dinsdag 22 april 2014

kick-off; '7 maanden op'

'Longread', ruim 4000 woorden, neemt u gerust een half uurtje leestijd.

Voor ons is de afgelopen maand de ‘kick-off’ geweest voor het hoogseizoen dat we de ‘7 maanden op’ noemen. De winterperiode, alles gesloten, leeg, somber en armoedig achtergesteld, zijn de ‘5 maanden af’. Dat is de balans. 
Niet het hele jaar door hetzelfde. Hetzelfde werk, dezelfde kleding, hetzelfde voedsel, een zelfde sociaal leven met dezelfde intensiteit. 
De lente is hollen, heel de dag. De zomer is ook hollen, in twee ongelijke delen, om tussen de middag binnen niet te bewegen. De siësta is een schoone uitvinding. De oogsttijd staat gelijk aan de lente, de laatste loodjes, lange avonden bij kunstlicht boontjes doppen en wekken. Om dan afhankelijk van het weer te zijn en misschien gedwongen binnen te versomberen en in te teren gedurende 2 tot 3 maanden. Soms langer…
(Het ritme van de boeren van de Aubrac. Het mooiste vlees dat ik ken van de mooiste koeien die ik ooit gezien heb. Het maakt me tot een vleeseter zonder schroom.)
Het contrast met afgelopen winter is een duidelijke scheidslijn. Van nergens naar een ongelooflijke energieboost. Na vijf jaar voelt het bijna vertrouwd, wat me afgelopen winter enorm heeft gerustgesteld. Dat neemt geen enkele dreiging weg van ‘het systeem’ (lees; Rabobank), die ons als een chronische doordringende piep achter de trommelvliezen blijft teisteren. Bijvoorbeeld na een betaling via ideal. Ik laat de bevestiging naar ons gezamenlijk emailadres sturen. Marc ziet dit en geeft me een korte maar heldere preek over hoe gemakkelijk ik het 'ze' maak. Ik snap zijn principe. En zijn paranoia, helaas. Ook na 24 uur voel ik de preek nog goed zitten. De angst om het geld. Belachelijk, ziek ook!



Hier in de bescherming van de zich wervelende gorges met zijn beboste wanden, is het al bijna volledig groen terwijl op de plateaus enkel nog de bloemen van de wilde kersen en berken ontluiken. Het is nog wat langer wachten om de bruine plekken gevuld te zien worden met het andere groen van het tamme kastanjeblad. Ook de zee van wilde bloemen en mooie grassen en kruiden wordt iedere dag weelderiger. Bonen komen op en staan in de zwarte banden te genieten van Sarko’s mest en de warmte die door het zwarte rubber wordt vastgehouden, resistent tegen flinke nachtvorst en een rosse maan. (Het kan dan van onderaf de moestuin een lelijk gezicht zijn, ’s winters, maar tuinieren met autobanden heeft zeer veel voordelen.)  


foto: 'Pale Nomad' of 'Pigeon' Whitfield

De beestenboel is in lente-modus. Niks aan te doen. Sarko gaat binnenkort gecastreerd worden. Het dier moet wat makker, want aan de overkant heeft iemand ook drie ezels aangeschaft. Een paar keer per dag heeft hij een vergadering met de buurezels en die drie ergens op de hellingen aan de overkant. Waar trouwens alleen maar een 88 jarige woont in het torentje van zijn opgeknapte huis waar een familie met velen in zou passen.
De varkens voeren een ongelijke strijd. Lardon, of Jambon?, is veel groter dan zijn broer. Zijn altijd schurftige huid en dunne iele vacht vermoedt een grote brutale bek. Het Sissy van de twee moet genoegen nemen met wat er rest en wordt gedwongen het verderop te zoeken. Buitenom een grote rots die vaak onder water ligt met een barrière van horizontaal groeiende wilgen-bosjes. Daar begint het hekwerk wat niet afdoende blijkt. Ik geef de mooie compacte onbetaalbare karbonades geen ongelijk. Waar ik zijn sporen kwijt raak zijn de verwaarloosde modderbadkuipen van de wilde zwijnen. Vermoedelijk hebben ze hun spa verkast in verband met ezelhoeven, hekwerken en idioot tamme oliedomblonde soortgenoten die vrijwillig in gevangenschap leven. Die wil je niet als buur! De eerste dagen was het varken zoeken, varken jagen, een geïrriteerd varken dat lang op eten moet wachten met een hitsige ezel hijgend in zijn nek een 10 cm voor het schrikdraad.
Met de kleine generator van de Deen kan Marc nu gaten boren in die rots om het hekwerk tot IN het stuwmeer door te trekken. Zal de EDF leuk vinden… We hebben er merde aan!

Merlin de nep-siamees eiste mijn aandacht op door dag in dag uit te hoesten en te proesten. Het klinkt nat en het stinkt, hij rochelt en ademt zwaar tijdens het slapen. Spinnen kan hij soms niet eens. Ik probeer nog een kuur van stoombaden in zijn mandje met een pannetje katten-vapo-stoom-spul. Tussen het hosten door houd ik de katten in het oog; gasten = stress. Dus kater ter uitzondering naar de dierenarts. Daar word ik op de feiten gewezen dat onze katten en hond kans lopen ziektes te krijgen die het gevolg zijn van niet alle vaccinaties toedienen die men ‘aanbeveelt’. Ja, dank u en ik begrijp het. Na 5 jaar kan ik er wel aan toevoegen waarom we hier achter staan en spaarzaam omgaan met welk medicijn dan ook.
Ze meet zijn temperatuur en luistert aan alle kanten. Kater is gewoon verkouden, zo kan herpes zich bij katten manifesteren. ‘De andere katten zijn ook wat snufferig zeker?’ Jawel hoor. Dus... niks aan de hand. Met homeopatische druppels voor het geval onze 5 weer ‘une crise’ krijgen, mag het lieve beertje weer mee naar huis. Thuis krijgt alles een love-attack tot aan de autobanden toe. De dikke staart recht overeind, de rest van het lijf leunt tegen alle mogelijke wezens en objecten om met luid gespin te laten weten dat hij blij is thuis te zijn. Ook Sarko krijgt een snel opgewonden neusje.

Tot zover wat eraan vooraf ging aan een paar weken met de eerste gasten via websites als Workaway en HelpX.



Vreemde sokken en ondergoed gaan er door mijn handen. Broeken, shirts van de gasten. Logisch. Om de dag wel een machine met vuile kleding, nog nooit zoveel gewassen.
Weer werken ze zich een bult, eerste week. -Vaak later gaat het soms mis!- Gasten die een paar weken meewerken tegen kost en inwoning. Soms een duur grapje, want het werk hier is altijd zwaar en dit wordt ondersteund door stevige maaltijden. Nu een stel uit Denemarken en een Brit die op dezelfde dag arriveren. De dames zorgen voor de natjes en droogjes. Zij doet alle losse moestuinklussen of helpt de mannen met het zware werk als we binnen geen natjes en droogjes hebben en ik de beesten naloop. (Vooral Sarko die steeds de benen weet te nemen als we denken hem binnen schrikdraad-zonder-schrik te hebben.) Ik heb een dagprogramma van 7 tot middernacht. 
M&M waren verbaasd dat het al een volle week uitstekend leek te gaan. Het werkritme, de vaste tijden voor de maaltijden. Huisregeltjes. Het met elkaar zijn als 2 stellen en 1 single knul van 26 lentes.

Maar vooral de paar ongeschreven huisregels ontgaan enkel de Brit volkomen.
Na zijn douche is de badmat nat samen met twee handdoeken die voorkomen dat de ruimte een zwembad wordt. We hebben geen douchegordijn, nooit nodig gehad. Een Handdoek is ook echt alleen voor zijn Handen. Of ik een was wil draaien voor zijn handdoek, die bij ons van de stapel komt. De wasmand en de kast met handdoeken zijn hem gewezen. 
Met of zonder modderschoenen mogen de heren buiten pissen, waar ze maar willen. Tig buitenkranen waarvan 1 met echte zeep. Maar Brit wil per se op het toilet. Oh nee, niet op, maar er fier tegenover. Het is ronduit gênant om hem uit te moeten leggen dat de dames niet zo’n trek hebben in het neerlaten van de bril met blote handen. Ook verblijvend in een cottage in een bos, maakt hem niet genegen buiten te wateren, om daarna met modderpoten de badkamer in te banjeren om daar toch een voetenbad te creëren. Het is lastig aan te kaarten.
Verder alles pais en vree.



‘Een soort commune-leven’ zei het ijskonijn me donderdag nog. Prima, maar het is hier geen studentenhuis! Dus alle tact wordt ingezet. Net als het incasseren van de klachtjes over de Brit z’n doen en laten door de Estlandse. Als host zit je er tussenin. Als minderheid laat ik hem z’n nest bouwen in de zijkamer. Hij had het veel te koud in de bibliotheek. De twee wollen dekens blijven onberoerd in hun hoes op het tafeltje tegenover het bed. Er is geen wifi. 'You can drill a hole in the floor and walls to extend the cable, right?' Tuurlijk jongen, doen we ff voor je. Dat de muren hier niet solide en wel 80 cm dik zijn, ontgaat hem. Zoals zoveel. Ga eerst maar verkassen naar het warmste hok van het huis. En het meest gehorige. 
Hij bijt de spits af te slapen in de benauwde kamer. Het is een koukleum die de radiator graag voluit wil zetten terwijl hij in t-shirt door het stenen cottage waart op zoek naar de thermostaat. Die knop hebben we niet eens. Een rood lint dat aan een haak boven een pompeuze gietijzeren radiator bungelt. Of niet, dan staat hij uit en hangt het lint stil. Buitenmensen als we zijn, die zelf de bomen om moeten zagen en kloven, de voordeur staat hele dagen open en we hebben daarvoor een bizarre hoeveelheid truien en dekens in huis. Het resulteert in een tafelgesprek over de gemiddelde temperatuur in huis, tegenwoordig. We komen uit op 23 graden, wat ons shockeert. We stoken er geen blok eik meer door, de kachel blijft uit en laat de Brit in een t-shirt op het randje van de schouw belanden. Helaas met een grote mond over hoe goed hij vuurtje kan stoken. Het vuur blijft uitgaan en wat kooltjes zien zijn rug met in 1 hand een blik goedkope Lager.
Het is nog steeds pais en vree.


Zo ook de hygiëne in de keuken. Brit smeert brood voor een wandeltocht op zijn welverdiende vrije dag. Laat het beboterde mes liggen naast de broodplank. Nog geen half uurtje later hebben de kleine bosmieren dat mes ontdekt. Plus de route van en naar hun onderkomen. Brit hoort me geduldig aan.
Geen vuiltje meer nadien.  
Nog een voorbeeld in de hoop het af te leren. Om mijn verbijstering over de eerste dode levende die ik ooit zag, te ventileren.
Hij vraagt niets, neemt zodoende iets te veel initiatief. We graaien na een paar dagen steeds mis in de koelkast. Brie? Foetsie. Ham de dag ervoor uit de vriezer gehaald? Foetsie. En plein publique vergeet ik het puntje van mijn tong te bijten en vraag wie het heeft opgemaakt. Op eerder verzoek, zodat ik de bevoorrading van al dat voedsel op peil weet te houden. Helaas, Brit zwijgt en ik heb het stel alleen hun eigen restjes op brood zien leggen. Om iedereen van energie te voorzien is ‘voer’ amper aan te slepen. De Brit vreet, zo hij kan heel de dag door en dubbele porties. Hij eet net zo lang tot er niks meer op tafel staat of deze wordt leeg geruimd. 
Gasten in je privacy is geen makkie en ook een vreugd. Je wordt op je doen en laten gewezen. Waarom we doen wat we doen. Nu is het Deens-Estlandse stel niet doorsnee; Vrij, wonend en reizend in een grote Mercedes bus uit ‘77. Ook M&M beginnen te verfransen, redelijk gewend aan onze berg vrijheid met als extra dimensie het isolement. Om daar ‘tussen’ te staan met een bleke stadsneus is niet niks. 
De wat papperige man jongen liftte in 1 dag van Lille naar ons. Liep op zijn vrije dag een ‘rondje gorges’, toch een wandeling van 5 uur. De dag erop probeert hij de mannen bij te houden met kruien van nat zand en dit aanstampen in de banden. Hij verbrandt en host Tien voorziet weer een droogje tussendoor. Maar toch. Elke kans om te gaan zitten grijpt hij aan. Of Marc en Deen al aan het hakken en zagen zijn of niet. Deen moet zich vreselijk inhouden en probeert ons met zijn grieven niet lastig te vallen. Wij gaan steeds beter hosten. Ik ‘keep my best face’ zoals de Deen het lachend uitdrukt naderhand. Ik heb me een beetje laten tergen, maar als de nood hoog is... Is er pais en vree.


De verpleeghulp begrijpt orde en hygiëne en is haar carrière ooit gestart als au-pair in Denemarken. Ideaal. Al pittig fladderend mengt ze zich soepel en met perfectionisme in m’n huishouden. We gieren het regelmatig uit van de pret terwijl de ergere einzelgänger dan Marc, haar man, zwicht voor gezelschap tussen het hout hakken door. Hij doet dit graag alleen, in gezelschap zie ik hem ook vaak met zijn camera. De mooiste plaatjes in dit verhaal dank ik aan hem. Deen gaat het varkentje verder alleen wel wassen, met die 5 eiken die klein moeten op de piste en opgestapeld op ons terrein. Ergens onverantwoord in deze host-gast situatie, maar het zou ons niet passen hem van enig geluk te beroven; je lekker afreageren en mediteren door middel van hout hakken. Hier en daar wat foto's maken van het lentelicht in de morgen.
In ruim 2 dagen reisden ze van Denemarken naar ons als eerste tussenstop. Bleek, wat schuw en veel op zichzelf in de bus, een knus huis op wielen met hier en daar wat roest, een deukje en ook duct tape ontbreekt niet. Ze roken zich suf aan de goedkope tabak uit Luxemburg, Marc vergeet de elektronische sigaret, ik neem een trekje en soms gewoon een sigaret. Maar het trekt me niet meer hele dagen mee te paffen en stinken doet het toch.
Zodra de kaarten met M&M en de Brit geschut zijn, ze naadloos aan lijken te sluiten in ons rommel-leventje, waarbij het werk opgaat in volop leven en genieten, krijgt het stel kleur, wordt er meer gelachen dan enig andere emotie en is er een stille angst de vrede, de lentezon, het geluk dat we delen met elkaar, te verliezen.



De Brit is er wel, maar staat hier volledig buiten. Hij probeert een evenredig deel van het geluk te grijpen, maar niets lijkt hem bewust te zijn. Waar hem dat nou in zit gaat langs hem heen. Dit in de diepste zin van het woord ‘bewustzijn’. Alsof zijn kont thuis nog door moeders wordt afgeveegd, zijn hand wordt vast gehouden tijdens een bezoekje aan de tandarts. Hij is continu van alles kwijt en denkt echt dat ik hem naloop bij alles dat hij doet. Hij gelooft niet dat ik niet gezien heb wat hij kwijt is of weet dat hij wat eten wil voor de volgende 15 minuten van fysieke inspanning.
Mijn probleem; Dit is een gehorig huis. Als host ben ik veelal in en om het huis bezig. Ik ken deze plek. Zelfs welke spin er in de gaatjes van het slechte voegsel van de muren wonen. Maar zo’n gast krijgt een kamer naar zijn of haar gerief en daar blijf ik verre vandaan. Ik wil hetgeen er geschiedt echt niet weten. Mijn nekharen gaan bij voorbaat al overeind staan. Ik hoor en zie veel te veel. Zucht.
Een mens die zich niet toont als mens, dat zijn engerds. Zeker als je zo jong bent als 26 jaar, hoe jonger hoe griezeliger om een mens te ontmoeten die niet lijkt te leven en toch handelt. Eerste confrontatie met een moderne zombie?
Het is bijna Pasen.

