zaterdag 28 juli 2012

de dag dat ik sterven ga

'Morgen bestaat niet.'
Ik ervaar dit dagelijks. Meestal voor ik ga slapen, als ik de dag doorneem met mezelf. Ik kan niet zeker weten dat de wekker me morgen nog wekken kan, omdat alles in me nog werkt. Ik blijf het weigeren om het vanzelfsprekend aan te nemen als dat ik zwanger zou zijn en ervan uitga dat het een roze wolk wordt met 10 teentjes en 10 vingertjes zonder een extra pink om me door mijn kind te laten overleven. Vanuit dit idee denk ik vaak aan het nu, waar ik nu ben en hoe ik hier dan toch zo beland ben met mezelf.
Afgelopen maand was al zwaar en ik doe geen uitspraken over komende maanden, de tijd die een vijand kan zijn, maar zo vrij zijn op zo'n jonge leeftijd en eigenlijk weinig missen, weinig ontberen is een gelukzalig makend gegeven en zo rij ik in de meest felle en pijnlijke zomerzon naar m'n werk. Ik weet dat ik deze middag alleen aan de oost kant van het huis terecht kan om te beitsen. De ramen zijn erg hoog met 5 facet-ramen zodat ik op een trapje in dat raamkozijn zal moeten staan om mijn werk te doen met een flink aantal meters onder mij de harde genadeloze straat.
Dat ik nu hier leef, woon, werk en ben, is nog steeds moeilijk te bevatten. 11 Jaar geleden sprak ik me uit over wat ik wilde bereiken als ik mezelf op orde zou kunnen krijgen. Dat was het meisje dat in de kruidentuin van Mies op het biologisch volkstuinencomplex waar pap een volkstuintje had en met de vlinders en de oorkruipers gesprekken aanging. Maar dit meisje natuurlijk wel als volwassen vrouw op een plek die niet vreemd aanvoelt, past als een tweede huid, waar alles een beetje vanzelf lijkt te gaan, maar vooral mijn 'eigen keuze' is.
Ik ben pas! 38 en het geluk dat ik voel om iedere dag zelf te kiezen of ik ga werken, waar en hoe lang ik werk is meer dan een zegen. Dat ik weer tussen, met en in de natuur kan leven gaat de rede te boven, ik zweer het. Dat ik een dak heb en kleding, water in overvloed, aarde die op mijn naam staat en kostelijke maaltijden krijg is meer dan zegeningen tellen. Dat een taal barrière niet alles zegt omdat de mens die barrière wel slechten zal met mens-zijn en dat geldzorgen niets afdoen aan levensgeluk als het zich maar vrij aan kan dienen. En al veel vaker afgelopen jaren bekroop mij dit gevoel; 'je bent waar je wezen wil als je terug kijkt op dat moment 11 jaar geleden, voor NU ben je klaar, het is goed zoals het is, dwing je morgen het recht van bestaan af of laat je het aan morgen zelf over?' Kortom; het is een prachtige dag om te sterven.
Begrijp me goed, ik ben alles behalve levensmoe, ik vind het leven te mooi om echt waar te zijn en toch is het waar, want als ik mezelf in de bovenarm knijp doet het zeer en heb ik later gewoon een blauwe plek.
De hitte in de cabine wordt gekoeld door de luchtkleppen van de Rode, een vage lucht, niet helder en stootjes wind die de verdroogde eiken doet bewegen en de acacia's al blad laat verliezen, kondigen de weersomslag al aan, regen, verkoeling. 
11 Jaar geleden wilde ik heel graag weer tussen de bloemen en de kruiden zitten en eigenlijk zit ik daar nu in een land dat me vertrouwd is omdat ik al mijn vakanties in Frankrijk spendeerde, trekkend met de 2 DeWaard tenten door zo vele departementen, het land waar ik in de Ardeche leerde zwemmen, de krekelkoren leerde kennen, knoflook en wijn kocht voor papa en mama, dit land is een goed land. Ook volgens dat jaarlijkse grote onderzoek naar welk land het beste woont, leeft en werkt; al heel lang op nummer 1; Frankrijk. 
Als ik zo'n moment heb van opperste voldoening heb, aan het einde van een lange periode als die 11 jaar met een duidelijk doel, de sterke intentie waarmee het leven prima te sturen blijkt te zijn, dan zou het logisch kunnen zijn op zo'n dag te sterven. 
Hier zijn gevaren genoeg. Dan kijk ik alleen maar naar de smalle kronkelwegen langs de rand van ravijnen waar de toeristen de wegen niet kennen en locals nog op tijd op hun werk willen zijn in flinke bedrijfsbusjes. Ik ga schilderen, staand in een raamkozijn van een kleine twee meter hoog en ik bedenk me dat dit zo'n mooie dag is om te sterven, voor nu ben ik klaar. Ik wens dan weer wel dat het genadeloos snel gaat en hoop dat ik mijn nek breek, want ik vrees wel het lijden dat vaak vooraf gaat aan de dood.
Het gaat prima op dat trapje aan de kant van het huis waar de zon al weg is. Alleen hebben de stenen van straten en gebouwen de zonnewarmte geabsorbeerd om tot diep in de toekomstige nacht hun hitte uit te stralen. Door alle deuren en ramen die tegen elkaar open staan komt meestal een briesje die wel wat verkoelt, maar ook alsof je in de deuropening staat van een gigantische oven. Mijn wat rare gedachten over deze dag, over dood vs levensvreugde, worden verjaagd door het straatbeeld. Het huis staat in een smalle straat die een 35 meter aan winkeltjes heeft, 2 café's waarvan één zo'n echte vreetschuur met fantastische 5 gangen maaltijden voor de arbeiders voor een 12 euro. Het Office du Tourisme zit er op de hoek, dan een pleintje dat de entree voor de kerk is, met een stiekem klein hekje ernaast dat via een 4 meter lang steegje uitmondt in de kerktuin. Vanuit het dorre grasveld die ze 'tuin' durven noemen steekt een stenen grafkruis schuin omhoog richting de hemel, één van de weinige graven hier die zich mag laven in de schaduw. Dit tuintje heeft een achteraf doorgang naar de parkeerplaats van het arbeidsbureau en de dierenarts. Als iedereen ver buiten het centrum moet parkeren, omdat het nu eenmaal druk is, stal ik de Rode daar. De bewoners parkeren hun auto op dat pleintje, grote bus of niet, ook is er gewoon twee richtingsverkeer, wat vreemd is, want er past echt maar 1 auto door 'le grand rue', zoals ze hem toch echt noemen terwijl het zo small is en hoog. Ook het straatleven schud me uit gedachten en mijmeringen, wakker van zo meteen of toen, ik leef nu en nu rent er een oude dame over straat, voor zover ze rennen kan op iets dat lijkt op zwarte slofjes. Er hangen twee grote zwarte handdoeken over haar schouders en de nette lange rok lijkt kleurloos nu ze haar voetjes zo snel mogelijk beweegt. Haar korte haren zien grijzig van de shampoo, ah, mevrouw heeft een huishoudelijk spoedje en rent even van de kapper naar huis. Het oudere dametje dat aan de overkant naar buiten kwam om aan haar geraniums te plukken en de hemel te bekijken om het onweer te lezen dat er echt aan zit te komen, vraagt de zich voort snellende dame lachend naar het spoedgeval thuis. Als de zwarte slofjes de steeg ingeschoten zijn kijkt ze omhoog naar mij en samen schieten we in een deuk. Ik zeg haar dat dit stadje al een film scene is en met zo'n enig plaatje tussendoor nog echter. Een stem van de andere kant schatert mee, we hadden beide het nonnetje niet gezien, ze wandelt naar de kerk, want vanmiddag is er een begrafenis, de kerkklokken zullen het na het slaan van Midi laten weten. Naast het pand van de geranium-dame huist een Duitse die hier al meer dan 35 woont en sinds een paar jaar een soort B&B heeft, alleen haar accent doet vermoeden dat ze niet van hier is, gewoon een local. Zij doet het huishouden met open ramen en lijkt wel intens te genieten van de zon die pal op haar open ramen staan waar ze met een gast wat babbelt over de idylle in deze straat op het moment van een wel heel mooie zomerdag. (Daar denken de buitenlui nu even wat anders over, geloof me, allemaal!)
De lunch van weer wilde rijst, tomatensalade en lamskoteletjes geven me de energie eens wat langer te werken dan afgelopen weken, maar om 4 uur houd ik het toch voor gezien. De concentratie om in dat raamkozijn te staan, de hitte en de vermoeidheid na de eerste week leven-met-een-agenda jaagt me naar huis, waar ik huis en terrein storm-klaar maak om te gaan zitten schrijven tot het onweer begint, lekker langzaam als een advocaatje met een aanzwellende regenbui die me het gebrek aan water geven in de moestuin vergeeft. 
Blij dat ik leef, deze dag was dus nog niet de dag, maar het was er wel een hele mooie voor geweest...


Naschrift n.a.v. een reactie per email op bovenstaande. 

Vanzelfsprekend zijn we ooit begonnen met leven, we leven nu, vanzelfsprekend komt hier een zekere dag (!daar heb je hem!!) dat daar een einde aan komt, aan het leven. 
Ik zou het ondankbaar vinden naar het gegeven leven zelf, om te veronderstellen dat je morgen uiteraard vanzelfsprekend weer een nieuwe dag hebt het beter of anders te doen of minder zwartgallig te zijn en bij het opstaan niet al te zeggen 'pffffff morgen weer een dag'. Die mensen zijn er, behoorlijk veel! Om na dat opstaan de douche in te stappen en uit te glijden. Of een korte blackout in de verkeerde bocht met tegenligger met twee begrafenissen die week daarop.
Ik zou het ontzettend onachtzaam vinden als ik niet iedere keer dat ik besef dat ik een goed en wel heel mooi uitdagend leven heb, een hart en goed verstand, dat ik dat moment op die prachtige dag onderuit haal door ervan uit te gaan dat er nog vele volgen.
Want ik kan het leven dan wel zelf maken, maar ik ben God nog altijd niet en kan de perfectie en de volledigheid van zijn schepping toch niet zo te grabbel gooien door te beweren dat ik net zo perfect ben en geen enkele blinde vlek heb??
Ik zou mijn eigen menselijkheid zelfs volledig ontkennen, dat van de ander dus ook, want die ander kan ook die blackout hebben en ik de tegenligger zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen