kracht op een bos met doorns te laten vallen die me al ontelbare keren krassen en splinters in de huid gaven. En dat nog vele malen gaan doen..... Na het maaien, als ik volledig ben doorgezweet (wintervet mag nu wel aangepakt worden om weer in zomerkleer te passen), die maaier in de schuur leg, om dan een douche te pakken, eten te maken en daarna weer naar buiten ga om een evaluerende blik te werpen op het slagveld, ligt daar die stemming tussen, verpulverd in duizenden stukjes. Onherkenbaar en al bekropen door de naaktslakken om verteerd te worden en de zanderige grond vruchtbaar maakt voor ..... ach ja; Nieuwe bramen.

maandag 11 maart 2013

Zelf doen

Zon en buitjes wisselen zich af terwijl ik iedere dag meer bloemen en vlinders zie verschijnen als ik ook maar 1 stap buiten doe. Op het achterterras zijn dit de maartse viooltjes en sleutelbloemen. Aan de voorkant van het huis de hyacinten, blauwe druifjes en ook weer die lieflijke viooltjes. In de moestuin ontwaar ik wezerik en veronica tussen het al verse gras, de paardenbloemen en veel longkruid waarvan de bloemstelen een paar centimeter per dag groeien en de bloemen verkleuren van diep paars naar hard blauw. Ik kan geen minuut buiten zijn met een vier- en tweevoetig gevolg. Gisteren een wandeling naar de twee eiken om Castel even te laten rennen en snuffelen met in ons kielzog 5 alerte katten die om en om met een miauw even vragen of het nog ver is, 'die twee eiken'. Op zondag in maart nog geen auto's op het bospad, wat niet belet dat de 5 kattenstaarten zo nu en dan met alle mogelijke dikte krommen en er hier en daar één wat meters een boom beklimt. Want Castel stoort zich niet aan tere kattenzieltjes en stormt steeds terug naar mij om met een wel heel blije kop omhoog te springen al kwam ze een kusje geven om te bedanken voor de aandacht en de wandeling.
Tussen de buien door snoeide ik gisteren de fruitbomen. Voor alle drie geldt dat ik erin moet klimmen, want goede ladders heb ik wel, maar die zijn niet goed te plaatsen op dit onregelmatige terrein vol holletjes en onzichtbare verzakkingen veroorzaakt door de beesten in het bos. Net op tijd voor de bloesem, de perzik wacht nog een paar dagen, maar je ziet de knoppen op springen staan. Nu maar hopen dat de voorspelde vorst en sneeuw uitblijft. 
Vrijdag tijdens het zagen en versjouwen van aanmaak-stammetjes verdraaide ik mijn knie weer. Die knie die een mediale band mist en een gereconstrueerde kruisband heeft. Pijnlijke zaak, maar dat is altijd na 3 minuten rust wel weer weggetrokken. Toch blijft knie zeuren en voelt zo slap als boter en moet ik extra voorzichtig zijn. Ik draag dan ook tijdens de buitenklussen de mobiele telefoon met me mee, want er komt natuurlijk geen kip langs hier en naar huis tijgeren vanaf de fruitbomen is niet te doen. 
Vandaag tijd om alle kettingzagen na te kijken. De kleine Echo is wat teveel belast en misbruikt. Het zaagblad is krom, de groef waar de ketting als een gladde aal doorheen moet glijden heeft deukjes en ik besluit dat er een nieuwe op moet. Geduld, de winkel is niet naast de deur en of ze dit kleine maatje op voorraad hebben is nog maar de vraag. Lief kan ook een dromer zijn. Die zaagt en daarna? Zet hem terug in de kast, toch? Makkelijk, maar niet wijs. Het aangekoekte vuil (zaagsel en olie) verstopt alles dat er in zo'n machine te verstoppen valt en het schoonmaken kost me uren. 
Anderhalve week geleden was een berichtje van Marc voldoende om me in te laten zien dat onzer beide rek er een beetje uit is in het dealen met de stress die voornamelijk veroorzaakt wordt door een curator die denkt met het rekken van de zaak meer geld te verdienen dan zich te houden aan de afspraken die Marc en hij vorig jaar maakten. Mijn maat was vol en ik probeerde Roland te bereiken die destijds de bedrijfsovername heeft begeleid en oud klasgenoot is van Lief. Uiteindelijk lukte dat vandaag. Eindelijk een gesprek met iemand die van de hoed en de rand weet en Marc goed kent. Eindelijk mijn hart gelucht over de crisis-zaken waar ik geen verstand van heb, maar wel onder lijd, met lange ij inderdaad. Eindelijk degelijk advies en bevestiging dat mijn handelen hierin tot dusver goed is geweest en ook mijn noodgreep om de man 'te storen' op zijn werk terwijl dit toch echt meer een privé-aangelegenheid is. Eindelijk iemand die ook Marc kan helpen met niet alleen steun en advies, maar ook in Nederland bereid is voor ons zijn nek uit te steken. Want ik verdom het om achteraf aan zelfverwijt ten onder te gaan. Ik zou niet kunnen leven met de gedachten dat ik 'het aan zag komen' en niets deed. Ik vertik het ook om lijdzaam toe te zien terwijl ik ook zelf de telefoon kan pakken en iemand te bellen waar ik eigenlijk niets mee te maken heb. Het is in mijn belang en dat van de M&M. Ik zou het iedereen aan willen bevelen; stel niets uit van wat je vandaag kunt doen. Zeker om je leven in eigen hand te houden, lief te zijn voor jezelf, ook al betekent dit dat je feitelijk alleen een ander helpt. Het komt altijd bij je terug.
Mijn bubble wordt groter, mijn dromerijen, overpeinzingen, ideeën en de rust. De muziek blijft steeds langer uit, de stilte wordt me weer eigen, prettig. Vanavond naar het centrum, beetje echt bubbelen, sauna, baantjes trekken en een uurtje sofrologie om mijn nachtrust te verdiepen.

zaterdag 9 maart 2013

Mijn eigen 'Bubble'

Het is half 3 in de middag. Het huis is glad. De was hangt te drogen in het zwembad, de boodschappen zijn gedaan en het huisvuil is al weg gebracht. De tafel is glad, geen troep her en der en mijn playlist is ergens halverwege waarop Lisa Gerrard de boventoon voert; mijn 'bubble'.
Een Ierse vriendin noemde dit zo tijdens haar bijna-preek vorig jaar zomer, toen Lief net te kennen had gegeven dat hij naar huis wilde komen. Bij mij wilde zijn, terwijl hij nog ten noorden van de Poolcirkel de rol van reiziger speelde. Eline, zelf op weg naar een scheiding, begreep maar al te goed waar ik zat, maar kon zich geen voorstelling maken van hoe ik de draad met Marc toch weer op wilde pakken. Ze zag mijn bubble, deze cottage ingericht, verwarmd en levend door alleen mijn adem en energie. Ze had gelijk dat mijn bubble uit elkaar zou spatten als hij weer thuis zou zijn. Zijn spullen overal, niet 1 wasje maar twee per week. Niet mijn playlist maar doorgaans de zijne. Een vaste wat strakke dagstructuur waar hij nu eenmaal goed op gedijt. Niet zo'n ramp voor mij. Ik ben nu eenmaal de flexibele van de twee, wat geenszins wil zeggen dat ik te inschikkelijk ben en te veel offers breng. Maar ik voel me er geen minder mens door als ik concessies doe, ik ken mijn pappeheimis. En dat wil zeggen dat ik er zeker van ben dat Lief eens in de zoveel tijd even 'vluchten' moet en ik mijn bubble terug kan nemen. Voornamelijk om zichzelf de ruimte geven. Van mij krijgt hij genoeg wat dit betreft. Maar soms lijkt zijn eigen 'breathing bubble' zijn eigen gif te zijn waartegen ik genoeg anti-stoffen heb opgebouwd de afgelopen jaren en hij hulpeloos aan ten onder gaat als hij niet op tijd even frisse andere lucht tot zich neemt.
Mijn bubble is al groeiende zodra ik hem nog enthousiast uitzwaai en Castel hem een honderd meter uitgeleide doet op het bospad door achter de auto aan te kwispel-draven. Thuis gaat inderdaad direct mijn keuze van muziek aan, en hard, eventjes. Hak-op-de-tak ruim ik op, maak ik schoon, neem ik pauze, werk ik, schrijf, doe niks en een tukkie en maak me nog slaapdronken op om voor de voorspelde sneeuw hoog op de helling wat dode jonge kastanje-staken plat te leggen om als aanmaakhout in gedeeltes naar huis te sjouwen. Energie te over, zoals ik gewend ben sinds vorig jaar maart. Als pas juste zou het over kunnen komen op anderen. Dat hij me amper een dag wil missen hier, maar er zelf wel zomaar wat weken tussenuit piept. En mij 'op laat draaien' om voor het spul te zorgen. Maar ik maak erg graag zelf uit wat juste is, waar ik me prettig bij voel. Dat gebeul op de helling van gisterenmiddag levert namelijk op dat ik een warm huisje heb op het moment dat ik daar behoefte aan heb. Ik ben van niemand afhankelijk, kan doen en laten wat ik wil. Die tijdelijke optimale vrijheid is een vast gegeven met een partner als Marc. En dat kan vrijwel niemand zeggen, want als je toch zo afhankelijk van elkaar bent, en getrouwd, en 24/7 samen, dan is het toch ook altijd-alles-samen? NON, in ons geval dus gelukkig niet. Ik heb meer vingers in mijn levenspap dan menigeen en daar durf ik best een beetje trots op te zijn. Met alle liefde doe ik enige concessies om extra te genieten van het bestaan van mijn bubble die gelijk is aan het bezitten van de wereld. Mijn wereld tot zover mijn ogen reiken kunnen. Het is bevatbaar, want ik leef in een gorges, een kloof met dicht aan de overkant een helling die onbewoond is en dus net zo goed mijn bezit. Vanuit mijn bubble bezien dan. 



Marc heeft een erg leuk werkadres getroffen met collega's uit Spanje, Italië, Engeland, Finland en Frankrijk. Die ene week kunnen er dus ook best twee worden en ik? Ik maak me nog geen illusies. Eén week bubbelen is voldoende voordat de hitte van de zomer hem in juli weer zal doen vertrekken richting kouder Noorden om ergens anders de handen uit de mouwen te steken. 

donderdag 7 maart 2013

Donderdagbeleving XIV

De dag begon wat anders als een gewone Donderdag. Lief moet er weer even tussenuit. Om voeding te halen. Andere mensen te zien na een kleine drie maanden opgesloten gezeten te hebben in een stuk Frankrijk dat 's winters ook echt rust houdt. Dat er verlaten, doods, koud en kaal bijligt zonder de voor de toerist zo bekende levendigheid. De druk die onze financiële sores met zich meebrengt neemt tenslotte niet af maar toe. De werkzaamheden in en om het huis om het leefbaar te houden nemen ook niet af. De mensen om ons heen, voor zover die zich 's winters in de gorges wagen, veranderen ook niet, er komen geen enthousiastelingen bij, want tijdens de winterperiode ga je er niet op uit en zeker niet als het jachtseizoen toch gesloten is. Iedere dag dezelfde kop, hetzelfde werk, hetzelfde improviseren met dezelfde zorgen maken hem er niet vrolijker op. Eruit dus. Dat betekent speuren op internet om een uitdaging te zoeken die hem aanspreekt. Hij vond WorkAway en gooide wat visjes uit dat resulteerde in iemand die een yoga-centrum opzet een ruime 2 uur rijden van huis. Iemand die altijd meewerkende gasten kan herbergen en Marc was vandaag al welkom. Morgen dus, zodat hij vandaag wat dingen hier kan afronden om voor een week, of wat, eruit te zijn.
Voor de ergste lente-drukte heeft hij mijn zegen. Ook ik heb dan even stilte-tijd gevuld met mijn eigen herrie alleen. Ook ik hoef even niet te zorgen, scherp en alert te blijven en de midi-kook-klok kan even uit. Zuster Klivia zal me wel benijden, en zo misschien nog wel meer mensen die ook behoefte hebben aan een tijdje op zichzelf zo nu en dan, maar wel blij zijn dat ze een partner en of gezin hebben. Alleen is ook maar alleen, maar soms zou ik er een moord voor doen om alleen te zijn op een moment dat Lief geen aanstalten maakt en geen reden ziet even de benen te nemen.
Ik heb nauwelijks groente en fruit nodig, verder niets van de markt en omdat het centrum yoga en sofrologie precies na mijn schoonmaken bij mevrouw Ravelac heeft gepland, komt het beter uit lekker thuis te eten.  Nadine en JP kan ik zo eens niet belasten met die alles-maar-half-begrijpende Hollandse en ik hoef die grapjes een donderdag niet te vatten. Marc vindt de donderdagen alleen niet fijn, dus is blij dat ik wat langer thuis blijf. Ik kan me dat altijd maar moeilijk voorstellen. Ik zou het zalig vinden als hij één dag in de week zijn heil ergens anders zoekt, we zitten tenslotte 24/7 op elkaars lip. Pech heeft hij, dat centrum is weer open. Ik wil er minimaal twee keer per week naar toe, al kost dat een 80 euro diesel extra per maand. Jammer dan. Ik poets er wel voor. 
Over poetsen gesproken; Vandaag was de woonkeuken aan de beurt. Oudere boerderijen hebben geen woonkamer. Wat moet je ermee, met die huiskamer, als je hele dagen op de boerderij werkt en 's avonds na het eten en een uurtje TV met de kippen op stok gaat? IJskonijn is dit keer vriendelijker als mevrouw Ravelac. Ook de oude zwarte labrador blijft grommen zonder te kwispelen, maar zijn wantrouwen negeer ik. Hij zal de geur van Castel wel niet moeten. Mijn ene uurtje per week is weer omhoog geschroeft. Ik ben vroeg weggegaan, want op tijd naar yoga is me ook wat waard en ik ben flexibel genoeg voor de strijk en die vieze WC, die gelukkig een keer beide aan me voorbij gaan. Foto's maak ik. Van die typische Franse plattelandsdingen waar menige Nederlandse brocanterie-snuffelaar zijn knip voor zou trekken. 