Nee, onze dank voor de hulp is was even groot, maar de leegte en afstand ervoeren we als weerzinwekkend. Voor ons alle vier, blijkt later na zijn smartelijke aftocht. Onachtzaam had de Brit 2 spencers, zijn goede schoenen en nieuwe werkschoenen, gekocht voor zijn reis als Workawayer, buiten in de regen laten staan. Een verfrissende onweersbui waar ik ‘s nachts van heb liggen genieten. De geur en het vocht, de geluiden en de flitsen die dan mijn kamer bereiken blijven me een sprookjesachtige beleving geven. Brit probeert zo lang mogelijk wakker te blijven, want als ik naar bed ga, gaan de stekkers van de modem eruit. Brit verhuisde van de bibliotheek/luxe kamer met radiator naar de kamer boven, naast mijn ‘heiligdom’. De sauna-kamer heeft wel wifi. De sukkel gaat dus veel te laat naar bed om op tijd afgezet te worden door Marc. Dat ik hele korte nachtjes draai, het energieniveau van een kind heb, kan wonderen doen als  in de rol van host. Maar de tag 'mom' staat me slecht, heel slecht. Resulteert in dat ik hem drie keer moet roepen voor hij beneden is. De ergernis schiet naar een hoogtepunt, nog heel even volhouden. Nog maar 10 minuten de tijd heeft hij voor ontbijt (neemt hij rustig drie kwartier voor) en spullen pakken. Dit om voor de ochtendspits –dat zijn een stuk of 5 auto’s per minuut in beide richtingen - op een knooppunt van D-wegen gedropt te worden richting Rodez. Maar ik had die schoenen en zijn truien ontdekt tijdens het dierenrondje in de vroege morgen… Oeps. Of ik zijn schoenen voor de lange reis naar Toulouse even in de machine wilde drogen? Hangt zijn spencer op de stoel voor de buis die in een restje kooltjes ligt. En Marc draalt buiten door de moestuin, die dacht een uurtje eerder weg te kunnen, zoals afgesproken.
Het is volbracht.

zusje  en ik in de deuropening van Simons huis

Ik smijt met ergernis de dekbedhoes, het kleedje en het half lege verfrommelde 2-persoons luchtbed de hobbittrap af. Pissig over de zoot die de Brit heeft achtergelaten. Vraagt niks, doet maar wat, heeft met vetrollen en al op de sprei gelegen die niet gewassen kan worden. Blijkbaar te belazerd het luchtbed op te pompen. Deen en Estlandse halen hem ook nog vaak aan, tot kramp in kaken en buikspieren van het lachen. Relativeren helpt en we genieten van een ander samenzijn.
Onbeschrijfelijk de parallellen tussen de mannen, het zusjes-gevoel met de Estlandse. (Zo heb ik een zus in Washington DC, een oude wijze zus in Sydney en een zus vlakbij Rocamadour, anders als vriendinnen.)
Het gaat vanzelf. Alles. Samen werken, elkaar laten, serieuze gesprekken en stikken van de lach. Twee kapiteins waarvan er één respect heeft voor het hoofdschip. Het zijne is een heel klein bootje op 4 wielen dat tijdelijk onklaar is voor onderhoud. 


We maken de wandeling naar het kasteeldorpje met Castel en Sarko. 



foto:  'Pigeon' Whitfield

Halverwege de tocht blijven we even hangen bij het huis van Simon. We hebben de sleutel bij ons, in bewaring voor noodgevallen. Simon heeft ons toegezegd dat we er altijd mogen verblijven of als we iemand kennen die er wil zijn. Ook staat het ons vrij wat onderhoud te plegen, op zijn kosten. Laat het artistieke stel, op zoek naar absolute afzondering voor even, nou diep onder de indruk zijn…
(Na gespannen wachten op een antwoord uit Sydney krijgen ze Carte Blanche. Een man een man, een woord een woord. Ze gaan er 4 volle dagen in afzondering.)
Na een steile lange maar prachtige klim worden we onthaald door Michel, zoon van godfather Felix. Heeft alle inteelt-kenmerken en een puppie van 3 maanden. Zijn nieuwe maatje. En je kunt alles van deze mensen zeggen, eraan merken en zien, maar Michel is emotioneel zo intelligent dat hij ziet wat je denkt en voelt en daar haarfijn op inspeelt met kinderlijk onschuldig gemak. Daar heb je hier uiteindelijk meer aan dan dat te veel geprezen IQ. (Deze zou ik toe moeten voegen aan mijn emigratie-ABC.)

De Brit maakt dit nog mee. Krijgt het warm en knoopt zijn shirt op zijn hoofd als een slordige tulband als we de tijd nemen het oude dorpje in ons op te nemen. Ik verzoek hem vriendelijk zijn shirt aan te doen en krijg een lomp 'Costa Brava'-antwoord. In ons dorp! Waar we nog geen minuut na mijn ingrijpen uitgenodigd worden voor een drankje en een praatje. Dat we gasten bij ons hebben maakt niet uit. Over de dieren wordt helemaal niet gesproken, al kom je aan met je koe of olifant. Voor de gehoefde jongeling was de heenweg een succes. Weet zich los te rukken en gaat de hort op. Hij kent het pad, die krijgen we voorlopig niet meer te pakken. De baldadigheid komt hem duur te staan. Het moeten wachten tijdens een apero bij Michel, dat breekt hem op en daarna de 5 km naar huis nog, zonder graaspauze. Tant pis makker!



