dinsdag 22 april 2014

kick-off; '7 maanden op'

'Longread', ruim 4000 woorden, neemt u gerust een half uurtje leestijd.

Voor ons is de afgelopen maand de ‘kick-off’ geweest voor het hoogseizoen dat we de ‘7 maanden op’ noemen. De winterperiode, alles gesloten, leeg, somber en armoedig achtergesteld, zijn de ‘5 maanden af’. Dat is de balans. 
Niet het hele jaar door hetzelfde. Hetzelfde werk, dezelfde kleding, hetzelfde voedsel, een zelfde sociaal leven met dezelfde intensiteit. 
De lente is hollen, heel de dag. De zomer is ook hollen, in twee ongelijke delen, om tussen de middag binnen niet te bewegen. De siësta is een schoone uitvinding. De oogsttijd staat gelijk aan de lente, de laatste loodjes, lange avonden bij kunstlicht boontjes doppen en wekken. Om dan afhankelijk van het weer te zijn en misschien gedwongen binnen te versomberen en in te teren gedurende 2 tot 3 maanden. Soms langer…
(Het ritme van de boeren van de Aubrac. Het mooiste vlees dat ik ken van de mooiste koeien die ik ooit gezien heb. Het maakt me tot een vleeseter zonder schroom.)
Het contrast met afgelopen winter is een duidelijke scheidslijn. Van nergens naar een ongelooflijke energieboost. Na vijf jaar voelt het bijna vertrouwd, wat me afgelopen winter enorm heeft gerustgesteld. Dat neemt geen enkele dreiging weg van ‘het systeem’ (lees; Rabobank), die ons als een chronische doordringende piep achter de trommelvliezen blijft teisteren. Bijvoorbeeld na een betaling via ideal. Ik laat de bevestiging naar ons gezamenlijk emailadres sturen. Marc ziet dit en geeft me een korte maar heldere preek over hoe gemakkelijk ik het 'ze' maak. Ik snap zijn principe. En zijn paranoia, helaas. Ook na 24 uur voel ik de preek nog goed zitten. De angst om het geld. Belachelijk, ziek ook!



Hier in de bescherming van de zich wervelende gorges met zijn beboste wanden, is het al bijna volledig groen terwijl op de plateaus enkel nog de bloemen van de wilde kersen en berken ontluiken. Het is nog wat langer wachten om de bruine plekken gevuld te zien worden met het andere groen van het tamme kastanjeblad. Ook de zee van wilde bloemen en mooie grassen en kruiden wordt iedere dag weelderiger. Bonen komen op en staan in de zwarte banden te genieten van Sarko’s mest en de warmte die door het zwarte rubber wordt vastgehouden, resistent tegen flinke nachtvorst en een rosse maan. (Het kan dan van onderaf de moestuin een lelijk gezicht zijn, ’s winters, maar tuinieren met autobanden heeft zeer veel voordelen.)  


foto: 'Pale Nomad' of 'Pigeon' Whitfield

De beestenboel is in lente-modus. Niks aan te doen. Sarko gaat binnenkort gecastreerd worden. Het dier moet wat makker, want aan de overkant heeft iemand ook drie ezels aangeschaft. Een paar keer per dag heeft hij een vergadering met de buurezels en die drie ergens op de hellingen aan de overkant. Waar trouwens alleen maar een 88 jarige woont in het torentje van zijn opgeknapte huis waar een familie met velen in zou passen.
De varkens voeren een ongelijke strijd. Lardon, of Jambon?, is veel groter dan zijn broer. Zijn altijd schurftige huid en dunne iele vacht vermoedt een grote brutale bek. Het Sissy van de twee moet genoegen nemen met wat er rest en wordt gedwongen het verderop te zoeken. Buitenom een grote rots die vaak onder water ligt met een barrière van horizontaal groeiende wilgen-bosjes. Daar begint het hekwerk wat niet afdoende blijkt. Ik geef de mooie compacte onbetaalbare karbonades geen ongelijk. Waar ik zijn sporen kwijt raak zijn de verwaarloosde modderbadkuipen van de wilde zwijnen. Vermoedelijk hebben ze hun spa verkast in verband met ezelhoeven, hekwerken en idioot tamme oliedomblonde soortgenoten die vrijwillig in gevangenschap leven. Die wil je niet als buur! De eerste dagen was het varken zoeken, varken jagen, een geïrriteerd varken dat lang op eten moet wachten met een hitsige ezel hijgend in zijn nek een 10 cm voor het schrikdraad.
Met de kleine generator van de Deen kan Marc nu gaten boren in die rots om het hekwerk tot IN het stuwmeer door te trekken. Zal de EDF leuk vinden… We hebben er merde aan!

Merlin de nep-siamees eiste mijn aandacht op door dag in dag uit te hoesten en te proesten. Het klinkt nat en het stinkt, hij rochelt en ademt zwaar tijdens het slapen. Spinnen kan hij soms niet eens. Ik probeer nog een kuur van stoombaden in zijn mandje met een pannetje katten-vapo-stoom-spul. Tussen het hosten door houd ik de katten in het oog; gasten = stress. Dus kater ter uitzondering naar de dierenarts. Daar word ik op de feiten gewezen dat onze katten en hond kans lopen ziektes te krijgen die het gevolg zijn van niet alle vaccinaties toedienen die men ‘aanbeveelt’. Ja, dank u en ik begrijp het. Na 5 jaar kan ik er wel aan toevoegen waarom we hier achter staan en spaarzaam omgaan met welk medicijn dan ook.
Ze meet zijn temperatuur en luistert aan alle kanten. Kater is gewoon verkouden, zo kan herpes zich bij katten manifesteren. ‘De andere katten zijn ook wat snufferig zeker?’ Jawel hoor. Dus... niks aan de hand. Met homeopatische druppels voor het geval onze 5 weer ‘une crise’ krijgen, mag het lieve beertje weer mee naar huis. Thuis krijgt alles een love-attack tot aan de autobanden toe. De dikke staart recht overeind, de rest van het lijf leunt tegen alle mogelijke wezens en objecten om met luid gespin te laten weten dat hij blij is thuis te zijn. Ook Sarko krijgt een snel opgewonden neusje.

Tot zover wat eraan vooraf ging aan een paar weken met de eerste gasten via websites als Workaway en HelpX.



Vreemde sokken en ondergoed gaan er door mijn handen. Broeken, shirts van de gasten. Logisch. Om de dag wel een machine met vuile kleding, nog nooit zoveel gewassen.
Weer werken ze zich een bult, eerste week. -Vaak later gaat het soms mis!- Gasten die een paar weken meewerken tegen kost en inwoning. Soms een duur grapje, want het werk hier is altijd zwaar en dit wordt ondersteund door stevige maaltijden. Nu een stel uit Denemarken en een Brit die op dezelfde dag arriveren. De dames zorgen voor de natjes en droogjes. Zij doet alle losse moestuinklussen of helpt de mannen met het zware werk als we binnen geen natjes en droogjes hebben en ik de beesten naloop. (Vooral Sarko die steeds de benen weet te nemen als we denken hem binnen schrikdraad-zonder-schrik te hebben.) Ik heb een dagprogramma van 7 tot middernacht. 
M&M waren verbaasd dat het al een volle week uitstekend leek te gaan. Het werkritme, de vaste tijden voor de maaltijden. Huisregeltjes. Het met elkaar zijn als 2 stellen en 1 single knul van 26 lentes.

Maar vooral de paar ongeschreven huisregels ontgaan enkel de Brit volkomen.
Na zijn douche is de badmat nat samen met twee handdoeken die voorkomen dat de ruimte een zwembad wordt. We hebben geen douchegordijn, nooit nodig gehad. Een Handdoek is ook echt alleen voor zijn Handen. Of ik een was wil draaien voor zijn handdoek, die bij ons van de stapel komt. De wasmand en de kast met handdoeken zijn hem gewezen. 
Met of zonder modderschoenen mogen de heren buiten pissen, waar ze maar willen. Tig buitenkranen waarvan 1 met echte zeep. Maar Brit wil per se op het toilet. Oh nee, niet op, maar er fier tegenover. Het is ronduit gênant om hem uit te moeten leggen dat de dames niet zo’n trek hebben in het neerlaten van de bril met blote handen. Ook verblijvend in een cottage in een bos, maakt hem niet genegen buiten te wateren, om daarna met modderpoten de badkamer in te banjeren om daar toch een voetenbad te creëren. Het is lastig aan te kaarten.
Verder alles pais en vree.



‘Een soort commune-leven’ zei het ijskonijn me donderdag nog. Prima, maar het is hier geen studentenhuis! Dus alle tact wordt ingezet. Net als het incasseren van de klachtjes over de Brit z’n doen en laten door de Estlandse. Als host zit je er tussenin. Als minderheid laat ik hem z’n nest bouwen in de zijkamer. Hij had het veel te koud in de bibliotheek. De twee wollen dekens blijven onberoerd in hun hoes op het tafeltje tegenover het bed. Er is geen wifi. 'You can drill a hole in the floor and walls to extend the cable, right?' Tuurlijk jongen, doen we ff voor je. Dat de muren hier niet solide en wel 80 cm dik zijn, ontgaat hem. Zoals zoveel. Ga eerst maar verkassen naar het warmste hok van het huis. En het meest gehorige. 
Hij bijt de spits af te slapen in de benauwde kamer. Het is een koukleum die de radiator graag voluit wil zetten terwijl hij in t-shirt door het stenen cottage waart op zoek naar de thermostaat. Die knop hebben we niet eens. Een rood lint dat aan een haak boven een pompeuze gietijzeren radiator bungelt. Of niet, dan staat hij uit en hangt het lint stil. Buitenmensen als we zijn, die zelf de bomen om moeten zagen en kloven, de voordeur staat hele dagen open en we hebben daarvoor een bizarre hoeveelheid truien en dekens in huis. Het resulteert in een tafelgesprek over de gemiddelde temperatuur in huis, tegenwoordig. We komen uit op 23 graden, wat ons shockeert. We stoken er geen blok eik meer door, de kachel blijft uit en laat de Brit in een t-shirt op het randje van de schouw belanden. Helaas met een grote mond over hoe goed hij vuurtje kan stoken. Het vuur blijft uitgaan en wat kooltjes zien zijn rug met in 1 hand een blik goedkope Lager.
Het is nog steeds pais en vree.


Zo ook de hygiëne in de keuken. Brit smeert brood voor een wandeltocht op zijn welverdiende vrije dag. Laat het beboterde mes liggen naast de broodplank. Nog geen half uurtje later hebben de kleine bosmieren dat mes ontdekt. Plus de route van en naar hun onderkomen. Brit hoort me geduldig aan.
Geen vuiltje meer nadien.  
Nog een voorbeeld in de hoop het af te leren. Om mijn verbijstering over de eerste dode levende die ik ooit zag, te ventileren.
Hij vraagt niets, neemt zodoende iets te veel initiatief. We graaien na een paar dagen steeds mis in de koelkast. Brie? Foetsie. Ham de dag ervoor uit de vriezer gehaald? Foetsie. En plein publique vergeet ik het puntje van mijn tong te bijten en vraag wie het heeft opgemaakt. Op eerder verzoek, zodat ik de bevoorrading van al dat voedsel op peil weet te houden. Helaas, Brit zwijgt en ik heb het stel alleen hun eigen restjes op brood zien leggen. Om iedereen van energie te voorzien is ‘voer’ amper aan te slepen. De Brit vreet, zo hij kan heel de dag door en dubbele porties. Hij eet net zo lang tot er niks meer op tafel staat of deze wordt leeg geruimd. 
Gasten in je privacy is geen makkie en ook een vreugd. Je wordt op je doen en laten gewezen. Waarom we doen wat we doen. Nu is het Deens-Estlandse stel niet doorsnee; Vrij, wonend en reizend in een grote Mercedes bus uit ‘77. Ook M&M beginnen te verfransen, redelijk gewend aan onze berg vrijheid met als extra dimensie het isolement. Om daar ‘tussen’ te staan met een bleke stadsneus is niet niks. 
De wat papperige man jongen liftte in 1 dag van Lille naar ons. Liep op zijn vrije dag een ‘rondje gorges’, toch een wandeling van 5 uur. De dag erop probeert hij de mannen bij te houden met kruien van nat zand en dit aanstampen in de banden. Hij verbrandt en host Tien voorziet weer een droogje tussendoor. Maar toch. Elke kans om te gaan zitten grijpt hij aan. Of Marc en Deen al aan het hakken en zagen zijn of niet. Deen moet zich vreselijk inhouden en probeert ons met zijn grieven niet lastig te vallen. Wij gaan steeds beter hosten. Ik ‘keep my best face’ zoals de Deen het lachend uitdrukt naderhand. Ik heb me een beetje laten tergen, maar als de nood hoog is... Is er pais en vree.


De verpleeghulp begrijpt orde en hygiëne en is haar carrière ooit gestart als au-pair in Denemarken. Ideaal. Al pittig fladderend mengt ze zich soepel en met perfectionisme in m’n huishouden. We gieren het regelmatig uit van de pret terwijl de ergere einzelgänger dan Marc, haar man, zwicht voor gezelschap tussen het hout hakken door. Hij doet dit graag alleen, in gezelschap zie ik hem ook vaak met zijn camera. De mooiste plaatjes in dit verhaal dank ik aan hem. Deen gaat het varkentje verder alleen wel wassen, met die 5 eiken die klein moeten op de piste en opgestapeld op ons terrein. Ergens onverantwoord in deze host-gast situatie, maar het zou ons niet passen hem van enig geluk te beroven; je lekker afreageren en mediteren door middel van hout hakken. Hier en daar wat foto's maken van het lentelicht in de morgen.
In ruim 2 dagen reisden ze van Denemarken naar ons als eerste tussenstop. Bleek, wat schuw en veel op zichzelf in de bus, een knus huis op wielen met hier en daar wat roest, een deukje en ook duct tape ontbreekt niet. Ze roken zich suf aan de goedkope tabak uit Luxemburg, Marc vergeet de elektronische sigaret, ik neem een trekje en soms gewoon een sigaret. Maar het trekt me niet meer hele dagen mee te paffen en stinken doet het toch.
Zodra de kaarten met M&M en de Brit geschut zijn, ze naadloos aan lijken te sluiten in ons rommel-leventje, waarbij het werk opgaat in volop leven en genieten, krijgt het stel kleur, wordt er meer gelachen dan enig andere emotie en is er een stille angst de vrede, de lentezon, het geluk dat we delen met elkaar, te verliezen.



De Brit is er wel, maar staat hier volledig buiten. Hij probeert een evenredig deel van het geluk te grijpen, maar niets lijkt hem bewust te zijn. Waar hem dat nou in zit gaat langs hem heen. Dit in de diepste zin van het woord ‘bewustzijn’. Alsof zijn kont thuis nog door moeders wordt afgeveegd, zijn hand wordt vast gehouden tijdens een bezoekje aan de tandarts. Hij is continu van alles kwijt en denkt echt dat ik hem naloop bij alles dat hij doet. Hij gelooft niet dat ik niet gezien heb wat hij kwijt is of weet dat hij wat eten wil voor de volgende 15 minuten van fysieke inspanning.
Mijn probleem; Dit is een gehorig huis. Als host ben ik veelal in en om het huis bezig. Ik ken deze plek. Zelfs welke spin er in de gaatjes van het slechte voegsel van de muren wonen. Maar zo’n gast krijgt een kamer naar zijn of haar gerief en daar blijf ik verre vandaan. Ik wil hetgeen er geschiedt echt niet weten. Mijn nekharen gaan bij voorbaat al overeind staan. Ik hoor en zie veel te veel. Zucht.
Een mens die zich niet toont als mens, dat zijn engerds. Zeker als je zo jong bent als 26 jaar, hoe jonger hoe griezeliger om een mens te ontmoeten die niet lijkt te leven en toch handelt. Eerste confrontatie met een moderne zombie?
Het is bijna Pasen.

Nee, onze dank voor de hulp is was even groot, maar de leegte en afstand ervoeren we als weerzinwekkend. Voor ons alle vier, blijkt later na zijn smartelijke aftocht. Onachtzaam had de Brit 2 spencers, zijn goede schoenen en nieuwe werkschoenen, gekocht voor zijn reis als Workawayer, buiten in de regen laten staan. Een verfrissende onweersbui waar ik ‘s nachts van heb liggen genieten. De geur en het vocht, de geluiden en de flitsen die dan mijn kamer bereiken blijven me een sprookjesachtige beleving geven. Brit probeert zo lang mogelijk wakker te blijven, want als ik naar bed ga, gaan de stekkers van de modem eruit. Brit verhuisde van de bibliotheek/luxe kamer met radiator naar de kamer boven, naast mijn ‘heiligdom’. De sauna-kamer heeft wel wifi. De sukkel gaat dus veel te laat naar bed om op tijd afgezet te worden door Marc. Dat ik hele korte nachtjes draai, het energieniveau van een kind heb, kan wonderen doen als  in de rol van host. Maar de tag 'mom' staat me slecht, heel slecht. Resulteert in dat ik hem drie keer moet roepen voor hij beneden is. De ergernis schiet naar een hoogtepunt, nog heel even volhouden. Nog maar 10 minuten de tijd heeft hij voor ontbijt (neemt hij rustig drie kwartier voor) en spullen pakken. Dit om voor de ochtendspits –dat zijn een stuk of 5 auto’s per minuut in beide richtingen - op een knooppunt van D-wegen gedropt te worden richting Rodez. Maar ik had die schoenen en zijn truien ontdekt tijdens het dierenrondje in de vroege morgen… Oeps. Of ik zijn schoenen voor de lange reis naar Toulouse even in de machine wilde drogen? Hangt zijn spencer op de stoel voor de buis die in een restje kooltjes ligt. En Marc draalt buiten door de moestuin, die dacht een uurtje eerder weg te kunnen, zoals afgesproken.
Het is volbracht.

zusje  en ik in de deuropening van Simons huis

Ik smijt met ergernis de dekbedhoes, het kleedje en het half lege verfrommelde 2-persoons luchtbed de hobbittrap af. Pissig over de zoot die de Brit heeft achtergelaten. Vraagt niks, doet maar wat, heeft met vetrollen en al op de sprei gelegen die niet gewassen kan worden. Blijkbaar te belazerd het luchtbed op te pompen. Deen en Estlandse halen hem ook nog vaak aan, tot kramp in kaken en buikspieren van het lachen. Relativeren helpt en we genieten van een ander samenzijn.
Onbeschrijfelijk de parallellen tussen de mannen, het zusjes-gevoel met de Estlandse. (Zo heb ik een zus in Washington DC, een oude wijze zus in Sydney en een zus vlakbij Rocamadour, anders als vriendinnen.)
Het gaat vanzelf. Alles. Samen werken, elkaar laten, serieuze gesprekken en stikken van de lach. Twee kapiteins waarvan er één respect heeft voor het hoofdschip. Het zijne is een heel klein bootje op 4 wielen dat tijdelijk onklaar is voor onderhoud. 


We maken de wandeling naar het kasteeldorpje met Castel en Sarko. 



foto:  'Pigeon' Whitfield

Halverwege de tocht blijven we even hangen bij het huis van Simon. We hebben de sleutel bij ons, in bewaring voor noodgevallen. Simon heeft ons toegezegd dat we er altijd mogen verblijven of als we iemand kennen die er wil zijn. Ook staat het ons vrij wat onderhoud te plegen, op zijn kosten. Laat het artistieke stel, op zoek naar absolute afzondering voor even, nou diep onder de indruk zijn…
(Na gespannen wachten op een antwoord uit Sydney krijgen ze Carte Blanche. Een man een man, een woord een woord. Ze gaan er 4 volle dagen in afzondering.)
Na een steile lange maar prachtige klim worden we onthaald door Michel, zoon van godfather Felix. Heeft alle inteelt-kenmerken en een puppie van 3 maanden. Zijn nieuwe maatje. En je kunt alles van deze mensen zeggen, eraan merken en zien, maar Michel is emotioneel zo intelligent dat hij ziet wat je denkt en voelt en daar haarfijn op inspeelt met kinderlijk onschuldig gemak. Daar heb je hier uiteindelijk meer aan dan dat te veel geprezen IQ. (Deze zou ik toe moeten voegen aan mijn emigratie-ABC.)

De Brit maakt dit nog mee. Krijgt het warm en knoopt zijn shirt op zijn hoofd als een slordige tulband als we de tijd nemen het oude dorpje in ons op te nemen. Ik verzoek hem vriendelijk zijn shirt aan te doen en krijg een lomp 'Costa Brava'-antwoord. In ons dorp! Waar we nog geen minuut na mijn ingrijpen uitgenodigd worden voor een drankje en een praatje. Dat we gasten bij ons hebben maakt niet uit. Over de dieren wordt helemaal niet gesproken, al kom je aan met je koe of olifant. Voor de gehoefde jongeling was de heenweg een succes. Weet zich los te rukken en gaat de hort op. Hij kent het pad, die krijgen we voorlopig niet meer te pakken. De baldadigheid komt hem duur te staan. Het moeten wachten tijdens een apero bij Michel, dat breekt hem op en daarna de 5 km naar huis nog, zonder graaspauze. Tant pis makker!



Met zijn zelf gemaakte motorbike, die kleurloos zijn werk doet en achterin de bus meereist voor de wendbaarheid, verhuist de Deen met de spring in het veld naar het huisje van Simon. Samen met de Rode die zich bijna weer klem rijdt op het wel erg smalle verraderlijk rotsige pad aan de rand van linke afgronden. (Tijdens de verhuizing terug naar ons huis, het laatste ritje, rijdt Marc dan toch een voorband kapot. Hoogtevrees moet je hier trouwens ook niet hebben.) Marc en de Estlandse helpen sjouwen. Er is geen water en geen wijn, geen elektriciteit of voldoende degelijk brandhout. Geen eten op een vieze fles met een restje olie, zout en suiker na. De vergeten resten van een streng knoflook vereeuwigd op de fleurig geschilderde schouw. De entourage is nog authentiek, verlaten met toch zoveel tekenen van leven. Daar wil hij zijn foto’s uitzoeken en bewerken. De accu’s voor stroom sjouwt hij met een haast verwilderde lach omhoog en omlaag, een aards paradijs voor even.

Zij? Zij heeft na 24 uur op dat plekje, met de lente die zich gejaagd zich voor haar ontplooit, al dromen over in dit huisje leven, permanent. Als Simon er dan is voor twee maanden, gaan zij op vakantie in eigen land, Denemarken. Ze maakt trapjes en muren schoon, legt hun Indiaas kleed op de zware kastanje houten vloer en ‘maakt nest’. De zoete geur van de enorm grote en verwilderde sering waait steeds zachtjes in haar neus. Onwerkelijk, ze dromen en zijn wakker, te mooi.

Dat gevoel ken ik. Marc ook. Dat overspoelt je hier. Als je geest er open voor staat, je jezelf de tijd gunt. En durft, vooral dat. Een overgave die de belofte schept van verder komen in je leven, je gedragen voelen door wat er achter de overgave schittert. Ik heb die sensatie nog regelmatig, overdag en soms ‘s nachts. De Deen loopt ook over, ze moeten ook verder, de afspraak staat voor de volgende stop, om in ruil voor kost en inwoning te werken. Dit tot aan in Marokko toe.
We helpen ze een volle dag met maaien en wat puntjes op de i om Simon te verrassen als hij naar huis komt. Sjouwen ook mee wat ze daar nodig dachten te hebben. Het viel alles mee, gedeeld lijkt alles ‘peanuts’.
Soms krijg je keuzes voor je kiezen. Keuzes die ik liever kansen noem, die kan ik makkelijker hanteren. Een keuze kan verkeerd zijn. Een kans is nog neutraal. Zij zien dit hetzelfde, wat hen vrij maakt op een voor ons herkenbare manier. 
Onze verkozen vrijheid is geen makkelijke. Dat geef ik eerlijk toe.

Ook wij nemen eens een zondagmiddag vrij nu het stel wat dagen weg is. Gaan met de Blauwe picknicken ergens afgelegen off-road met uitzicht op het stuwmeer dat onderhoud behoeft en nu in een maand tijd leeg mag lopen. Huizen, boerderijen, een kerkje en een aantal bruggen zullen te zien zijn. Normaal als verborgen geschiedenis begraven door een watermassa, nu een seizoen te zien en te bezoeken. Door de vallei lopen waar vele beken, bronnen en stromen samenkomen en de rivier vormen waar wij aan wonen. De oude loop van de rivieren komen bloot te liggen, de bomen nog fier overeind. Met een beetje verbeelding zie je het oude landschap weer terugkomen. Maar dan niet knipperen met je ogen. Wat dan rest is een donkere modderstroom en dode staketsels. 



De Deen heeft echt pech en kan de laatste dagen niet meer werken. Dat vreet. Want voor hem geldt ook de fysieke arbeid als zuiverend en meditatief bewust leven. Moet het aanzien dat wij gewoon doorgaan.
Tussendoor werkt hij hun volgende etappe uit, spenderen we de avonden het liefst met elkaar, tafelen, wijn, lachen en is het een datacenter. Notebook, laptop, ipad, tablet, desktop en we maken er af en toe gevatte en soms cynische opmerkingen over, vaak gevolgd door meer grappen en kramp in de buikstreek. Het vuur knappert en er wordt muziek geluisterd en gedeeld. Dit uiteraard als in een echt datacentrum via hypermodern spul.
De katten zijn aan de gasten gewend. De 23 jarige ‘ginger’ hopt van schoot tot schoot, wij zijn niet meer dan aai-machines en meubilair. Merlin krijgt meewarige blikken als hij, uitziekend, zit te hoesten naast hun bus van 7 meter. Cros bedelt als gebruikelijk naar een stukje zwoerd. De brede pluizige poten op de tafelrand, de lichtgroene amandelvormige ogen die je direct en helder aankijken. Toch zullen we snel weer zonder gasten zijn. Er liggen geen nieuwe aanvragen. Beestenboel zal snel gewend zijn, gewoontedieren als we allemaal zijn.


Voor hun naderend afscheid ben ik al die weken bezig geweest met een mini kruidentuin dat aan een buisje gehangen kan worden in de keuken van de Mercedes-bus. Ik wilde hen iets levends meegeven, een gedicht van Marc onderop, een stevig karton gevouwen met een handleiding en verzorgingstips.



Tijdens hun verblijf in Simons huis kreeg ze de koffer met verf van Marc mee. Ja, ook die extra zware bagage is mee op en af gesjouwd naar het afgelegen huis. De met portretten beschilderde lauzen (dakstenen) hebben haar geïnspireerd en het resultaat was een onbeschrijfelijk gevoel. Ik waag me er niet aan om het onder woorden te brengen. 


Inspiratie, materiaal, mooi licht & de kunstenares

Het afscheid zit eraan te komen. De Mercedesbus is klaar voor vertrek, het toppunt is het juiste moment. De Deen ziekt nog even uit, het is nog zo fijn hier. Ook de Estlandse heeft het er zwaar mee. We gaan toeren. Rondje rond het stuwmeer dat een beurtje krijgt. De meeste ruines liggen bloot. Van bruggen tot boerderijen. Het nu bijna lege meer, het mooie weer en de Paasvakantie trekt vele dagjesmensen. Voor een fotograaf die niet de kans kreeg foto’s te maken van het moment dat het meer waar wij aan wonen een klein riviertje is in de mistbanken van een lentemorgen, is dit een buitenkansje voor zijn soms surrealistische foto’s.


Ze nemen een week om naar noord Spanje te rijden, het volgende adres waar ze werken voor eten. Onderdak hebben ze bij zich. Op hete kolen als reiziger met een doel. Alles gerepareerd, vrienden gemaakt, aan de beterende hand. Maar… hij wil nog 1 ding; die foto’s van dat lege meer met zijn overblijfselen al dan niet in de mist. 
De drukte en het felle zonlicht zijn niet het geschikte moment. De namiddag voor hun vertrek. Een dag voor er weken regen wordt voorspeld. Toch wil hij zijn 5 ton zware huis op wielen op een vlak stuk droog gezet strand neerzetten de ochtend erop. Puur voor de foto's. We waarschuwen hem. Als de modderige bodem weer nat wordt, krijg je die bus niet meer de helling op naar het pad. Hij ziet ervan af en vertrekken volgens plan.
Een brommer die ooit van de brug gegooid is, deels verdwenen in de modder. Een camperbus, als de hunne, op z’n kop op de rotsige helling. Alleen door duikers te bereiken, toen. Ergens 70-er jaren? Muurtjes en een loopbrug. Niet breder dan een meter, intact. Een kleine donkere modderstroom van 1 van de voedende bergbeken die uit het Massif Central komen.

De laatste ochtend hosten. Nog één keer ontbijt klaar zetten, vuurtje stoken om de kilte uit de kamer te halen, kliekje rijst opwarmen en de radio aan. Sarko een wortel, kippen de vrijheid, brokjes voor de hond en dan is er koffie en een vaarwel met vreugde en geluk dat priller werd, mooier en echter dan waarneembaar met het blote oog.

zaterdag 29 maart 2014

Er was eens...


Schrijven. Dat moet je gewoon doen. Tijd maken en zitten, schrijven. 
Bij gebrek aan romans, verhalen om na een tiental bladzijden nog net de lichtschakelaar uit te kunnen doen, lees ik boeken over schrijven.  De eerste 2 van de 4 modules van de schrijfcursus haalden de helft aan van wat ik door Stephen King ook ingepeperd krijg; Gaan zitten, deur dicht en doen. Nu begonnen aan de Schrijfbijbel. Ook zo'n boek over schrijven dat alle uiteinden van die typ-zenuwen in de 4 a 5 vingertoppen raakt.
Non-fictie lees ik niet graag. Artikelen gaan nog, een enkele long-read eens in de week, een column per dag en de Correspondent om verder te komen dan de schandalige roof met mishandeling van een oude baas naast het graf van zijn overleden vrouw. (Interessanter vind ik het te lezen over het waarom.) Maar zeker niet die woorden vlak voor het slapen gaan. Dan wil er enkel fictie in. Daar vind ik dan de rode draad, het thema, een ontwikkeling, groei in het karakter. Een feest van herkenning waarin mijn verlangen zich verdrinken kan.
Want dat schrijven van mij is nog geen eens de wens om broodschrijver te worden. Nummer 1 op de lijst van debuterende schrijvers opgemerkt door de grote uitgevers met naam is ook mijn ambitie niet. Ik heb eigenlijk geen andere ambities dan mezelf te worden en het leven te nemen zoals het is, om dit te delen in een verhaal waar je over droomt. Voorgaande is een levenstaak, moeilijk zat en heel leuk, mooi.
Schrijven is een drang. Dwangmatig zal het nooit worden, te snel afgeleid. Woorden, zinnen, one-liners, titels, alinea’s en manieren om uit te drukken wat er leeft. Veel daarvan komt binnen als ik met twee modderhanden een jonge plant Eeuwige Moes zit te planten. Een koolsoort die vele jaren oud kan worden, waar je een groot deel van het jaar van kunt oogsten. Eten gaat dus voor het schrijven.
Maar de drang blijft. Onweerstaanbaar iets in mij, door niks of niemand gezaaid. Door niemand gestimuleerd. Stiekem onder de dekens als kind al boekjes lezen en de eerste dagboeken stammen uit die tijd. Was ik 6 of 7? Hongerig naar woorden die voor mij ook ‘leven’ zijn gaan betekenen. De bibliotheek van mijn ouders bestaat nog immer uit twee bescheiden meters op planken van het dressoir. De kinderafdeling van de Dordtse bibliotheek had ik uit voor ik naar de middelbare school ging.
Onlangs gevoed door de film The Book Thief naar het gelijknamige boek van Markus Zusak. Dat hakt er aardig in. Verhalen, verwoorden, woorden als leven prachtig in beeld gebracht. Het boek zal wel beter zijn en is besteld.
Zonder woorden kan ik niet en het liefst in stilte ontvangen, privé voor mezelf alleen. Zelf geschreven selectief gedeeld of het slot erop, de deur dicht. Als ik 20 seconden een ezel in mijn kielzog heb die zelf ook loopt te dromen. Dan komen de zinnen weer. De beeldspraak en geniale zinstructuren, originele adjectieven. Maar een ruk aan mijn arm door een puber-in-training haalt me weer bij de les van nu. Van schrijven komt niets.
Toch raakte ik menig keer in paniek. Wanneer dan? De lente wil ik benutten. Elleboog wil best wat meer gaan doen getuige een geknotte acacia waar we al 3 jaar over bakkeleien. Boom om of snoeien? We werken vanaf opstaan tot we ’s avonds gaan zitten als het donker wordt om vaak nog verder te werken voor onze bedrijvigheid in de virtuele werelden. Voorkomen dat we niet daar in de rode cijfers terecht komen. Mijn hoofd is ’s avonds net zo moe als mijn lijf. Nee, zelfs een email aan een vriend gaat niet meer lukken, het bed lonkt.
Lees ik dan boeken over schrijven, resulteert dat steevast in dromen over boeken, schrijven, woorden en alles wat er verder zou kunnen kleven aan het schrijverschap. Ook steekt de paniek, de frustratie steeds even de kop op. Die geniale invallen die met het leven gepaard gaan, ze blijven soms gespaard van de vergetelheid. Meestal verdwijnen ze, verloren beelden in woorden gevat.

Nu, hebben we weer meewerkende gasten tegen kost en inwoning. Na de winter waarin er geen bezoek kwam en pech in de moestuin, is het meer dan welkom. M&M gaan op stand 'flexibel' en proberen het weer. Een Britse stadsjongen van 26, inclusief hefvermogen mbt drank -dat went- en de Britse humor die ook het Deens-Estlandse stel van onze leeftijd kan appreciëren. Moestuin-muur en plantvakken en brandhout voor stookseizoen 2017 is het hoofddoel. Wij meiden mogen in en om huis tutteren. 
Schrijven lukt niet met het volle dagprogramma van het hosten. 7 uur op om ontbijt te regelen, dan het eerste dieren (Sarko) ritueel om pas als iedereen naar bed is alles op te ruimen en even uit te blazen met binnen druppelend kattengebroed x5 die komen kijken of het binnen 's nachts wel rustig is.

'Er was eens...' Zo zal dat schrijven ooit beginnen.

maandag 17 maart 2014

tijd als water


Daar zit ik dan. Of eigenlijk lig ik op de pontonbrug die aan weerszijden weer keurig gesloten is door enorme brokken graniet uit de groeve aan de andere kant van een dynamisch bergriviertje. Uiteraard EDF gebied. Sarko staat bij de splitsing naar boven. Richting de altijd leeg aandoende gehuchten die door een onguur gesloten verleden het heden naargeestig maakt. De zon schijnt, Castel neemt een boomstronk te grazen alsof het een wild beest is dat ze met hartstocht verscheurd. Ik lees Surplace van Ariejan Korteweg. (Een boek over de ziel van Frankrijk, niet te missen, een must-read voor spijtoptanten van het remigreren, verfranste Nederlanders, de nog-altijd-twijfelaars, Nederlanders die willen emigreren naar Frankrijk en vooral een erg leerzaam leuk boek voor de Fransen zelf.) 
Het valt opeens een stuk lichter om me voor te blijven houden dat er nu niets aan de hand is. Dat de basis van het bestaan niet is aangetast. Dat we samen droge dagen tegemoet kunnen zien. Om puin te ruimen na al dat water. Niet mokken nou, verwerken in stilte en doen. Gewoon en alleen doen.

2009 Was een jaar van wennen, wonen in Frankrijk voor het echie, zoveel te doen en te leren, ons wentelen in de zonnige vrijheid. De verrassingen, ontdekkingen en eerste geneugten van een leven op het Franse platteland. Waar vindt je wat en hoe werkt die lokale cultuur?
2010 Gingen we het voelen. Kregen we brieven van de bank om vervroegd grote stukken hypotheek vast af te lossen. Inclusief dreigend ondertoontje en loutere hypotheek-contractbreuk. Wat we hadden gespaard om een goede start te maken was dit jaar volledig verdampt. Met dank aan Goldman-Sachs en vele anderen, als ik me niet vergis. Ook Agnes -laten we het beestje gewoon bij haar naam noemen- werd even verlost van haar aflossingen aan ons, 1 jaar na aankoop van Marc's bedrijven. Deze oplichterij is mede mogelijk gemaakt door De Rabobank. We gaan hem al knijpen, want ook de inkomsten uit Secondlife gaan slecht. Die virtuele toko is tenslotte Amerikaans.
2011 Begint de omvang van het verlies goed tot ons door te dringen. Ons huis in Nederland blijft in rap tempo in waarde dalen. We verhuren het. Wat natuurlijk gruwelijk misgaat. De waarde zakt onder de hypotheekwaarde, is snel uitgeleefd. Thuis in het paradijs begint ons het werk op te vallen. Van uitdagingen worden het langdurige trajecten die knieen en ruggen slopen.
2012 Gaat het nog erger mis. Agnes laat de boel klappen en wij zijn een ruime 2 ton 'armer' waarmee we dachten de hypotheek in Nederland te kunnen blijven betalen. Zo belazerd worden is een zuur appeltje. Daar bovenop vond een heuse witte boordcrimineel het nodig om ons, wederom voor een bedrag van ruim 2 ton, een jaartje na te zitten. Bij stropdassen denken wij nu aan stroppen zonder das, terwijl we naar majestueuze hoge eiken kijken. Ik wens het niemand toe. 
Dit jaar verborg nog meer indrukwekkende gebeurtenissen die maar niet ophielden. De relatie krijgt de klappen. De wanhoop schreeuwt om eruit te mogen. We kunnen het niet meer voor onszelf houden en hier door modderen. We vermoeden dat de waarde van ons huis inmiddels de helft van de hypotheek bedraagt als we over executiewaarde praten.
2013 Modderen we nog steeds. Dat geld in die sok slinkt te snel. Elagage lijkt de oplossing. Mijn vak als boomverzorger heel voorzichtig gaan doen. Een pamfletje en een artikeltje in een plaatselijk bulletin doen wonderen. Een aantal keer per week gaat de telefoon. Ik breng offertes uit en doe al wat laat snoeiwerk in de lente. De rest moet wachten tot de herfst. Maar getekende offertes in een map houdt wel een zekere belofte in van wat leefgeld en investeringen. Ik wil de moed niet opgeven en ga als zelfstandige starten, iets bij verdienen in de regio en overtuigen, met goede resultaten het eerste snoeiseizoen laten zien dat een vrouw het wel kan. 
Foutje; De volle werkplanning wordt beetje bij beetje afgezegd. Ik snoei ff moedig een flink oude es op eigen terrein en belast mijn rechter elleboog zo dat het nu tendinite heet. Van alles langzaam maar zeker bijna helemaal niets meer kunnen doen dan licht huishouden, bracht me letterlijk tot razernij. De frustratie nam enorme vormen aan. Het centrum is dicht. Geen social talk meer en even lekker in de hammam achterover leunen. Geen bomen zagen voor over drie jaar. Geen emmertje zand kunnen sjouwen of een struik snoeien. 
En toen,
begon het met regenen en stop ik met schrijven. Nog wel overal schriftjes en kartonnetjes, achterkanten van bonnetjes en in de kanten van de krant de krabbels en zinnen met uithalen en gekriebel. Een stuk of wat als concept opgeslagen, usb stick gevuld met gevulde mapjes en nog niet gesynchroniseerde documenten op de desktop.

De zon schijnt en ik lig hier op die brug in een hemd een beetje bij te komen van het uitrazen en inzichten die hun plek moeten krijgen. Berooid en tijdelijk 'onthand'. Moe van het tieren, tranen genoeg om het nog een extra maand te laten regenen. De rek is eruit.
En dat wordt door 1 dag warm verlicht door zonnestralen vergezeld van een winters briesje en een strak blauwe lucht boven een nog eentonig bruingrijs bos.

De zon schijnt nog steeds en Marc gaat met stille volharding aan de slag. Het ontroert me. Op en af de steile paadjes de moestuin in, en uit. Hele dagen. Met emmers grof grint (dat scheppen we van de piste af, dank u EDF), cement, stenen, zand, mest. Onverschrokken, ik mis alleen nog een Gallische snor en een helm met horentjes. Ik verzorg nog even enkel onze basis en rust uit. Niets doen is ook doen.
We bevochten elkaar terwijl we probeerden overeind te blijven. We hebben alleen elkaar om toch door te gaan met het gerommel en geploeter, we willen niet anders. Ik leg mezelf een beperking op. Zo min mogelijk hooi op de vork, dat geef ik aan de dieren in de vorm van aandacht en bijvoorbeeld het crowdfunden. Het centrum is weer open en ik gun mezelf zo'n 2 tot 3 keer per week het bekende uitje; sauna, babbeltje, hammam, babbeltje, yoga en babbeltje.