De schouw, erg Aveyronnaise met het rookgordijntje, de planken met snuisterijen en de inbouwkast met aan de andere kant van de schouw de houtgestookte cuisiniere die ook voor de verwarming en het warme water zorgt.

Het keukenraam weerspiegeld in de Franse Staander. 

'Troepies', zoals ik ze altijd noem. Ze verplaatsen, hebben geen emotionele of praktische waarde, maar blijven in die woonkeuken als stofvangers. Want een chaudiere veroorzaakt stof, zwart kleverig stof.

De sécadou. Hier kijkt u tegen de bovenverdieping aan waar de kastanjes in gaan om te drogen. Er zijn meer traditionele broodovens die nog gebruikt worden dan sécadoux. In deze wonen de kippen en de eenden.

Sjaal en hoedje op een stoel. Onder het raam een leunstoel met een gehaakte omslagdoek.

Wat doet iedereen toch moeilijk tegenwoordig. Over koffie. Senseo, cups, nespresso, blabla. Deze Philips doet zijn werk nog naar behoren. Al kreeg ik nooit koffie.

In de hal hangt een ingelijste foto van de nieuwe schuren van de boerderij. In een lijst van aangevreten hout, ik durf hem niet af te stoffen.

Nog zo'n leuk echt Frans ding; Een gazen kastje waarvan ik de Franse naam (nog) niet ken. Voor kaas, worst of andere dingen die op kamertemperatuur bewaard moeten worden zonder dat de vliegen ervan mee mogen snoepen.

Oud, vergeeld, functioneel en overal; kalenders. (En klokken)

Het raampje in de zijkeuken. Uiteraard niet geisoleerd. Dat is het hele huis trouwens niet. Buiten de kippen en eenden ren.

Enig. En alles wordt nog gebruikt.

Een typisch schouwbankje. Zwart van het roet, vette handen en overall-ruggen. Het is eigenlijk een kist op pootjes met een leuning, om aanmaakhoutjes in te doen. De kist is goed gevuld met mooie spaanders eik.

Onze ketel is van aluminium. Deze is veel mooier en staat half gevuld op de cuisiniere. Ik zou voor dit oude bruikbare ding best mijn knip willen trekken, prachtig.

Oude loebas, brombeer die iedere week als de motor van de Rode nog warm is een plas doet tegen het rechter achterwiel.

Deze avond staat in het teken van een sombere echtgenoot op weg helpen met spullen pakken. Op werkvakantie ging hij nooit, dus ook het pakken is een slagje anders. Ik maak een nieuwe werklijst terwijl ik goedkeuring krijg over mijn 2e SEO tekst. Eventjes nog. Dan ben ik alleen. Heerlijk. Of toch niet? Met de voorspelde strenge vorst met sneeuwval.