Met zijn zelf gemaakte motorbike, die kleurloos zijn werk doet en achterin de bus meereist voor de wendbaarheid, verhuist de Deen met de spring in het veld naar het huisje van Simon. Samen met de Rode die zich bijna weer klem rijdt op het wel erg smalle verraderlijk rotsige pad aan de rand van linke afgronden. (Tijdens de verhuizing terug naar ons huis, het laatste ritje, rijdt Marc dan toch een voorband kapot. Hoogtevrees moet je hier trouwens ook niet hebben.) Marc en de Estlandse helpen sjouwen. Er is geen water en geen wijn, geen elektriciteit of voldoende degelijk brandhout. Geen eten op een vieze fles met een restje olie, zout en suiker na. De vergeten resten van een streng knoflook vereeuwigd op de fleurig geschilderde schouw. De entourage is nog authentiek, verlaten met toch zoveel tekenen van leven. Daar wil hij zijn foto’s uitzoeken en bewerken. De accu’s voor stroom sjouwt hij met een haast verwilderde lach omhoog en omlaag, een aards paradijs voor even.

Zij? Zij heeft na 24 uur op dat plekje, met de lente die zich gejaagd zich voor haar ontplooit, al dromen over in dit huisje leven, permanent. Als Simon er dan is voor twee maanden, gaan zij op vakantie in eigen land, Denemarken. Ze maakt trapjes en muren schoon, legt hun Indiaas kleed op de zware kastanje houten vloer en ‘maakt nest’. De zoete geur van de enorm grote en verwilderde sering waait steeds zachtjes in haar neus. Onwerkelijk, ze dromen en zijn wakker, te mooi.

Dat gevoel ken ik. Marc ook. Dat overspoelt je hier. Als je geest er open voor staat, je jezelf de tijd gunt. En durft, vooral dat. Een overgave die de belofte schept van verder komen in je leven, je gedragen voelen door wat er achter de overgave schittert. Ik heb die sensatie nog regelmatig, overdag en soms ‘s nachts. De Deen loopt ook over, ze moeten ook verder, de afspraak staat voor de volgende stop, om in ruil voor kost en inwoning te werken. Dit tot aan in Marokko toe.
We helpen ze een volle dag met maaien en wat puntjes op de i om Simon te verrassen als hij naar huis komt. Sjouwen ook mee wat ze daar nodig dachten te hebben. Het viel alles mee, gedeeld lijkt alles ‘peanuts’.
Soms krijg je keuzes voor je kiezen. Keuzes die ik liever kansen noem, die kan ik makkelijker hanteren. Een keuze kan verkeerd zijn. Een kans is nog neutraal. Zij zien dit hetzelfde, wat hen vrij maakt op een voor ons herkenbare manier. 
Onze verkozen vrijheid is geen makkelijke. Dat geef ik eerlijk toe.

Ook wij nemen eens een zondagmiddag vrij nu het stel wat dagen weg is. Gaan met de Blauwe picknicken ergens afgelegen off-road met uitzicht op het stuwmeer dat onderhoud behoeft en nu in een maand tijd leeg mag lopen. Huizen, boerderijen, een kerkje en een aantal bruggen zullen te zien zijn. Normaal als verborgen geschiedenis begraven door een watermassa, nu een seizoen te zien en te bezoeken. Door de vallei lopen waar vele beken, bronnen en stromen samenkomen en de rivier vormen waar wij aan wonen. De oude loop van de rivieren komen bloot te liggen, de bomen nog fier overeind. Met een beetje verbeelding zie je het oude landschap weer terugkomen. Maar dan niet knipperen met je ogen. Wat dan rest is een donkere modderstroom en dode staketsels. 



