Voorslapen gedurende een aantal dagen voor het vreten van 1100 km. Vanaf eind oktober niets schrijven over waarom ik er zo op gebrand ben veel decoraties te maken en te verkopen, want niet alleen die investeringen wilde ik eruit hebben, maar ook vliegtickets, treinkaartje en huurauto. Pap wordt 9 januari 65, de hele familie is afgelopen jaar ziekenhuis in en uit geweest, in Nederland, en met mijn tante gaat het niet goed. Ik wil haar zien. -Een andere tante als Tante-
Maar die trip naar Nederland moet wèl een verrassing blijven voor mijn pa en ze lezen mijn weblog, dagelijks... De teleurstelling tijdens kerstmarkt 1 en de spanning net voor kerstmarkt 2 zijn zwaar, want in ons gewone budget passen geen vliegtickets en of huurauto. Ik maakte nog een andere grote fout; ik boek twee tickets via Ryan-Air, 1 naar Stansted en vandaar naar Eindhoven. Ik zie de overstaptijd in Londen; 45 minuten! Ook al heb ik 'boarden met priority' dan nog verzekeren britse vrienden en H me dat ik op dat vliegveld meer nodig heb dan 45 minuten om de overstap te halen. Dus zal ik nog een ticket daar moeten boeken, kan er 1 de prullenbak in en maak ik extra kosten. De verkopen gaan de mist in en het ticket de schouw.
Net nadat ik me besef dat ik 120 euro 'kwijt' ben en opvang voor dat weekend in Londen aangeboden krijg van lieve vrienden uit de virtuele wereld, krijg ik van B een mailtje met het verzoek of ik hem wil helpen die 1100 kilometers te overbruggen op 1 dag, de dag voor 9 januari.... Een lift dus, en werken voor die lift.
Voorslapen dus, een uur eerder mijn bed in -als avondmens een zware opdracht- en een uur eerder op, dit een aantal dagen en ik sta tintelfris naast mijn bed om half 5 in de ochtend.
Te vroeg treffen B en ik elkaar op de rotonde naast de snelweg waar Marc me heeft afgezet en ons gedag zwaait in het donker, half 8.
De voor mijn doen luxe automaat lijkt wel een zweeftrein. Erg goede stoel, lekker hoog in dit busje, de armleuning en de koffieservice naast me brengt ons tot aan de nederlandse grens in een ruime 8 uur. Daar rusten we uit bij B's moeder die een comfortabel warm huis heeft en uitstekende bedden. Wasjes worden gedraait terwijl ik een massagedouche geniet.
Gisterochtend zette B me bij de garage af om mijn ini-mini huurauto op te halen en ik rijd door naar 'Het Land' waar ik met mijn moeder heb afgesproken mijn vader te verrassen.
Die weet niet waar hij kijken moet en het duurt een paar seconden voordat hij zijn ogen wil geloven dat ik daar werkelijk sta, met grijns op mijn gezicht en een echtgenote die dit natuurlijk wist.
Ja, wie wist het eigenlijk niet? Pa en mijn bloglezers...... Sorry hoor, maar het mocht er echt niet op!
Mijn vader heeft een fantastische verjaardag, zeker ook omdat ik mijn broer ook heb ingelicht en we 's avonds als volledig gezin sinds vele vele jaren bij elkaar in een goed restaurant van nog beter eten genieten.
De luxe van vloerverwarming, Nespresso-apparaten, lichte huizen met grote ramen, super-spaarlampen die je best even kunt laten branden, gelijkvloerse woningen en uit je bed zo op een warme vloer stappen en je niet in veel laagjes hoeven kleden is onwennig. Ik zet het Nespresso-apparaat na gebruik ook direct uit, waardoor B later moet gaan staan wachten tot het water warm is. Dat is hij niet gewend, B is nog niet onthaast en ik ben het 'gewone' moderne leven volledig kwijt.
Ik zie Sven winnen in Boedapest en lees een Nederlandse ochtendkrant zonder opzienbarend nieuws. Ik mag weer het superdrukke verkeer in Nederland 'in', maar door de ontzettend snelle reis naar Nederland, die zo goed voorbereid is, heb ik weinig last van de rij-lag. Het is alsof ik 'opgebeamd' ben, een langzame 'teleport' of een dag in een auto een 'dagdroom' heb vormgegeven samen met B.
Alleen de lichte welbekende hoofdpijn doet me beseffen dat ik toch echt in de Randstad ben, inclusief luchtverontreiniging!
Komende weken leef ik van dag tot dag, slaap ik regelmatig ergens anders, ga ik mijn schat ontzettend missen, rijd ik van hot naar her, naar die en gene en ik kijk nu al uit om weer naar huis te zweven....
dinsdag 10 januari 2012
zaterdag 7 januari 2012
1 januari MMXII
Om onderstaande spreuk te bekrachtigen;
Waren bij ons de luiken vroeg dicht, de kachel al vroeg aan, de boiler leeg, het matras op de grond waar normaal een eethoek staat, de katten naar buiten -die in no-time weer op de bank lagen-, de hond gevoed, de fles Gardhu op het randje van de schouw met twee glazen ernaast.
Het gekregen vuurwerk in een kerstpakket staken we af in diezelfde schouw wat erg veel pret oplevert; knalerwtjes (eng), knalpistooltjes (eng), trektouwtjes (als trektouwtje eng, ze op het vuur verspreiden is veel leuker), kleine sterretjes en grote sterren, knalpotjes (eng) en handvuurpijl-sterretjes (leuk!!).
-Ik en vuurwerk? Geen sterke combi, op deze wijze verstookt; hilarisch en resterend poezenspul vertrekt geen spier of ooglid.-
Vandaag was het 1 januari voor M&M, inclusief goede voornemens waarvan we er al gelijk een aantal van uitgevoerd hebben. Ja, belofte maakt schuld, dus niet te lang wachten.
vrijdag 6 januari 2012
Pipo
Ik heb Pipo leren kennen eind 2005. Deze kat was het beste maatje van de uit de kluiten gewassen rotweiler. Eens in de paar weken kwam Pipo even binnen om te laten weten dat hij nog bestond, verder leefde hij in de paardenstallen op het weiland van de buurman in Nederland en jaagde de muizen op datzelfde weiland. Totaal onafhankelijk, maar wel wetend waar zijn thuis was. Hij kwam dan even kroelen wat gepaard ging met kwijl aanvallen. Als hij gevochten had en gewond was -kneuzingen, gebroken botten of ontstekingen- dan kwam hij naar huis en bleef rond ons heen dralen tot hij 'behandeld' werd door Marc.
Eén keer was hij zo 'kapot' van een gevecht in de regen, dat hij volledig verfomfaait, nat en modderig op mijn schoot sprong en daar heeft liggen rillen en zweten van de koorts, een hoopje niks.
Voor ik hem leerde kennen verloor hij de helft van zijn staart door te vluchten door een deur die door de wind dicht aan het waaien was. Pipo gaf geen krimp. Hij heeft diverse breuken opgelopen, maar genas dit zelf, want Pipo pakken vlak na zo'n ongeluk is onmogelijk. Pipo kent de mensen beter als zijn soortgenoten. Is als de dood voor vreemden, vooral mannen. Zorgde liefdevol voor broer Joppie en nam als eerste in de regen de benen na de verhuizing naar Frankrijk, waar we hem in de plens moesten zoeken. We konden hem gewoon onder een omgevallen boom vandaan plukken en naar huis dragen. Dat wil zeggen dat hij zelf bepaald wanneer hij hulp nodig heeft.
Zijn 2e grote avontuur hier vertelde hem niet meer ver van huis weg te lopen en in de buurt te blijven.
Het onweerde toen heel heftig, buiten, maar ook in huis. Dat doen M&M heeeel af en toe, maar Pipo is een pacifist, die kan niet tegen ruzie, stemverheffing, harde onverwachte geluiden en ander onheil. Pipo is ruim een kilometer van huis een enorme eik in gevlucht, verder geschrokken door wild of het onweer. Pipo was kwijt en de volgende dag ging de hittegolf onverminderd door. Maar omdat Pipo wel vaker dagen van huis was, maakten we ons niet direct ongerust. Ik ga de 2e dag zoeken en vind hem niet. De derde dag ga ik weer zoeken en zie hem zitten, hoog en veels te droog in een oksel van die enorme eik op zo'n 7 meter hoog, uitgedroogd met een bloedend oortje. Een dieet van mos bevalt hem niet en miauwend laat hij weten dat hij aan het einde van zijn latijn is. Met veel moeite redden we Pipo, gewond, uitgedroogd. Sindsdien blijft Pipo rond het huis, nog steeds zich niets aantrekkend van regen of kou met als lievelingsplek een soort vogelnest van klimop, waar hij slaapt, wast, zont en van het uitzicht geniet in de schaduw van de acacia boven hem. Typisch feit is dat hij nooit teken heeft, terwijl die bomen er ruimschoots in voorzien.
Het maakt Pipo tot een heel apart dier.
De pingpongbal van wild vlees aan zijn oortje is door dat laatste avontuur voor de helft van zijn oor afgescheurd. Het is schoon vlees en we zien het helen. Helemaal. Dus geen zorgen, Pipo is tegen de 20 jaar en het kwam altijd goed met die kat. Niks geen operatie's, pillen en ingrepen. Nou is Pipo onbehandelbaar, want die ruikt van meters af of je hem wilt knuffelen of een pil in z'n bek wil duwen. "Aan mijn lijf geen gezeur, behalve als ik daar zelf om vraag!" Goed Pipo, aan jouw lijf geen gezeur.
Dus ook afgelopen jaar niet meer, terwijl we zijn oortjes en neus verder opgegeten zien worden door huidkanker. We gaan 1 keer met hem naar de dierenarts om dit te laten bevestigen. Vreemd kijkt het kittige vrouwtje op als ik haar de vermoedelijke diagnose voorleg. Ik krijg wel gelijk, maar het zint haar niet.
We proberen zijn toestand met cortison-tabletten te stabiliseren, maar na een week heeft Pipo het door. Ik hoef maar naar de kast te lopen waar het doosje met tabletjes ligt, of Pipo is hem al gevlogen.
We geven het op. Hij wil het niet! En Pipo is al klaar met die 9 levens, tevreden en zichzelf laten we Pipo maar Pipo zijn. Want net als met Shadow; wie zijn wij??
De stank, de wonden, de pus en het bloed, het zit overal; op de granieten muren, op de onderkant van de tafel, de poten, alle stoelen, de handdoeken op de bank, de eetbakjes, het is dweilen met de kraan open.
Afgelopen week komt Pipo niet meer onder die tafel vandaan. Hij zit daar maar zonder de alles overheersende teddy-beren look, met een pootje opgetrokken. Soms doet hij op 1 van de stoelen een slaapje, en als we aanschuiven voor de maaltijd twee keer per dag en ik me iets van de tafel afwend, is er een ruimte tussen mij en die tafel, dan dringt de ontstekingsgeur goed mijn neus in. Ik ben niet snel misselijk, ik kan een hoop hebben, maar deze stank is echt verschrikkelijk, een riool of een kadaver is er niets bij! Ook laat Pipo snoepjes en het stukje zwoerd aan zich voorbij gaan, hij kan ook niet meer horen, dus vluchten voor gevaar zit er niet meer in.
Dit kan zo niet langer en het punt is bereikt; Pipo krijgt een spuitje.
Ik belde gisteren de dierenarts voor een afspraak, maar ik vermeld wel dat als we hem niet te pakken krijgen, ik de afspraak moet verzetten. We houden vandaag dus rekening met een laatste Pipo-avontuur door het huis. (Het luikje gaat dicht, maar dan nog, want och wat is die kat slim en wat 'kent hij zijn gasten goed'.)
Er ontvallen ons twee katten in 3 maanden... Het is slikken. Ook al waren en zijn beide katten op hoge leeftijd en klaar met dit aardse bestaan.
Naschrift
Pipo vangen ging makkelijk, geen schrammen en toch veel weerstand. Drama in het draagmandje, maar dat is altijd 'Pipo' geweest. Het verliep heel respectvol en rustig bij de dierenarts. De jonge dierenarts liet hem eerst slapen om pas daarna euthanasie toe te passen. Extra slaapmiddel was nodig, maar Pipo ging mee naar huis zoals hij slaapt, mooi. Echt heel fijn verlopen allemaal. De begrafenis was netjes, naast Shadow.... Castel snapt er niets van. De andere katten weten het 'al lang'. M&M? Ach, we wisten het ook, sinds gisteren. Het is goed zo. Huishouden doen we een andere keer. Ik ga me zo douchen, want het troosten tijdens de heenreis heeft me enigszins bevuild. Ook de terugreis gaf me een warm nattig gevoel op de bovenbenen. We zijn er een beetje stilletjes van. Voor Pipo zijn we blij, gerustgesteld.
Marc slijpt PIPO in een mooie steen, die gaan we zo plaatsen in de middagzon die de rivier zilver kleurt. Geen gouden randje om de dag vandaag, zilver is ook goed.
Eén keer was hij zo 'kapot' van een gevecht in de regen, dat hij volledig verfomfaait, nat en modderig op mijn schoot sprong en daar heeft liggen rillen en zweten van de koorts, een hoopje niks.
Voor ik hem leerde kennen verloor hij de helft van zijn staart door te vluchten door een deur die door de wind dicht aan het waaien was. Pipo gaf geen krimp. Hij heeft diverse breuken opgelopen, maar genas dit zelf, want Pipo pakken vlak na zo'n ongeluk is onmogelijk. Pipo kent de mensen beter als zijn soortgenoten. Is als de dood voor vreemden, vooral mannen. Zorgde liefdevol voor broer Joppie en nam als eerste in de regen de benen na de verhuizing naar Frankrijk, waar we hem in de plens moesten zoeken. We konden hem gewoon onder een omgevallen boom vandaan plukken en naar huis dragen. Dat wil zeggen dat hij zelf bepaald wanneer hij hulp nodig heeft.
Zijn 2e grote avontuur hier vertelde hem niet meer ver van huis weg te lopen en in de buurt te blijven.
Het onweerde toen heel heftig, buiten, maar ook in huis. Dat doen M&M heeeel af en toe, maar Pipo is een pacifist, die kan niet tegen ruzie, stemverheffing, harde onverwachte geluiden en ander onheil. Pipo is ruim een kilometer van huis een enorme eik in gevlucht, verder geschrokken door wild of het onweer. Pipo was kwijt en de volgende dag ging de hittegolf onverminderd door. Maar omdat Pipo wel vaker dagen van huis was, maakten we ons niet direct ongerust. Ik ga de 2e dag zoeken en vind hem niet. De derde dag ga ik weer zoeken en zie hem zitten, hoog en veels te droog in een oksel van die enorme eik op zo'n 7 meter hoog, uitgedroogd met een bloedend oortje. Een dieet van mos bevalt hem niet en miauwend laat hij weten dat hij aan het einde van zijn latijn is. Met veel moeite redden we Pipo, gewond, uitgedroogd. Sindsdien blijft Pipo rond het huis, nog steeds zich niets aantrekkend van regen of kou met als lievelingsplek een soort vogelnest van klimop, waar hij slaapt, wast, zont en van het uitzicht geniet in de schaduw van de acacia boven hem. Typisch feit is dat hij nooit teken heeft, terwijl die bomen er ruimschoots in voorzien.
Het maakt Pipo tot een heel apart dier.
De pingpongbal van wild vlees aan zijn oortje is door dat laatste avontuur voor de helft van zijn oor afgescheurd. Het is schoon vlees en we zien het helen. Helemaal. Dus geen zorgen, Pipo is tegen de 20 jaar en het kwam altijd goed met die kat. Niks geen operatie's, pillen en ingrepen. Nou is Pipo onbehandelbaar, want die ruikt van meters af of je hem wilt knuffelen of een pil in z'n bek wil duwen. "Aan mijn lijf geen gezeur, behalve als ik daar zelf om vraag!" Goed Pipo, aan jouw lijf geen gezeur.
Dus ook afgelopen jaar niet meer, terwijl we zijn oortjes en neus verder opgegeten zien worden door huidkanker. We gaan 1 keer met hem naar de dierenarts om dit te laten bevestigen. Vreemd kijkt het kittige vrouwtje op als ik haar de vermoedelijke diagnose voorleg. Ik krijg wel gelijk, maar het zint haar niet.
We proberen zijn toestand met cortison-tabletten te stabiliseren, maar na een week heeft Pipo het door. Ik hoef maar naar de kast te lopen waar het doosje met tabletjes ligt, of Pipo is hem al gevlogen.
We geven het op. Hij wil het niet! En Pipo is al klaar met die 9 levens, tevreden en zichzelf laten we Pipo maar Pipo zijn. Want net als met Shadow; wie zijn wij??
De stank, de wonden, de pus en het bloed, het zit overal; op de granieten muren, op de onderkant van de tafel, de poten, alle stoelen, de handdoeken op de bank, de eetbakjes, het is dweilen met de kraan open.
Afgelopen week komt Pipo niet meer onder die tafel vandaan. Hij zit daar maar zonder de alles overheersende teddy-beren look, met een pootje opgetrokken. Soms doet hij op 1 van de stoelen een slaapje, en als we aanschuiven voor de maaltijd twee keer per dag en ik me iets van de tafel afwend, is er een ruimte tussen mij en die tafel, dan dringt de ontstekingsgeur goed mijn neus in. Ik ben niet snel misselijk, ik kan een hoop hebben, maar deze stank is echt verschrikkelijk, een riool of een kadaver is er niets bij! Ook laat Pipo snoepjes en het stukje zwoerd aan zich voorbij gaan, hij kan ook niet meer horen, dus vluchten voor gevaar zit er niet meer in.
Dit kan zo niet langer en het punt is bereikt; Pipo krijgt een spuitje.
Ik belde gisteren de dierenarts voor een afspraak, maar ik vermeld wel dat als we hem niet te pakken krijgen, ik de afspraak moet verzetten. We houden vandaag dus rekening met een laatste Pipo-avontuur door het huis. (Het luikje gaat dicht, maar dan nog, want och wat is die kat slim en wat 'kent hij zijn gasten goed'.)
Er ontvallen ons twee katten in 3 maanden... Het is slikken. Ook al waren en zijn beide katten op hoge leeftijd en klaar met dit aardse bestaan.
Naschrift
Pipo vangen ging makkelijk, geen schrammen en toch veel weerstand. Drama in het draagmandje, maar dat is altijd 'Pipo' geweest. Het verliep heel respectvol en rustig bij de dierenarts. De jonge dierenarts liet hem eerst slapen om pas daarna euthanasie toe te passen. Extra slaapmiddel was nodig, maar Pipo ging mee naar huis zoals hij slaapt, mooi. Echt heel fijn verlopen allemaal. De begrafenis was netjes, naast Shadow.... Castel snapt er niets van. De andere katten weten het 'al lang'. M&M? Ach, we wisten het ook, sinds gisteren. Het is goed zo. Huishouden doen we een andere keer. Ik ga me zo douchen, want het troosten tijdens de heenreis heeft me enigszins bevuild. Ook de terugreis gaf me een warm nattig gevoel op de bovenbenen. We zijn er een beetje stilletjes van. Voor Pipo zijn we blij, gerustgesteld.
Marc slijpt PIPO in een mooie steen, die gaan we zo plaatsen in de middagzon die de rivier zilver kleurt. Geen gouden randje om de dag vandaag, zilver is ook goed.
Al is de leugen....
Vrij snel nadat we hier woonden, ontdekte Marc een kleine ruine niet ver boven ons huis. Een heel klein blokje op de kadasterkaart had al aangewezen dat daar iets had gestaan of nog steeds stond. Het gebouwtje wordt door ons van onder tot boven bekeken, het had nog aardig wat prima lauzes half op het ingestortte dak, op de grond onder de bemoste steunbalken die ook allemaal met 1 kant op de grond liggen. Een moderne deur, een tafelblad, een campingstoeltje en meer van zulke rommel. Misschien is het geheel 5 bij 4 meter, groter niet. De schoorsteen is van nieuwe blokken gebouwd, en een lage muur van nieuwe bouwblokken, volledig met mos bedekt, bewijst dat het een nieuwe ruine is. De eigenaar moet een poging gedaan hebben daar ooit iets neer te zetten, want niet makkelijk moet zijn geweest gezien het steile haarspelden-paadje en de afstand naar het bospad. Het zal ooit af zijn geweest, maar nauwelijks gebruikt. Toen nog niet zo gebrand op lauzestenen, hebben we het gebouwtje gelaten voor wat het was en er langs gelopen tijdens enkele wandelingen, maar Lief vergeet dat niet, ruines, lauzestenen op een plek dichtbij.
Ruim anderhalf jaar terug heeft Marc een goede inventarisatie gemaakt van onze eigen daken en het gebrek aan lauze. Hoe langer je niets aan de traditionele gebouwen doet, zuigen de lauzes zich vol met water, gaat er mos op groeien die hun worteltjes diep tussen alle steenlagen vastzetten.Vorst en zon doen de rest, dan spatten de laagjes ervan af en verweekt de lauze tot deze knapt en zich van het dak af laat glijden. Ook klimop en bramen vinden het heerlijk om op daken te groeien, zoveel gaatjes om zich aan vast te zetten, ideaal groeigebied. Aangezien huizen op zulke steile hellingen vaak in en tegen de rotsen worden gebouwd, raakt een dak aan de achterkant al snel de helling, de bosgrond zelf, en verdwijnt zo zoetjes aan onder de grond. Jaar na jaar, seizoen op seizoen vult die aarde zich met eikeltjes, bladeren, uitgespoeld zand en geurige aarde, plantenrestjes, beestjes die het vruchtbaar maken, muizen, want oh wat is dat toch een geweldige toegang tot een gebouw, schuilplaats, warmte en zeker ook mensentroep om nesten van te bouwen. Van de lauzes die wij gevonden hebben, opgegraven hebben, zijn er weinig meer van waarde, zo broos als crepepapier al zijn sommige stenen één bij een halve meter en niet te tillen zo zwaar,
Met goede enigszins naieve hoop achterhaald Marc de eigenaren van diverse ruines en vraagt hij of hij de lauzes kopen mag.
Maar zodra de fransen door krijgen dat iets heel ouds voor iemand enige waarde bezit, gaan ze krenterig doen, ook al draait het om een steen of haast onstookbaar hout op onbereikbare plekken. Voor hen dan. Allerlei smoezen krijg je te horen, zoals de dame van de grote goed bereikbare en karakteristieke ruine langs het bospad zelf. We zochten haar op in een gehucht op een drie kwartier rijden. Een zeer sjieke dame stond naast haar nieuwe huis, met spiksplinternieuw lauzedak, wat tonnen kost lieve lezers!, te kletsen met buren. De dame rijdt een luxe slee uit Parijs, draagt een Cartier horloge en de meest aanstellerige pumps die ik hier ooit zag met bovenop een wel zeer mooi gecoiffeerd koppie blond haar.
Zodra we haar uitleggen wat we haar komen vragen kijkt ze ons meewarig en wat verstoord aan als "hoe durven jullie dat te vragen. Met een telefoonnummer op een vlekkeloos wit kaartje vertrekken we weer en hopen op een belletje. Wat ik hiermee wil zeggen; mevrouw heeft een slee, een woonhuis in Parijs, laat hier een nieuw huis bouwen met nieuw lauzedak dat wel een paar eeuwen meegaat en dan overdrijf ik niet, heeft nog een ruine in de gorges die ze in laat storten, dicht laat groeien en waar ze al een decennia of wat niet is geweest. Dan worden die pumps vies, haar zijden goed gaat eraan door de bramen en haar haar verwaait, dat kan natuurlijk niet. Ze belt keurig op om te melden dat we de lauzes niet mogen kopen, want als er eens één van haar nieuwe dak waait, dan kan ze die vervangen. Het is maar goed dat we nog niet goed frans spreken, want wij hadden willen zeggen "mevrouwtje toch, uw haar verwaait, uw pumps worden vies, uw goed gaat eraan en u belt toch zeker de lokale dakdekker om er een mooi strak nieuw lauzeje op te komen leggen als u weer fijn in Parijs zit op uw luxe gat!"
Maar de eigenaar van die kleine ruine is lastiger te pakken te krijgen. Ook een Parijzenaar die hier geboren is en een vakantiehuis heeft op iets grotere afstand. Marc mailt hem en hij krijgt een leuke reactie; "als ik weer op vakantie kom, dan zoek ik jullie even op, leuk om wat te horen van mensen die daar echt wonen". Meneer Crier komt, met zijn vrouw, om eens kennis te maken, hij is nieuwsgierig en alleen als je goede intenties hebt zou hij bereid zijn tot het verkopen van die paar lauzes. Op van zulke kleine gebouwtjes liggen er niet veel. Tijdens hun bezoek schenk ik water, iets anders willen ze niet, ik probeer mevrouw te vergasten terwijl de heren even naar de ruine gaan kijken, een pittige korte trip door de verkoelende bossen tijdens een zomermiddag. Meneer Crier is heel enthousiast over wat wij hier doen. Vol bewondering luistert hij naar Marc, kijkt hij naar hoe we omgaan met het erfgoed van de Aveyron en komt steeds meer los. Zijn zegen hebben we in de pocket en niet tegen betaling van euro's, maar gewoon voor de heb, die lauzes zijn voor ons. Het mos ook (kerstdecoraties) en wat oude planken, ach, nee, "die zal ik ook niet missen". De grond blijft van hem, de stenen ook, maar de rest is voor ons een groot kado en een beloning voor het 'netjes vragen'.
We weten heus wel dat stenen, lauzes, bomen, alles in zo'n bos op particulier terrein privebezit is, het weghalen ervan is gewoon stelen. En wij willen dat niet op ons geweten hebben en houden ons dus aan de wet. -Voor zover we de wet kennen en de eigenaren te achterhalen zijn, want veel is staatsbezit door gebrek aan erfgenamen.- We voelen ons al lullig naar de eigenaar van het bronpaadje toe. De ruines nog verder op diezelfde helling, daar is hij geboren. Hij verhaalde over een unieke grove grote granieten schouw die iemand ooit gestolen heeft uit zijn ouderlijk huis. Die schouw staat bij ons in huis, gejat door de vorige eigenaar die ons juist erop wees overal vanaf te blijven, want iedere steen, boom, plant en bloem heeft hier een eigenaar. Die schouw ff teruggeven is niet te doen, toch zijn we blij dat die man nog nooit binnen is geweest voor een kop koffie. -Het is een alcoholist die steeds probeert ezeltjes aan me te slijten als ik eens in het dorpscafe kom voor praatje tabak en krant om met dubbele tong dubbelzinnig te glimlachen en opzichtig mijn blonde voorkomen inspecteert van onder tot boven. Of andersom.....
Het was weer kliederweer gisteren. Het terrein af zonder kaplaarzen is een halszaak. Iets tussen miezer en regen, afgewisseld met veel dikkere druppels voeden de plassen, watervalletjes, de vacht van Castel en de veertjes van de kippen die hun heil onder de Blauwe in de garage zoeken. Ik ga met tegenzin naar de markt, de bank, de super. Het is boven gewoon druk voor dit weer en de miezer begint me zowaar te plezieren. Ik heb mijn beste winterjas aan, een zacht leren half lange jas gevoerd met nepbont waar ik me een michelin-poppetje in voel. De druppeltjes verkoelen mijn wangen en als ik me die sensatie gewaar word verschijnt de eeuwige lach, de zon op mijn gezicht en verwarm ik de mensen die me komen groeten. Ik krijg een flesje wijn van de wijn- en olijvenkoopman, Pierre staat te drentelen achter me om aandacht, die wil even gedag gekust worden -de schat van een oud echt frans boertje die met krant het bos in wandeld vergezeld van zijn eenogige hond om zijn behoefte te doen. Niet die hond, maar Pierre natuurlijk. Ik smelt!- en opgeruimd doe ik mijn ding. Thuis tref ik Marc aan met hoofdpijn, die wil eten en naar bed. Maar na dat tukkie is dat hoofd nog niet opgeruimd, mijn zonnetje werkt niet thuis, dus gaat hij wandelen in de regen.
Na een dik uur komt hij binnen stuiven met een natte kop, grote blauwe ogen van verontwaardiging.
Wat blijkt? Er reed een rood trekkertje op dat oude prachtige wandelpad naar de ruine, zig zag de haarspeld bochtjes nemend, richting het plateau naar het dichtstbijzijnde gehucht. Een paadje dat vroeger de hoofdroute was om met de ossenkar naar de markt te gaan, voor het schooltje van de kinderen uit de gorges, geflankeerd aan één kant met stenen muurtjes die terrassen insluiten voor de wijnranken, nu vol met brem en eiken, grillige kastanjes, geurige paddestoelen en zomers mooie bloemen.
Marc vermoed al dat iemand de lauzestenen van Crier op is komen halen. Dat is stelen, maar een vermoeden is geen feit, dus doet hij zijn best om de trekker te voet in te halen. Dat blijkt niet te kunnen, dus spoedt hij zich naar huis voor het telefoonnummer van meneer Crier en de auto. Dit zou de derde keer zijn dat iets dat van ons is gejat wordt op een moment dat het te slecht weer is om buiten te zijn en wij het dus niet doorhebben. Gatver, stelletje..... pummels!!! Juist de inwoners van onze gemeente weten dondersgoed dat er met ons te praten valt, dat we hier altijd wonen, dat we het niet breed hebben en alles zelf moeten doen. Stelletje #@!)**#%$@#*&!&*#@!
Het gemeentehuis is dicht, op de route naar de gendarmerie ligt de afslag naar het gehucht en Lief gaat eerst daar eens kijken of hij dat trekkertje ziet staan. Op het dorpspleintje bij de kerk staat Arlette te kletsen met haar man en wat buren. We kennen aardig wat mensen daar, op die boeren na, die houden niet van import, andere mensen of verse aanwas en franse remigranten. "Kennen jullie iemand met zo en zo'n trekkertje?" vraagt Marc. "Jawel hoor, dat is die en die en die woont daar" terwijl er met vingers gewezen wordt. Arlette haar man loopt met Marc naar die mensen toe, mevrouw staat al buiten, van de boer is geen spoor te bekennen. Gelijk begint ze te liegen over dat ze toestemming hebben van de vader van de vader van de huidige eigenaar om de lauzes van die specifieke ruine te gebruiken. "Dat gaat hier al jaren zo" benadrukt ze. "En we hebben die meneer gebeld hoor, we mogen ze pakken."
