maandag 27 februari 2012

De eerste tekenen




Als we in de middagzon de piste aflopen richting de sluizen, passeren we een windluw stuk pad dat geen bomen aan de zonzijde heeft. Je zou je ter plekke uit willen kleden, de warmte dringt daar je neusgaten in en herinnert ons aan de zomer. Speenkruid, longkruid, veronica, verse grassprietjes, de vogels 's ochtends, de warme rulle zachte aarde, de geuren die vrijkomen na een uurtje zon en de narcissen die hun sprietjes al boven de grond hebben. Hagedissen schieten overal weg waar je langs loopt, katten en hond genieten van de warme zonnestralen.
Wij ook, in een hemd en dunne broek is het nog net te doen om in de zon te werken. Nadine brengt een klassiek zondagmiddagbezoekje en komt aan in een dikke trui met een lange wollen winterjas, hoed en zonnebril. De laatste blijft op, maar de rest gaat uit. Ze gruwt van kou en is weer verbaast over het temperatuurverschil boven op het plateau -de bewoonde wereld- en dit gat in de luwte van de elementen. Met enige afschuw verhaalt ze over de -21 van twee weken geleden. Wij lachen, dat was het hier ook, maar wij zijn het al vergeten. Dit sluit niet uit dat het nog flink kan gaan vriezen in de wetenschap dat ik twee jaar geleden half mei in de sneeuw op de markt stond te blauwbekken wachtend op mijn beurt bij de groenteboer.
Verrukt ga ik de jonge fruitboompjes snoeien om het korte lot te stimuleren en eindig in het kleine kasje waar ik de selderijplantjes bewater en het onkruid weghaal. Warm is de zachte aarde, vlinders komen kijken terwijl de rupsen nog verstilt en diep in slaap schrikken van mijn gerommel in de grond. Een eerste mier pestte me al tijdens het zonnen een paar dagen geleden en ook de spinnen en vliegen zijn terug. Een zwarte hommel zoemt al rond m'n hoofd en een bij zoekt een bloem.
Nu heb ik al vaak geschreven over vliegen. Ze horen in het bos, zijn voedsel voor veel andere dieren en ruimen zoveel rommel op. Het blijven voor ons irritante insecten die we proberen te weren, want ze kriebelen zo.
Mathijs Schaap, schrijver van de Phantasmagoria Trilogie, schreef in deel 1 uit naam van 'Pius, de immer wijze pinguin' het volgende gedicht over 'vliegen';
'Het bekende symbool van ziekte en verval,
kende u voor uw komst hier zeker al.
Het insect van luiheid, gedraai en gelieg,
is al sinds tijden de simpele vlieg.
De vlieg komt in tijden wanneer een ieder die leeft,
niet langer meer vol om het heden nog geeft.
Luiheid, argeloos zijn, maar ook een verkeerde zet,
creƫren voor de vlieg een mooi welkomstbed.
Wanneer men het pad des levens verlaat,
is de vlieg en zijn ziekte het desastreuze resultaat.
Vliegen tezamen maken een vijand complex,
zo werden zij allen de grote vliegenheks.'


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen