dinsdag 14 juni 2011

Sexual Being


Ik had al eerder willen loggen over mijn ‘Sexual Being’. Deze term eens in het engels, want het klinkt niet in mijn eigen taal. Mijn vrouw-zijn is niet correct uitgedrukt, het gaat juist om het geen me sexueel aantrekkelijk maakt, of juist niet. Het heeft niets met uiterlijk te maken.
Als meisje was ik meer, als een onvervalste Janneke, met Jip het buurjongetje aan het spelen, dan met de meisjes uit de buurt. Kort haar was met het vele zwemmen wel zo makkelijk, want dat lange sprieterige klithaar was erg lastig en dat getut heeft me nooit gelegen. Met Jip kroop ik door het gat in de heg, pestte ik mieren in de achtertuin, klommen we in de jonge bomen in de nog nieuwe buitenwijk en speelden we in de zandbak. Later, zonder Jip, ging ik mountainbiken met m’n broer en de stoere gasten uit de buurt. Ik kon zeuren om een barbie of opmaakpop, maar beide heb ik nooit gekregen. Ik heb een redelijk lompe motoriek, ben grof gebouwd maar niet minder handig met fijn friemelwerk. Door dat korte haar ben ik vaak als jongetje versleten, wat in mijn pubertijd al lesbisch gevonden werd. Ik heb nooit vriendinnen gehad die me leerden me op te tutten en met wie ik uitging om te flirten. Ik mocht wel uit, maar voor twaalf uur thuis en de disco werd pas gezellig als ik al op de fiets naar huis zat. Dus mijn experimentele fase is vrij laat op gang gekomen, tot grote zorg van mijn ouders, want naïef kon ik wel genoemd worden.
Ik heb niet vaak en lang zonder vriendjes gezeten, maar het grensde aan het onschuldige wat ertoe leidde dat mijn eerste huwelijk meer met het verstand te maken had dan met de liefde of enige vorm van echte aantrekkingskracht.
Aantrekkingskracht, één die de rede niet bevatten kan, is iets dat niet is uit te leggen. Later, veel later besefte ik dat ook ik een stukje Sexual Being ben, dat dat onveranderlijk in iedereen aanwezig is. Een stukje van mensen dat niet aangepast kan worden, iets dat er gewoon is, dat je niet kunt leren en niet ontvankelijk is voor opsmuk van buitenaf. Mijn sexual being wordt niet beïnvloed door TV of andere media en het is niet zichtbaar, voor de meeste mannen dan. Ook mijn lief ziet het nog niet. Hier, zo geisoleerd, wel steeds een stukje meer door het ontbreken van de bekende prikkels om zich heen en in de media.
Ik zelf zie het ook niet, ik voel alleen dat het er is door de reactie van de ander. Het gaat ook niet meer weg als iemand het ziet, al verbrak ik de relaties en gingen we ieder ons weegs.
Gaste M was ervan overtuigd dat het wel goed zou komen als ik mijn oude slobber BH’s weg zou gooien, me vaker op zou maken, mijn haar dagelijks in de krul zou fohnen en mijn nagels eens zou lakken. (Om dan na een half uurtje toch dat rondje moestuin te doen en mijn nagels geruineerd terug te zien na het wassen van die twee in een bronbak..) Maar dat heeft nog niks van doen met mijn Sexual Being. Dat is mijn vrouw-zijn en het past me beter als ik me sportief kleed en dat haar nu juist laat zijn voor wat het is. Puur natuur, dat past me en daar zien sommige mannen nu juist mijn Sexual Being in.Marc en ik zijn niet getrouwd omdat we elkaar nu zo aantrekkelijk vonden. “Onze zielen ervaren elkaar” was de reden om samen verder te gaan, niet die mooie billen of de brede lach met mooie blauwe ogen.
Hier, verstoken van prikkels, van media, van een hippe omgeving, van opsmuk (ze zien me al aankomen in het dorp in rok, mooie blouse, make-up en haar in de mooiste slag. Men zou zich afvragen of hetwel goed gaat met M&M.) is er niets dat mijn sexual being aantipt, aanspreekt, niemand die laat blijken dat stukje van mij te zien. Ik word niet geprikkeld om eens aandacht te besteden aan mijn drive tot het intiem zijn. Natuurlijk is alles wel voorhanden; we hebben de tijd en elkaar, maar toch. Het gedijt hier niet en die plaats wordt geleidelijk ingenomen door de aardse dagelijkse zaken, de basis, eten, moestuin, gebouwen opknappen, integreren en werken voor de niet kweekbare kost.
Ik begin in te zien, ook dankzij de feedback van m’n lief, dat dat stukje van deze vrouw het onderspit aan het delven is. Dat ik dat niet wil is het volgende dat mijn aandacht verdient. Maar hoe kan ik iets wakker schudden, dat hier zo weinig nut heeft? Als het nog niet wordt gezien door die ene persoon die toch m’n maatje is? Het groeit wel, want ook hij heeft de bekende prikkels niet. Zet ons een week in een grote stad of Nederland, en het is allemaal weer helemaal terug en voelbaar, maar ten koste van wat? Ten koste van veel dat juist zo essentieel is en wij niet kunnen beleven in de drukte van dat moderne leven. Maar mijn Sexual Being is er nog steeds, wordt soms gezien of krijgt een sprankelend compliment van m’n lief. Toch blijven de werkkleren vooraan in de kast, draag ik vaker werkschoenen dan fijne pumps, heb ik een breed scala aan leuke zomer-kleren (alsof mijn Sexual Being zich iets van seizoenen aan zou trekken) en hoeft mijn haar niet in de krul voor het weghalen van vuurwantsen. Toch trek ik dat lelijke vest aan over m’n top omdat het binnen maar 18 graden is als ik er even ga zitten en ziet Marc me niet zitten achter de pc, omdat er een beeldscherm en een bureau tussen zit. Het blijft onpraktisch om in een leuk jurkje dakplanken aan te geven en lauzes op te vangen voor op de stapel en is het allerminst aan te raden om een rokje te dragen als ik ga wandelen met een speelse en uitgelaten hond. Ook haren in de krul hebben weinig zin als ik even het acacia-opschot weg ga snoeien, over kousen dragen ga ik het al helemaal niet hebben.
Dit hebben we ons niet kunnen beseffen voordat we ons terugtrokken in dit isolement. Dat dit belangrijke stukje dat innerlijk vorm geeft aan ons sexuele bewustzijn hier niet relevant is, minder leeft en minder aangesproken wordt. Het wordt door niets gestimuleerd zich te laten zien en het heeft geen concurrentie van andere sexuele wezens. Wat alleen maar benadrukt wordt door de overwegend 60 plussers die de bevolking maken in praktische kleding gestoken, allen levend in een essentie die uitdrukking geeft aan de essentie van het leven.
Ach, en kinderen hebben we niet, dus voor dat stukje van het leven is Sexual Being ook niet relevant. Maar het is er wel en is toch de basis voor mijn vrouw-zijn. Misschien is dit bewustzijn de trigger om het aanwezig te houden en wat aan de oppervlakte te brengen. Ik blijf nog wel even in het duister tasten. De volle maan van gisteren maakt het ‘in het duister tasten’ belachelijk en ik geniet van dit stukje terwijl ik op het buitenbed lig met een drankje en kijk naar mijzelf, naar diep binnen in mij. Ik ben een vrouw met een sexueel wezen dat mij vrouw maakt. Ik heb geen angst dat het verloren gaat of verschrompeld, nee het IS er!

Ik wil er wel tien!

"Ik wil er wel tien!" is een gedachte van mijn moeder na mijn geboorte zoveel jaren geleden. (Een soepele bevalling dus, maar daar gaat deze log niet over)
Dit geldt voor mij voor poezen. Ik wilde er wel tien, of meer.
Niet meer na afgelopen weken. De vete tussen Aai en Joppie is wel bekend, daarover heb ik vele malen geschreven. Dat Aai de stress niet meer de baas kan en uitermate gefrustreerd raakt is wel redelijk nieuw. Joppie terroriseert haar altijd als wij niet in de buurt zijn of 's nachts. Hij drijft haar in een hoek om haar dan aan te vallen. Nu is Aai geen watje en heeft ze een 10 kilo om in de strijd te gooien, maar toch is ze als poes de rode kater niet de baas. Door de stress van het moment laat ze alles lopen; plas en poep. Zo troffen we een kussen van de bank aan volledig doordrenkt met haar plas. De hoes krijgen we er niet af en er zit plastic tussen stof en kussen, dus de spuit erop en laten drogen gaat niet werken of we hebben een incomplete bank voor lange duur. Als Aai al in een hoekje gedreven is bevuilt ze zichzelf, wat vieze plakken stront in haar lange dichte vacht veroorzaakt die ze er zelf niet uit kan wassen. Daar een schaar in de vacht zetten zal bij de freule niet lukken. Een paar weken geleden maken we een Aai-hotel boven in de schuur. Lastig om te bereiken voor andere katten en Aai kan eruit als ze echt moet. Een oud velours gordijn in een overzichtelijke hoek moet haar een rustig plekje bieden. Eten en drinken dichtbij en rust. Nu komt het goed, dachten we. Maar Cros vindt de bak met brokjes in een dag, Joppie gaat voor de schuurdeur op de loer liggen en als Castel de kans krijgt, zijn haar brokjes op. We doen ons best de katten overdag er gewoon uit te zetten. Ze hebben ruimte zat te poepen en te plassen, in de schaduw te liggen, te jagen en te schuilen. Dus deuren en ramen dicht -dan blijft het binnen ook koel- kattenluikje dicht en brokjes op het achterterras buiten met vers water in de schaduw. Castel komt daar niet, dus brokjes lijken een veilige plek te hebben.
Even tussendoor;
We hebben ook kippen! Die vinden zelfs een blok zeep lekker, dus kattenbrokjes gaan erin als koek. Na 1 dag horen we geregeld "tikketik tikketik tik tok", kippen die de kattenbrokjes aan het eten zijn, gezellig met z'n drieën! Het pluimvee wordt steeds brutaler. Ze duiken ook een paar maal per dag op in de moestuin. Dus het hekje heb ik al dichtgemaakt met gaas en als we er een rondje doen, moet het hek dicht, want ze lopen altijd achter je aan. Nu doet Castel het redelijk goed, maar ze heeft haar luie momenten waarin ze het gevederde spul laat gaan waar ze willen. Nu ook het achterterras te vaak bezocht wordt is het klaar!
Aai kreeg drie dagen geleden een andere B&B aangeboden; het washok. Ze mag de cave in, het toilet en badkamer en het hele washok staat tot haar beschikking. Het luikje staat op 'eruit', om erin te kunnen moet ze achter ons aanlopen, maar ze is zo snel als water, als het moet. Ze heeft haar kattenbak daar en de gebruikelijke versnaperingen. Ze krijgt vele keren per dag een tijdje aandacht en lijkt het best goed te hebben in de koele rust in de grote zachte mand. Gisteravond besloot ze boven te vertoeven, toen ik al naar bed was. Ze kiest mijn gestoffeerde bureaustoel uit als slaapplek waar drie kussentjes op liggen. Anders zit ik te laag om te kunnen werken. Deze ochtend neem ik plaats in een schone kamerjas om de dag te starten. Ik denk wel iets te ruiken, maar ik zie niets. Niet op de bank, op de vloer niet en ook op de kussentjes onder mijn zitvlak niet. Na een uurtje voel ik wat; vocht. Ze heeft vannacht vakkundig drie kussentjes opzij geschoven om er haar behoeften te doen, om daarna de kussens weer terug te flappen en gaat slapen op een stoel aan tafel. HET IS KLAAR! roep ik uit met vochtige stinkende kamerjas. Aai wordt verbannen naar het washok, nog steeds een luxe B&B en het luikje gaat dicht. Niet erin en niet eruit. Dat bepalen wij voortaan wel. De andere katten gaan ook naar buiten, waar Marc druk doende is om het oude houten hekje te renoveren om zo het terras af te sluiten voor de kippen. De bureaustoel sleep ik naar buiten, het zware kreng. Ik spuit het stof eraf en de bekleding nat, sop het ruim in, ga aan het af- en uitspoelen en zet hem te drogen. Dat dit twee dagen duurt kan me even weinig schelen. TIS KLAAR!
Met een vol hoofd zit ik dus nu op een heel lage stoel met weer veel kussentjes, in een rothouding toch te schrijven... Een beetje op verzoek, maar verstandig is het ook wel.
De katten wonen overdag buiten, Aai woont in een B&B, de kippen weten zo hun grenzen terwijl Castel op beide terrassen haar werk goed doet, iedereen tevree....
Ik wilde er wel tien, maar nu is 5 er net één teveel.

ps
De kippen springen gewoon over de muur heen om toch de brokjes op het achterterras te kunnen bereiken, zucht! Dus de muur wordt in de toekomst verhoogd. Ook gaat Marc er een plantenbak maken door stenen te stapelen en dit vak te vullen met aarde. We proberen het zo af te graven dat de rotsen bloot komen te liggen, want deze kattenbak begint ons echt te vervelen. We eten er zo graag. Beesten hebben is leuk, maar soms is het een last.

zondag 12 juni 2011

175 jaar


Het is wonderbaarlijk te zien hoe de traditionele gebouwen hier gemaakt zijn. De schuur is op zijn minst 175 jaar oud en alleen wat kleine hoognodige reparaties zijn uitgevoerd en nu al zeker ouder dan 30 jaar. Marc sloopt natuurlijk het dak aan de noordkant en hij komt van alles tegen tussen lauzes en dakplanken.
Ten eerste is het kastanjehout, gebruikt voor de steunbalken en dakplanken, onbewerkt.Al die geavanceerde spulletjes hadden ze toen nog niet. Iedere lauze is op maat gehakt met de hand, dat gaat nu nog steeds zo, daarom zijn deze daken zo duur om te laten maken of te renoveren. Ze hebben allemaal een gat waar een houten pen in past. Alle pennen moeten door het harde hout van de dakplanken en dus is er voor ieder lauze een vierkant gat gemaakt. Hoe hoger je komt op zulke daken, hoe kleiner de lauzes, maar de pennen worden niet kleiner. Aan de binnenkant van deze oude daken ziet zo'n dak er dus heel kunstig uit. De planken zetten zich in elkaar, maar na zovele jaren, gaan ze hier en daar toch scheuren, vallen er knoesten uit en na lekkages rot het toch eens weg.

De draagbalken steunen alleen elkaar en de dakplanken zorgen voor enig verband. Er is geen nokbalk aanwezig. Sommige van de balken zijn weggerot -mede door houtworm- tot het kernhout. Het spint is gewoon op en kun je met de hand eraf pulken. Marc komt bosjes gras tegen, ze zijn in elkaar gedraait, opgebost. Een rare vonst, zonder doel, een grapje?
Verder komen we geen spijkers tegen, alles is met houten pennen bevestigd, zelfs de dakplanken zelf; Het is haast jammer dat hij het dak renoveert met schroeven en bouten en de lauzes vast gaat zetten met spijkers. Maar de kunst van de pennen is een verloren vak, er is geen tijd meer voor, het moet snel & vakkundig, goedkoper, want het is al zo duur. En duurzamer met het asfaltpapier... Jammer.
Terwijl ik hem help met slopen komen we steeds dichter bij de nok. Daar hangen wat wespennesten. We zien geen leven, maar tijdens het wrikken en kloppen, blijken ze toch geirriteerd en beginnen al onrustig over hun prachtige papieren nestbol te scharrelen. Ze moeten verwijderd worden, anders kan hij niet verder. Ik blijf een beetje uit de buurt, want ik heb geen zin in de drie dagen dat ik last heb van een wespensteek. Marc tikt ze er met een lange bamboestok af en we kijken naar de commotie. Zodra de wespen die al wel kunnen vliegen de gescheurde bollen hebben verlaten en terug vliegen naar de nok op zoek naar hun nest, rapen wij de bolletjes van de grond en bekijken ze van dichtbij. prachtig hoe wespen papier maken, ingenieus!
Toch gaan de nog niet uitgekomen larven als lekker hapje naar de kippen.
175 Jaar, droog gestapelde stenen muren, houten pennen, onbewerkt hout, versleten en verweerde lauzestenen, insecten, weer en wind en geen nokbalk, maar die schuur staat nog als een huis!

vrijdag 10 juni 2011

Mooi hè







Het schuur project




Nu het niet te warm is en flink bewolkt, is het renoveren van het schuurdak goed te doen. Niet dat het snel gaat, want alles moet met de hand en hij doet dit alleen. De toestand van het dak is erbarmelijk, de lauzes kuis verrot, ze brokkelen af als nat crepepapier en ook de planken waar de lauzes met houten pennen op zijn bevestigd zijn rot en deels verdwenen door de lauzes die al langer van het dak afwaren. Deze gaten zijn lang bedekt geweest door mos waardoor het niet te zien was. Ook veel steunbalken zijn zo dun nadat Marc het rot eraf heeft gehakt met een klein bijltje, dat deze nieuw gesteund moeten worden. De balken helemaal vervangen gaat niet lukken, dan kan er beter een heel nieuw dak op en dat kunnen we echt niet realiseren.

Ik kan hem niet helpen, er is geen ruimte achter de schuur. Wel vang ik oude lauzes op en gooi ze op een stapel. De planken van populierenhout zijn wel vrij snel te bevestigen, waarna het zwarte papier erop kan. Dit is waterdicht en zo kan hij alle tijd nemen om van onderaf nieuwe lauzes te gaan leggen. Nou ja, nieuw? Opgekalefaterde lauzes stuk voor stuk op maat gehakt met de hand en schoongeboend.

De bovenste foto geeft goed weer hoeveel dat er moeten worden en dit x4 voor 1 kant van het dak. Gelukkig is de zuidkant ietsjes beter door de zon die minder mos laat groeien en het houtwerk dat toch nat wordt sneller laat drogen.

De middelste foto is een weergave van oud & nieuw van binnenuit.

Gelukkig hebben we geen deadline met deze klus.

Punaises


Omdat ze niet zoveel voorkomen in Nederland, zal het de meeste mensen niet zoveel zeggen. Ze worden hier ervaren als een ware plaag, ment noemt ze hier punaises en hoe lang ik ook zoek op internet, ik kan maar geen natuurlijke vijand vinden of een plant waar ze de voorkeur aan geven. Wel twee bomen waarin ze graag vertoeven, de linde en de robinia (acacia) en die hebben we hier te over. Waarom ze dan toch alle koolsoorten die we hebben staan prefereren en perforeren is ons een raadsel. Ze maken kleine gaatjes in de bladeren en zuigen de sappen uit de nerven. Hier maken ze hun afweermechanisme van; een stinkende geur die mens en dier echt flink af laat schrikken. Zeer effectief dus.

Ze mogen wat ons betreft de bomen in, die boven alle koolvakjes staan, maar maak dat een vuurwants -zoals ze in het Nederlands heten-, maar eens wijs. Niet één natuurlijk, nee honderden, zoniet duizenden huizen op de bloemkoolplantjes, de spitskool en als ik niet uitkijk, ook op de toekomstige spruitjes die nu nog in de kas staan. Ze hebben diverse groeistadia en kunnen de eerste paar van deze stadia ook geel met zwart zijn.


Wat ik wel vind is een site van Marokkaanse afkomst waarin wordt geschreven in het frans dat vuurwantsen niet van lupinewater houden. Maar hoe kom ik aan lupinewater als ik één uitgebloeide lupine heb staan? Dus besluit ik dagelijks met een bakje twee a drie keer langs te lopen om alle miniwantsjes en volwassen exemplaren van de plantjes te plukken. Het is maar waar je de tijd voor neemt.....

donderdag 9 juni 2011

Veel kleintjes maakt één grote.

