woensdag 26 juni 2013

thuis zoete broodjes bakken


De gezapigheid druipt ervan af. Het leven in het mooie bos, vrij van dagelijkse verplichtingen. Die heb ik enkel wekelijks en beginnen soms ook zwaar te vallen. Van het weekend had ik een soort van vrij. Beetje rommelen, huishouden, niks doen. Dan doe ik dus ook niks en wordt door lief versleten als aards lui. Dat mag ie, hij wel. Verder niemand anders, want als ik dan de draad weer oppik, is het lastig op de rem trappen. 

Ik hoopte nog een supermoon-camp te doen, maar de kou en de zware bewolking lieten het aan mijn neus voorbij gaan. Ook Marc zag het niet zitten, want de probleemknie die hem parten speelt maant hem tot dezelfde vorm van aards lui zijn. Dat zit hem niet in de koude kleren, want geen werk op de daken, geen wandelingen, niets tillen en zeker niet in de moestuin rommelen en bijna alles aan mij overlaten is een verzoeking.

Maandag naar het nieuwe poetsadres, op afroep. De weg is lang, 3 kwartier. Maar mooi, zo mooi. Om na een keer verkeerd rijden en de Rode te draaien op een boerenerf -waar ik de enge kriebels krijg van de verwaarloosde vieze vliegenbende, het lijkt wel een verbanningsoord voor vieze mannen-, een gehuchtje binnen te rijden waar een kappelletje staat uit de 12e eeuw. 
Hartelijke ontvangst door het gepensioneerde stel waar de telefoon niet stil staat en ze druk in de weer zijn met gepensioneerd zijn. Eerst geef ik hen het toegezegde tuin- en bomenadvies. Dat ze eerst maar eens de tuinman van het arbeidsbureau alles moeten laten doen wat hij kan en mag doen. Voor de overige werkzaamheden kan ik dan een offerte maken. Daarna zet ik mezelf aan het soppen. Het huisje is als een kopie van het onze. Uiteraard netter, beter geisoleerd en schoner. Met een tientje in de hand voor de diesel tuf ik eind van de middag naar huis. Weer door de pracht van een gorges aan de andere kant van het plateau.

Gisteren 7 uur bosmaaien van manshoog gras en kruidige bloemen rond een vakantiehuisje en de steile taluds erom heen en een haag tot de helft terugsnoeien. Nu vind ik bosmaaien heel leuk om te doen, echt heel leuk. Maar 7 uur lang was een verzoeking die verzacht werd door de goede zorgen van Bernadette. Een uitgebreide maaltijd tussen de middag met een glaasje heel goede wijn uit 2006 hielpen me de middag door. Lief gaat normaal gesproken altijd mee, maar de knie zei nee. Toch kwam hij mee eten, ze had erop gerekend, want 'jullie zijn toch vrienden'. Oef, dat valt zomaar in mijn schoot. Ze is een moedig mens, net even te eenzaam, moest de bestraling en chemo alleen doormaken en zo snel mogelijk verder met het leven. Een werkweek van 45 uur of meer is heel gewoon, en even tussendoor, verzwakt door een zware hormonenkuur, een dag takken sjouwen, gras bij elkaar harken en nog eens over mijn maaisel heen met een loopmaaier. Maar werken kunnen wij, twee dames! Het was voldoende voor nieuwe werkschoenen, mooi meegenomen. 

Morgen weer m'n donderdag-riedel. En weer heb ik er geen zin in. Dat thuis zoete broodjes bakken bevalt me prima en we hebben nog veel te doen. Voor het weekend.
Want.... Sarko komt toch. Sarko is inmiddels 14 maanden jong en begint hitsig zijn zusjes en moeder lastig te vallen. Marcel kwam het even hoogstpersoonlijk vertellen begin deze week. Ik was er niet, Marc werd voor het blok gezet en kon geen nee zeggen. Het ezeltje wordt komend weekend gebracht en ik houd mijn hart vast. Er is niks niet een omheining, hek of schrikdraad en zullen de eerste maand het dier vlakbij huis houden. De eerste work-awayer komt 6 juli voor twee weken helpen. Zes handen doen vast meer dan vier.

De bosaardbeien zijn geoogst. Acht uur plukken leverde een ruime 2 kilo vruchtjes op die meer zoden aan de dijk zetten dan onze banden met aardbeiplantjes. Er staan 20 kleine potjes van de rode delicatesse in het kot naast de potjes met sambal. We kijken dagelijks de late groenten uit de grond, aardappelplanten bloeien, alle beesten zijn kerngezond en gedragen zich gelukkig. 
Zoete broodjes bakken we thuis, dat zijn de lekkerste.

zaterdag 22 juni 2013

zomerzonnewende 2013

We zaten tijdens de zomerzonnewende 's avonds met pantoffels aan, twee dikke truien, vuur in de schouw in een somber huis met deur en ramen gesloten.