woensdag 6 maart 2013

Van blokje naar balletje


Vannacht is het gaan regenen na wat weken dat het modderbad buiten wat in kon drogen. Door wat dagen stormwind dat in vlagen door de bochten in de gorges op ons huis beukt -dat geen krimp geeft- was het grote stenen laten wandelen ten behoeve van een muurtje, een stoffige bedoening waar je bijna een stofbril voor nodig hebt. Op de plateaus ligt hier en daar nog een lapje sneeuw waar de zon geen invloed op heeft. De wind voelde zacht aan, de maartse viooltjes in drie kleuren zijn een verrassing voor de oplettende buitenlui en ook longkruid heb ik al in bloei gezien. Gisteren trok de lucht dicht en kreeg de zon het niet meer voor elkaar er doorheen te breken wat nu dus regen geeft die zoet ruikt, naar de lente. 
Niks bijzonders toch? Zoals ieder jaar.
Maar voor mij wel. Vorig jaar, de eerste week van maart, kreeg ik vanuit het niets van een volslagen vreemde een berichtje via een sociaal netwerk. Meneer reageerde enkel op mijn profiel en vraag me niet waarom, daar ben ik nog steeds niet achter. Hij wilde enkel af en toe eens van gedachten wisselen en daar dienen sociale netwerken ook voor. Wat hij niet wist is dat zijn uitgesproken gedachten mijn wereld op z'n kop hebben gezet, onomkeerbaar, onvermijdelijk zo achteraf bezien en met haast schokkende gevolgen waar ik nog niet klaar mee ben. Begin maart besef ik me dat oud & nieuw voor mij in deze week valt. Ik kijk terug, en vooruit, maak een balans op en dit nog niet eens bewust. De regen die na wat weken geen neerslag die zoete lentegeur afgeeft is voor mij het signaal dat het de eerste week van maart is, net als vorig jaar toen ik nog niet wist wat er mij boven het hoofd hing.
Vorig jaar heb ik het 'gebeuren' maar de definitie transformatie meegegeven. Een innerlijke stille verandering die het leven volledig laat veranderen zonder een schokkende ervaring, zonder ongeluk, zonder groot verlies of ziekte, die volgden later en zijn dus eerder gevolgen te noemen dan de aanleiding tot de verandering. Dat dit onverwacht gebeurde, dat ik er niet naar toe heb gewerkt, niet bewust, is een zegen. De inzichten die hierop volgden, en zich nog dagelijks manifesteren, zijn een verlangen van velen en kosten nog moeite worden gespaard om zo'n verandering of transformatie te bereiken. Meditatie, reizen naar het wijze Oosten, coaching, retraite, ziekte en verlies. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden, maar dat mijn weg zich zo zou openbaren is een gift van het leven zelf die ik iedereen gun. Het klinkt wat arrogant, maar zoeken en speuren levert niets op. Iets dat ik ook altijd geweigerd heb, het gaat vanzelf of het gaat niet. Dat zoeken levert enkel op dat je het niet uit jezelf haalt maar uit de ander, of andere dingen en werelden. Die passen niet bij jezelf. Die volle overgave aan het leven blijkt dus wel wat op te leveren.
Makkelijk is het niet, de tegenwerking is groot, want mijn weg past de ander niet. Mijn weg is uniek. Zoals het mijn nek uitsteken door schilderwerk te gaan doen terwijl ik me niet eens netjes kan uitspreken in het Frans. Of het schoonmaken en het me de werking van een stofzuiger uit laten leggen alsof ik thuis een zandvloer heb als in een lemen hutje in centraal Afrika. Van boomverzorging opzetten in deze regio al helemaal maar niet te spreken. Sinds vorig jaar 1 maart stoor ik me steeds minder aan wat de ander denkt, of doet. Een spurt volgde van de zomer, toen ik Marc liet vertrekken zonder zekerheid of hij nog terug zou komen. Het maakte me niet uit, ik ben ik, en ik heb het vertrouwen dat ik het wel red. Schokkend, dat vertrouwen had ik nooit. Vanuit dat nieuwe dat helemaal 100% van mij is, kon ik eindelijk gaan leven en was ik het stadium van 'overleven' voorbij. Zonder extra moeite, door een paar berichtjes van die vreemdeling in een andere taal dan de mijne, waarin hij met een 5 tal vragen mijn leven op z'n kop zette, liet draaien als een tenger blad aan een boom in een zuchtje lentewind. 
Sinds maart vorig jaar doe ik mijn ding, ongeacht wat wie dan ook daarvan vindt. In eerste instantie stuitte dat bij Lief op tegenstand. En verwarring. "Wie is toch die vrouw die ik in 2006 trouwde?" moet hij vaak gedacht hebben. Maar de potentie had hij toen al wel gezien. Deze was hier ook nodig, maar verdwenen door de (geld)zorgen en het bikkelen om als Hollander een nieuw leven op te bouwen in dit ruwe ongepolijste stukje Frankrijk. Marc heeft me terug, zoals hij zag eind november het jaar voor we verkozen een verbinding aan te gaan met een boterbriefje ter bevestiging. Belangrijker is dat ik mezelf terug vond, spontaan, zonder aanwijsbare reden waarom juist op dat moment. 
Die lenteregen met de zoete geur is mijn feestje. Ik zet nog een extra potje koffie en kijk naar een werklijstje voor mijn neus. Te veel voor 1 mens, zou menigeen denken. Ik start gewoon aan één van de klusjes waar mijn kop naar staat. Geniet van het feit dat mijn demo als SEO Content schrijver in goede aarde viel, de demo met enige aanpassingen geplaatst is op de hoofdpagina en de betaling onderweg is met een nieuwe opdracht er gelijk achteraan. Ik kijk wel op, maar niet om, spreekwoordelijk gezien dan. 
De balans is er bij lange na nog niet, maar soms, heel eventjes, manifesteert het zich toch. Doe ik wat bij me past, spontaan en stoor ik me niet aan weerstand. Die is namelijk altijd van de ander, of komt van buitenaf, door het weer, de omstandigheden, een frons of een vloek. Dat alles is niet van mij en laat ik ook niet toe op die kleine nog korte momenten van balans.
Van een vierkantje naar een rondje, van blokje naar balletje, dat rolt en blijft rollen. Het kan dus wel!

dinsdag 5 maart 2013

De acacia en de sécadou

 Samen haast vergroeid, onze sécadou met een acacia ernaast. Dat kleine huisje, haast bewoonbaar voor Tolkien's Hobbits, het moment dat we het voor het eerst zagen april 2008 toen we door de eerste bekoring heen braken van dit granieten huisje verstopt in het bos. Ingekapseld door mos en klimop en verwilderde struiken met aan hun voeten lentebloemen.
In het uiterst ruige landschap van de Aveyron, met de rotsige hellingen en zanderige afgronden, is nooit veel landbouw geweest. Dus ook nauwelijks graanvelden, misschien hier en daar een pluk mais. Brood bak je van kastanjemeel, het goedje dat nu een slordige 8 euro per kilo kost, was toen armenvoer, dagelijks op het menu als pannenkoeken voor ontbijt. Om de kastanjes te verwerken heb je molens nodig, maar die mooie voedzame vruchtjes moeten wel eerst gedroogd worden. Zo ontstond de sécadou, een huisje met 2 verdiepingen, een vloertje van taps toe lopende planken met een spleet ertussen. Op de begane grond werden gloeiende kolen geschept, hoogstwaarschijnlijk ook kastanjehout. Graniet brand niet, kastanje geeft een intense hitte af en de warmte droogt de kastanjes snel genoeg om voldoende meel te hebben voor de lange koude winters. Onze sécadou was in redelijk goede staat. Er lag alleen bijna een schuin gezakte reeds dode populier op de nok, bijna, en het lauze stenen dak was aan de noordkant zo goed als op.


Wie de acacia's geplant heeft, ooit, weten we niet. Dat er vele bijenvolkeren van genieten, hoornaars en wespen in leven en de bomen een klein eco-systeem op zich vormen is logisch. Ze staan hier niet zoveel in de regio, bij ons op het terrein is het als onkruid. Steek één wortel af en na drie maanden heb je er een stuk of 20 acacia's bij. Het hout is taai en kan bizarre vergroeiingen aan, maar de tweeledige stronk van de acacia naast de sécadou is niet zo kwiek meer. Zwammen komen iedere herfst terug, de stammen zijn hol, de schors laat erg veel los, ik kan mooie potgrond scheppen uit de holtes als ik eerst de klimop wat wegtrek en de vergroeiingen onderop de stamvoet lijken op gezwellen. De hele schuin hangende stam moet echt weg, zo laag mogelijk. Maar hangt boven de hoek van Castel's huis, de sécadou, en boven de door Marc droog gestapelde muur van geraapte stenen. Helaas voor de pimpelmeesjes die er ieder jaar een nest in bouwden. Om te voorkomen dat de boom het zo mooie traditionele huisje vernield dat met bloed zweet en tranen door Marc is gerenoveerd, de muur en de vlinderstruik er pal onder, maken we een constructie met de lier van de Blauwe, een trekband en katrol. Het liertouw laten we via de hoofdstam lopen. Die is ook niet al te best, maar staat nog rechtop en voorziet het terras van schaduw, niet onbelangrijk tijdens de zomerhitte.


Een hekel aan ladders delen we. Om het zware kreng goed te plaatsen is al een drama. Ik moet in de knot klimmen om daar de uitlopers weg te zagen en zo werk ik de laatste restjes spierpijn weg die ook deels overtroffen worden door de 3cm lange doorns aan de takken. Deze punten gaan dwars door goede kleding heen en het is geen pretje. De stormwind blaast de takken uiteraard de kant op waar ik sta te foeteren. Maar de top is schoon en Marc gaat het gevaarte zagen terwijl ik de lier bedien bij de auto om hem rustig te laten zakken. Bijsturen kan niet en we hopen maar dat ons voorbereidend denkwerk de goede richting laat zien. Het lukt.


De doorsnede van de stam is alles behalve rond. Sommige jaarringen een anderhalve centimeter breed wat doet vermoeden dat de stam erg zijn best heeft moeten doen om door zijn eigen gewicht niet al om te vallen. Een gevalletje 'net op tijd'. Dat het geheel er niet uitziet ben ik met iedere collega boomknuffelaar eens. Maar hier gebruiken we de schaal 'esthetisch -- praktisch' en gaat het niet puur en alleen om de boom. Ik zal het gedrocht niet gaan missen. We hebben een zorg minder, een klein kubje hout voor over drie jaar en een vrijer uitzicht met schaduw gegarandeerd van zus- of broer-boom.

Hierbij wil ik wel mijn excuses aanbieden aan de bijen, wespen, hoornaars, alle vogels, hagedissen en vliegen. Jullie zullen genoegen moeten nemen met de schuur, het woonhuis, een vogelhuisje (waar jullie je snavel altijd voor optrokken!), een honderdtal -zij het niet meer- andere acacia's en eiken.

De lange adem

Eergisteren, 'the day after', kon ik inderdaad niet op of neer. De zon scheen, maar lekker buiten aan de slag zat er niet in. Spierpijn is niet zo erg, het duurt maar een dag of twee. Ik bedankte Marc ervoor al terug te gaan voor die ene tak en het uit de boom frutteren van het werplijntje. Maandag dan? Vroeg hij me. Nee, ook maandag nog niet. Het stormt en deze winderigheid mag dan lenterig aanvoelen qua temperatuur, eerst moet mijn lijf in orde en wil ik de verdiende poen op zak hebben. 
Gisteren was een diverse dag. Ik heb een berg werk voor me liggen waar je u tegen zegt. Ik wil een proefje SEO Content schrijven voor een website die een schrijver nodig heeft, dus zal ik me even ernstig moeten verdiepen in dat 'SEO Content'. Ik laat u raden als u niet weet wat het is. Het zou weer een extra krent in de pap betekenen als ik door dat proefje a 300 woorden aangenomen word voor dit freelance werk. Ook werk ik me even suf voor Cloudparty, we blijken 'groot' te zijn in wat we doen, alleen omdat deze virtuele wereld nog erg klein is. Het loont de moeite een goed fundament te maken voor als Cloudparty een boost krijgt met een x aantal nieuwe gebruikers. De eigenaren van deze webGL based virtuele wereld zijn in het geniep aan iets groots bezig, dit kan alleen maar goed zijn, een nieuwe ontwikkeling die voor alle gebruikers goed is en daar borduren we in stilte op voort. Nu ja, stilte. We krijgen veel positieve aandacht en zodoende mocht ik een artikel schrijven voor op de website van Cloudparty France, een externe weblog die gaat over Cloudparty speciaal voor de Franse gebruiker. Marc ontwerpt zich vierkante ogen en geniet erg van wat hij zich afgelopen jaren met moeite eigen heeft gemaakt; de extreem complexe 3D ontwerp programma's. Petje af, ik wist waar hij begon en zie nu waar hij is, veelbelovend. Nu de opbrengsten nog, maar we schijnen als M&M Creations een lange adem te hebben. 
Schrijven voor mijn eigen plezier, boeken op de plank, een cursus, SEO Content als freelancer, bomen verzorgen en acquisitie plegen, soppen van huizen, onderhoud huis, gebouwen en moestuin, beetje huishouden tussendoor, wanneer zal ik eens gaan slapen, als dit lukt. Slapeloosheid slaat toe en we werken en rommelen zo lekker door.
Eén keer poetsen bij de zus van mevrouw Ravelac, het huis op de doorgaande weg dat eerder een karrenspoor lijkt voor de mestkar. Ook weer een gehuchtje van 3 huizen met enorme schuren waar de voordeuren lijken op die van de secadou of een ander bijgebouw. Zulke kleine 'nederzettingen' blijken vaak in het bezit van 1 familie, landerijen erom heen inclusief. Veel, erg veel van zulke gehuchten staan door het jaar heen meer leeg dan dat ze bewoond worden en alleen tijdens de feestdagen en de lange zomers komen de bezitters van dit groene goud uit de grote steden en doen de huizen dienst als verzamelpunt voor de familie. Dat betekent wel dat vlieg en spin, stof en smeltwater hun weg naar binnen weten te vinden. De geur muf is door het oude hout van de betimmering, ook weer bewoond door houtworm, de formica meubels en andere decennia oude snuisterijen die een grijzige glans hebben door het stof. Zus van ijskonijn onthaalt me vriendelijk, geeft me wat sopspullen en een stofzuiger en ik ga aan de slag. Een emmertje waar mijn handen net naast elkaar in passen, een stofzuiger zonder 2e stang wat me bijna met de neus op die vieze laminaatvloer drukt en wat lappen van spierwit katoen dat geen water op wil nemen alsof het een nieuw laken is dat speciaal voor mij in stukken is geknipt. Ik doe het ermee, op die stofzuiger na, want mijn rug wil gezond blijven. De wind beukt zo hard op het huis met zijn stenen dak, loeit door de schoorsteen wat het huis doet kletsen als een oud wijf. Ondanks het macabere gefluit, het steunen en zuchten hoor ik het huis het jubelen van vreugde dat er weer een vuur brandt in de schouw, dat de wanden hier en daar weer wat radiatorwarmte krijgen, de spinnenwebben die het houtwormstof vingen in hoeken en gaten rigoureus worden verwijderd zodat de wind weer leven blaast. De ramen blinken en laten de zon door, laat licht en lucht de oude boerderij ook van binnen leven.
