Nog voor half 7 word ik door mijn vader op het station afgezet waar ik op tijd de trein naar Rotterdam heb. Het is niet koud voor januari, nog donker en het stadse leven komt op gang. De intercity doet er nog geen kwartier over en spuugt me uit op een vies rommelig perron waar iedereen zich verder haast. De zacht oranje verlichting is hier vervangen door het felle wit van stevige armaturen en bouwlampen, het Centraal Station wordt immers verbouwd en het werk moet door.
De Thalys is vroeg en ik zoek naar het juiste treinstel en stoel, maar hij is doodleuk bezet met de reizigers uit Amsterdam en in de gauwigheid zie ik in het kopcoupéetje geen andere stoel vrij en laat me even op een klapstoeltje zakken nadat ik mijn koffer in een rek heb gezet. Ik ben al geen ochtendmens, dus om me te oriënteren en zo vroeg al over-assertief te zijn gaat er niet in, of komt er niet uit. Zodra de trein zich in beweging heeft gezet besluit ik toch even te informeren bij de forse dame die met drie tassen en een jas zichzelf flink veel ruimte geeft. Gehaast staat ze op, sjouwt haar tassen en jas mee, moet een man aan de andere kant verzoeken op te staan, om zich daarna met veel gedoe te laten zakken in de niet zo ruime zachte zetels van deze lekker snelle en stille trein. Reizen met de Thalys is best luxe, schoon en goed georganiseerd, maar toch, die stoelen blijven aan de krappe kant evenals de beenruimte. Ik bedenk me dat het allicht beter is als vliegen in een sardienenblikje. De vader tegenover me met glanzend gepoetste schoenen, spijkerbroek, colbert en een nonchalante sjaal als winterjas wordt gebeld door zoonlief en legt daarna uit aan 'mamma' dat hij het niet ziet zitten om helemaal naar het middelste treinstel te lopen om koffie te halen. Hij zit net achter de 'cockpit' en de restauratie-ruimte is het middelste treinstel van deze enorme lange trein. In geval van een aanrijding zijn we de klos, wij achten zo helemaal voorin. Jaloers maar toch ook met een glimlach knikt hij naar me als ik mijn thermoskannetje tevoorschijn haal met een innimini dekseltje als beker om een lekker warm bakje koffie in te schenken. Het betreurt me diep dat ik geen ander bekertje bij me heb, ik had het graag gedeeld om het zwaarmoedige al vermoeide reisgezelschap op te beuren. De bedompte stilte met enkel het geluid van de beweging van deze snelle techniek-slang met mensjes geeft me weinig ademruimte en dit op de maandagochtend.
Hier word ik nou meewarig van, ik heb een beetje medelijden. Met al die mensen die zich hierin begeven, vrijwillig en vaak gedreven, om te werken voor bedrijven waar iedereen zich zo afhankelijk van opstelt. Voor de zekerheid, voor de spaarrekening, voor de kinderen en later, voor de huur en de hypotheek of voor een auto die vaak voor de garage staat, omdat ze nu eenmaal met het openbaar vervoer reizen. We zeggen niets en kijken niet naar elkaar. Iedereen in zijn eigen wereld met uiteraard de mobieltjes, ipods en blackberriedingesdingen. We krijgen van de Thalys minder ruimte als dat er in de leerboeken staat dat we minimaal een armlengte nodig hebben om psychisch en sociaal gezond te blijven. Op zo'n moment, in die bomvolle Thalys, op maandagmorgen doet het me beseffen dat ik niet anders kan dan me zoveel mogelijk te distancieëren van deze gekte. Het kan toch niet zo zijn dat wij mensen zo ontzettend snel evolueren dat ik, met maar 37 jaar op de teller, de enorme verschuiving zie die ze 'vooruitgang' noemen? Ik vind het niet gezond voor de mensheid, de machteloosheid snoert me mijn gedachten.
Ik zie het wel, maar waar sta ik? "Vanavond bij een vuur in een ruwe ongepimpte schouw, met een ander blij vrij mens, een levenskunstenaar, met ruimte in het zo popperige sprookjeshuisje vol met M&M enzo. In een bos met een hard stromende, haast kolkende rivier die vaak een stil mistig meer mag zijn met enkel leven vanuit het dierenhart, en wij dan."
Na Brussel komt er wat ruimte, maar de lucht blijft bedompt. Tijd om een filter op te trekken om me op te laden voor ruim 4 uur Parijs in m'n up. Met goede voornemens 'even naar Austerlitz te metroën, koffer in kluisje, terug naar het centrum om eens uitgebreid relaxed (-hahaha, och goshie Tien toch, hoe haal je het in je hoofd!-) te gaan lunchen met mezelf en kosten nog moeite besparend.'
Omdat ik geen buur meer heb kan ik me in een hoekje van de coupé nestelen, benen gestrekt onder de tafeltjes en laat ik mijn hoofd rusten op mijn borst, luikjes toe en dromen over het uitstappen in het zuiden van Frankrijk, thuis. -Dat uurtje nog rijden naar huis is peanuts vergeleken bij de eerdere 1000 kilometers.-
Een kwartiertje voor Parijs word ik wakker en voel me echt al wat opgefrist en beter wakker dan vanochtend om 5 uur. Nog steeds relaxt loop ik later met koffer, rugzak en linnen tasje over het perron richting metro. De rijen voor de ticket-automaten zijn eindeloos. Ik oriënteer me rustig, maar voel me gelijk beklemt alsof er van alles staat te gebeuren dat ik zeker niet in de hand heb. Ik trek een relaxte zelfverzekerde houding op en ga toch maar in één van de rijen staan. Op m'n gemakkie lukt het me deze keer makkelijk om kaartjes te kopen en ga ik eerst uitblazen boven. Gard du Nord is geen kattenpis als je uit de middle of nowhere komt en je je nog wel kunt bewegen in het bekende Nederland, met de auto dan weliswaar.
Ik sta nog geen 2 minuten naar de continuë chaos te kijken van wat neon, reclames zo groot als de mooie oude panden zelf, een overdaad aan kleur en vormen tegen de zo klassieke panden er achter en omheen, het razende verkeer, stoplichten en mensen. Mensen, mensen, wat een mensen. Een heksenketel, er loopt natuurlijk van alles en zo'n station is vatbaar voor alles. Naast de reizigers heel veel anderen die daarop leven. Hetzij werkzaam voor de spoorwegen, hetzij voor de gevulde zakken en tasjes die niet goed vastgehouden worden. Taxi's en een clubje meiden van onbekende afkomst die met smoezelige papiertjes komen van een of andere kinder-actie voor zielige kindjes. Ik voel me bijna net zo'n zielig kindje als ik haar uberhaupt het voordeel van de twijfel en oogcontact aanbied. Muts die ik ben. Geïrriteerd houd ik vol dat ze weg moet gaan. Door naar Austerlitz, waar ik de verkeerde uitgang heb en daar even blijf dralen voor een korte impressie van zomaar een plek in Parijs. Daar waar alleen taxichauffeurs, bedelaars en dieven regelmatig verpozen en elkaar zo'n beetje wel kennen, de mensen die kijken en wachten en grijpen hun kansjes. Zo ook een echte oude clochaar met een lange grijzende baard, een lange zwarte jas en ok schoeisel, een zwarte muts op zijn hoofd en anderhalf kop kleiner als mij. Zijn hand gewoon uitgestoken en mijn hand zat al -jjaa, relaxed en nonchalant- in mijn zak te wriemelen met wat eurocentjes. Ik ben de rotste niet, geef die man wat centen en wil weer verder om me heen kijken, de lucht proeven en de tijd ruiken. Maar Clochaar geeft me de kans niet. Hé, deze wordt ook vervelend. Hij wil me een kusje geven als ik laat merken dat die zak van mij leeg is. Maar ho even! Dus ik moet het mannetje hardhandig van me afduwen. Clochaar druipt af en drie enorme grote afrikanen neutraal gekleed komen vragen of alles goed is. Lachend zeg ik "Ja", ik denk nog best relaxed te zijn. Op naar de bagagekluizen die onder het spoor gevestigd is bij de achteruitgang van het station.
Het leek wel een vliegveld met douane; mobiel in het bakje buiten de metaaldetector om, alle tassen op de rolbank door zwarte flappen die de spullen scannen op ....? Geen idee eigenlijk. De voorwaarden waaronder ik mijn spullen daar voor wat euro's in een kluisje stal hebben geen weet van mijn bestaan en ik kan zulk frans vakjargon echt nog niet begrijpend lezen.
((Er zit een machete in, een groot half gekromd hakmes voor in de rimboe, voornamelijk gebruikt op het zuidelijk halfrond door boeren. Maar vooral in Rwuanda tijdens de laatste van de 5 keer genocide. Gekregen van D die het voor ons gekocht heeft tijdens hun eerste vakantie daar na hun vlucht naar Europa. Ze gaf ons franse les en ik hou zoveel van dat gezin, zie de kinderen opgroeien en vrienden voor het leven met als verbinding ons 'vreemdeling' zijn en blijven. Zij daar, wij hier in Frankrijk.))
Dat mes in die koffer past maar net diagonaal. Dat moet er wreed uitzien, ook voor de werknemer die daar zit, ook een grote afrikaan met een rij spierwitte tanden. Een vrouwelijke medewerkster brengt me naar een kleiner kluisje als waar ik naar sta te staren om erachter te komen hoe dit apparaat nou weer werkt. Metrokaartjes-apparaat was ook al weer een machine. Jammer, zo weinig mensen-werk door al die machinerie. Ik ben onzeker over die machete in die koffer, waar controleren ze op. Zometeen kom ik terug na een heerlijke relaxte lunch ergens in een leuk tentje (-hahaha, och goshie Tien toch, hoe haal je het in je hoofd!-) , staat de Police daar om verhaal te halen bij diegene die die koffer op komt halen binnen de zoveel uren.
Niet gerust loop ik de kille betonnen ruimte uit met de lange rijen kluisjes en stap naar buiten. Misschien toch even hier de straat op lopen, ik probeer nog steeds een leuk uitziend druk Bistro'tje te vinden en misschien een foto-winkel om even naar mijn camera te laten kijken. Het eerste dat ik zie lopen is een man op blote voeten op de rug gezien, geen lange broek en een deken over zich heen geslagen. Zwart plukhaar komt als donker piekje boven de deken uit. Hij draalt en is nog ver van mij als hij zich omdraait en mijn kant uitdraalt. Hij loopt me voor de voeten, zonder gedraal dit keer en steekt ook zijn hand uit met een smekende blik. Misschien dat jullie gelijk begrijpen dat ik hem boos aankijk en afblaf, in het nederlands nog wel, hoe relaxed is dat!? In een acacia die hier langs de straat staan ingebed in stenen, beton en asfalt, zie ik een klein lief bruin gestreept kruipertje twitteren, het vogeltje is ook prima op zijn gemak. Ik zie dat even aan, maar voel me volledig overvallen door de Stad van de Liefde, Lichtstad, noem maar op de bijnamen en oh's & ah's.
En tuurlijk hoort het bij de opvoeding, indien mogelijk, om toch eens in Parijs geweest te zijn. Dit is mijn derde keer, eerste ervaring was zwart, de tweëede wit maar kort, deze derde mag er na al die jaren wel eens gewoon okee zijn, ehm, worden. Kan nog, toch?? Terug de metro in om de moed te vatten in het centrum uit te stappen en gewoon de stad even in me op te nemen. Ik snap nog steeds niet waar ik deze arrogantie vandaan haalde, de moed en met 'ogen wijd dicht', ... zoiets ja. ('Eyes Wide Shut' is een film, geen slechte!)
De aversie om in het centrum uit te stappen om te denken dat ik hier nog van genieten kan is definitief genezen. Alle Parijs-liefhebbers ten spijt. Voor mij is zo'n stad het tegenovergestelde van waar wij mensen afhankelijk van zijn als het om de essentie van leven gaat; Natuur.
