vrijdag 9 maart 2012

La lune





Ze was er weer, in volle glorie met steeds wat prisma verlichte wolkjes die met een vaart voorbij dreven. Het bos was stil rond deze maart-middernacht. Ik sluit Castel even op als ik met een licht plastic tafeltje, een flesje drinken en camera erop uit trek. Jammer voor haar, maar als die meegaat 'uit wandelen' laat ze me ontzettend schrikken door plots vanuit het niets op te duiken, om van geschrokken nachtdieren nog maar niet te spreken. Zelfs de uilen houden hun snavel en de windvlaagjes die er zijn tillen nog geen uitgedroogd blad op. Het vriest een aantal graden, maar ik heb het kort gezegd heel warm terwijl dat koele hemellichaam het mijne toch schijnt te verwarmen alsof ik naast een kachel zit.
Ik kom niet echt op gang met de studie naar de werking van mijn nieuwe Powershot, maar dit moment is perfect voor wat experimenten met nachtshot, flits of geen flits, zelfontspanner en zoom. Het valt niet mee en een echt scherpe foto heb ik niet van deze aantrekkende lichtbron.

Het weer was gisteren typisch maarts, dreigende wolken, het dek niet dicht genoeg om de zon te weren, een bedrieglijk koude wind en op de markt leek iedereen weer uit winterslaap gewekt te zijn, maar toch stonden we te blauwbekken en viel de sneeuw als as uit de bewolkte en hier en daar blauwe hemel.
Ik kon eergister nacht al niet slapen door dat alles doordringende maanlicht. Het lijkt dwars door planken, asfaltpapier en een dikke laag lauzestenen heen te dringen. Ik maakte me gisteravond dus geen illusies of ik zou kunnen slapen en hoopte op een wolkenloze hemel.

Marc heeft het dak van het woonhuis nu eindelijk dicht. Het ziet er strak uit, nu even wachten tot het niet meer vriest, anders vriest het cement waarmee de nokstenen vast worden gelegd kapot. Hij maakt ook een dakje boven de middendeur. We blijven anders de deur verven ieder jaar die daar niet van opknapt. Het opspattende regenwater en het ontbreken van een dakgoot veroorzaken de snelle slijtage, dat is jammer.
Ik zaai al wat voor, verplant de bleekselderij die in de kas stond, rommel maar wat aan, net als met die maan.

Met Emiel gaat het prima, hij kukelt drie langere periodes per dag. We dachten dat de kippen van de leg waren. Totdat we Castel's hele huis vol zien liggen met eierschalen. Zij weet dus wèl dat ze leggen en waar. Maar we kunnen moeilijk heel de ochtend op wacht gaan zitten op het terras om te wachten tot we haar weg zien sluipen. We leggen maar een lok-ei in de legbakken in de hoop dat de twee kipjes zich zo slim tonen als voorheen. Emiel is inmiddels wel gewend aan de katten. Die beesten kende hij nog niet en bij het zien van Joppie was het alarm slaan. Nu laat hij Cros een restje aardappel eten terwijl hij er vlak naast zich ook te goed doet aan deze gekookte knol.  De katten vervelen zich. Cros wil actie en doet zijn best Joppie, Castel en ons zover te krijgen dat hij een reden heeft om te bijten en te boxen. Joppie is op het vervelende af aanhankelijk, je kunt geen stap zetten of even gaan zitten of hij zit op schoot of probeert je met kopjes al miauwend ervan te overtuigen dat hij geaait moet worden.

Vergeet-me-nietjes, bosviooltjes, wezerik, veronica, longkruid; ze zijn er al, de kleine kleurige voorbodes van de lente. Minder vriendelijk maar ook voorbode zijn de bramen en brandnetels. Kleine wilgenkatjes, groene knoppen in de uitgebloeide hazelaars, nieuwe blaadjes in de buxus, zachte aarde die nog niet geurt, de lente komt eraan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen