dinsdag 21 augustus 2012

De Britten

Ann, die hier ook begin april was en 10 dagen binnen moest vertoeven in verband met de regen, komt nu terug met haar man Trevor en een gemeenschappelijke vriend John
Het is verzengend heet als ik vrijdag anderhalve week geleden naar Rodez rij om ze te halen en waar ik eerst een half uur moet wachten op de parkeerplaats van de Brico Depot -een soort gamma- om wat verf te kopen. Alle ramen en hun kozijnen, het toilet, de wasruimte en het halletje mogen een dikke lik en alle tralies voor de ramen mogen ook wel opgefrist. Toch het geniale aan huizen zoals deze;  die tralies. Het maakt het huis tot een ondoordringbare burcht indien nodig, gedurende de nachten en als ik er niet ben. Maar die hitte op een geasfalteerde parkeerplaats met wel heel jonge boompjes laten me doodstil in de auto zitten met de voeten op de rand van het open portier. De hoogte in met die twee, want ze lopen vol vocht, zijn oververhit en gaan prikken met dit weer. Ik drink en drink maar, wijs als ik ben uit een kleine koelbox, lauw water drink ik niet.
Ik heb mijn Britse vrienden wel gewaarschuwd voor de genadeloosheid van een Franse zomer, maar de echte Londense bleekneuzen schijnen zich het nog niet te beseffen. Ann heeft er echt naar uit gekeken, die heeft het met haar transplantatiehart altijd koud en 42 graden zorgt eindelijk voor enig comfort in haar superbleke lijfje. Ik moet wel even slikken als ik de enorme mannen leer kennen op het vliegveld, haast Amerikaanse gestalten, Trevor met enorme strohoed wat hem een domme toerist maakt of een goedzakkerige Amish boer met een lange paardenstaart over de bezweette rug. Maar de sfeer zit er al snel goed in als we met elkaar door de enorme Leclerc lopen om eens flink wat boodschappen in te slaan.
Het eerste kado krijg ik op de luchthaven; een mooi zelfgemaakte kralenketting in turquoise, zilver en wit. Na uren 'gesupert' te hebben mag ik niet mijn eigen spullen afrekenen en de kar is welhaast te klein voor alle A-merk luxe lekkers dat de heren en dame in de kar hebben geladen. Ze hoeven niet naar prijskaartjes te kijken en ik geniet van hun speurtocht naar nieuwe en juist bekende dingen, wat prijsvergelijkingen oplevert waar je u tegen zegt, erg leuk. 
De aankomst is voor Ann makkelijk, ze weet waar ze terecht gekomen is. Voor de mannen is het even slikken, het andere nivo van comfort, de temperatuur  - die nu nog aangenaam lijkt -  , de lage deurposten en geen teken van ander menselijk leven met mij als wervelwind in haar element tussendoor.
Bleekneuzen uit Londen en omgeving zijn het en zullen het blijven. Maar mijn 10 dagen met deze vrienden heeft een onuitwisbare indruk gemaakt. Er is flink gedronken, want het ingeslagen bier, sapjes, vlees en vis voor 4 personen is andere koek dan ik met het spaarzame dieet vergeleken bij hun vakantie-voorkeuren. Ik ken het niet meer zo goed; echt vakantie vieren.... De oude energievretende koelkast laat ik door de mannen in de schuur zetten als reserve, maar ook die blijft goed gevuld de eerste week. (De laatste paar dagen van de 10 drinken en eten we hem natuurlijk leeg.) 
De avond van hun aankomst snijd ik mezelf lelijk in mijn linker middelvinger met het superscherpe broodmes. Er breekt bijna paniek uit, want dat moet gehecht en natuurlijk het gevaar voor infectie. Ik reageer als vanouds nogal laconiek op zulke kleine ongelukjes. Maak de wond schoon, oeps het is wel heel erg diep want het vlees puilt uit, plak een pleister en ga gezellig rose-erig naar bed. De dag erna krijg ik steeds vragende ogen hoe het met mijn vinger is. Het bloed kleurt de pleister nog altijd rood, maar ik voel er niks van en haal weer mijn schouders op. Ze opperen het dicht te plakken met secondelijm, pleister erop en dat zou als hechting kunnen dienen. Dus goedgelovig als ik ben ga ik op zoek naar secondelijm, met succes, maar de tube lijkt verdroogt. Dat heb je met goedkope troep. (Ik doe de afwas wel een paar keer met een huishoudhandschoen aan, niks niet erg.) Maar maandag gaan ze naar de stad om te shoppen in de grote huis-tuin-doe-het-zelf-zaak en komen ze terug met een 2e kado; een fortuin aan verf, isolatie-materiaal, kwasten en rollers èn secondelijm + nog meer eten en drinken en rode bezweette maar blije koppen. Maar die snee is al bijna dicht en ziet er heel mooi uit, een strak sneetje, meer is er niet over van de nogal gapende wond van vrijdagavond.