Afgelopen dagen gaan we het terrein niet af. We hebben geen boodschappen nodig -tot vandaag-, verwachten geen post en de enige die we zien is Nadine die de betonmixer komt lenen voor het voegen van de onderkant van haar schuur. Ze bleef even plakken en vluchten met een glas limonade naar binnen, want het gaat een beetje spetteren, alweer. Als een fransman -of francaise- vraagt om water en je zet er siroop naast in diverse smaken, drinken ze bijna allemaal hun water met één van de aangeboden smaakjes. Ik houd deze gewoonte er dus maar in om altijd de flessen siroop erbij te pakken als onze gasten om water vragen.
Ik mis door haar bezoekje wel yoga, maar kan ons overschot aan eieren kwijt en maak het goed met haar. Ik heb die keer dat ik haar hielp met maaien een in het gras overgroeit plantje salie weggemaait en die in onze tuin zijn prachtig, groot en sterk. Daar kan ik er makkelijk één van missen.
Vorig jaar juni zijn we hier spreekwoordelijk verzopen. Deze juni is het minder nat, maar nog steeds koud, veel bewolking en heel vaak regen, met en zonder onweer. Dus een t-shirt, een trui en een vest is geen overbodige luxe en we stoken afval hout van het schuurdak.
Marc ging gisteren ook op bosaarbeitjesjacht en komt terug met een kilo van deze wilde delicatesse. Dat is erg veel als je weet hoe klein de vruchtjes zijn. Vandaag zie ik tijdens het maaien weer een hoeveelheid staan, terwijl Marc daar toch echt geplukt heeft gisteren. Potjes pure bosaardbeienjam is een erg dure delicatesse als je omrekent wat het kost om dit goedje te maken. Maar we maken er geen handeltje van, ook de regels van de voedsel en warenwet zijn hier streng. Heel veel kleintjes maken één grote pot bosaardbeienjam die wij iedere avond op een zelf gebakken suikerboterham verorberen.
Op de markt gaat het hetzelfde als met bosaardbeitjes. Niet gezien vanuit hun perspectief (http://opennaarfrankrijk.blogspot.com/2011/05/het-perspectief-van-bosaardbeitjes.html), wat een vreemd schouwspel zou zijn geworden, maar wat indrukken betreft. Het stadje is weer vol geparkeerde auto's die er buiten het zomerseizoen niet zijn. Ook de straat en het plein is weer één grote menigte gemaakt door al die winkelende, kletsende, kopende en kijkende mensen. Het verschil voor mij zit hem in het groeten en praatjes maken met jan en alleman. Dat worden er elke keer meer en even snel boodschapjes doen zit er niet meer in. De man met de kleurige gebreide vestjes voor jong en oud groet me zelfs, dat hij me nog herkend van vorige jaren? De slager-met-ziekteverlof staat te kletsen met Rene de knoflookman en zo maak ik weer officieel kennis met een dorpsgenoot die ik in het vervolg dus niet meer zomaar voorbij kan lopen met enkel een knik van het hoofd en een b'jour. (Stil staan, hand en twee of drie zoenen en een oprechter 'ca va?' dan het snelle b'jour staat nu vast, pffff. En dit maal zoveel!)
Ik heb het hier en daar nog heel even over het ongeval van anderhalve week terug en Arlette biedt aan om ons te bellen in het vervolg als er zoiets gebeurd of als we iets moeten weten dat er speelt. Dit vind ik attent en stelt me gerust. Ook de dame van de soort marskramer herkent me wel en helpt me met het vinden van een nieuwe cafétière, gisteren viel de oude van het rechautje af en de volle pot stroomde leeg in de schouw, over de rand zo de kamer in. Ach ja, alles van steen en die glazen pot zal alle stootjes wel een beetje zat zijn geweest.
Ik ga jonge preitjes kopen, zelf opkweken lukt maar niet en het kost haast niets, 10 cent per plantje. Terwijl ik daar sta te neuzen tussen al het kleine spul, zie ik de vrouw van Felix ook plantjes kopen. Vertederend haast hoe de oude dame haar knip opent en losse muntstukjes zoekt, ik krijg er zo'n weemoedig ouderwets gevoel van. De knoflookman is weer allervriendelijkst als ik een mooie streng uitzoek om als kado naar NL te sturen en geeft me een gewoon bosje erbij voor dezelfde prijs. De forellenman zwaait naar me terwijl de olijven- en wijnman van achter zijn kraam komt om een hand te schudden. Mijn indrukkendoosje is al weer vol en ik besluit geen koffie te gaan drinken of even gedag te zeggen bij Nadine en haar man, die ik ook niet ergens rond zie struinen op de markt. Een vriend van hen schiet me aan. Hij had belooft te bellen over het knippen van zijn haag nu het steeds zo bewolkt en koel is. Maar hij heeft een week niets laten horen en als het weer opknapt zal hij toch echt tot het najaar moeten wachten. Het is een aardige man, maar nu even geen zin in.
Ursula van het biologische winkeltje schiet ik wel even aan om te vragen wat ze van ons brood vond. Ik heb haar destijds een brood gegeven, gebakken van haar peperdure biomeel. Ook zij roemt het M&M brood om de smaak, dat het zo lang zacht en geurig blijft en de voedingswaarde. En passant vraag ik of ik groente bij haar mag verkopen, als wij teveel hebben. En dat mag! Dit zou voor de komende pompoenen en de snijbonen wel eens een oplossing kunnen zijn. Ik kan de vriezer niet voller doen als dat hij inhoud heeft.
Moe ga ik naar huis, veel kleine indrukken maken mij goed onder de indruk van gewoon even boodschappen doen.
Thuis wacht me een verrassing; Marc heeft 'het kot' geisoleerd en een extra brede plank gemaakt. Met hier gevonden rollen glaswol en bamboestokjes was het in een paar uurtjes gefixt. 's Winters bevriest de melk bijna en hard de olie uit. 's Zomers is het er tegen de 17 graden en dat is voor voorraden -ook melk- echt veels te warm. Probleem opgelost en daar zag hij zo tegenop?!
Om mijn hoofd leeg te maken ga ik de berm langs het bospad ter hoogte van ons huis maaien. Eén a twee keer per jaar doe ik dit om te voorkomen dat de enorme maaibalk van de gemeente ons hek niet meemaait. Verder blijft het fris, maar eens een dag helemaal droog. Geen pijl op te trekken.