Overal apparaten, computers, machines, motoren, de haast genante manier hoe we met elkaar omgaan en zoiets creëren als Parijs. Klapdeurtjes van metro's waar ik niet mee om kan gaan. Sommige deurtjes kun je zo doorlopen, bij andere moet er een kaartje in en ik kom erachter dat ik in zo'n stad erg veel tijd zou moeten nemen om me daar vrij te kunnen bewegen. Het is niet de vraag of ik dat wel wil, nee dus. Ik prijs me gelukkig dat ik onderweg naar huis ben en reis gewoon gelijk terug naar Austerlitz waar ik de Intercity richting Toulouse neem, na een déjeuneetje in de stationsrestauratie. Ik lees een AD en Marc belt me even als antwoord op mijn sms-je over mijn 1e indruk Parijs. Hij lacht en spreekt me moed in. Nu die koffer nog halen en Marc is ook benieuwd of ik met dat mes verder Parijs in mag.
Niks aan de hand, niks geen politiemacht, niks geen man met strepen en pet, ik werd vriendelijk nagezwaaid. Misschien bommen, echte wapens en drugs dan toch ook?
Nu nog 1 nieuw apparaat; een treinkaartjes-automaat en dan een ticket kopen voor de laatste trein-etappe steeds dichter bij huis, voor na de 4 uur durende rit, gelijk door op de boemel cq 'zweefbus'. Applaus voor de aansluiting van het spoor in Frankrijk! Een half uur voor vertrek staat de trein al klaar, gelukzalig laat ik me in mijn stoel bij het raampje zakken, ik mag met mijn rug tegen de rijrichting in wat de droomstand verhoogt, hopelijk een tweëede tukkie.
Helaas. Al snel komt er een man naast me zitten. Nou echt, echt, echt waar; wat een creep. Ik ga proberen een beeld te schetsen en hoop dat het lukt. Slank, 1.80 meter, rood, rond, gladgeschoren gezicht van een late zestiger met heel dun haar met een beetje brillcream dat met Lambik-achtige plukjes over zijn glanzende schedel gekamd zit, hoog opgeschoren en als een bloempot zo rond met daarboven weer een rand verticale plakkerige sliertjes dun haar. Een crème katoenen gebreid vest, smetteloze glanzend gesteven streepjesbroek met schoenen waar ik mijn haar in zou kunnen kammen. Ranke, ook rode vingers die hij zo rustig mogelijk samengevouwen in zijn schoot houdt met , zo te zien, samengeknepen knieën. Wat een kramp die man. Vier uur lang heeft hij zo gezeten, af en toe zich afleidend met een zojuist gekocht magazine om zo onzichtbaar mogelijk te reizen en geen aandacht te trekken. Laat dat nou juist wèl de aandacht trekken doordat die man zo'n stank verspreidde en er zo zijn best voor deed om te verdwijnen, creepy, creepy. Het deed me denken aan boer Pierre die zich ook bijna nooit schijnt te wassen, een zurige oude poeplucht, ik heb er geen andere woorden voor. Daar heb ik 4 en een half uur naast moeten zitten in een volle trein. Ook heb ik niet de scanbare ticket uitgeprint, maar zoiets als een betaalbevestiging, oops foutje. Maar de conducteur is een franse gentleman, dus ik bof. De stank kan ik even van me afschudden door mijn sjaal over mijn hoofd en ogen te draperen om weg te doezelen. Dit tweëede rustpunt doet ook goed, terwijl het grauwe landschap in letterlijke sneltreinvaart aan me voorbij schiet en langzaam heuveliger wordt, tot ik meer kale sombere winterbossen zie met hier en daar een pluk eeuwig groen. In Brive gelijk overstappen de boemel in, waar ik later geconfronteerd word met een heel zenuwachtig conducteuse, klein van stuk en alles controlerend met map onder haar arm. En wéér heb ik iets niet goed gedaan, foei foei foei zoals ze voor me staat en me berispt terwijl ze zich omdraait om met de francaise tegenover me te bespreken dat ze "dat toch altijd weer uitleggen moet aan 'l'étrangières'". 'T interesseert me echt niet meer. Nog een 100 minuten boemelen en om 8 uur sta ik op het stationnetje waar Marc op me wacht.
woensdag 25 januari 2012
dinsdag 24 januari 2012
Haantje
Vanochtend was ik er als eerste uit, ik heb iets minder slaap nodig. De lucht is bleek blauw, de zon moet nog opklimmen tot voorbij de randen van de kloof. Zoals altijd laat ik de kippen eruit en geef ze wat voer en breng Castel haar ontbijt met een knuffel.
Marc gaat lauzes hakken en ik probeer vuur te maken in de schouw wat niet meevalt met niet droog hout. Na een uurtje rommel ruimen wil ik even bij Marc gaan kijken buiten, de gorges bewonderen, de frisse geur opsnuiven in het bos en mezelf een extra thuis-gevoel geven.
De kippetjes scharrelen voor de schuur rond de haan die het pad blokkeren naar de zijkant van het huis waar Marc stenen zit te hakken met een muts op, dik vest aan en handschoenen. De haan is het niet eens met een nieuw kippetje. Hij valt haar aan alsof het een andere haan is, een lelijke zwakke misvormde haankip op twee enorme poten met armen als vleugels die er losjes bij bungelen.
Wat ik bedoel te zeggen is dat meneer Haan mij aanvalt alsof zijn leven en dat van zijn toom -bestaande uit twee kipjes- ervan afhangt. Hij pikt me in de benen en of ik hem nu diverse schoppen geef met de ronde punt van mijn slippers of niet, Haan blijft me aanvallen en probeert me het huis in te jagen. Ik moet hem letterlijk van me aftrappen. Dus Haan is even vergeten dat de orde hier bestaat uit twee mensen, een vrouwtje en een mannetje, wat katten die hem negeren en een hond...
Ik moet me inhouden die Haan niet te vangen om z'n kop eraf te hakken. Gesteriliseerd is hij al, dus via hem geen kuikens voor meer kippen en eieren. Een verse hanensoep zou er eigenlijk wel ingaan, maar ik krijg hem niet te pakken.
Marc kijkt vanaf zijn hakstoel geamuseerd toe.
Ergens komende maanden maak ik soep, dat staat vast!
Eind van de middag na het verzagen van een enorme dode beuk die vervaarlijk aan de overkant van het ravijn een net zo grote linde probeert scheef te zetten, stuur ik Marc onder de douche, want die zit tot achter de oren onder de aarde en het zaagsel, en ga ik de CV-ketel schoon maken om hem daarna aan te steken. De schuurdeuren zet ik open en de kruiwagen plaats ik er dan voor om alle as er zo in te kunnen schuiven. Meneer de Haan is het nog steeds niet eens met mijn aanwezigheid en terwijl ik met mijn rug naar de deuren bij de ketel bezig ben vliegt hij me weer aan en pikt drie keer in mijn kuiten waar dus nu drie bloedende gaatjes zitten. SOEPHAAN!, en razend van de schrik ga ik hem achterna en zoek wat om naar zijn kop te gooien. Geen handgroote steen als je hem nodig hebt. Geen spa of schop als je hem nodig hebt, geen machete, sikkel of bijltje als je ze nodig hebt, dus krijgt hij wat flinke schoppen, ik nog twee gaatjes in mijn kuiten en uiteindelijk weet ik een veel te lange bamboe stok te grijpen om hem het stalpad op te jagen. SOEPHAAN!!!!
Marc gaat lauzes hakken en ik probeer vuur te maken in de schouw wat niet meevalt met niet droog hout. Na een uurtje rommel ruimen wil ik even bij Marc gaan kijken buiten, de gorges bewonderen, de frisse geur opsnuiven in het bos en mezelf een extra thuis-gevoel geven.
De kippetjes scharrelen voor de schuur rond de haan die het pad blokkeren naar de zijkant van het huis waar Marc stenen zit te hakken met een muts op, dik vest aan en handschoenen. De haan is het niet eens met een nieuw kippetje. Hij valt haar aan alsof het een andere haan is, een lelijke zwakke misvormde haankip op twee enorme poten met armen als vleugels die er losjes bij bungelen.
Wat ik bedoel te zeggen is dat meneer Haan mij aanvalt alsof zijn leven en dat van zijn toom -bestaande uit twee kipjes- ervan afhangt. Hij pikt me in de benen en of ik hem nu diverse schoppen geef met de ronde punt van mijn slippers of niet, Haan blijft me aanvallen en probeert me het huis in te jagen. Ik moet hem letterlijk van me aftrappen. Dus Haan is even vergeten dat de orde hier bestaat uit twee mensen, een vrouwtje en een mannetje, wat katten die hem negeren en een hond...
Ik moet me inhouden die Haan niet te vangen om z'n kop eraf te hakken. Gesteriliseerd is hij al, dus via hem geen kuikens voor meer kippen en eieren. Een verse hanensoep zou er eigenlijk wel ingaan, maar ik krijg hem niet te pakken.
Marc kijkt vanaf zijn hakstoel geamuseerd toe.
Ergens komende maanden maak ik soep, dat staat vast!
Eind van de middag na het verzagen van een enorme dode beuk die vervaarlijk aan de overkant van het ravijn een net zo grote linde probeert scheef te zetten, stuur ik Marc onder de douche, want die zit tot achter de oren onder de aarde en het zaagsel, en ga ik de CV-ketel schoon maken om hem daarna aan te steken. De schuurdeuren zet ik open en de kruiwagen plaats ik er dan voor om alle as er zo in te kunnen schuiven. Meneer de Haan is het nog steeds niet eens met mijn aanwezigheid en terwijl ik met mijn rug naar de deuren bij de ketel bezig ben vliegt hij me weer aan en pikt drie keer in mijn kuiten waar dus nu drie bloedende gaatjes zitten. SOEPHAAN!, en razend van de schrik ga ik hem achterna en zoek wat om naar zijn kop te gooien. Geen handgroote steen als je hem nodig hebt. Geen spa of schop als je hem nodig hebt, geen machete, sikkel of bijltje als je ze nodig hebt, dus krijgt hij wat flinke schoppen, ik nog twee gaatjes in mijn kuiten en uiteindelijk weet ik een veel te lange bamboe stok te grijpen om hem het stalpad op te jagen. SOEPHAAN!!!!
Schrijven
Na twee weken Nederland zit mijn hoofd vol met boeken, allerlei verhalen, fictie en non-fictie, beelden, indrukken, inzichten en ontdekkingen.
Deze weblog gaat over het wonen en leven in Frankrijk, mijn beleving weliswaar, dus een verslag van mijn wel en wee in Nederland zou misplaatst zijn. Er komen wel wat logs aan die relevant zijn en ik hier graag kwijt wil.
Maar de stilte van afgelopen weken is terecht.
Eerst zou ik een paar daagjes in Nederland blijven; mijn pa verrassen, even polshoogte nemen bij en in ons huis-te-koop in Oostvoorne om dan zo snel mogelijk weer naar huis te gaan.
Die paar dagen werden er 10, omdat ik graag B weer wilde rijden en zo snel en goedkoop mogelijk weer naar huis zou kunnen. Maar het zit anderen ook wel eens tegen, zijn dagen werden twee weken en helaas nog een week er bovenop, wat mij deed besluiten een oproepje te plaatsen voor een lift van iemand anders.
Maar dat schoot niet op, dus verbrak Marc mijn besluiteloosheid door me te pushen de trein te pakken, koos ik een rustig moment om treintickets te boeken en gisterenochtend om 7 uur op de Thalys te stappen om 8 uur 's avonds 'thuis' uit te stappen en Marc om de hals te vliegen alsof we elkaar een paar maanden niet gezien hebben.
We kruipen niet meer achter de pc en dat is heel bijzonder, we praten, lachen, en bespreken even wat belangrijke dingen, maken tegen middernacht alsnog een snoezelkamer van de woonkeuken en genieten van het weer samenzijn.
Onze liefde heeft er wéér een verdieping bij, terwijl ik al vond dat we tot grote hoogte konden stijgen in een machineloze lift. Het valt altijd tegen als één van ons naar Nederland is en de ander 'achter moet laten', maar altijd blijkt het goed te zijn, voor ons beide en de M&M.
Leuke kleine verrassingen nam ik mee, zoals dropjes en de machete en andere kleine dingen die ons leven veraangenamen, maar ook hier thuis zie ik nieuwe dingen. Een kaartje van Nadine, een franse vriendin die afgelopen maanden over de wereld reisde met haar man, een tijdschrift van G met een lieve leuke brief erbij die het ook na twee weken Nederland wel welletjes vindt en blij is als ze weer lekker thuis in Frankrijk is om het ritme weer op te pakken en onthaast het tumult in Nederland achter zich laat. Een vers gebakken pannenkoek als avondmaal, een lachende heel blije Marc, nog blijere katten (op Aai na die echt een ander huisje nodig heeft) en een ongekende rust in een warme cottage.
De sterrenhemel treft me al zodra we het station verlaten hebben, ik kijk verrukt uit de autoramen de duisternis in, geen enkele lamp verraad de schaarse bewoning van dit zo stille gebied na twee weken altijd wel straat-, industrie- en wegverlichting. Een zo schone lucht die ik in adem, uiltjes -die veel lijken op de lachtortels van C die juist 's nachts van zich laten horen- en de geur van een houtvuurtje dat lekker knispert.
Enige treurnis; mijn camera heeft de geest gegeven toen ik zondag op de top van een duin onder een windmolen naar Maasvlakte twee stond te kijken en gezandstraald werd onder een blauwe lucht in de eerste zonnestralen die de kust bereikten. Gefrustreerd zet ik het toestel terug naar zijn fabrieksinstellingen, maar helaas, het beeld blijft knalroze overbelicht en ik neem de mooiste plaatjes in twee weken in me op zonder ze later te kunnen delen.
Vandaag is het 'verder thuiskomen', spullen opruimen, wandeling maken, nogmaals proberen mijn camera aan de praat te krijgen en schrijven, schrijven, schrijven, hapje koken tussen de middag, mailtjes sturen en genieten van het thuis zijn, de stilte, de rust, de lucht opsnuiven, de katten knuffelen en m'n Lief.
Deze weblog gaat over het wonen en leven in Frankrijk, mijn beleving weliswaar, dus een verslag van mijn wel en wee in Nederland zou misplaatst zijn. Er komen wel wat logs aan die relevant zijn en ik hier graag kwijt wil.
Maar de stilte van afgelopen weken is terecht.
Eerst zou ik een paar daagjes in Nederland blijven; mijn pa verrassen, even polshoogte nemen bij en in ons huis-te-koop in Oostvoorne om dan zo snel mogelijk weer naar huis te gaan.
Die paar dagen werden er 10, omdat ik graag B weer wilde rijden en zo snel en goedkoop mogelijk weer naar huis zou kunnen. Maar het zit anderen ook wel eens tegen, zijn dagen werden twee weken en helaas nog een week er bovenop, wat mij deed besluiten een oproepje te plaatsen voor een lift van iemand anders.
Maar dat schoot niet op, dus verbrak Marc mijn besluiteloosheid door me te pushen de trein te pakken, koos ik een rustig moment om treintickets te boeken en gisterenochtend om 7 uur op de Thalys te stappen om 8 uur 's avonds 'thuis' uit te stappen en Marc om de hals te vliegen alsof we elkaar een paar maanden niet gezien hebben.
We kruipen niet meer achter de pc en dat is heel bijzonder, we praten, lachen, en bespreken even wat belangrijke dingen, maken tegen middernacht alsnog een snoezelkamer van de woonkeuken en genieten van het weer samenzijn.
Onze liefde heeft er wéér een verdieping bij, terwijl ik al vond dat we tot grote hoogte konden stijgen in een machineloze lift. Het valt altijd tegen als één van ons naar Nederland is en de ander 'achter moet laten', maar altijd blijkt het goed te zijn, voor ons beide en de M&M.
Leuke kleine verrassingen nam ik mee, zoals dropjes en de machete en andere kleine dingen die ons leven veraangenamen, maar ook hier thuis zie ik nieuwe dingen. Een kaartje van Nadine, een franse vriendin die afgelopen maanden over de wereld reisde met haar man, een tijdschrift van G met een lieve leuke brief erbij die het ook na twee weken Nederland wel welletjes vindt en blij is als ze weer lekker thuis in Frankrijk is om het ritme weer op te pakken en onthaast het tumult in Nederland achter zich laat. Een vers gebakken pannenkoek als avondmaal, een lachende heel blije Marc, nog blijere katten (op Aai na die echt een ander huisje nodig heeft) en een ongekende rust in een warme cottage.
De sterrenhemel treft me al zodra we het station verlaten hebben, ik kijk verrukt uit de autoramen de duisternis in, geen enkele lamp verraad de schaarse bewoning van dit zo stille gebied na twee weken altijd wel straat-, industrie- en wegverlichting. Een zo schone lucht die ik in adem, uiltjes -die veel lijken op de lachtortels van C die juist 's nachts van zich laten horen- en de geur van een houtvuurtje dat lekker knispert.
Enige treurnis; mijn camera heeft de geest gegeven toen ik zondag op de top van een duin onder een windmolen naar Maasvlakte twee stond te kijken en gezandstraald werd onder een blauwe lucht in de eerste zonnestralen die de kust bereikten. Gefrustreerd zet ik het toestel terug naar zijn fabrieksinstellingen, maar helaas, het beeld blijft knalroze overbelicht en ik neem de mooiste plaatjes in twee weken in me op zonder ze later te kunnen delen.
Vandaag is het 'verder thuiskomen', spullen opruimen, wandeling maken, nogmaals proberen mijn camera aan de praat te krijgen en schrijven, schrijven, schrijven, hapje koken tussen de middag, mailtjes sturen en genieten van het thuis zijn, de stilte, de rust, de lucht opsnuiven, de katten knuffelen en m'n Lief.
woensdag 18 januari 2012
Woordenvloed die duiz'len doet
'Woordenvloed die duiz'len doet' was één regel uit het poezie-gedicht van mijn opa in mijn album met droogbloemen in een kader van folie met een plantengroen velouren kaft.
Deze zin komt spontaan in mij op als titel voor deze korte log.
Precies 10 dagen in Nederland en inspiratie voor een dik boek gevat in twee weken in Nederland.
Meer nog vogelvrij voel ik me, dan ontheemd.
Heb ik zo'n grote belevingswereld? Maak ik echt zoveel mee in korte tijd of lijkt het zo veel, omdat ik 'weinig meer gewend ben'?
Foto's en filmpjes staan op dat kaartje in mijn camera, ik heb ze niet meer bekeken na het maken, bewaar het voor volgende week. "Geen tijd" heeft in de randstad al jaren vleugels en of ik nu wil of niet; ze droegen me vanaf de dag dat ik weer voet op Nederlandse bodem zette, tegen wil en dank.
De woordenvloed die duiz'len doet, wat mijn opa al zag toen ik nog maar 6 jaar was, die woordenvloed heeft al wat jaren een podium om op te spelen. Maar nu is dat podium niet makkelijk binnen handbereik, geen tijd.
Deze zin komt spontaan in mij op als titel voor deze korte log.
Precies 10 dagen in Nederland en inspiratie voor een dik boek gevat in twee weken in Nederland.
Meer nog vogelvrij voel ik me, dan ontheemd.
Heb ik zo'n grote belevingswereld? Maak ik echt zoveel mee in korte tijd of lijkt het zo veel, omdat ik 'weinig meer gewend ben'?
Foto's en filmpjes staan op dat kaartje in mijn camera, ik heb ze niet meer bekeken na het maken, bewaar het voor volgende week. "Geen tijd" heeft in de randstad al jaren vleugels en of ik nu wil of niet; ze droegen me vanaf de dag dat ik weer voet op Nederlandse bodem zette, tegen wil en dank.
De woordenvloed die duiz'len doet, wat mijn opa al zag toen ik nog maar 6 jaar was, die woordenvloed heeft al wat jaren een podium om op te spelen. Maar nu is dat podium niet makkelijk binnen handbereik, geen tijd.
vrijdag 13 januari 2012
badderen
Badderen, iets dat ik thuis niet kan doen. Wel in bijna alle huizen van gastheren en -vrouwen. Ik zeg meestal nee, want na 10 minuutjes ben ik het dan al zat en dat vindt deze zuinige meid zonde van al die liters warm water. Maar ja, met mijn neefje in bad die het een feest vindt, ik zwicht, zeker met twee kokende mannen in de keuken en een jochie dat tot achter zijn oren onder het zandbakzand zit. Een rose'tje, stukje warm brood met wat korrels zeezout, kip met een vers pepertje en salade wachten op ons na een kwartiertje weken. Grote Broer speelt piano, terwijl een vriend opruimt en de kleine man nog wat speelt en op drakenjacht is.
Een dagje Grote Broer voelt als 'vanouds' terwijl ik nog nooit bij hem thuis geweest ben, ... apart en toch ook zo gewoon.
Ontheemd
"Ga ik van die naar gene" klinkt verfrissend en lekker anders... Maar het is niet zo jedat moet ik eerlijk zeggen. Geen plek ervaar ik als 'thuis' terwijl ik wel huiselijkheid ervaar, warme lieve mensen waar ik naar toe kan en vrijheid geniet.
Maar steeds mijn koffertje in dat kleine Peaugeotje -spelling.... ggrrrr- met een opschrijfboekje met adressen en telefoonnummers paraat zonder echte basis om naar terug te keren is toch nieuw voor me.
Maanden gebeurd er thuis niets, een paar dagen ben ik van huis en er gebeuren, veranderen grote dingen, feiten die impact hebben, mensen die ik ontmoet, indrukken en de snelheid van het leven in Nederland grijpen me toch letterlijk naar mijn strot.
Ik moet echt mijn best doen te genieten. Tot gerichte actie overgaan is een opgave.
Opeens loop ik met anti-rook-pinnen in mijn linkeroor, heb ik tig naaldjes in mijn hoofd, armen en benen gekregen, rook ik opeens maar een paar 'sjekkies' per dag, en voel ik al een naderende burn-out die afgewisseld wordt met een berusting in de dingen.
Nu ben ik wel gewend aan extreme tegenstellingen, maar deze zijn van een andere orde.
'Ontheemd' voel ik me. Een ander woord kan ik er niet voor vinden.
Ik zie mijn zieke tante die er helemaal niet zo ziek uitziet.
Met z'n vieren genieten we van een heerlijke maaltijd terwijl ik de avond ervoor nog de afrit naar C voorbij rijd met tranen en een ontzettend verward en down gevoel. Ze wordt wakker zodra ik zo zachtjes mogelijk haar huisje binnen kom en troost en een luisterend oor zijn daar voor handen, al is het midden in de nacht en moet zij werken de ochtend erop. Ik slaap er in het liefste kleinste kamertje ooit met een zalig matras(je) en haar lachtorteltjes -een gewaarschuwd mens telt voor twee- krijgen me niet wakker.
Ik maak haar TV stuk, dat apparaat is niet gewend om zelf op de standby-stand te springen en wil niet meer van die stand af. Ik moet echt weg voor mijn afspraak en ik moet haar achterlaten zonder die beeldbuis die voor mij alleen herrie en nonsens betekend. Hop, weer een rot-gevoel erbij, maar ik kon er eigenlijk niets aan doen. (Alle apparaten met snoeren eraan vinden mij een gruwel en reageren dan ook alsof ik een groot wandelend magnetisch veld ben.)
Ook heb ik afgelopen drie jaar in Frankrijk mijn eigen ideale leefklimaat gecreëerd, dat geen stand kan houden in de Randstad en dat ook niet vindbaar is in hotel, bij vrienden of bij pa & ma.
Ik bel en mail zo vaak mogelijk met Lief, maar ook hij krijgt zijn portie zo in z'n up, waarvan de belangrijkste zaken doorsijpelen via de ultramoderne communicatie-netwerken. Ik kan niets, hij ook niet. Niet voor elkaar, niet met de problematiek en onze bank bouwt gewoon een supergroot nieuw representatief pand naast de A15 met 'onze centen' wat me enorm pissig maakt. Dus probeer ik ook hierin berusting te vinden terwijl we financieel nog verder de grond in getrokken worden.