De eerste ochtend dat John om 8 uur al op het terras verschijnt om eerst de groene stilte in zich op te nemen na zijn haastige ontwaken in de grote stad, krijg ik een dikke knuffel, hij waant zich echt in het vakantie-paradijs. Een fijne flexibele stadsman die er echt aan toe was om eruit te zijn. Gepassioneerd vertelt hij veel over zijn passie; imkeren, wat me heel erg interesseert en waar hij prachtig over vertellen kan. We genieten samen koffie terwijl ik hem wat laat acclimatiseren voor we bonen gaan plukken, terwijl Trevor en Ann wat uitslapen. 
Na het ontbijt willen ze wat werken, denken ze... Het is weer een warme dag aan het worden, de ochtend al bijna ten einde, tijd vliegt, zeker hier! En ik doe ondertussen mijn ding van kipjes en hond, luiken open of dicht, mailtjes en koffie terwijl ik een beetje angstvallig de komende 10 dagen zie. Hostess zijn voor drie mensen tussen de bedrijven door is niet iets waarvan ik denk dat ik het aan kan, eerlijk is eerlijk. Ze zijn niet gewend te klussen, buiten te werken en meestal heb je een plu nodig en ruikt het naar afval en uitlaatgassen.
Het voorstel is om de zware stenen bij elkaar te leggen, op een ruime rij langs het bospad liggen er al een aantal en de dwaalstenen voor het huis mogen daar ook heen. Nu is een beetje een rommeltje. Maar als de eerste steen niet door één man omgerold kan worden zinkt de moed al in de schoenen; 'die zijn onverplaatsbaar'.... Toch doen we er drie met de stenenslee die Marc maakte en prima werkt. (We rollen in de al vorderende ochtendhitte toch de grotere verder aan de kant zodat de auto er langs kan en twee flinke ruimen we echt op door ze van boven naar de stenenrij te sleeën.) Dat het per steen een kwartier duurt vinden ze maar niks, dat schiet volgens hen echt niet op, maar ik probeer ze vast uit te leggen dat niets hier snel moet, ook de rijst niet waarvoor John me een 'device' had willen geven voor in de magnetron. Ja, koken in de magnetron, want dat gaat sneller en kost 'maar' 900 Watt. Dat gas hier goedkoper is en de tijd bijna gratis is heel lastig uit te leggen. Dat ik daarentegen geen vakantie heb wel, want ik heb weer een verfklus voor een aardig stel uit Toulouse met hier een schitterend groot huis dat ze afgelopen 30 jaar hebben opgeknapt. Het huis met het zwembad, het enige huis met zwembad in de gemeente. Jaja, zo kom ik nog eens ergens, nu bij een gepensioneerde atoomgeleerde met zijn vrouw die in laboratoriumjas loopt als een werkschort. Zo'n soort van PGB is een zegen voor mij en voor de particulier voor zulke klussen. Ik leer veel franse conversatie, het levert krenten op voor in de pap en op langere termijn nog veel meer. Het is ook prettig om even weg te zijn van de drukke boel thuis. 
Dat binnen zitten met alle lichten aan en gesloten luiken vinden ze maar niks, nog niet tenminste. Later in de week komen de heren doorgezweet en puffend binnen om zich letterlijk te laven op de bank in een kamer die een comfortabele 19 graden is en waar drankjes koel staan.
Toch loopt Trevor tijdens mijn 2e werkdag een lichte zonnesteek op. Ik was er dus niet bij dat hij zijn hoed vergat op te zetten en wat ging klussen, zodat de dag erop hij onzichtbaar was omdat hij ziek op bed lag. Ik vind het rot voor hem, maar het geeft aan dat mijn lieve vrienden rustiger aan moeten doen en dat veel klussen te zwaar zijn, grote kerels of niet.
Dan maar verven, de wasruimte, de hal en het toilet. Ik doe mijn best me er niet te veel mee te bemoeien, maar dat ze nooit zelf geklust hebben blijkt al snel door de technieken die ze gebruiken, de rommel die gemaakt wordt en andere kleine dingen waarvan ik zou zeggen 'stop maar, we gaan wat anders doen'. Ik doe het niet, ik ben dolgelukkig met hun hulp en gezelschap. John kookt graag en legt me in de watten, de gezamelijke maaltijden zijn zo gezellig en het gemurmel op het terras brengt me een glimlach als ik eens een keer vroeg op bed lig. (Door iets te veel wijn, ik drink toch meer nu het er is, ook weer een kado; 2 flessen whiskey en 4 wobbly glasses; glaasjes met een ronde onderkant. Dus het ligt niet aan de whiskey als je na een slok je glas neer zet en het blijft even bewegen, hilarisch.)
Veel muggen doen mijn vrienden bestrijden met Deet, zo veel mogelijk. Ook anti-muggen wierrook en citronella-kaarsjes komen er aan te pas en we eten zoveel mogelijk knoflook. Mij hoeven ze niet meer zo nodig om de één of andere reden, zelden word ik nog echt lek geprikt, waar ik heel blij om ben want de jeukende schijven blijven weken zitten als ik er ook maar één keer over wrijf of echt krabbel.