Bizar.

Donderdagbeleving XXVII

Goed warm aangekleed met als bekroning een regenjas, hees ik me vanochtend in de Rode. Met pantoffels voor bij familie Ravelac, boodschappentassen, een agenda en die ene zak huisvuil in de 2 weken. 
Eerst een afspraak bij het arbeidsbureau. Ik krijg er namelijk een 2e poetshuis bij. Een alleraardigst ouder echtpaar. Hij lijkt als twee druppels water op mijn vader, spreekt voortreffelijk Engels evenals zijn vrouw en tekent met zorg een nauwkeurige routebeschrijving naar hun optrekje om dit aan te vullen met naam en telefoonnummer in sierlijke hoofdletters. De man is niet van gisteren, spontaan en trots zwaait hij met zijn Iphone om eraan toe te voegen dat bij hen geen enkel mobiel bereik is. 
Ze blijken ook hulp met de tuin nodig te hebben. Hagen knippen, snoeien, maaien, gewoon onderhoud. Ik bedank er vriendelijk voor. Eenvoudig hovenierswerk doe ik echt niet voor het SMIC. (Frans minimum loon) De krappe 9 euro per uur zonder reisvergoeding zou inhouden dat ik de markt verziek en mezelf beroof. Maar dat poetsen eens in de paar weken, blijft voor mij het summum van integreren. Bij de mensen thuis, in hun veiligheid en privacy.
Het regent weer dat het giet met een wisselende intensiteit. Paraplu en boodschappen doen is een slechte combinatie, ik spreek inmiddels van ervaring. Je prikt of zelf iemand in zijn oog of zij prikken jou. Hij valt om als je het natte ding tegen de sta tafels van de groentekraam wilt zetten en vallen in de plas met rotte avocado. Iemand gewoon groeten is er niet meer bij, je hebt je handen al vol. Scheelt wel de onverwoestbare etiquette van de hand met de zoenen, een knik is genoeg. In dit weer kan er weinig lach af, het is 20 juni!!

Maar... lang verwacht, toch gekregen moeten afnemen; rode pepers. Spicy. 
Maanden geleden vroeg ik de groenteman al om een doosje pepers. Geen haast, want de doos bevat 4 kilo en om daar nu allemaal sambal a la Tien van te maken? Gedroogd heb ik ze nog liggen, van de vorige keer. Daar lag het frisse doosje met de meest perfect uitziende rode pepers. Ik vraag of ze er al 1 van verkocht hebben, maar krijg een hoofdschuddend 'non'. Deze week een ruime 2 kilo, volgende week de rest. Want zelfgemaakte gebakken sambal is een niet te versmaden goedje als je van wat pit houdt.

Sambal-fabriek 'Hot Tien'
Recept .... Toch eens toevoegen op mijn minimalistische recepten-blog.

Kneuterig Knus zo samen aan tafel; Hij met blote handen (!!????) de pepers, ik de rest van de groenten en trots haal ik mijn blender uit de kast. Hilarisch, hoe Lief kan reageren als zijn vrouw een heuse keukenmachine uit de kast pakt. Nu had mijn naaimisschiene al honend haar bijnaam gekregen, maar die staat hoger in rank dan dat mijn blender ooit zal komen.
Smoothies maak ik nooit, ik gebruik het ding voor wat zwaarder en droger werk. Weet ik veel, had genoeg Texaco zegeltjes gespaard, denk ik me te kunnen herinneren. Een uilskuiken heeft er ook al een keer de achterkant van een pollepel in gestoken, om de grovere stukjes onder te duwen. Gevolg? Hout in mijn mengsel, wat het ook geweest was. Guacamole geloof ik. 
Ik blender de kleine rode zo pittige stukjes terwijl Marc de laatste hand legt aan het laatste pepertje. Het is geconcentreerd stil, een clubmix gaf zijn ritme aan, discipline gevraagd; Niet met je handen ook maar in de buurt van je gezicht komen. Ik kreeg wat weken geleden vers sap van knoflook in mijn ogen. Het was zo vers en sappig, dat de spetters van mijn persje afvlogen. U mag het weten, ik heb geschreeuwd van pijn, ik wens het mijn ergste vijand niet toe. Pitié!
Rooksignalen met een stank van 'hé hallohooo, ik sta hier door te branden' laten me weten dat zo'n zegeltjes blender ook al weer een wegwerpding is geworden. Maar de sambal, die is heerlijk.

donderdag 20 juni 2013

'Thuis'


Het bos dampt na van urenlang regen en onweer. Het ruikt tropisch en al wadend door de hoge wilde planten en grassen op het stalpad, gaat Castel uitgelaten met ons mee om de varkentjes te voeren. Nu zie ik ze wel iets gegroeid, maar wat bijna schokkend is, is de hoeveelheid helling die ze kaal gewroet en gegeten hebben. Weer terug boven zitten we uit, kletsen we bij, praten we ook na. Dit terwijl alle katten zich om ons heen verzamelen en om en om mijn schoot even opeisen. Op Sooty na die zich vandaag niet heeft laten zien. De bloemen van de acacia's liggen bijna allemaal als vergeelde huwelijks confetti op het terras, in hoekjes opgestoven door de storm van maandag, de geur overgenomen door de uitbundig bloeiende roos onder de schoorsteen die door het schuurvenster 's winters het kippenhok nog iets verwarmd.

'Thuis' ben ik nog niet. Fysiek misschien wat moe, maar de rest van mij is opgefrist en nog hyper van alle indrukken. Dankzij het onweer kom ik toe aan het nakijken van De Blauwe, koffers uitpakken, wasjes draaien en de M&M. Sooty lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen en langzaam wen ik aan het idee van 1 katje minder.

1500 Kilometer, de route als twee landen gemarkeerd op de kaart, de péage gelukkig als een enkele zwarte dubbel gereden streep, het buitenbeentje. Want de overige routes waren een heerlijkheid.
Hier en daar smal hobbelig asfalt door landerijen zonder veeteelt. Klaprozen en wikke tussen het groene graan. Het Frankrijk dat ik op de fiets leerde kennen. Lange stukken als Dordtse buitendijken met die eindeloze verhoogde wegen, Franse bomenlanen, platanen als snelheidsremmers. Met hoog gras in de bermen, waaiend in de wind, geen andere weggebruikers. Al slingerend omhoog en omlaag langs kloven, lieflijke valleien.

Thuis is thuis. Vakantie houden thuis is onmogelijk. Het is leuk dat vakantie voor mij begint in het terrein verlaten in de Blauwe. Thuis komen is net zo'n prettige ervaring als vertrekken.

Frankrijk, mooi Frankrijk. Zo blij dat hier Fransen wonen.

woensdag 19 juni 2013

De Franse kampioen

Via de mannen van Safety Green kwam ik bij dit bedrijf terecht. Een ritje van 650 kilometer. Hoofdzakelijk over de péage tijdens een wel heel warme dag. Ik zag een stuk Route du soleil, de grote borden met de veelzeggende naam Cote d'Azur. Het moest, die péage, want binnendoor gebruik makend van de RN zou me een ruime 5 uur sturen extra kosten, ontelbare rotondes en eindeloze staarten aansukkelen achter vrachtauto's. Inhalen doet de Blauwe niet graag op zulke wegen. Volgeladen als ie was, is het ook geen prettige onderneming om één nachtje in het bos te gaan staan met alle spullen los op en onder de auto in plaats van erin, want daar slaap ik dan, in m'n up. 
Nee, me dan maar voegen in het snelle leven van A naar B, en asap graag.
Een Landrover Defender 110, beladen en gepimpt, heeft het niet naar z'n zin als je harder als 90 wilt rijden. Je zit net boven de zwoegende draaiende delen van de machine op wielen, die wil zijn hitte kwijt. Die stijgt op om bij je rechter kuit de cabine in te stromen. Een gevoel alsof de deur van een heteluchtoven open staat. De zon priemt in mijn ogen als ik probeer te zien of de lifter-met-hoed een meisje is of een jonge vent. De laatste neemt zijn hoed af en probeert hoogte te krijgen van die vrouw in het beest op wielen. Ik heb er lak aan. Misschien een leuke ontmoeting als reizigers onder elkaar en anders toch een verkorting van de reistijd. Een lifter oppikken is afleiding van de lijdensweg.
Alle Ramen Kunnen Open (ARKO) is de enige vorm van airco. Voor ik de volumeknop van de stereo weer opdraai, wijs ik de misschien net 20 jarige de knop voor het bedienen van het raam en de klep die rijwind binnen laat. De zeer verlegen knul met vlassig ringbaardje stelt zich niet voor en zit bijna beteuterd naast me, moet het doen met experimentele jungle van Björk, de hitte, de herrie van rijwind terwijl alle vrachtwagens ons inhalen. Die ergeren zich waarschijnlijk dood aan mijn stugge slak die 85 km per uur toch echt snel genoeg vindt.
Ik probeer mijn dagrit te ervaren als een beproeving die ik moet doorstaan. Een immigratieproef. Heen en terug naar een Frans bedrijf ergens op een droog en kaal industrieterrein. Een loods met aangebouwde portocabins waarvan de luiken gesloten zijn om de zuid Franse woestijnhitte buiten te houden. Te moeten zoeken naar de ingang, een stalen deur met een verbleekt geplastificeerd A4-tje, waarachter zich een open receptie bevindt met opgetutte dames die zich zo te zien stierlijk zitten te vervelen.
Dit alles om een werkbroek met zaagbeveiliging (een ingenaaide zware lap microvezels waar een kettingzaag in een milliseconde op stukloopt) te passen in combinatie met een harnas. 
Ik had geen idee waar ik terecht zou komen en stap volledig verrot van de gejaagde rit over een hel van een tolweg het pand binnen met onder de arm een tonnetje met mijn oude spullen. Ik ga er niet vanuit dat ze Engels spreken en enig vakjargon is me nog vreemd. Het wordt handen en voeten werk, wat ook weer een sloot energie kost. Die hoopte ik te halen uit het drinken van 1 liter water en 2 vruchtensap. Plassen hoef ik niet, het tot me genomen vocht kleeft aan mijn huid, de rugleuning van de stoel en een inmiddels weer bijna droge handdoek die ik kletsnat in mijn nek leg tijdens het rijden.
Fase 2 van de beproeving; mijn verhaal doen, deskundig advies krijgen, passen, proberen (is er in die loods een boom om broek en harnas te testen?) en me eens goed informeren over regels, bedrijfsvorm, verzekering en wetgeving.
Ik bak er niets van, sta na 10 minuten nog uit te zweten, kan nergens de juiste Franse woorden voor vinden en zou bijna een knieval maken voor 1 van de dames die vloeiend en accentloos Engels spreekt en aanbiedt om te vertalen indien nodig.
Een lange man komt na een intern belletje, via een nog onverlichte 'winkel', het kantoor binnen, schudt me de hand en stelt zich voor. Ik hoor zijn naam niet eens, ben wel met iets anders bezig; de beproeving. Wéér doe ik mijn verhaal en beide wat gegeneerd en onwennig lopen we naar de inmiddels verlichte, schaars geoutilleerde winkelruimte. We vatten post tussen twee winkelrekken met klimharnassen speciaal voor bomenmannen. Want al die mooie peperdure spullen worden ontwikkeld voor heren, met herenheupen en taillematen die een vrouw vreemd zijn. Technisch Frans is een drama om onder de knie te krijgen en zeker in een beroepsgroep die jong is, volop in ontwikkeling en half om half ver-Engelsd.
Het contact met Laurent verloopt uitermate stroef. Ik vraag of hij meervoudig Nederlands boomklimkampioen Walter Hak kent. Nee dus, nooit van gehoord. "Maar ik was dit jaar voor de derde keer kampioen" moet hij even nadrukkelijk zeggen. Ik krijg het woord 'felicitations' niet door mijn stroeve droge keel. Geen glas water kan eraf, alsof ik om de hoek woon en fris en fruitig ben.
Ik pas een broek, uiteraard Franse makelij, en hijs me in een harnas. Maak kniebuigingen, snuffel bij de stalen rekken met gadgets, afvangmaterialen, lijnen en carabines om te voelen hoe de combinatie zit, terwijl Laurent een praatje maakt met -weer- een vrouwelijke medewerkster. De man lijkt groupies te hebben en mij a-serieux te nemen. De beproeving roept me tot de orde; Ik ben hier voor mezelf, mijn toekomst, veiliger klimmen, sneller goed werk leveren in mijn eigen regio waar ze die boomverzorging nauwelijks kennen. 
Mijn oog valt op een klimlijn met prusik die door een katrol aan het plafond hangt. De test-boom, das mooi! Ik haak me in en trek mezelf een meter of twee omhoog. Wat gaat dat licht!! En snel!! Het harnas nog niet eens goed aangepast op mijn lijf met de vele mogelijkheden, wiebel ik wat heen en weer en ga ontspannen ondersteboven hangen. Ik heb geen centimeter speling, niets verschuift en ik geniet van dit korte moment vol beloftes om veilig te werken zonder gemangeld uit de bomen te komen komende herfst.
Laurent draait zich even om, blijkt mijn capriolen nauwlettend in de gaten te houden. Ik ben te zeer bezig met 'passen', doe mijn ding en sluit me volledig af voor zijn hooghartige blik, negeer zijn kampioenen-status en de haast zaad-vragende ogen van al die dames. Meneer blijkt een bepaalde status te hebben die mij vreemd is. Le conseiller is tenslotte ook gewoon David en ik blijf de vreemdeling, vrouw in een mannenwereldje. Ik heb geleerd er geen rekening mee te houden, als immigrant kun je gebruik maken van je anders-zijn en zo sneller leren waar je staat. Fouten maken versnelt het integratieproces!
Na mijn oefenklim, trek ik de broek en harnas weer uit, hang en leg alles netjes terug en voeg me weer bij de dames op kantoor, vraag om de catalogus om aan te vinken wat ik gepast en bekeken heb. Informeer naar organisatie's die me zouden kunnen helpen, websites, vraag emailadressen, verschaf hen de mijne, neem tenslotte toch maar een te zoet appelzuurtje uit een grote mand om dan een folder te zien liggen met in grote letters 'Le certificate European Treewoker'. Van het opleidingsinstituut tot European Treeworker.
Laurent heeft zich inmiddels bij ons dames gevoegd en wijst me erop, dat ik die opleiding kan doen. Laat ik dat certificaat nou al hebben sinds een jaar of 5. Grote ogen, ik moet het hem drie keer zeggen, of nu ja, uitleggen in gebrekkig Frans. 
Ik ben onzeker over mijn tutoyeren, zij blijven me allemaal vousvoyeren, wat een afgang. Ik wil zo snel mogelijk afdruipen, heb wat ik moet hebben, gedaan wat moest, wegwezen hier. De koele loods met arrogante zuurstof verruilen voor de hel van die péage, nog 300 km fijnstof en de stank van olie en diesel happen. Dat lijkt een vreemde keuze, zo eind van de middag in de brandende zon van het zo geliefde Franse zuiden, want ik blief die stinkende overvolle hitte niet. Maar de beproeving doorstaan is het voor mij de beste.
Naast de auto op het zanderige kale parkeerterrein denk ik privacy te hebben om de half lange spijkerbroek te verruilen voor een luchtige katoenen korte broek. Helaas, een medewerker in de achterste portocabin staat met de handen in de zakken naar de combi te kijken; blondine naast De Blauwe. NOT, even doorzetten tot de eerst volgende 'Aire' om me daar te verfrissen terwijl ik kijk naar de ijsjes etende meute die wacht tot het restaurant weer open gaat. Mij niet gezien, ik stop mijn kop onder de kraan van De Blauwe, drink een sloot lauw water, ververs de natte lappen over rechter kuit en in mijn nek en 'hit the road'.
(Ik hoor het een figurant uit Tarantino's 'Natural Born Killers' nog zeggen; "The bitch is fucking hot'. Hij heeft het over een 4x4 pick-up die oververhit geparkeerd wordt bij een wegrestaurant aan de Route 66.)

's Avonds laat kan ik pas mijn email even lezen. Warempel heb ik een mailtje van de Engels sprekende medewerkster met een boodschap van de drievoudig Franse boomklimkampioen Laurent met status en groupies. Dat hij erg onder de indruk was van mijn proef-klimmetje en me graag nog eens terug ziet.
Dus toch niet echt een complete afgang en een stimulerende opsteker naast de beproeving die ik doorstond, door me als Nederlandse vrouw in een Franse mannenwereld te begeven. 

Auto


Een zeer hartelijke ontvangst van tot voor zondagmiddag 'netvrienden'. Mensen die je via het www leert kennen en het in de ogen kijken heeft toch een meerwaarde. Kater 'Auto' viert vakantie met me mee. De eerste kat sinds een kleine week die zich door me aan laat halen. Ik mis mijn kater- en poesgebroed thuis. 
De reis naar huis zal me nog in het dorp brengen waar ik Aai heb ondergebracht. Omdat Aai als poes bij ons door 4 katers werd geterroriseerd, vond ik voor haar een nieuw thuis. Aai & Auto kregen op dezelfde wijze hun naam, de eerste woordjes van kleine kinderen.

zondag 16 juni 2013

een blondine met zigeunerbloed

zonovergoten terras
een XXXL mok verse muntthee
ISBN 978 90 435 1972 4 als 'mental block'
Rammstein als steuntje in de rug (dat moet hard)

ergens ver weg in mijn zo lege achterhoofd roept de rit van vanmiddag
op naar BBQ #2

ik wil niet bewegen
en toch op weg
zo rustig en ook rusteloos

een blondine met zigeunerbloed?