Marc is ook niet gek en vist of hij dan misschien wil helpen de rest van de lauzes voor ons met zijn trekkertje naar ons huis te brengen. Marc heeft grote blauwe kijkers die uitstralen dat hij goed is, maar niet gek. Weigeren kan niemand, ik ook niet. Boos worden op die man ook niet, dat kan ik dan weer wèl.... ;-)
Hij laat de boerin mokkend, maar onder de indruk achter met een papiertje met naam en nummer. Wat blijkt; haar man is de jachtvoorzitter en hem moeten we hebben om af te dwingen dat ze ons bellen voor ze gaan jagen op en rond ons terrein. Een dubbeldate dus op korte termijn!
Weer thuis weet Marc dat we weer een mijlpaaltje geslagen hebben in de eeuwenoude traditie die alle wetten overruled. De gendarmerie zal echt geen poot uitsteken om hier tussenbeide te komen, die weten wel beter. Wij inmiddels ook, zo werkt dat hier nu eenmaal. Communiceren doe je in deze gevallen niet door te praten, je doet gewoon op een moment dat je (bijna) zeker weet dat je die ander niet treffen zult. Stiekem gedoe.
Marc mailt naar meneer Crier die bijna gelijk antwoord dat hij "niemand anders dan ons toestemming heeft gegeven lauzes te pakken van zijn ruine" met een wat verontwaardigde ondertoon. Duidelijk, ze hebben Crier niet gebeld en de vader van de vader had geeneens een ruine of huis daar, want het is door Crier zelf vanaf de grond opgebouwd.
Ja, dat is nou typisch het achtergestelde platteland! Hetzelfde met de gestolen kettingen, dat was een grote les dat je niet zomaar een boom om mag zagen. Wij hebben dat hout en de eigenaar van de boom erg goede sleep- en trekkettingen met gekromde haken die we nog steeds niet hebben kunnen vervangen.
Wat we niet begrijpen is de leugen. Net als met die boom die geclaimd werd door de buren. Eucalypta belde na 10 minuutjes terug met het verhaal dat we het hout kado kregen en er verder geen werk van zou maken. Waarom zegt ze niet gewoon dat ze zich vergist heeft in het perceel?? Dat niet van haar is als ik op het scherm op het gemeentehuis de eigenaren van alle percelen check?? Waarom liegen mensen over zulke zaken?
"Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaald hem wel."
Ruim anderhalf jaar terug heeft Marc een goede inventarisatie gemaakt van onze eigen daken en het gebrek aan lauze. Hoe langer je niets aan de traditionele gebouwen doet, zuigen de lauzes zich vol met water, gaat er mos op groeien die hun worteltjes diep tussen alle steenlagen vastzetten.Vorst en zon doen de rest, dan spatten de laagjes ervan af en verweekt de lauze tot deze knapt en zich van het dak af laat glijden. Ook klimop en bramen vinden het heerlijk om op daken te groeien, zoveel gaatjes om zich aan vast te zetten, ideaal groeigebied. Aangezien huizen op zulke steile hellingen vaak in en tegen de rotsen worden gebouwd, raakt een dak aan de achterkant al snel de helling, de bosgrond zelf, en verdwijnt zo zoetjes aan onder de grond. Jaar na jaar, seizoen op seizoen vult die aarde zich met eikeltjes, bladeren, uitgespoeld zand en geurige aarde, plantenrestjes, beestjes die het vruchtbaar maken, muizen, want oh wat is dat toch een geweldige toegang tot een gebouw, schuilplaats, warmte en zeker ook mensentroep om nesten van te bouwen. Van de lauzes die wij gevonden hebben, opgegraven hebben, zijn er weinig meer van waarde, zo broos als crepepapier al zijn sommige stenen één bij een halve meter en niet te tillen zo zwaar,
Met goede enigszins naieve hoop achterhaald Marc de eigenaren van diverse ruines en vraagt hij of hij de lauzes kopen mag.
Maar zodra de fransen door krijgen dat iets heel ouds voor iemand enige waarde bezit, gaan ze krenterig doen, ook al draait het om een steen of haast onstookbaar hout op onbereikbare plekken. Voor hen dan. Allerlei smoezen krijg je te horen, zoals de dame van de grote goed bereikbare en karakteristieke ruine langs het bospad zelf. We zochten haar op in een gehucht op een drie kwartier rijden. Een zeer sjieke dame stond naast haar nieuwe huis, met spiksplinternieuw lauzedak, wat tonnen kost lieve lezers!, te kletsen met buren. De dame rijdt een luxe slee uit Parijs, draagt een Cartier horloge en de meest aanstellerige pumps die ik hier ooit zag met bovenop een wel zeer mooi gecoiffeerd koppie blond haar.
Zodra we haar uitleggen wat we haar komen vragen kijkt ze ons meewarig en wat verstoord aan als "hoe durven jullie dat te vragen. Met een telefoonnummer op een vlekkeloos wit kaartje vertrekken we weer en hopen op een belletje. Wat ik hiermee wil zeggen; mevrouw heeft een slee, een woonhuis in Parijs, laat hier een nieuw huis bouwen met nieuw lauzedak dat wel een paar eeuwen meegaat en dan overdrijf ik niet, heeft nog een ruine in de gorges die ze in laat storten, dicht laat groeien en waar ze al een decennia of wat niet is geweest. Dan worden die pumps vies, haar zijden goed gaat eraan door de bramen en haar haar verwaait, dat kan natuurlijk niet. Ze belt keurig op om te melden dat we de lauzes niet mogen kopen, want als er eens één van haar nieuwe dak waait, dan kan ze die vervangen. Het is maar goed dat we nog niet goed frans spreken, want wij hadden willen zeggen "mevrouwtje toch, uw haar verwaait, uw pumps worden vies, uw goed gaat eraan en u belt toch zeker de lokale dakdekker om er een mooi strak nieuw lauzeje op te komen leggen als u weer fijn in Parijs zit op uw luxe gat!"
Maar de eigenaar van die kleine ruine is lastiger te pakken te krijgen. Ook een Parijzenaar die hier geboren is en een vakantiehuis heeft op iets grotere afstand. Marc mailt hem en hij krijgt een leuke reactie; "als ik weer op vakantie kom, dan zoek ik jullie even op, leuk om wat te horen van mensen die daar echt wonen". Meneer Crier komt, met zijn vrouw, om eens kennis te maken, hij is nieuwsgierig en alleen als je goede intenties hebt zou hij bereid zijn tot het verkopen van die paar lauzes. Op van zulke kleine gebouwtjes liggen er niet veel. Tijdens hun bezoek schenk ik water, iets anders willen ze niet, ik probeer mevrouw te vergasten terwijl de heren even naar de ruine gaan kijken, een pittige korte trip door de verkoelende bossen tijdens een zomermiddag. Meneer Crier is heel enthousiast over wat wij hier doen. Vol bewondering luistert hij naar Marc, kijkt hij naar hoe we omgaan met het erfgoed van de Aveyron en komt steeds meer los. Zijn zegen hebben we in de pocket en niet tegen betaling van euro's, maar gewoon voor de heb, die lauzes zijn voor ons. Het mos ook (kerstdecoraties) en wat oude planken, ach, nee, "die zal ik ook niet missen". De grond blijft van hem, de stenen ook, maar de rest is voor ons een groot kado en een beloning voor het 'netjes vragen'.
We weten heus wel dat stenen, lauzes, bomen, alles in zo'n bos op particulier terrein privebezit is, het weghalen ervan is gewoon stelen. En wij willen dat niet op ons geweten hebben en houden ons dus aan de wet. -Voor zover we de wet kennen en de eigenaren te achterhalen zijn, want veel is staatsbezit door gebrek aan erfgenamen.- We voelen ons al lullig naar de eigenaar van het bronpaadje toe. De ruines nog verder op diezelfde helling, daar is hij geboren. Hij verhaalde over een unieke grove grote granieten schouw die iemand ooit gestolen heeft uit zijn ouderlijk huis. Die schouw staat bij ons in huis, gejat door de vorige eigenaar die ons juist erop wees overal vanaf te blijven, want iedere steen, boom, plant en bloem heeft hier een eigenaar. Die schouw ff teruggeven is niet te doen, toch zijn we blij dat die man nog nooit binnen is geweest voor een kop koffie. -Het is een alcoholist die steeds probeert ezeltjes aan me te slijten als ik eens in het dorpscafe kom voor praatje tabak en krant om met dubbele tong dubbelzinnig te glimlachen en opzichtig mijn blonde voorkomen inspecteert van onder tot boven. Of andersom.....
Het was weer kliederweer gisteren. Het terrein af zonder kaplaarzen is een halszaak. Iets tussen miezer en regen, afgewisseld met veel dikkere druppels voeden de plassen, watervalletjes, de vacht van Castel en de veertjes van de kippen die hun heil onder de Blauwe in de garage zoeken. Ik ga met tegenzin naar de markt, de bank, de super. Het is boven gewoon druk voor dit weer en de miezer begint me zowaar te plezieren. Ik heb mijn beste winterjas aan, een zacht leren half lange jas gevoerd met nepbont waar ik me een michelin-poppetje in voel. De druppeltjes verkoelen mijn wangen en als ik me die sensatie gewaar word verschijnt de eeuwige lach, de zon op mijn gezicht en verwarm ik de mensen die me komen groeten. Ik krijg een flesje wijn van de wijn- en olijvenkoopman, Pierre staat te drentelen achter me om aandacht, die wil even gedag gekust worden -de schat van een oud echt frans boertje die met krant het bos in wandeld vergezeld van zijn eenogige hond om zijn behoefte te doen. Niet die hond, maar Pierre natuurlijk. Ik smelt!- en opgeruimd doe ik mijn ding. Thuis tref ik Marc aan met hoofdpijn, die wil eten en naar bed. Maar na dat tukkie is dat hoofd nog niet opgeruimd, mijn zonnetje werkt niet thuis, dus gaat hij wandelen in de regen.
Na een dik uur komt hij binnen stuiven met een natte kop, grote blauwe ogen van verontwaardiging.
Wat blijkt? Er reed een rood trekkertje op dat oude prachtige wandelpad naar de ruine, zig zag de haarspeld bochtjes nemend, richting het plateau naar het dichtstbijzijnde gehucht. Een paadje dat vroeger de hoofdroute was om met de ossenkar naar de markt te gaan, voor het schooltje van de kinderen uit de gorges, geflankeerd aan één kant met stenen muurtjes die terrassen insluiten voor de wijnranken, nu vol met brem en eiken, grillige kastanjes, geurige paddestoelen en zomers mooie bloemen.
Marc vermoed al dat iemand de lauzestenen van Crier op is komen halen. Dat is stelen, maar een vermoeden is geen feit, dus doet hij zijn best om de trekker te voet in te halen. Dat blijkt niet te kunnen, dus spoedt hij zich naar huis voor het telefoonnummer van meneer Crier en de auto. Dit zou de derde keer zijn dat iets dat van ons is gejat wordt op een moment dat het te slecht weer is om buiten te zijn en wij het dus niet doorhebben. Gatver, stelletje..... pummels!!! Juist de inwoners van onze gemeente weten dondersgoed dat er met ons te praten valt, dat we hier altijd wonen, dat we het niet breed hebben en alles zelf moeten doen. Stelletje #@!)**#%$@#*&!&*#@!
Het gemeentehuis is dicht, op de route naar de gendarmerie ligt de afslag naar het gehucht en Lief gaat eerst daar eens kijken of hij dat trekkertje ziet staan. Op het dorpspleintje bij de kerk staat Arlette te kletsen met haar man en wat buren. We kennen aardig wat mensen daar, op die boeren na, die houden niet van import, andere mensen of verse aanwas en franse remigranten. "Kennen jullie iemand met zo en zo'n trekkertje?" vraagt Marc. "Jawel hoor, dat is die en die en die woont daar" terwijl er met vingers gewezen wordt. Arlette haar man loopt met Marc naar die mensen toe, mevrouw staat al buiten, van de boer is geen spoor te bekennen. Gelijk begint ze te liegen over dat ze toestemming hebben van de vader van de vader van de huidige eigenaar om de lauzes van die specifieke ruine te gebruiken. "Dat gaat hier al jaren zo" benadrukt ze. "En we hebben die meneer gebeld hoor, we mogen ze pakken."
Marc is ook niet gek en vist of hij dan misschien wil helpen de rest van de lauzes voor ons met zijn trekkertje naar ons huis te brengen. Marc heeft grote blauwe kijkers die uitstralen dat hij goed is, maar niet gek. Weigeren kan niemand, ik ook niet. Boos worden op die man ook niet, dat kan ik dan weer wèl.... ;-)
Hij laat de boerin mokkend, maar onder de indruk achter met een papiertje met naam en nummer. Wat blijkt; haar man is de jachtvoorzitter en hem moeten we hebben om af te dwingen dat ze ons bellen voor ze gaan jagen op en rond ons terrein. Een dubbeldate dus op korte termijn!
Weer thuis weet Marc dat we weer een mijlpaaltje geslagen hebben in de eeuwenoude traditie die alle wetten overruled. De gendarmerie zal echt geen poot uitsteken om hier tussenbeide te komen, die weten wel beter. Wij inmiddels ook, zo werkt dat hier nu eenmaal. Communiceren doe je in deze gevallen niet door te praten, je doet gewoon op een moment dat je (bijna) zeker weet dat je die ander niet treffen zult. Stiekem gedoe.
Marc mailt naar meneer Crier die bijna gelijk antwoord dat hij "niemand anders dan ons toestemming heeft gegeven lauzes te pakken van zijn ruine" met een wat verontwaardigde ondertoon. Duidelijk, ze hebben Crier niet gebeld en de vader van de vader had geeneens een ruine of huis daar, want het is door Crier zelf vanaf de grond opgebouwd.
Ja, dat is nou typisch het achtergestelde platteland! Hetzelfde met de gestolen kettingen, dat was een grote les dat je niet zomaar een boom om mag zagen. Wij hebben dat hout en de eigenaar van de boom erg goede sleep- en trekkettingen met gekromde haken die we nog steeds niet hebben kunnen vervangen.
Wat we niet begrijpen is de leugen. Net als met die boom die geclaimd werd door de buren. Eucalypta belde na 10 minuutjes terug met het verhaal dat we het hout kado kregen en er verder geen werk van zou maken. Waarom zegt ze niet gewoon dat ze zich vergist heeft in het perceel?? Dat niet van haar is als ik op het scherm op het gemeentehuis de eigenaren van alle percelen check?? Waarom liegen mensen over zulke zaken?
"Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaald hem wel."
woensdag 4 januari 2012
Als vanouds
Als vanouds zaag ik de stammen in kloofblokken, klooft Marc ze en laden we samen in.
De boktorren en hun larven -die er weerzinwekkend uitzien!- maken deze prachtige bomen dood. De larven eten hele gangenstelsels door alle lagen van de boom, waardoor ze sterven. Te beginnen bij de toppen. Als we ze niet tijdig omzagen, gaan het hout in de toppen rotten en wordt het als spons; niet te stoken en het drogen duurt extreem lang. Vorig jaar zaagden we er 5 om die een jaartje hebben liggen rusten voor we ze vorige week van de helling aftrokken. Het is heel even droog vandaag, dus gaan de zaag en bijl er gelijk in. Het kan maar netjes op de stapel liggen....Een klein grasje in het felle mos, en zo laag bij de grond ruikt het zooo lekker.
dinsdag 3 januari 2012
Woest Water
Door al die regen, dagen en nachten lang, heeft de gorges er weer tientallen watervalletjes bij. Het granietzand neemt het niet meer op, waardoor grote plassen en mini-vijvers ontstaan op de paden, de druk van het water is zo groot dat onze bron het water amper meer kwijt kan en de bronbakken stromen weer over. Ook in het dichtstbijzijnde ravijn stroomt een bergbeekje met watervalletjes die sijpelen tijdens de droge zomers en nu een bulderend geluid voort brengen. Daar horen we aan dat het de moeite waard is naar de sluizen te lopen om te kijken wat er daar allemaal wel niet buiten de oevers treedt.
Wat een donderend geweld van moeder aarde. En elke keer zijn we te laat of te vroeg om met eigen ogen te zien hoe die stalen brug ook onzichtbaar is en we via de hoge voetgangersbrug naar de overkant kunnen. Ook zijn we er nog nooit bij geweest als de sluizen open gaan om de vloedgolf de gorges in te zien stromen.
Gek genoeg heb ik geen filmpje van dit riviertje 's zomers, als je daar canyoningen kan of met een boek op een steen in de stroom af kan koelen van die verzengende zon.
Belooft, bij deze, dat ik van de zomer twee filmpjes plaats, bovenstaande en het tegenovergestelde.
Verder was ik vergeten dat ik een paar liter walnotenwijn in een keulse pot had weggezet afgelopen zomer. Botteltijd dus! Ik proef... één slokje... wat toch maar een glas werd.
Notenwijn van Tien is pittig! Met een goede notensmaak, pittige afdronk en eens niet te zoet of te zwaar. Geen wijntje voor bij het eten, eerder een lekkere winterborrel met een tikkeltje bitter. Komend seizoen maak ik het zeker weer met vroeger geplukte onrijpe walnoten, iets minder rum, iets meer suiker, ietsjes hoor, en meer liters als eindresultaat. Want de smaak is echt geweldig, alleen je moet geduld hebben en niet vergeten regelmatig te roeren de eerste weken.
maandag 2 januari 2012
happy ......
Ons jaar begon als ieder andere dag. Eén uitzondering; De schouw blijft de hele ochtend uit en de kachel brandt ook niet. Het is alles behalve koud. Nat is het wel, sinds Tante's vetrek. Ze kwam en er was zon, de dag dat ze vertrok betrok de hemel en is het weer zo somber als al die weken ervoor. De zeiltjes, emmers en teilen doen hun werk, Marc hakt zijn deels gedroogde lauzes onder een geimproviseerde tent naast het huis, ik kook aardappels, vlees en groenten en 's middags oogst ik spruitjes en twee deels opgepeuzelde kooltjes, waarna ik doorwandel -zonder jas in de mini-miezer- naar de rivier. De mistflarden strelen mijn ogen want ze maken het meer met de dode bomen weer een Lord of de Rings-scene, oudejaarsavond en de eerste dag kijken we alle 6 dvd's van deze prachtige verfilming van Tolkien's boek. Een lange zit die we onderbreken voor de avondboterham. Niks geen oesters met champagne zoals ze in Frankrijk gewoon zijn. Geen vuurwerk of de straat op om 0.05 uur om de buurt te omhelzen en mensen gelukkig nieuwjaar te wensen die je normaal niet aankijkt. Met een borrel op lukt dat dan natuurlijk wel.
Mijn facebook-pagina is normaal gevuld met 'normale' meldingen en dingen die mensen willen delen met elkaar. Nu is het enkel 'happy new year' vlak na 'happy holidays' , met verslagen van hoeveel oesters men at, hoeveel er gezopen is, de feestjes waar mensen naar toe zijn geweest en de onvrede over 2011.
Ik vraag me af, en met mij vele anderen, wat dat 'happy' nou precies in moet houden. Of mensen die dit alles wensen wel beseffen dat na afgelopen decennia er niet zoveel meer mensen over zijn die de 'feestdagen' nog als feestdagen ervaren en alles behalve 'happy' zijn met diezelfde feestdagen en liever zouden hebben dat die 'happy holidays' gewoon niet bestaan. Eerlijk gezegd voel ik me wat kerst betreft al Remy en heb ik het ouderwetse oud & nieuw al 3 jaar niet gevierd bij gebrek aan buren die ik omhelzen kan, bij gebrek aan middelen voor het bakken van oliebollen of het hangen achter de TV en die tijd tot middernacht te vullen met jaaroverzichten, eindejaarsshows (die ik zie als 'Speelen voor het volck ter leering ende vermeack') en caberetiers die het voorgaande jaar soms scherp belachelijk kunnen maken en de indruk wekken dat we met z'n allen wat geleerd hebben en het volgend jaar beter gaan doen.
Over dat 'happy'.... Doet mij denken aan het succes van het magazine 'Happiness', dat in een paar jaar tijd toonaangevend werd. Het staat bol van de counceling, media, therapiën, cursussen in 'happy worden', leren sturing geven aan je leven door in verre oorden te gaan mediteren, yoga-zijwegen, guru's en aanbiedingen voor de aanschaf van onnodige prulletjes die wel eens bij zouden kunnen dragen tot het verwerven van 'happiness'.
Terwijl ik van mening blijf dat 'uitpluggen' ( klik hier voor mijn log over 'uitpluggen' ) het allerbeste is om happy te worden of happiness te ervaren, ben ik ook weer blij dat de kortste dag voorbij is en we aan de opmars zijn begonnen naar de lente.
Dit om even terug te gaan naar de dag van vandaag met in de bossen de bloeiende Helleborissen (wilde kerstroos), de nog steeds groene varens, de paarse klokjes in het gras, de lichtgevende korstmossen en op het terras voor het huis een heuse salie -die van hitte en zon houdt- die in bloei staat. Het is zo warm, dat ik na een avond film kijken een raam openzet om het huis te luchten!, zonder jas naar buiten kan, ik hoef geen warme sokken en toffels aan, we sparen veel hout uit -goed!-. Alleen die nattigheid blijft vervelend, we kunnen geen hek renoveren, het dak niet op, maandag is geen zaagdag, ik kan geen brem gaan knippen, geen was drogen buiten.
Dit lokt discussie uit, we gaan wat meer stilstaan bij het nu en zoeken onze weg. Zo komen we uit op een M&M Schaal der vooruitgang. Wat in ons geval weergeeft hoe we onze groei naar een zelfvoorzienend leven ervaren. De enorme sprong van de verhuizing zelf, de snelheid van ons aanpassingsvermogen van een zeer luxe en modern leven eind 2008 naar een lekker rommelend, creatief en inventief leven eind 2009 met zovele plannen en werkzaamheden die ons toen nog deed geloven in een zelfvoorzienend leven met een grens gevormd door electriciteit en internet en een auto. Nu, 2012, lijkt het erop alsof we vertraagd zijn in deze plannen en de grote wens voor een eenvoudig leven. Werken in de virtuele wereld is voor het geld, voor een hypotheek te betalen, auto's die falen en schreeuwend dure diesel en andere moderne dingen waarvan we dachten zonder te kunnen, toen, de eerste 2 jaar na de grote sprong in het diepe. Er zouden ezels komen voor het zware werk, de moestuin zou voldoende opleveren en ons niet naar de markt manouvreren, kippen zouden voor eieren en vlees zorgen, vissen zouden we leren -we bakken er nog steeds niets van-, nieuwe paden zouden we gebaand hebben om dat hout van de hellingen af te krijgen en het huis zou ruimtelijker zijn door een trap van het benedenhuis helemaal naar boven.