De Deen heeft echt pech en kan de laatste dagen niet meer werken. Dat vreet. Want voor hem geldt ook de fysieke arbeid als zuiverend en meditatief bewust leven. Moet het aanzien dat wij gewoon doorgaan.
Tussendoor werkt hij hun volgende etappe uit, spenderen we de avonden het liefst met elkaar, tafelen, wijn, lachen en is het een datacenter. Notebook, laptop, ipad, tablet, desktop en we maken er af en toe gevatte en soms cynische opmerkingen over, vaak gevolgd door meer grappen en kramp in de buikstreek. Het vuur knappert en er wordt muziek geluisterd en gedeeld. Dit uiteraard als in een echt datacentrum via hypermodern spul.
De katten zijn aan de gasten gewend. De 23 jarige ‘ginger’ hopt van schoot tot schoot, wij zijn niet meer dan aai-machines en meubilair. Merlin krijgt meewarige blikken als hij, uitziekend, zit te hoesten naast hun bus van 7 meter. Cros bedelt als gebruikelijk naar een stukje zwoerd. De brede pluizige poten op de tafelrand, de lichtgroene amandelvormige ogen die je direct en helder aankijken. Toch zullen we snel weer zonder gasten zijn. Er liggen geen nieuwe aanvragen. Beestenboel zal snel gewend zijn, gewoontedieren als we allemaal zijn.


Voor hun naderend afscheid ben ik al die weken bezig geweest met een mini kruidentuin dat aan een buisje gehangen kan worden in de keuken van de Mercedes-bus. Ik wilde hen iets levends meegeven, een gedicht van Marc onderop, een stevig karton gevouwen met een handleiding en verzorgingstips.



Tijdens hun verblijf in Simons huis kreeg ze de koffer met verf van Marc mee. Ja, ook die extra zware bagage is mee op en af gesjouwd naar het afgelegen huis. De met portretten beschilderde lauzen (dakstenen) hebben haar geïnspireerd en het resultaat was een onbeschrijfelijk gevoel. Ik waag me er niet aan om het onder woorden te brengen. 


Inspiratie, materiaal, mooi licht & de kunstenares

Het afscheid zit eraan te komen. De Mercedesbus is klaar voor vertrek, het toppunt is het juiste moment. De Deen ziekt nog even uit, het is nog zo fijn hier. Ook de Estlandse heeft het er zwaar mee. We gaan toeren. Rondje rond het stuwmeer dat een beurtje krijgt. De meeste ruines liggen bloot. Van bruggen tot boerderijen. Het nu bijna lege meer, het mooie weer en de Paasvakantie trekt vele dagjesmensen. Voor een fotograaf die niet de kans kreeg foto’s te maken van het moment dat het meer waar wij aan wonen een klein riviertje is in de mistbanken van een lentemorgen, is dit een buitenkansje voor zijn soms surrealistische foto’s.


Ze nemen een week om naar noord Spanje te rijden, het volgende adres waar ze werken voor eten. Onderdak hebben ze bij zich. Op hete kolen als reiziger met een doel. Alles gerepareerd, vrienden gemaakt, aan de beterende hand. Maar… hij wil nog 1 ding; die foto’s van dat lege meer met zijn overblijfselen al dan niet in de mist. 
De drukte en het felle zonlicht zijn niet het geschikte moment. De namiddag voor hun vertrek. Een dag voor er weken regen wordt voorspeld. Toch wil hij zijn 5 ton zware huis op wielen op een vlak stuk droog gezet strand neerzetten de ochtend erop. Puur voor de foto's. We waarschuwen hem. Als de modderige bodem weer nat wordt, krijg je die bus niet meer de helling op naar het pad. Hij ziet ervan af en vertrekken volgens plan.
Een brommer die ooit van de brug gegooid is, deels verdwenen in de modder. Een camperbus, als de hunne, op z’n kop op de rotsige helling. Alleen door duikers te bereiken, toen. Ergens 70-er jaren? Muurtjes en een loopbrug. Niet breder dan een meter, intact. Een kleine donkere modderstroom van 1 van de voedende bergbeken die uit het Massif Central komen.

De laatste ochtend hosten. Nog één keer ontbijt klaar zetten, vuurtje stoken om de kilte uit de kamer te halen, kliekje rijst opwarmen en de radio aan. Sarko een wortel, kippen de vrijheid, brokjes voor de hond en dan is er koffie en een vaarwel met vreugde en geluk dat priller werd, mooier en echter dan waarneembaar met het blote oog.

1 opmerking:

  1. fijn verhaal, fijne mensen. Doorgaan met schrijven hoor!

    BeantwoordenVerwijderen