Ook al lente hier; prunussen en andere echte lentebloeiers doen het prachtig dit in tegenstelling tot de donkere dreigende wolken, terwijl Marc in de zon zich thuis tegeod doet aan een flinke dosis vitamine D.
Heerlijk is het vrienden te zien, bij te kletsen, me vrij te bewegen, nederlands te kletsen, de systemen te kennen en te weten geen tijd te hebben stil te staan bij de zorgen waar ik toch niets aan kan doen met de wetenschap dat M&M niet de enige zijn.
De skyline van mijn stadje is prachtig in de schemering. Ik kan er geen genoeg van krijgen!
Maar steeds mijn koffertje in dat kleine Peaugeotje -spelling.... ggrrrr- met een opschrijfboekje met adressen en telefoonnummers paraat zonder echte basis om naar terug te keren is toch nieuw voor me.
Maanden gebeurd er thuis niets, een paar dagen ben ik van huis en er gebeuren, veranderen grote dingen, feiten die impact hebben, mensen die ik ontmoet, indrukken en de snelheid van het leven in Nederland grijpen me toch letterlijk naar mijn strot.
Ik moet echt mijn best doen te genieten. Tot gerichte actie overgaan is een opgave.
Opeens loop ik met anti-rook-pinnen in mijn linkeroor, heb ik tig naaldjes in mijn hoofd, armen en benen gekregen, rook ik opeens maar een paar 'sjekkies' per dag, en voel ik al een naderende burn-out die afgewisseld wordt met een berusting in de dingen.
Nu ben ik wel gewend aan extreme tegenstellingen, maar deze zijn van een andere orde.
'Ontheemd' voel ik me. Een ander woord kan ik er niet voor vinden.
Ik zie mijn zieke tante die er helemaal niet zo ziek uitziet.
Met z'n vieren genieten we van een heerlijke maaltijd terwijl ik de avond ervoor nog de afrit naar C voorbij rijd met tranen en een ontzettend verward en down gevoel. Ze wordt wakker zodra ik zo zachtjes mogelijk haar huisje binnen kom en troost en een luisterend oor zijn daar voor handen, al is het midden in de nacht en moet zij werken de ochtend erop. Ik slaap er in het liefste kleinste kamertje ooit met een zalig matras(je) en haar lachtorteltjes -een gewaarschuwd mens telt voor twee- krijgen me niet wakker.
Ik maak haar TV stuk, dat apparaat is niet gewend om zelf op de standby-stand te springen en wil niet meer van die stand af. Ik moet echt weg voor mijn afspraak en ik moet haar achterlaten zonder die beeldbuis die voor mij alleen herrie en nonsens betekend. Hop, weer een rot-gevoel erbij, maar ik kon er eigenlijk niets aan doen. (Alle apparaten met snoeren eraan vinden mij een gruwel en reageren dan ook alsof ik een groot wandelend magnetisch veld ben.)
Ook heb ik afgelopen drie jaar in Frankrijk mijn eigen ideale leefklimaat gecreëerd, dat geen stand kan houden in de Randstad en dat ook niet vindbaar is in hotel, bij vrienden of bij pa & ma.
Ik bel en mail zo vaak mogelijk met Lief, maar ook hij krijgt zijn portie zo in z'n up, waarvan de belangrijkste zaken doorsijpelen via de ultramoderne communicatie-netwerken. Ik kan niets, hij ook niet. Niet voor elkaar, niet met de problematiek en onze bank bouwt gewoon een supergroot nieuw representatief pand naast de A15 met 'onze centen' wat me enorm pissig maakt. Dus probeer ik ook hierin berusting te vinden terwijl we financieel nog verder de grond in getrokken worden.
Ook al lente hier; prunussen en andere echte lentebloeiers doen het prachtig dit in tegenstelling tot de donkere dreigende wolken, terwijl Marc in de zon zich thuis tegeod doet aan een flinke dosis vitamine D.
Heerlijk is het vrienden te zien, bij te kletsen, me vrij te bewegen, nederlands te kletsen, de systemen te kennen en te weten geen tijd te hebben stil te staan bij de zorgen waar ik toch niets aan kan doen met de wetenschap dat M&M niet de enige zijn.
De skyline van mijn stadje is prachtig in de schemering. Ik kan er geen genoeg van krijgen!
Ontheemd
"Ga ik van die naar gene" klinkt verfrissend en lekker anders... Maar het is niet zo jedat moet ik eerlijk zeggen. Geen plek ervaar ik als 'thuis' terwijl ik wel huiselijkheid ervaar, warme lieve mensen waar ik naar toe kan en vrijheid geniet.
Maar steeds mijn koffertje in dat kleine Peaugeotje -spelling.... ggrrrr- met een opschrijfboekje met adressen en telefoonnummers paraat zonder echte basis om naar terug te keren is toch nieuw voor me.
Maanden gebeurd er thuis niets, een paar dagen ben ik van huis en er gebeuren, veranderen grote dingen, feiten die impact hebben, mensen die ik ontmoet, indrukken en de snelheid van het leven in Nederland grijpen me toch letterlijk naar mijn strot.
Ik moet echt mijn best doen te genieten. Tot gerichte actie overgaan is een opgave.
Opeens loop ik met anti-rook-pinnen in mijn linkeroor, heb ik tig naaldjes in mijn hoofd, armen en benen gekregen, rook ik opeens maar een paar 'sjekkies' per dag, en voel ik al een naderende burn-out die afgewisseld wordt met een berusting in de dingen.
Nu ben ik wel gewend aan extreme tegenstellingen, maar deze zijn van een andere orde.
'Ontheemd' voel ik me. Een ander woord kan ik er niet voor vinden.
Ik zie mijn zieke tante die er helemaal niet zo ziek uitziet.