En ik zou best kunnen schrijven over wat me zoal bezig houdt. Dat waren tijdens de winter enkel tranen. Een groot verlies verwerken dat voor mij veel te onwerkelijk is. Het betreft namelijk iets waar ik niet om geef, noodzakelijk kwaad verliezen is weer zo'n contradictie die me over de zeik helpt. Ik wil het niet stichtelijker uitdrukken. Ook Marc gaat zo zijn eigen traject en je raakt elkaar dan toch uit het oog. Hoe ongelooflijk dat het ook klinkt als je 24/7 op elkaars lip leeft.
Ik kan over de beesten schrijven. Ze hebben mijn hart mijn ziel. Gezond zijn ze. Blije mooie dieren die zichzelf kunnen zijn. Heerlijk, altijd dat spul om je heen. Daar gebruik ik Dagboek van een ezel en facebook voor.

Even terug te komen op al die concepten achter de publiceerknop. Veelal eindproducten van denkprocessen. Inzichten in staccato. Over wat kater uitspookt en varkens doen voor de kost en de nog verder uitgespoelde moestuin. Van de in nevel gehulde ochtenden totdat het licht zoetjes uitgaat werken we buiten. Doen we, meestal zwijgend. Het is genieten, het is zwaar. Van schrijven komt niets. Van inspiratie komt het des te meer. Net een natte spons op een rekje met een emmer eronder. Ook dat is zwaar te weten, dat die emmer steeds voller raakt. Maar de tijd weet raad.
Om je elk uur van de dag te realiseren dat er alleen een nu is. En dat nu schitterend is. Daar doe ik het nu even voor.
Doen, gewoon en alleen maar doen.

inmiddels naast echtgenoot ook hulk

zondag 2 februari 2014

natuurlijk weer

Tijdens mijn afwezigheid heeft het zo ongeveer non stop geregend. Daarvoor ook. En daarna ook.
Het is dus rotweer. Of toch gewoon weer weer. 'Gewoon' zeg je? Ja, gewoon.
De winters zijn niet Zuid Frans. Het blijkt hier wel kouder te zijn voor die vast geroeste begrippen. Maar dat is inherent aan het wonen in de bergen. We denken na een heuse moesson altijd dat het niet erger kan. Ondanks fikse bosbranden aan de overkant, ieder jaar wel landverschuivingen of ter bescherming tegen minus 21 alle kranen op drup en 's nachts eruit om de kachel te vullen, in de schuur. 
Marc heeft na 3 weken de modder & drek in zijn up trotseren helemaal gehad. Op afstand begreep ik het. Voelen doe ik het nu. Aan een knie die 4 keer per dag op en af door de modder moet waden om bij de stal te komen en te kijken of er nog landverschuivingen zijn of omgevallen bomen van formaat.
Het regent, non stop. 

Marc heeft ondanks de nattigheid doorgewerkt aan de bandenmuur om de grond van de oprit een degelijke opsluiting te geven, als basis zo'n eeuwenoud droog gestapeld stenen muurtje. Het is geen schoon gezicht, maar voor ons de ideale oplossing om toch een groentetuin aan te leggen die niet uit- en wegspoelt en qua onderhoud te doen is. Ook verbreed het de oprit.
Vorige week zaterdag was de zwaarste van 3 aardschokken. Het was donker, de muziek stond hard en ik zag 5 vlekken opstuiven, wegschieten en in het tochtgordijn hangen. Ook denk ik Castel te horen blaffen en vlieg naar buiten op mijn sokken. Het gerommel was dus niet onderdeel van de muziek die gestopt is. Afstandsbedieningen zijn ideaal.
Boven is het af en toe sneeuw, die regen. Maar overdag is dat al snel slush puppy wat het hier laat bulderen in het ravijn, zomers een miezerig straaltje net genoeg voor het slurpen van Sarko. De beek barst vertrouwd uit zijn voegen, gevallen bomen vormen eekhoornbruggen over het ravijn en zonder kaplaarzen aan kom ik buiten nergens. Flarden wolk blijven hangen in de gorges, druppels aan de kale takken. Van een afstand zijn de loofbomen nu zacht ingepakt in heksenvingermos, in ochtendlicht een verfijnd spel van fosforescerend licht.

Tijdens de regen doen de katers niet veel anders dan slapen, knus.

Spul te koop als off-grid object.

En tja, aardschokken kracht 3.9 op de schaal van Richter, de hoeveelheid regen en een net iets te snel gebouwde muur resulteert in onderstand beeld. Foetsie zijn de maanden handwerk. Daar wordt een mens treurig van. 

De rode lijn is een breukvlak met scheuren, de blauwe lijnen de oprit...
Het regent nog steeds.

Deze machine is van plastic, helaas.

We noemen het natuurgeweld. Misschien alleen maar omdat we het niet de baas kunnen. Of tegen beter natuurlijk weten in toch onze plaats op aarde opeisen alsof het allemaal van ons is. Plak er maar een geldelijke waarde op, dan is het duidelijk. Moeder aarde is een stuk duidelijker. Die zucht en beeft, spuugt uit en verzwelgt. De scheuren in de zanderige aarde en het verzakte stenen bankje op de rand van de oprit spreken boekdelen. Dat bankje moet weg, misschien dat die anderhalve meter oprit er toch wel aangaat. Want de bandenmuur, het werk van zovele maanden, is volledig in elkaar gedonderd. Drie banden liggen tussen rivier en moestuin in spe. De stenen muur waarop een deel van de bandenmuur rustte is bezweken, een flink zanderig spoor trekkend over alle oude terrassen die zich uitstrekken tot aan de oevers van de rivier.



Wie niet sterk is, moet slim zijn. Een bandenslee voor over de modder, ideaal. De entourage is nat en somber. Laat me dat nou weinig kunnen schelen. Ik struin ploeg door de natte bossen en geniet volop van wat ik zie en ruik, hoor vooral; water. Wat nou 'natuurgeweld'. Niks ervan en het weer is niet in de war. Het weer is de stem van de aarde en luisteren blijkt lastig!
Zodra ik me verzoen met lange regenperioden, zolang ik de bulderende rivier en de modder voor lief neem en gezamenlijk met modderneuzen het stalpad nog verder omploeg, voel ik een vrede met wat er is. Niet met wat komen gaat. 

Modder, niets aan te doen


Ook bij de goot, de enige toegang tot het bos met het stalletje waar veel van onze droge voorraad hout ligt, ligt een verzakking in het verschiet. De cementen goot met ijzeren roosters is geknakt en naar de helling toe aan het verzakken. Ook weer een erg oud muurtje dat toen misschien een pad voor zwaar belaste ossenkarren moest houden. Geen Defenders vol eikenhout of een kubje zand. Ik prop het geduldig vol met lauzes in alle maten en diktes. De overloop van de bron kan zo niet stuk gaan, doekje voor het bloeden. Het zoveelste doekje.