Het werk als schoonmaakster levert net zo weinig op als het verven van een voordeur, maar het blijft een leuk systeem om zo bij de mensen thuis te komen, contact te maken, beetje Frans te kletsen en mezelf te laten zien. Het kleine ventje dat ik hoor spelen kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en zeurt bij maman om even om het hoekje naar mij te mogen kijken. Grote bruine ogen van de 4 jarige staren me aan, dat is ze dus die vrouw die de stofzuiger hanteert. Later tijdens een glas citroenlimonade op de lange bank aan de eettafel, Fransen blijven gek op grove grenen meubelen, komt het manneke los. Ik steek stiekem mijn tong naar hem uit, leer hem iets dat not-done is in de etiquette. Wat me later toch echt dwingt een licht excuus te maken bij zijn moeder, want hij doet het na, maar vergeet dat je deze geste stiekem moet doen.
Na het gesop terug naar het stadje, om me te laten betalen voor de spierpijn en het stel gerust te stellen dat we terug komen voor die tak, er nog een twee extra weg zagen uit de top voor de vorm te perfectioneren. Wat een getrut, dat betaald krijgen. Maar ik laat me niet van de wijs brengen als ze om een factuur vraagt. Die had ze kunnen krijgen, en alsnog, maar ze was zo gebrand op het contant betalen dat ik nou niet het idee kreeg dat er een factuur gemaakt hoefde te worden. Ik moet stiekem lachen om mezelf, want ik blijf stoicijns vriendelijk kijken, blijf eerlijk doch beleefd, geef mijn glimlach ten beste en in de euro's deels contant het andere deel als een cheque die ze uitschrijft voor volgende week, wat hem dan pas inbaar maakt. Ik vind alles best en ben erg blij dat ik nu een jaarkaart voor het centrum kan kopen. Daar rijd ik gelijk naar toe nadat ik de poort heb gesloten van Zonnebril & Sul. Voor sommige zaken schijn ik een lange adem nodig te hebben. Zonder resultaat op korte termijn, maar met het vooruitzicht op beter.
Na 4 maanden mijn 2e familie gemist te moeten hebben is het weer een warm welkom. Het abonnement is net wat tientjes duurder als het bedrag dat Zonnebril me gaf, maar 'meid, ga lekker een sauna'tje pakken' en we zien je wel weer eens verschijnen voor je jaarkaart, relaxxx.
Na 4 maanden kou, sneeuw en modder, is een sauna binnen stappen, hoe klein ook, iets hemels. Iets ongekend aangenaams, za-lig! En met gemak blijf ik er de volle 15 minuten in zitten, totdat drie pubers gekleed in wat lijkt op onderbroeken stennis schoppen en Emily als badjuf optreedt en met ferme stem de knullen het zwembad probeert uit te sturen. Ze is jong en een 'meisje' en haar autoriteit schijnt even te kort te schieten. Ze is de dochter van de burgemeester van onze gemeente en ik durf haar een vriendin te noemen. Een sprankelende maar niet nog ongeschonden persoonlijkheid die me beter kent dan menigeen en zo jong nog al door mensen heen kan kijken. Dit ondanks dat ze in dit wat onderontwikkelde gebied geboren en getogen is, verkoos hier te blijven en niet weg te gaan op zoek naar jong leven en groter geld dan wat seizoenswerk als badjuf oplevert. Doorzettingsvermogen, overredingskracht en professionaliteit geven de doorslag; de knullen met grote bekken die bommetjes maken vlak naast rond dobberende kleuters met zwembandjes druipen af. Ik complimenteer haar, want ik zou hier dus echt niet tegen kunnen en me te klein voelen voor het kleine zwembad.
Ik voelde me ronduit slecht heel de dag, kouwelijk, bibberig en alert op flauw vallen, maar die sauna en de paar baantjes die ik trek in het amoebe vormige zwembad van maar 15 meter zijn de opkikker van het jaar. Vandaar dat ik tot in de kleine uurtjes werk aan een artikel in het Frans op die weblog en me in kan zetten voor de PR van M&M Creations. De lange adem, daar kun je op leven.