Met z'n vieren genieten we van een heerlijke maaltijd terwijl ik de avond ervoor nog de afrit naar C voorbij rijd met tranen en een ontzettend verward en down gevoel. Ze wordt wakker zodra ik zo zachtjes mogelijk haar huisje binnen kom en troost en een luisterend oor zijn daar voor handen, al is het midden in de nacht en moet zij werken de ochtend erop. Ik slaap er in het liefste kleinste kamertje ooit met een zalig matras(je) en haar lachtorteltjes -een gewaarschuwd mens telt voor twee- krijgen me niet wakker.
Ik maak haar TV stuk, dat apparaat is niet gewend om zelf op de standby-stand te springen en wil niet meer van die stand af. Ik moet echt weg voor mijn afspraak en ik moet haar achterlaten zonder die beeldbuis die voor mij alleen herrie en nonsens betekend. Hop, weer een rot-gevoel erbij, maar ik kon er eigenlijk niets aan doen. (Alle apparaten met snoeren eraan vinden mij een gruwel en reageren dan ook alsof ik een groot wandelend magnetisch veld ben.)
Ook heb ik afgelopen drie jaar in Frankrijk mijn eigen ideale leefklimaat gecreëerd, dat geen stand kan houden in de Randstad en dat ook niet vindbaar is in hotel, bij vrienden of bij pa & ma.
Ik bel en mail zo vaak mogelijk met Lief, maar ook hij krijgt zijn portie zo in z'n up, waarvan de belangrijkste zaken doorsijpelen via de ultramoderne communicatie-netwerken. Ik kan niets, hij ook niet. Niet voor elkaar, niet met de problematiek en onze bank bouwt gewoon een supergroot nieuw representatief pand naast de A15 met 'onze centen' wat me enorm pissig maakt. Dus probeer ik ook hierin berusting te vinden terwijl we financieel nog verder de grond in getrokken worden.
Ook al lente hier; prunussen en andere echte lentebloeiers doen het prachtig dit in tegenstelling tot de donkere dreigende wolken, terwijl Marc in de zon zich thuis tegeod doet aan een flinke dosis vitamine D.
Heerlijk is het vrienden te zien, bij te kletsen, me vrij te bewegen, nederlands te kletsen, de systemen te kennen en te weten geen tijd te hebben stil te staan bij de zorgen waar ik toch niets aan kan doen met de wetenschap dat M&M niet de enige zijn.
De skyline van mijn stadje is prachtig in de schemering. Ik kan er geen genoeg van krijgen!
Maar steeds mijn koffertje in dat kleine Peaugeotje -spelling.... ggrrrr- met een opschrijfboekje met adressen en telefoonnummers paraat zonder echte basis om naar terug te keren is toch nieuw voor me.
Maanden gebeurd er thuis niets, een paar dagen ben ik van huis en er gebeuren, veranderen grote dingen, feiten die impact hebben, mensen die ik ontmoet, indrukken en de snelheid van het leven in Nederland grijpen me toch letterlijk naar mijn strot.
Ik moet echt mijn best doen te genieten. Tot gerichte actie overgaan is een opgave.
Opeens loop ik met anti-rook-pinnen in mijn linkeroor, heb ik tig naaldjes in mijn hoofd, armen en benen gekregen, rook ik opeens maar een paar 'sjekkies' per dag, en voel ik al een naderende burn-out die afgewisseld wordt met een berusting in de dingen.
Nu ben ik wel gewend aan extreme tegenstellingen, maar deze zijn van een andere orde.
'Ontheemd' voel ik me. Een ander woord kan ik er niet voor vinden.
Ik zie mijn zieke tante die er helemaal niet zo ziek uitziet.
Met z'n vieren genieten we van een heerlijke maaltijd terwijl ik de avond ervoor nog de afrit naar C voorbij rijd met tranen en een ontzettend verward en down gevoel. Ze wordt wakker zodra ik zo zachtjes mogelijk haar huisje binnen kom en troost en een luisterend oor zijn daar voor handen, al is het midden in de nacht en moet zij werken de ochtend erop. Ik slaap er in het liefste kleinste kamertje ooit met een zalig matras(je) en haar lachtorteltjes -een gewaarschuwd mens telt voor twee- krijgen me niet wakker.
Ik maak haar TV stuk, dat apparaat is niet gewend om zelf op de standby-stand te springen en wil niet meer van die stand af. Ik moet echt weg voor mijn afspraak en ik moet haar achterlaten zonder die beeldbuis die voor mij alleen herrie en nonsens betekend. Hop, weer een rot-gevoel erbij, maar ik kon er eigenlijk niets aan doen. (Alle apparaten met snoeren eraan vinden mij een gruwel en reageren dan ook alsof ik een groot wandelend magnetisch veld ben.)
Ook heb ik afgelopen drie jaar in Frankrijk mijn eigen ideale leefklimaat gecreëerd, dat geen stand kan houden in de Randstad en dat ook niet vindbaar is in hotel, bij vrienden of bij pa & ma.
Ik bel en mail zo vaak mogelijk met Lief, maar ook hij krijgt zijn portie zo in z'n up, waarvan de belangrijkste zaken doorsijpelen via de ultramoderne communicatie-netwerken. Ik kan niets, hij ook niet. Niet voor elkaar, niet met de problematiek en onze bank bouwt gewoon een supergroot nieuw representatief pand naast de A15 met 'onze centen' wat me enorm pissig maakt. Dus probeer ik ook hierin berusting te vinden terwijl we financieel nog verder de grond in getrokken worden.
Ook al lente hier; prunussen en andere echte lentebloeiers doen het prachtig dit in tegenstelling tot de donkere dreigende wolken, terwijl Marc in de zon zich thuis tegeod doet aan een flinke dosis vitamine D.
Heerlijk is het vrienden te zien, bij te kletsen, me vrij te bewegen, nederlands te kletsen, de systemen te kennen en te weten geen tijd te hebben stil te staan bij de zorgen waar ik toch niets aan kan doen met de wetenschap dat M&M niet de enige zijn.
De skyline van mijn stadje is prachtig in de schemering. Ik kan er geen genoeg van krijgen!
Abonneren op:
Posts (Atom)