En Sarko? Die is waterdicht. 

zaterdag 4 januari 2014

Doorstarten



Geen mooier moment een doorstart te maken met dit blog. Een begin met het lengen der dagen, hazelaars met bloemen, sneeuwklokjes en bloeiende wilde kerstrozen. Drie koningen die drie geschenken brachten als voeding, materiaal, inzicht en wijsheid voor het nieuwe leven, die groene knoppen in forsythia’s. De zon die toch steeds dichterbij komt en de aarde weer verwarmt.
Afgelopen maanden was een kwestie van loslaten, anders OmDenken, aanhikken tegen één beslissing welke ons nog niet eens helder voor ogen stond. Een beslissing die je samen neemt. Het doorstarten moest nog even wachten op het nemen van die ene stap, alle tijd om ons te ontdoen van niet relevante zaken. Dat viel niet mee, de drang en stuwende kracht te groot voor enige vorm van weerstand, vele scherven. Het einde van het jaar, heilige nachten onbewust gevangen door dromen.



Ik moest naar Nederland. Ik was het aan mezelf verplicht, moreel, energetisch, afgeroomd van emoties, er al voldoende uitgespuugd om murw en uitgeblust op avontuur te gaan in de Blauwe. Reizend vanaf een ijsbaan na een nacht ijzelen ten noorden van Dijon en een niet werkende standkachel. Het is -2 ’s nachts in de Blauwe camper. Een mens heeft niet meer nodig dan een goede slaapzak en een auto. Een wonderschone helletocht naar de Eifel volgde. Heuvelachtige Franse polderwegen rijden in een 3 ton zware auto over ijzel is geen succes. Een volle week verblijven op het Krachtpunt in een prachtig gebied, met iets te veel aan kracht. Tijdens die rit die volgde naar Quatre Mains etaleert de Blauwe een gevaarlijk defect zonder diagnose. Ik ben immers een gewone gebruiker, een leek op dit gebied. Toch dacht ik het wel onder controle te hebben.
Quatre Mains is voor pelgrims en andere reizigers als rustpunt tijdens een zoektocht. Mijn kerst bij hen was warm en rustig, verbonden met elkaar. Ik mag helpen om er voor een ziek schaapje te zorgen.  Een groot kerstvuur, een heerlijke rommelboerderij bezield met liefde en respect voor de natuur in woord en daad.
Het Bakkershuisje waar ik de kerst mocht vertoeven.

Dan verder reizen, naar Nederland, de Randstad in.
De Blauwe blijkt tijdens de laatste 350 km naar Nederland een toch echt levensgevaarlijk defect te hebben. (De sensoren van ABS en TC bleken kapot wat de hoge, smalle, zware wagen laat zwabberen bij zijn snelwegsnelheid. ) Stinkend naar levensangst, een verkrampt lijf, het zweet tussen de bilnaad, bereik ik met 70km per uur de garage in Nederland die de auto door en door kent. Alleen in Nederland blijk ik een gevaar op de weg die je lastig moet vallen door te kleven, te snijden, lichtsignalen te geven en te claxonneren. 80 Op de snelweg, dat kan toch niet! En dan ook nog een Frans kenteken…

Was deze Magic Mandala met Liefde voor mij gemaakt om als een Talisman te werken? 

In Nederland voel ik me ontheemd. Niet thuis in mijn Eigen Huis, niet thuis in het spik en span appartement van pap en mam. Dacht ik afgelopen jaren in mijn huisje in Frankrijk thuisgekomen te zijn in mezelf..?
Reizend naar en op geboortegrond, mijn achterland, beland ik in een oorlog van geluid (het vuurwerk en de media hierover, een volgende rel geboren), een gestructureerde destructie van de industrie (Rotterdam en wijdse omgeving), een slagveld van psychosociale maatschappelijke gezinsdramatiek (de nog gewone definitie van problematiek ver voorbij). Zelfs de absurditeit van de westerse maatschappijen blijft erbij achter. De hoeveelheid ruis is enorm, de druk is hoog, ongezonde trillingen, licht, een overtreffende trap van licht tijdens de rust die er nodig is, die paar weken van midwinter. Een snijdende wind die alles verkilt en versomberd. 
Nee en ja, hier weet ik dat ik nog dichter in mezelf thuis kan komen, juist door me zo ontheemd te voelen en toch zo vertrouwd. Het creëert een comfortzone in mezelf. Een onneembare vesting die het mens zijn kan zien zoals ze is. 
Mijn God, wat zijn we kwetsbaar! 


De beslissing
De beslissing is genomen, de bal een zetje gegeven. Met het hart verbonden, nemen we onze fysieke afstand ter harte door het te gebruiken om het stof neer te laten dwarrelen. Het zal toch weer meegenomen worden door de wind die de dynamiek vanzelf zal veroorzaken. M&M lijken kiwiplanten. Of hulst, als u begrijpt wat ik bedoel.

Een vlucht of uitweg om het vege lijf te redden en dat wat ons lief is. Dat wat vervangbaar is loslaten. Ik voel me het meest thuis in de pracht en lokale cultuur aan de Zuidelijke voet van het Centraal Massief. Daar keer ik naar terug voor een doorstart. De ruimte en de vrije ademteugen die dieper komen nu ik niet meer rook. (Ik ben een bietser geworden die thuis niet bietsen kan.) De vreemdelinge, la Batave die haar weg vond en een plekje wist te bemachtigen in de sociale structuur van het authentieke gesloten Achterland van Frankrijk. 

In de laatste alinea van de pagina over mijzelf, geef ik aan wat mijn doel is met het schrijven van een weblog. Als steuntje in de rug voor het vinden van een balans. Voor de grote stap, die achterwaarts lijkt, maar een grote sprong voorwaarts zal zijn. Nu in de leegte van het nog niet weten. Vrij om verder te denken dan geijkte patronen.

Geëindigd met publiceren, gestopt met schrijven of een pauze?

Ik zal niemand langer in spanning houden, mezelf ook niet. (Het stoppen na de laatste log was zo eenvoudig, zo voor de hand liggend. Als ik aan het schrijven van een log dacht, en aan jullie, moest ik schouderophalend tegen mezelf blijven zeggen dat het even niet kan. En grappige, leuke relevante gebeurtenissen te over, dat lijkt niet op te houden, zo tussendoor.)
Ik liep vast. Maar volledig gestopt met schrijven was ik nooit, het diende enkel tijdelijk een ander doel.
Hier weer een schrijfsel. Alleen omdat het me eindelijk lukte wat Gordiaanse knopen te ontwarren en de dynamiek weer te ervaren die me meetrekt op de carrousel van het leven. De waan voor even overwonnen.
Een log zonder verwachting of belofte, vanuit een rust, de leegte waarop M&M haar grondvesten bouwde. Een stille doorstart.