Nu realiseer ik me echt wel dat we al ontzettend veel gedaan hebben, maar die zelfvoorzienende basis is er nog steeds niet. Ezels komen er voorlopig niet, want we weten niet hoe we op rotsen paaltjes moeten slaan voor een hek om een paar hectaren helling, de moestuin heeft granietzand als basis wat een beetje wordt vastgehouden door hedera en boomwortels. Verwijderen we de hedera voor groente, dan spoelt dat zand weg wat al weinig voeding bevat voor groenten, boomwortels hakken we wel eens uit, maar 1 wortel eruit doet 50 nieuwe acacia-boompjes ontspruiten. De kippen leggen wel eieren, maar er is er 1 opeens overleden en de eerste haan ging dood om er een gecastreerde haan voor terug te krijgen die niet in kuikens voorziet voor een gegrild kippetje op tafel. Leren vissen is net zo lastig, want in Nederland vis je in vijvers en misschien als prof aan de oever van een flinke rivier. Hier zitten we met een stenen bodem waar je haakje en blinker in blijven steken, een stroming die onvoorspelbaar is evenals de diepte van het water dat verschilt per dagdeel. Om nog maar helemaal niet te spreken van hout kappen op haast onbegaanbare puinhellingen, laat staan met de hand! nieuwe paden maken die breed genoeg zijn voor een oude landrover.
Hier klinkt pure teleurstelling, dat klopt. Het maakt van ons absoluut geen spijtoptanten, maar het is en blijft een harde dobber die hier weggespoeld wordt door de stroming en uit het oog verdwijnt zonder dat een lekkere vis zich vergist en aan de haak blijft hangen.
We gaan rustig door met in ons hart de hoop en de wil om de lijn weer steigend te krijgen. Onze 'happiness' zit hem nog steeds in de natuur, een bloeiende salie, bronwater, genoeg hout om ons heen om eeuwig warm te blijven (komende jaren hebben we voldoende, alleen komende maanden is het nog bikkelen in de kou), een moestuin die best nog wat voortbrengt getuige de potten en geblancheerde groente met zometeen spruitjes van eigen land.
Mijn facebook-pagina is normaal gevuld met 'normale' meldingen en dingen die mensen willen delen met elkaar. Nu is het enkel 'happy new year' vlak na 'happy holidays' , met verslagen van hoeveel oesters men at, hoeveel er gezopen is, de feestjes waar mensen naar toe zijn geweest en de onvrede over 2011.
Ik vraag me af, en met mij vele anderen, wat dat 'happy' nou precies in moet houden. Of mensen die dit alles wensen wel beseffen dat na afgelopen decennia er niet zoveel meer mensen over zijn die de 'feestdagen' nog als feestdagen ervaren en alles behalve 'happy' zijn met diezelfde feestdagen en liever zouden hebben dat die 'happy holidays' gewoon niet bestaan. Eerlijk gezegd voel ik me wat kerst betreft al Remy en heb ik het ouderwetse oud & nieuw al 3 jaar niet gevierd bij gebrek aan buren die ik omhelzen kan, bij gebrek aan middelen voor het bakken van oliebollen of het hangen achter de TV en die tijd tot middernacht te vullen met jaaroverzichten, eindejaarsshows (die ik zie als 'Speelen voor het volck ter leering ende vermeack') en caberetiers die het voorgaande jaar soms scherp belachelijk kunnen maken en de indruk wekken dat we met z'n allen wat geleerd hebben en het volgend jaar beter gaan doen.
Over dat 'happy'.... Doet mij denken aan het succes van het magazine 'Happiness', dat in een paar jaar tijd toonaangevend werd. Het staat bol van de counceling, media, therapiën, cursussen in 'happy worden', leren sturing geven aan je leven door in verre oorden te gaan mediteren, yoga-zijwegen, guru's en aanbiedingen voor de aanschaf van onnodige prulletjes die wel eens bij zouden kunnen dragen tot het verwerven van 'happiness'.
Terwijl ik van mening blijf dat 'uitpluggen' ( klik hier voor mijn log over 'uitpluggen' ) het allerbeste is om happy te worden of happiness te ervaren, ben ik ook weer blij dat de kortste dag voorbij is en we aan de opmars zijn begonnen naar de lente.
Dit om even terug te gaan naar de dag van vandaag met in de bossen de bloeiende Helleborissen (wilde kerstroos), de nog steeds groene varens, de paarse klokjes in het gras, de lichtgevende korstmossen en op het terras voor het huis een heuse salie -die van hitte en zon houdt- die in bloei staat. Het is zo warm, dat ik na een avond film kijken een raam openzet om het huis te luchten!, zonder jas naar buiten kan, ik hoef geen warme sokken en toffels aan, we sparen veel hout uit -goed!-. Alleen die nattigheid blijft vervelend, we kunnen geen hek renoveren, het dak niet op, maandag is geen zaagdag, ik kan geen brem gaan knippen, geen was drogen buiten.
Dit lokt discussie uit, we gaan wat meer stilstaan bij het nu en zoeken onze weg. Zo komen we uit op een M&M Schaal der vooruitgang. Wat in ons geval weergeeft hoe we onze groei naar een zelfvoorzienend leven ervaren. De enorme sprong van de verhuizing zelf, de snelheid van ons aanpassingsvermogen van een zeer luxe en modern leven eind 2008 naar een lekker rommelend, creatief en inventief leven eind 2009 met zovele plannen en werkzaamheden die ons toen nog deed geloven in een zelfvoorzienend leven met een grens gevormd door electriciteit en internet en een auto. Nu, 2012, lijkt het erop alsof we vertraagd zijn in deze plannen en de grote wens voor een eenvoudig leven. Werken in de virtuele wereld is voor het geld, voor een hypotheek te betalen, auto's die falen en schreeuwend dure diesel en andere moderne dingen waarvan we dachten zonder te kunnen, toen, de eerste 2 jaar na de grote sprong in het diepe. Er zouden ezels komen voor het zware werk, de moestuin zou voldoende opleveren en ons niet naar de markt manouvreren, kippen zouden voor eieren en vlees zorgen, vissen zouden we leren -we bakken er nog steeds niets van-, nieuwe paden zouden we gebaand hebben om dat hout van de hellingen af te krijgen en het huis zou ruimtelijker zijn door een trap van het benedenhuis helemaal naar boven.
Nu realiseer ik me echt wel dat we al ontzettend veel gedaan hebben, maar die zelfvoorzienende basis is er nog steeds niet. Ezels komen er voorlopig niet, want we weten niet hoe we op rotsen paaltjes moeten slaan voor een hek om een paar hectaren helling, de moestuin heeft granietzand als basis wat een beetje wordt vastgehouden door hedera en boomwortels. Verwijderen we de hedera voor groente, dan spoelt dat zand weg wat al weinig voeding bevat voor groenten, boomwortels hakken we wel eens uit, maar 1 wortel eruit doet 50 nieuwe acacia-boompjes ontspruiten. De kippen leggen wel eieren, maar er is er 1 opeens overleden en de eerste haan ging dood om er een gecastreerde haan voor terug te krijgen die niet in kuikens voorziet voor een gegrild kippetje op tafel. Leren vissen is net zo lastig, want in Nederland vis je in vijvers en misschien als prof aan de oever van een flinke rivier. Hier zitten we met een stenen bodem waar je haakje en blinker in blijven steken, een stroming die onvoorspelbaar is evenals de diepte van het water dat verschilt per dagdeel. Om nog maar helemaal niet te spreken van hout kappen op haast onbegaanbare puinhellingen, laat staan met de hand! nieuwe paden maken die breed genoeg zijn voor een oude landrover.
Hier klinkt pure teleurstelling, dat klopt. Het maakt van ons absoluut geen spijtoptanten, maar het is en blijft een harde dobber die hier weggespoeld wordt door de stroming en uit het oog verdwijnt zonder dat een lekkere vis zich vergist en aan de haak blijft hangen.
We gaan rustig door met in ons hart de hoop en de wil om de lijn weer steigend te krijgen. Onze 'happiness' zit hem nog steeds in de natuur, een bloeiende salie, bronwater, genoeg hout om ons heen om eeuwig warm te blijven (komende jaren hebben we voldoende, alleen komende maanden is het nog bikkelen in de kou), een moestuin die best nog wat voortbrengt getuige de potten en geblancheerde groente met zometeen spruitjes van eigen land.
Abonneren op:
Posts (Atom)