John en ik maken een paar keer een wandeling waarin ik meer vertel over hoe we hier terecht zijn gekomen en wat er echt aan de hand is tussen Marc en mij. Zijn begrip doet me veel goed.
Ann freubeld wat aan freubeldingetjes en ze verft, maar ze moet het rustig aan doen en ik zie haar zo genieten van de hitte. Ze wil erg graag dat dit haar thuis zou kunnen zijn, maar met enige treurnis moet ze bekennen dat deze plek te zwaar en te hard is voor een hartpatiënt en veels te ver weg van een ziekenhuis in geval van nood. Trevor durft na wat dagen de schuur als zijn speeltuin te zien. Tussen de tukjes door, de maaltijden en wat uitjes gaat hij hier verlekkerd aan de slag. Hij maakt van een houten kist een wagentje om houtblokken naast de schouw te hebben in plaats van dat dat in een kruiwagen in de kamer staat. De houtkruiwagen in huis is me een doorn in het oog geweest. 
Ook ontdekken we een hoornaarnest naast de voordeur. Ik vermoed dat ze op zolder zitten, maar toch zet John er een verdelgingsspuitbus op. De week erop, nu dus, lijkt het aantal hoornaars verdubbeld te zijn en komen ze en masse naar binnen als ik met een lichtje aan zit te schrijven. Er moet toch een officiele verdelger aan te pas komen. Wéér een regelzaakje erbij. Net als het uitzoeken en regelen van een auto importeren, want ik heb een vervanging voor de Rode gevonden. De lijst is lang aan het worden, maar komt tijd, komt raad.
De tip om berg- of wandelschoenen mee te nemen was niet aan de mannen besteed. Die hebben echte sportschoenen aangeschaft, geschikt voor op asfalt en straat, maar niet op de ruwe paden met losse steentjes. Toch weerhoudt het de mannen er niet van een rondleiding te accepteren over het terrein rond het huis. Nu ben ik het die te snel loopt, op slippertjes... 
Ik word ontzettend in de watten gelegd, werk me te pletter, val in de horen des overvloeds, wentel me in het gezelschap, lach en we zingen en maken de afspraak dat ik rond kerst of eerder wat dagen naar London kom om hun gastvrijheid te mogen genieten.
Zondagmiddag na een luxe lunch in een restaurant met een buitentemperatuur van 42 graden (schaduw!!) ploffen mijn gasten alle drie op bed voor een tukkie. Ik ga boontjes doppen na het lezen van een mail van Marc die erin hakt.... (Zijn doel van de Noordpool cirkel is bereikt en na een week of wat daar rondhangen en naar het Oosten rijden moet hij reëel zijn en aan de terugreis denken.) Omdat het zo stil is besluit ik hem te bellen zoals we één keer per week doen. Ik hoor John uit bed komen en op het terras plaatsnemen terwijl ik binnen klets met een mand vol bonen. John komt plots binnen en zegt twee wilde honden op het terrein te zien. 'Jaag maar weg, zijn ontsnapt uit hun kennel, ze doen niks' zeg ik doodleuk en hervat mijn telefoongesprek boven op mijn kamer. Dat had ik beter niet kunnen doen. Opeens gaat John schreeuwen en roepen en ik hang op en ren naar beneden, te laat. De twee enorme jachthonden hebben ieder een kip te pakken waarmee ze op een holletje het terrein verlaten. Ik probeer er nog één te pakken te krijgen, maar ze weten dondersgoed hoe fout ze zijn. Helaas kan ik nu de eigenaar niet achterhalen, haal mijn schouders op, wis het zweet van mijn voorhoofd en loop terug naar een nu vol terras, want het heeft Ann en Trevor gewekt, alle commotie. 'Je had de honden neer moeten schieten', natuurlijk! Dat ik daarmee de hele jachtlobby tegen me in het harnas jaagt en zo de goodwill van de jagers verlies is moeilijk te begrijpen. Naar de gendarmerie dan toch zeker. Wat kunnen die doen?? Mijn terrein beter dicht timmeren... Prima, en wie neem ik daarvoor mee. Ze begrijpen de situatie, maar vinden het bijzonder hoe laconiek ik deze situatie deal. Ik ga me niet druk maken om twee kippen, waarvan er één uit een hondenbek is ontsnapt en weer tokkend schijnbaar onaangedaan naast Emiel de haan loopt te kippen.

Vrienden hebben is een zege. Hun visie, hun stads zijn, hun manier van leven (verspilling van zo goed als alles) de knuffels, de aandacht, de gesprekken, die berg kadootjes, hostess zijn voor hen, hun gebabbel horen, de hulp met klusjes, een luisterend oor in drievoud, de duik in het meer, begrip krijgen, het samen zijn........ Wauw! Het was overweldigend, warm, liefdevol, gezellig, eye-opener en bevestiging; ik doe het goed zo hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen